Montesquieu Institute: from science to society

Hoe demissionair is het huidige kabinet nu eigenlijk?

Monday, April 26 2021, 13:00, Aalt Willem Heringa

Een demissionair kabinet: de leer is dat de regering een door het parlement als controversieel aangemerkte kwestie niet mag aanpakken, behalve met instemming (zoals nu wegens corona). En die instemming is er dan ook inderdaad voor de aanpak van de corona pandemie. Nu is het geval dat het demissionaire kabinet-Rutte III een meerderheid in de Tweede Kamer heeft. En dit is nota bene een meerderheid die groter is dan voor de verkiezingen van maart 2021 (dat was ook zo in 1998 toen kabinet-Kok II groter terugkeerde en na een snelle formatie met dezelfde partijen doorging; en ook in 1977 toen de partijen die het kabinet-Den Uyl vormden samen groter werden nadat dit kabinet door onenigheid was gevallen). Dus voor besluiten die door de coalitiepartijen gedragen worden is er momenteel een meerderheid.

Daarnaast is er, vooral nu na de ontwikkelingen ten aanzien van de verkenning en informatie, niet echt een alternatief. De coalitiepartijen werken daarom mee, ondanks de uitgesproken scepsis gezamelijk onder en met Rutte, aan datgene wat nodig is. En dat kan zoals het er nu uitziet nog tamelijk lang gaan duren. Zij zijn dus in wezen tot elkaar veroordeeld, want wie durft of wil dit kabinet nu op dit moment echt laten struikelen? De ChristenUnie kan dat met goed fatsoen niet meer doen nadat zij de motie van wantrouwen niet steunde om een kabinetscrisis te vermijden, en (desondanks) een paar dagen later liet weten niet onder Rutte in een nieuw kabinet te willen gaan zitten. Voor het CDA en D66 geldt hetzelfde: en dat terwijl beide zich niet zo hard als de Christenunie tegen een nieuw kabinet Rutte hebben uitgesproken. En de VVD zal Rutte evenmin willen laten struikelen. Wie wil nu gezien worden als breker van het kabinet, waar er evenmin een snel alternatief is?

Dat alles vergroot de macht van het demissionaire kabinet; ook al is er debat of onvrede over Corona beleid, de vier coalitiepartijen zijn tot elkaar veroordeeld en het kabinet kan door. Wel lijkt het erop dat het kabinet meer dan vroeger gevoelig is voor kritiek en oproepen uit de samenleving, en gezag en greep lijkt te verliezen.

Ondertussen staan er grote dossiers op stapel over (de nasleep van) corona, over de begroting voor 2022, over uitvoering van wetgeving, over milieu, over wonen en bouwen, over stikstof, over de (duur van) corona gerelateerde steunplannen, over het begrotingstekort. Dit soort dossiers komen of zitten al op het bord van het demissionaire kabinet, en de vraag rijst hoe de coalitiepartijen daarmee omgaan. Het kabinet is dan wel demissionair maar kan, mits het dat goed organiseert, wel door met een meerderheid in de Tweede Kamer. Er is geen afgeronde formatie en geen regeerakkoord. Je zou dus kunnen zeggen dat er een mogelijkheid is voor een ultieme vorm van dualisme. Dit hangt echter af van de vraag of de coalitiepartijen elkaar blijven vasthouden om niet de bestuurbaarheid in deze tijden te zeer in gevaar te brengen. Het kabinet is formeel demissionair, maar het staatsrecht leert ook dat een kabinet/minister geacht wordt het vertrouwen te hebben totdat dit wordt opgezegd. Dooor de verwerping van de motie van wantrouwen tegen Rutte kunnen we die fictie nog wel even volhouden. Kortom, hoe demissionair is het huidige kabinet eigenlijk?

Eigenlijk zouden degenen die een (versterkt) dualisme bepleiten blij moeten zijn. Er is nu geen ‘geldend’ regeerakkoord; er is een kabinet dat nog steeds geacht kan worden het vertrouwen van de meerderheid te hebben (totdat het tegendeel bewezen is); en voor het overige is het aan de Tweede Kamer en de wederzijdse tolerantie van de coalitiepartijen om eigenzinnig gedrag van elkaar te accepteren.

De Tweede Kamer heeft nog steeds de mogelijkheden om het kabinet naar huis te sturen, dus hebben we nu zoiets als een parlementair demissionair kabinet. Als de meerderheid er genoeg van heeft (en dus een of meer coalitiepartijen het kabinet willen opblazen) kan een daartoe strekkende motie worden aanvaard, of kan die partij er uitstappen, en dan vallen we terug op eerder beproefde (maar momenteel weinig aantrekkelijke) varianten van een rompkabinet, dat dan inderdaad een beperkter mandaat heeft en moet zien om te gaan met diverse (wisselende?) meerderheden. Weinig aantrekkelijk dus. Dat gegeven versterkt de positie van het huidige demissionaire kabinet.'

Juridisch gezien zijn de ministers en staatssecretarissen nog steeds bewindslieden: weliswaar is hun ontslag aangeboden door Rutte, maar die aanvraag is niet geëffectueerd, maar door de Koning in overweging genomen (met het verzoek al datgene te doen wat zij in het belang van het Koninkrijk noodzakelijk achten). En dat laatste uiteraard in overeenstemming met de parlementaire spelregels. Kortom, we leven naast de coronapandemie ook in unieke parlementarie tijden: de nieuwe vorm van de kabinetsformatie, een demissionair kabinet dat zijn dualisme kan beproeven nadat het tijdens de verkiezingen een nog grotere meerderheid heeft in de Tweede Kamer (en niet van tevoren zoals Den Uyl gevallen is door interne onenigheid), geen mogelijkheden tot een snelle formatie, een verworpen motie van wantrouwen tegen een demissionaire premier. In deze tijden moet een een kabinet dat net zo demissionair is als het parlement oefenen met dualisme, een nieuwe cultuur, stabiele regeringsvorming en ontwikkeling van nieuwe balansen in het parlementair stelsel. Uniek is het zeker, eenvoudig niet.


Aalt Willem Heringa is hoogleraar vergelijkend constitutioneel en administratief recht aan de Universiteit van Maastricht. Daarnaast is hij sinds 1 april 2012 directeur van het Montesquieu Instituut Maastricht.

1.

Deze bijdrage stond in