Montesquieu Institute: from science to society

Het Europees Semester

Sofie Wolf is docent Staats- en Bestuursrecht bij de Universiteit Maastricht.

Het Europees Semester is een jaarlijkse, zes maanden durende cyclus van economische en budgettaire beleidscoördinatie en toezicht binnen de EU die werd geïntroduceerd na de financiële en staatsschuldencrisis van 2009. Het doel van het Semester is het versterken van de coördinatie van het economisch beleid in de EU.

Op 15 september jl. publiceerde het Montesquieu Instituut haar zesde policy paper, dit keer over het Europees Semester. De schrijvers gaan in op de rol van parlementen in dit semester en op de landspecifieke economische aanbevelingen van de Europese Commissie aan de lidstaten, de jaarlijkse groeianalyse van de Commissie en de coördinatie van economisch beleid in nationale begrotingscycli. Aan het einde wordt door de MI-fellows een aantal aanbevelingen gedaan om diepgaandere parlementaire controle en zeggenschap te bevorderen:

Het ritme van het Semester

Aan het einde van elk jaar publiceert de Europese Commissie haar jaarlijkse groeianalyse en het waarschuwingsmechanismerapport. Dit is de voorbereidende fase van het Europees Semester. De eerste fase van het Semester begint in januari wanneer de nationale ministers in verschillende formaties van de Raad debatteren over de analyse en het rapport. De staatshoofden en regeringsleiders vergaderen dan ook over de gebieden die (beter) gecoördineerd moeten worden. In dezelfde fase behandelt ook het Europees Parlement de jaarlijkse groeianalyse en brengt hierover een verslag uit. 

In februari publiceert de Commissie de landenreportages voor elke EU-lidstaat, met voor elk een analyse over de economische situatie en het economisch beleid. Daarnaast geeft de Commissie aan op welke lidstaten de buitensporigtekortprocedure van toepassing is. Tegelijkertijd beslist de Europese Raad, op basis van de jaarlijkse groeianalyse, over de prioriteiten van de EU voor het economisch beleid.

In de tweede fase van het Europees Semester, die in april start, presenteren de EU-lidstaten hun nationale hervormingsprogramma's en hun stabiliteits- of convergentieprogramma’s aan de Europese Commissie. De Commissie evalueert de plannen en stelt concepten voor landspecifieke aanbevelingen op. Deze worden door de Raad in juli vastgesteld.

Tussen juli en het einde van het jaar hebben de lidstaten vervolgens de tijd om deze aanbevelingen in hun nationale begroting te verwerken. Deze fase wordt daarom ook wel het ‘Nationale Semester’ genoemd. In 2015 is wat betreft de landspecifieke aanbevelingen vooral nadruk gelegd op de topprioriteiten voor iedere staat, met als doel een betere uiteindelijke implementatie en meer betrokkenheid bij het nationale niveau.

Het Semester in de toekomst

Er zijn al wel verbeteringen in het Semester gemaakt: de Commissie is de analyse van lidstaten en de eurozone als geheel drie maanden eerder gaan publiceren dan de voorgaande jaren - dit was met het oog op het 2015-semester bijvoorbeeld eind november 2014. Verder vindt er meer contact plaat in een dialoog tussen de Commissie, lidstaten en sociale partners, vooral om uitvoering van beleid te verbeteren en te verzekeren. 

Naar verwachting van het Centraal Planbureau zal de economische groei in Europa verder blijven aantrekken, tot 1,7 procent in 2015 en 1,8 procent in 2016. Ook in Nederland herstelt de economie zich verder in 2015. Nederland heeft belangrijke vooruitgang geboekt met de Europa-2020 doelstellingen. De begroting is op orde gebracht en er zijn vergaande hervormingen doorgevoerd. Het resultaat hiervan is dat de Commissie voor 2015 geen aanbevelingen aan Nederland heeft gedaan over de thema’s zorg en arbeidsmarkt. Ook zijn er geen aanbevelingen gedaan over de eisen uit het Stabiliteits- en Groeipact. deze zijn er wel over onder andere het pensoenstelsel en de woningmarkt. Het kabinet kan zich hierin tot op zekere hoogte vinden.

De manier waarop nationale parlementen zich hebben aangepast aan het Europees Semester verschilt van land tot land. Sommige parlementen hebben nieuwe procedures ontwikkeld, andere hebben ervoor gekozen om bestaande procedures aan te passen - waaronder het Nederlandse parlement. Beide kamers hebben de termijn voor behandeling van de begroting ingekort. De Eerste Kamer behandelt de begroting daardoor alleen nog op hoofdlijnen. De rol van het Nederlandse parlement in het Europees Semester is overigens klein. Zij is met name controleur van de eigen regering, omdat de regering namens Nederland handelt binnen het Europees Semester. Daarom worden in de policy paper bovengenoemde aanbevelingen gedaan om de positie van het nationale parlement te versterken.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 26 oktober 2015.