Montesquieu Institute: from science to society

Doorgeslagen fractiediscipline

Monday, October 30 2017, analysis by Geerten Waling

Waar macht is, is gekonkel. Dit is goed zichtbaar in veel landelijke politieke partijen – en al helemaal bij partijen die zijn afgedreven van hun idealisme en ideologische basis. Voorbeelden stapelen zich de laatste jaren op, met als meest recente voorbeelden de publicaties van de insiders Sharon Gesthuizen (SP) en Ybeltje Berckmoes (VVD), die allebei een boekje opendeden over hoe zij als Kamerleden werden bespeeld en vernederd als radertjes in de partijmachine. Beide boeken zijn niet gespeend van frustratie en rancune, maar dat doet niets af aan hun reële, controleerbare beschrijvingen van de rauwe werkelijkheid die schuilgaat achter de pittoreske muren van het Binnenhof.

Fractiediscipline hangt nauw samen met partijmacht. Beide zijn vormen van politieke druk op individuele volksvertegenwoordigers (niet alleen in de Tweede Kamer), waar zeker iets voor te zeggen valt. Voor de herkenbaarheid en geloofwaardigheid van de partij is nu eenmaal, net als in een bedrijf, een stevig PR- en personeelsbeleid nodig. Maar Gesthuizen en Berckmoes tonen wel aan dat de macht van de fractie- en partijbesturen en de invloed van de afdeling Voorlichting ongewenste slachtoffers maken: zij dreigen de integriteit en het idealisme van Kamerleden aan te tasten.

Juist met de krappe coalitie van Rutte-III (50% plus één in beide Kamers) is de toe-eigening van zetels en volksvertegenwoordigers door hun partijen iets om voor te waken. De wet is er helder over: de leden van de Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk (art. 50 GW) en dat doen zij zonder last (art. 67, lid 3 GW). Partijen hebben geen wettelijke privileges, waarmee Nederland dus staatsrechtelijk een kiezersdemocratie is – en partijen louter een vehikel tussen kiezer en gekozene.

Kiezersdemocratie of partijendemocratie?

Maar de realiteit van de dagelijkse politiek is een heel andere. Daarin is niet de partij het instrument, maar zijn de volksvertegenwoordigers de middelen – en lijkt de partij(macht) het doel te zijn geworden. We leven dus formeel in een kiezersdemocratie, maar die gedraagt zich als een partijendemocratie. Deze twee vormen botsen continu en vormen in die botsing het eigenaardige en niet altijd disfunctionele stelsel van de Nederlandse parlementaire democratie.

In mijn boek Zetelroof (2017) analyseer ik die botsing in het licht van het fenomeen van de fractieafsplitsing, maar ook van de partij- en fractiediscipline. Ik dacht dat ik die laatste in mijn boek misschien iets te veel had aangedikt, voor polemische doeleinden. Maar na het lezen van de getuigenissen van Gesthuizen en Berckmoes moet ik constateren dat de partijmacht in mijn analyse nog uiterst gunstig afsteekt bij hun ervaringen.

Marionetten

Het instrumentarium van politieke partijen om hun politici als marionetten te bespelen mag dan in de wet geen basis vinden, dat belet partijen niet om via geraffineerde, onzichtbare lijntjes de ledematen van hun Kamerleden te besturen. Het toekennen, opsplitsen en ontnemen van woordvoerderschappen in de Kamerfractie behoren daartoe, evenals het beloven (of ontzeggen) van lucratieve baantjes na het Kamerlidmaatschap.

We leven in cynische tijden. Inwoners van verschillende gemeenten en provincies worden opgescheept met burgemeesters en andere bestuurders die niet primair de ambitie hebben om over hun belangen te waken, maar die hun nieuwe ambt mokkend accepteren – wetende dat dit naar omstandigheden het beste aanbod is dat zij zullen krijgen. Zij zijn gefnuikte, gefrustreerde ex-politici die ergens een misstap hebben begaan of in botsing zijn geraakt met de persoonlijkheden of ideeën van het fractie- of partijbestuur.

De gedachte dat een goede politicus per definitie ook een goede bestuurder is, is al uiterst bedenkelijk. Maar dat een slechte, afgeschreven politicus een gepassioneerde, allround bestuurder zou zijn, klinkt ronduit ongeloofwaardig. De uitwerking van fractie- en partijdiscipline anno 2017 is dan ook slecht nieuws voor de kwaliteit van het openbaar bestuur – en al helemaal voor het vertrouwen van burgers in hun bestuurders. Om over het voortdurend dalende vertrouwen van burgers in politieke partijen nog maar te zwijgen.


Dr. Geerten Waling is historicus en postdoc onderzoeker aan de Universiteit Leiden. Hij is auteur van onder meer Zetelroof. Fractiediscipline en afsplitsing in de Tweede Kamer, 1917-2017 (Nijmegen: Vantilt 2017). Meer informatie: www.geertenwaling.nl