Montesquieu Institute: from science to society

Achtergrond: Ontslag van bewindspersonen op staande voet is zeer uitzonderlijk

Monday, September 27 2021, 13:00, analysis by Bert van den Braak

Mona Keijzer kreeg afgelopen zaterdag ontslag als staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Directe aanleiding was een interview met De Telegraaf waarin zij vraagtekens zette bij de noodzaak van de coronapas. In een verklaring liet premier Rutte weten dat haar uitspraken zich niet verdragen met recente besluiten van de ministerraad. De voordracht tot ontslag vond plaats met instemming van minister Stef Blok van EZK en de drie viceminister-presidenten, onder wie CDA'er Hugo de Jonge. Dat een bewindspersoon (nu staatssecretaris Keijzer) niet zelf ontslag vraagt, maar wordt ontslagen, is zeer uitzonderlijk. Het gebeurde eerder alleen in 1945 en 1975, maar in beide gevallen kreeg de betrokkene later alsnog de gelegenheid 'de eer' aan zichzelf te houden.

1945: Jaap Burger

In januari 1945 hield Jaap Burger, minister in het kabinet-Gerbrandy, in het bevrijde Zuid-Nederland een radiotoespraak, waarin hij erop aandrong bij de naoorlogse zuivering en berechting onderscheid te maken tussen zij die 'fout' waren en zij die fouten hadden gemaakt. Hij zette zich daarmee af tegen een hardere lijn in delen van het Verzet en feitelijk ook in het kabinet, omdat hij ontsporingen vreesde bij zuivering en berechting.1)

Toen Gerbrandy kennisnam van de rede besloot hij Burger onmiddellijk, zonder hem zelfs te hebben gehoord, te ontslaan. Vooral Albarda, partijgenoot van Burger, was daarover zeer ontstemd. Hij sprak over Perzische staatszeden, die niet bij Nederland hoorden. Na een ministerraad kreeg Burger alsnog gelegenheid zelf ontslag in te dienen. Overigens was de verhouding tussen Burger en Gerbrandy al slecht. Die laatste had Burger 'een luis in mijn pels' genoemd.

1975: Jan Glastra van Loon

In 1975 was een interview met Vrij Nederland reden voor minister Dries van Agt om 'zijn' D66-staatssecretaris van Justitie Jan Glastra van Loon te ontslaan. Van Loon liet zich kritisch uit over de wachtlijsten in het gevangeniswezen en de leiding van het departement (met name van secretaris-generaal Albert Mulder), Indirect was dat ook kritiek op zijn eigen minister (die dat al sinds 1971 was). Van Agt zegde het vertrouwen in zijn staatssecretaris op.

Premier Den Uyl, die in Suriname was, kaartte de zaak onmiddellijk na zijn terugkomst aan. D'66-leider Jan Terlouw dreigde met vertrek uit het kabinet als het ontslag werd doorgezet en de PvdA verklaarde zich solidair. De uitkomst van overleg was echter dat dat Glastra van Loon zelf zijn ontslag zou aanbieden en er een nieuwe D'66-staatssecretaris zou komen, met hetzelfde takenpakket.

Bron: Biografisch Archief PDC

 

Prof. dr. Bert van den Braak is onderzoeker bij PDC en hoogleraar parlementaire geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht.

 

  • 1) 
    L.­ de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. 10a. Het Laatste Jaar (Tweede helft), 927 e.v.
  • 2) 
    Anne Bos, Verloren vertrouwen. Afgetreden ministers en staatssecretarissen 1967-2002, 69 e.v.