Montesquieu Institute: from science to society

Europese financiële politiek: herstel en versterk de Europese Unie

Oorspronkelijk gepubliceerd op 21 december 2020 in de Hofvijver van het Montesquieu Instituut.

Voor de Europese financiële politiek is 2020 een roerig jaar geweest, dat vooral in het teken stond van de coronacrisis. In april jl. werd een snelle start gemaakt met drie economische vangnetten voor staatsbegrotingen, bedrijven en werkgelegenheid. De totale omvang van het noodpakket was € 540 mrd waarvoor grotendeels werd geput uit bestaande fondsen, zodat snelle besluitvorming mogelijk was.

Veel langer duurden de onderhandelingen over de omvang en modaliteiten van een nieuw aanvullend herstelfonds van € 750 mrd. De besluitvorming daarover werd gekoppeld aan de nieuwe meerjarenbegroting voor 2021 t/m 2027. Pas aan het eind van het jaar werd overeenstemming bereikt, na grote spanningen die af en toe vooral door het optreden van enkele ‘vrekkige’ lidstaten het karakter aannamen van een politieke crisis. De felle discussies gingen over enkele fundamentele vernieuwingen die uiteindelijk toch tot stand kwamen. Gemeenschappelijk uitgegeven EU-obligaties werden mogelijk gemaakt, evenals eigen Europese belastingen. Bovendien werd in een late fase nog een compromis bereikt over een nieuw rechtsstaatsmechanisme, dat een koppeling legt tussen de ontvangst van EU-middelen en de eerbiediging van de rechtsstaat.

De Europese Unie weet crises altijd wel weer te bezweren. Maar daarna is er steeds een neiging tot voortmodderen. Er is echter een drastische versterking van de EU nodig, omdat Europa geopolitiek in zwaar weer is beland. Het mondiale krachtenveld is sterk in beweging (Brexit, China, Rusland, Turkije). De nieuwe president van de VS, Joe Biden, zal weliswaar een constructievere houding ten opzichte van Europa aannemen dan zijn voorganger, maar zijn slagkracht zal zeer beperkt zijn met een politiek volledig gespleten Amerika. Europa zal geheel op eigen benen moeten gaat staan.

Meer stappen zijn dan ook nodig om de integratie te versterken. Voor de financiële politiek betekent dit dat deze consequent gericht moet worden op strategische doelen, zoals veiligheid, terrorismebestrijding, migratie, informatietechnologische ontwikkeling, klimaatpolitiek en financieel-economische kracht. Zeker wanneer daar nieuwe financieringsmiddelen voor nodig zijn, kan juist de financiële politiek met een samenhangende begroting een adequaat instrument bieden om de doelen en de daarbij passende maatregelen goed op elkaar af te stemmen. Doelmatigheidsstudies en kosten-batenanalyses, vanouds beproefde instrumenten van de financiële politiek, kunnen goede diensten bewijzen.

Nu al moet een beleid voor herstel van de gevolgen van de coronacrisis worden gecombineerd met een aanpak van strategische versterking voor de langere termijn. In dit opzicht is zeker van belang dat besloten is dat het nieuwe herstelfonds vooral op ‘groene transitie’en ‘digitale transformatie’ dient te zijn gericht. Om een beroep te kunnen doen op het fonds moeten de lidstaten plannen voor ‘herstel en veerkracht’ opstellen. Zo kunnen niet alleen de gevolgen van de corona-crisis worden opgelost, maar kan ook een sprong voorwaarts worden gemaakt met de versterking van de Europse Unie.

Dat zou ook kunnen gebeuren bij de financieel-economische politiek in enge zin omdat in 2020 enkele stappen zijn gezet met het naderbij brengen van een banken- en kapitaalmarktunie. Door de financiering van het herstelfonds met door de gezamenlijke lid-staten gedekte obligaties wordt een nieuw fundament gelegd voor een Europese kapitaalmarkt. Verder is onlangs na veel onderhandelen besloten het Europese Stabiliteits Mechanisme te versterken zodat het een vangnet gaat vormen als een grote bank zou omvallen. Dat vergroot de financiële stabiliteit in Europa. Tevens is hiermee aan een belangrijke voorwaarde voldaan om de bankenunie een nieuwe impuls te geven. Ook het sluitstuk daarvan, een Europees depositostelsel, is zo naderbij gekomen.

In de bankenunie speelt de Europese Centrale Bank via het bankentoezicht een belangrijke rol. Daarnaast is er het monetaire beleid van de ECB. Dat dient in een nadere discussie over herstel en versterking van de Europese Unie zeker ook aan de orde te komen. Al ver voor de corona-crisis werd de ECB noodgedwongen van uitvoerder van het gebruikelijke monetaire beleid tot een zelfstandige actievoerder. De programma’s van massieve aankopen van miljarden euro’s aan staatsobligaties waren daarvan het meest in het oog lopende symbool. Deze werden nog aangevuld met corona-programma’s, die vorige week opnieuw werden verhoogd en verlengd. Het is opmerkelijk dat in ons land een publieke discussie hierover nagenoeg ontbreekt, terwijl wel langdurig en in kritische zin werd gedebatteerd over de inhoud van de financieel-economische politiek van de Europese Raad.

Toch is van belang boven tafel te houden dat we op de wat langere termijn terug moeten naar een andere verhouding tussen acties van Europese Raad en ECB. Iedere lidstaat zou vanuit zijn specifieke economische structuur moeten deelnemen aan een nieuw en stevig programma van de Europese Unie. Het zou goed zijn na te gaan hoe een actieve economische overheidspolitiek de duurzame groei en investeringen zodanig kan stimuleren, dat na het herstel van de coronacrisis een voortzetting van het actievoerende ECB-beleid gemitigeerd dan wel zelfs overbodig kan worden.

De coronacrisis heeft met haar ernstige maatschappelijke en economische gevolgen de wereld volledig in verwarring gebracht. Nu de vaccins op komst zijn, is er echter nieuwe hoop, ook op een sterker Europa. Niet alleen de gevolgen van de crisis moeten worden opgelost. Van de crisis moet gebruik worden gemaakt om bij de Europese integratie, waaronder de financiële eenwording, stappen voorwaarts te zetten. En wel in de richting van een sterk Europa dat goed overeind kan blijven in een onberekenbare en bedreigende wereld.

 

Dr. J.K.T. Postma was in verschillende functies verbonden aan het ministerie van Financiën, op het laatst als secretaris-generaal.