Montesquieu Institute: from science to society

Premier Rutte moet niet wegduiken in het Catshuis

De komende tijd gaat de top van de twee coalitiepartijen en gedoogpartner PVV in conclaaf in het Catshuis om het regeerakkoord bij te stellen. Nieuwe bezuinigingsafspraken zijn nodig om de begrotingsdiscipline in Nederland te handhaven waarop de Europese Commissie streng gaat toezien. Zo’n update van het regeerakkoord kan op wijsheid duiden, maar evengoed is het een nieuwe uiting van het onderlinge wantrouwen tussen de partijen.

Ook een geactualiseerd regeerakkoord blijft een stuk elastiek waarvan de rek voortdurend op de proef wordt gesteld. Tijdens kabinetten met een zware bezuinigingstaakstelling is het vaak zo dat de politieke agenda amper ruimte overlaat voor andere onderwerpen waar de deelnemende partijen mooie dingen voor de mensen mee kunnen doen. Het kabinet dat kat en muis speelt met Wilders worstelt al sinds het begin met ambities en taboes.

Ambities tot strenger beleid zoals over immigratie blijven hangen in symboliek vanwege de Europese rechtsregels. Taboes zoals over de hypotheekrentaftrek staan door Europa onder druk. En het afgesproken begrotingstekort van maximaal drie procent wordt voor Rutte een veel moeilijker thuiswedstrijd dan misschien gedacht tijdens de afgelopen Eurotoppen.

Het is dan ook niet meer dan logisch dat de partijleiders van VVD en CDA samen met de PVV tot enkele goede gesprekken in het Catshuis willen komen. Dit heet dan een ‘tussenformatie’, een term die mooi aangeeft hoe belangrijk in Nederland informeel en zoveel mogelijk van de buitenwereld afgesloten overleg is om politieke deals te sluiten. Verplichtingen gemaakt tijdens kabinetsformaties worden tegenwoordig door vrijwel iedereen gerelativeerd, maar als er tijdens de rit nieuwe afspraken moeten komen, dan wordt het toch maar weer een ‘tussenformatie’ genoemd.

De tussenformatie is een variant van dit soort informeel overleg in de coalitietop waarin Nederland kennelijk gewoon gevangen zit. Bij zaken waar nog geen uitgesproken tegenstellingen tussen de coalitiepartijen aan de orde zijn, wordt er doorgaans onzichtbaar binnen de boezem van het kabinet aan oplossingen gewerkt. Slimme premiers hanteren nog andere procedures. We herinneren ons de biechtstoelprocedure van Lubbers om afzonderlijke ministers hun politieke zonden te laten bekennen.

In België worden gefrustreerde bewindslieden soms in een ‘gilhokje’ geplaatst. Als er wel partijpolitieke strijdpunten bestaan en er risico is van escalatie, dan komen de fractievoorzitters en andere partijprominenten erbij. In Nederland hebben diverse varianten van conflictbeheersing in de coalitie de afgelopen decennia hun nut bewezen – en ze zijn alle door critici als intransparant en ondemocratisch bestempeld. Sinds Pim Fortuyn staat het verschijnsel bekend als oude politiek. Maar het vermaledijde ‘torentje-overleg’ van de coalitietop uit de periode van de Paarse kabinetten keerde terug in de jaren van Balkenende. En nu is er dus de tussenformatie met Wilders op de drempel van het Catshuis.

Maar premier Rutte is er nog lang niet als hij zijn partners de ambtswoning binnenhaalt voor besloten overleg. Er zijn nog andere kwaliteiten nodig voor een regeringsleider om houdbare politieke afspraken te maken en spanningen beheersbaar. Er moeten voldoende inhoudelijke ruilmiddelen op tafel komen om de verlies- en winstrekening van de partijen in evenwicht te houden en er is goede timing nodig. Lubbers en Kok waren meesters in politiek simultaanschaken en slaagden erin de partners binnen boord te houden. In het geval van Lubbers overigens wel ten koste van de bezuinigingstaakstellingen, die door zijn kabinetten bij lange na niet werden gehaald.

De controle vanuit de Europese Commissie op de binnenlandse begrotingspolitiek zal altijd beperkt blijven, maar met cosmetische bezuinigingen en beleidsveranderingen komen de partijen niet weg. Er is de afgelopen dagen wat beweging gekomen in onderwerpen en standpunten, maar premier Rutte moet meer dan tot dusver laten zien dat zijn arm lang genoeg is om die beweging een duidelijke kant op te duwen.

Lubbers mocht als CDA-leidsman in 1986 van de kiezers ook zijn karwei afmaken, wat we van dat karwei verder ook mogen denken. De ervaring van de afgelopen anderhalf jaar leert dat ook premier Rutte beter niet een ander in aanvalspositie kan laten komen en zelf in de verdediging. Dat heeft een premier nooit winst opgeleverd.

Februari 2012

Arco Timmermans, onderzoeksdirecteur van het Montesquieu Instituut