Montesquieu Institute: from science to society

‘Dat geldt met name lucht en water’

Lubbers liet de koningin iets te veel pr bedrijven voor zijn kabinet

In de troonrede van 20 september 1988 probeerde minister-president Lubbers een positieve draai te geven aan het hardnekkige beeld dat zijn kabinet op milieugebied slecht presteerde. Zure regen, stervende bossen en de ontdekking van veel oude gifbelten. Toen het economisch herstel zich begon af te tekenen, was iedereen ermee bezig. In 1987 klonk in de Ridderzaal nog de dramatische zin: ‘Het milieu wordt ondanks alle inspanning nog steeds van vele kanten bedreigd en verslechtert zelfs in sommige opzichten.’ Ter bemoediging liet Lubbers de koningin het jaar daarop declameren: ‘Het land is de afgelopen jaren schoner geworden. Dat geldt met name lucht en water.’ Daarmee ging hij een brug te ver. Opschudding alom.

Lubbers had niet verwacht dat deze kleine zinnetjes tot zo veel commotie zouden leiden. De actuele politieke situatie speelde daarbij een rol. Op de dag na prinsjesdag begon het slotdebat over de zgn. paspoortaffaire, dat op 22 september uitmondde in een bijna-kabinetscrisis. Lubbers stelde de vertrouwenskwestie om te voorkomen dat coalitiepartner-VVD een motie tegen CDA-kroonprins Van den Broek zou steunen, en de liberalen gingen opnieuw onder het juk door. Pikant was dat het debat draaide om het begrip ‘onjuiste informatie’. Onder druk van Lubbers slikten VVD en CDA zowel de ontkenning van Van den Broek, als de conclusie van de paspoort-enquête dat er wel degelijk onjuist geïnformeerd zou zijn.

De stok om de ambitieuze premier bij de algemene beschouwingen even terug te tikken, was snel gevonden. Lubbers wilde graag verbindingen leggen, bruggen bouwen. Hij vreesde een gevoel van machteloosheid bij te veel slecht nieuws en had de zaak willen ‘verbreden’. Hij kwam van een koude kermis thuis. Van Mierlo sprak van ‘misleidende informatie’. Het land was niet schoner geworden en zou dat nooit worden door dit soort sussende geluiden. Anderen beschuldigden Lubbers van zelfgenoegzaamheid, mooi-weer-verhaaltjes en het verdraaien van feiten. Hij had de koningin niet voor zijn karretje mogen spannen.

Toen Beckers (PPR) hem opriep de passage terug te nemen omdat hij moeilijk vol kon houden dat het milieu de afgelopen jaren schoner was geworden, antwoordde de premier: ‘Het staat er ook niet.’ Hij had alleen water en lucht bedoeld. Van Mierlo bestreed dat: de formulering hield in dat het milieu over de hele linie schoner was geworden, en water en lucht in het bijzonder. Lubbers riep hem op het toch maar even na te kijken in de Van Dale.

In de pauze van het debat zou de premier hebben verzucht dat hij de tekst veel ambtelijker had opgeschreven, maar dat een Neerlandicus er ‘met name’ tussen had gefrommeld vanwege de leesbaarheid. Inmiddels had Van Mierlo de laatste druk van de Van Dale (de elfde uit 1984) erbij laten halen. Daaruit bleek dat Lubbers ongelijk had. De eerste, verouderde betekenis van ‘met name’ was: ‘met de naam van’, de tweede: ‘inzonderheid (gebruikt om een of meer zaken uit een aantal bij de naam aan te duiden)’.

De volgende dag gaf Lubbers ruiterlijk toe dat hij de zin zelf had bedacht, én dat hij ongelijk had. Hij zou de tiende druk hebben gebruikt, die zich in het Torentje bevond. ‘We zullen een nieuwe Van Dale aanschaffen.’

Het debat kreeg nog een staartje toen de koningin later in haar kerstboodschap een lange passage wijdde aan milieuvervuiling , kennelijk ter correctie op de troonrede. Lubbers zag die tegenstelling helemaal niet. Staatshoofd en premier werkten juist goed samen. Van troonredes die de koningin uitsprak, werd elk zinnetje doorgenomen. Zij opende haar kerstboodschap in 1988 weliswaar pessimistisch, maar de kern was dat vertwijfeling niet tot ontmoediging hoefde te leiden. Precies de toon die Lubbers in de troonrede had willen aanslaan.

Wat rest is een stukje taalkundig erfgoed, zij het niet zoals de oorspronkelijke auteur het had bedoeld. Vanaf de twaalfde druk uit 1992 vinden we namelijk in Van Dale’s Groot Woordenboek der Nederlandse Taal onder het lemma ‘name’: 

‘in het bijzonder (gebruikt om een of meer zaken uit een aantal bij de naam aan te duiden): Het land is de afgelopen jaren schoner geworden. Dat geldt met name lucht en water (Troonrede, 1988).’

Johan van Merriënboer, Centrum voor Parlementaire Geschiedenis

augustus 2011.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 29 augustus 2011.