Montesquieu Institute: from science to society

Tussen leugen en waarheid

De vroegere voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy constateert in zijn boek 'Anti-memoires' dat er in de politiek tamelijk veel wordt gelogen. Het begrip 'liegen' is echter niet eenduidig. In ons eigen parlement werd lange tijd de beschuldiging 'liegen' niet toegestaan. Toen Kamervoorzitter Dick Dolman Marcel van Dam eens op de vingers tikte na gebruik van het woord 'leugen' wijzigde Van Dam de aantijging in "het tegendeel van de waarheid heb ik zelden pregnanter onder woorden gebracht gezien." Dolman stond dat wel toe, omdat 'leugen' een bewuste daad is en 'het tegendeel van de waarheid' een oordeel.1)

Sinds in 2001 het reglement van orde niet meer bepaalt dat de Voorzitter woorden kan schrappen, mogen Kamerleden elkaar en bewindslieden onbeperkt van leugens (en dus van kwader trouw) beschuldigen. Dat beschadigt niet alleen de beschuldigde politicus, maar ook het aanzien van de politiek. Een pregnant voorbeeld daarvan was het debat in april 2018 over formatiestukken met betrekking tot de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting. Zij die niet bij de formatiebesprekingen waren geweest en toch stellig beweerden te weten hoe het zat met die stukken, zou je net zo goed van 'leugens' kunnen betichten. Wat waarheid is, kan voor discussie vatbaar zijn. Het is soms een oordeel.

Dat over waarheid (en dus over leugenachtigheid) discussie mogelijk is, komt ook omdat intentie en 'mate van' er wel toe doen. Iemand kan zich echt vergissen of zich iets anders herinneringen dan in werkelijkheid is gebeurd. Er zijn talloze voorbeelden van verkeerde herinneringen, en dat speelt voor iedereen die in zijn of haar verleden moet graven. Dat iemand zegt zich iets niet meer goed of helemaal niet te kunnen herinneren, kan echter evenzeer een 'leugentje' zijn. Wie - met welke reden dan ook - een deel van een verhaal verzwijgt, liegt strikt genomen misschien niet, maar vertelt toch ook niet de (gehele) waarheid.

Denkbaar is verder dat iemand overtuigd is dat iets op een bepaalde manier heeft plaatsgevonden, maar (later) moet erkennen er naast te hebben gezeten. Was er dan sprake van een leugen? Onlangs liet een oud-minister ons weten dat in zijn biografie vermelde (betaalde) activiteiten voor de tabaksindustrie niet meer was geweest dan een eenmalig optreden. Zonder veel moeite was echter te achterhalen dat in de tijd dat de kwestie speelde de officiële mededeling was geweest dat er een keer of vier was 'gespard' bij een sigarettenfabrikant (toen was het tellen van de optredens blijkbaar ook al een probleem geweest). Was het een leugentje of een wat haperend geheugen?

De sociale media, maar ook opkomend populisme, lijken bij te dragen aan valse informatie. Recentelijk waren er de door een Italiaanse zender verdraaide uitlatingen (vertaling) van Dijsselbloem over de Italiaanse bankensector en een gemanipuleerd filmpje van een incident met een journalist die kritische vragen aan president Trump stelde. De omvang van doelbewuste campagnes met 'nepnieuws' rond verkiezingen is nog moeilijk precies vast te stellen. Dat ze er zijn, staat vast. En het zijn niet alleen 'verdachte' regimes, zoals die van Erdogan, Poetin of Orbán, die soms hun eigen waarheid scheppen en naar buiten brengen. In de aanloop van het referendum over de Brexit werd in bepaalde Britse media veel onwaarheid verteld over macht en functioneren van de Europese Unie.

De onthulling van Beatrice de Graaf dat koningin Wilhelmina in 1918 nauw betrokken was bij mogelijke vredesonderhandelingen, laat zien dat zelfs het jaren later achterhalen van 'de waarheid' moeizaam kan zijn. Haar artikel lijkt een nieuw licht te werpen op de komst van de keizer, maar sluitend bewijs dat Wilhelmina er persoonlijk voor zorgde dat Wilhelm in veiligheid werd gebracht, is er niet2). Als dat zo was, dan heeft Wilhelmina gelogen dat zij overvallen en onthutst was door diens komst. De 'waarheid' gaat helaas vaak mee in graven.

Verdraaiingen, (deels) verzwegen feiten, keiharde leugens, selectiviteit, propaganda en kleuring maken het achterhalen van de waarheid (en het ontmaskeren van leugens) tot een hels karwei. Voor burgers (kiezers) resteert er niet veel meer dan te hopen op kritische, onafhankelijke, pluriforme media en op het eigen vermogen om onwaarheid te herkennen. Een enigszins kritische houding is daarbij voorwaarde, maar dat moet weer niet ontaarden in structureel wantrouwen of scepsis. Een soort 'keurmerk' van betrouwbaarheid voor media en instellingen zou wenselijk zijn, maar is niet zo eenvoudig te realiseren.

Aperte leugens zijn vaak wel te weerleggen, maar er zal altijd een 'mistig' gebied blijven over wat 'de waarheid' is.


  • 1)

    Handelingen TK, 17 september 1980, p. 19

  • 2)

    Beatrice de Graaf, Vorstin op vredespad. Wilhelm II en het einde van de Eerste Wereldoorlog, TvG 131 (4), 577-604

1.

Deze bijdrage stond in