Montesquieu Institute: from science to society

Invloed van de Tweede Kamer op EU veel groter dan vaak gedacht

Wednesday, January 13 2021, 9:49, analysis by dhr Thijs Heezen

Oorspronkelijk gepubliceerd op 21 december 2020 in de Hofvijver van het Montesquieu Instituut.

 

In maart 2021 vinden er Tweede Kamerverkiezingen plaats. De Tweede Kamer heeft, als één van de hoogste besluitvormende organen van lidstaat Nederland, op verschillende wijzen invloed op de EU. Het Montesquieu Instituut gaat in aanloop naar de verkiezingen van 2021 elke maand in op de werking van de verkiezingen. Deze maand, in het thema van de Europa Special van de Hofvijver: de invloed van de Tweede Kamer op de EU, die groter is dan vaak gedacht wordt.

Directe invloed op Europese wetgeving

Een belangrijk middel voor de Tweede Kamer om invloed op de EU uit te oefenen is het subsidiariteitsbeginsel. Dit beginsel houdt in dat politieke besluiten op een zo laag mogelijk niveau moeten worden genomen. Dit betekent dat de EU alleen een bepaald besluit mag nemen als vaststaat dat dit niet goed op het nationale, regionale of lokale niveau kan gebeuren.

Nationale parlementen hebben nadat de Europese Commissie ze een wetsvoorstel heeft toegestuurd acht weken de tijd om te bepalen of zij van mening zijn dat dit voorstel in strijd is met het beginsel. Gaat het hierbij om een derde van de parlementen die dit inderdaad van mening is, dan kunnen zij een ‘gele kaart’ trekken en moet de Commissie het wetsvoorstel in heroverweging nemen. Bij de helft van de parlementen wordt dit een ‘oranje kaart’. De Tweede Kamer is voor deze wijze van invloed uitoefenen dus wel afhankelijk van haar nationale en Europese collega’s.

Daarnaast heeft de meeste Europese wetgeving de vorm van een richtlijn, wat inhoudt dat hoe vastgestelde doelstellingen bereikt moeten worden aan de lidstaten zelf is. Het kabinet maakt op basis van een Europese richtlijn een nationale wet die naar de Tweede Kamer wordt gestuurd, waarna deze amendementen mag indienen alsook het voorstel afkeuren. De uiteindelijke wet moet echter wel weer voldoen aan de Europese kaders omdat Nederland anders een conflict met de Commissie en mogelijk een straf riskeert.

Invloed op inzet nationale bestuurders in Europa

De Tweede Kamer kan enige invloed uitoefenen op de inzet van nationale bewindspersonen in Europees verband. Zo kan zij voorafgaand aan bijeenkomsten van de Raad van Ministers en de Europese Raad de nationale politici verzoeken bepaalde standpunten in te nemen of aangeven binnen welke grenzen er onderhandeld zou moeten worden. De Kamer kan de bewindspersonen ook achteraf verzoeken om een toelichting te geven van de resultaten.

De Tweede Kamer heeft ook de beschikking over het zogenaamde parlementair voorbehoud. Dit houdt dat als er in de Raad van Ministers een wetsvoorstel wordt besproken wat de Kamer erg belangrijk acht voor het land, zij de regering kan vragen hier niet mee in te stemmen voordat er een debat tussen de Kamer en het kabinet is gevoerd. Na een parlementair voorbehoud is de regering verplicht de Tweede Kamer te informeren over de voortgang van het voorstel.

Huidige positie Tweede Kamer tegenover de EU

Van de huidige 15 Tweede Kamerfracties zijn 9 er te benoemen als, in een bepaalde mate, eurosceptisch. Dit zijn de PVV, de SP, de ChristenUnie, de Partij voor de Dieren, de SGP, Forum voor Democratie, 50Plus, Lijst Henk Krol en fractie-Van Kooten-Arissen. Hierbij hebben de populistische PVV en Forum voor Democratie de sterkste mening: zij pleiten voor een vertrek van Nederland uit de EU. Hierna volgen Lijst Henk Krol en de SP die sterke Europese hervormingen willen waarmee de Unie substantieel zou veranderen en een hoog aantal bevoegdheden weer terug zouden keren op het nationale niveau. Vervolgens zijn er de partijen als Partij voor de Dieren, de ChristenUnie, de SGP en 50Plus die het nut van de EU wel zien maar toch aanzienlijke veranderingen zouden willen, vooral ten behoeve van het centrale issue waar ze voor staan (flora en fauna, religie, ouderen). In totaal hebben de eurosceptische fracties nu 53 zetels in de Tweede Kamer1.

Partijen die wat betreft Europa onder het midden geschaard zouden kunnen worden, met daarbij wel enige nuances, zijn de VVD, het CDA en Denk. De VVD is als liberale partij vooral gericht op het economische nut van de EU maar ziet ook op andere gebieden tegenwoordig de waarde van de Unie in. In het afgelopen verkiezingsprogramma werd benadrukt dat een grotere rol voor de EU nodig is voor het veiligstellen van de Europese veiligheid. De VVD blijft echter ook veel Europese wetgeving als onnodige bemoeienis zien. Het CDA wil een zelfbewuste Europese Unie die breder gefocust is dan de interne markt maar ziet daarbij wel noodzaak tot flinke aanpassingen met de nadruk op meer maatwerk. Denk staat ook achter deze bredere rol, maar de partij benadrukt wel dat het nationale belang voor het Europees belang gaat. Het heeft kritiek op het geldverslindende en bureaucratische karakter van de EU. Desalniettemin spreekt Denk zich duidelijk uit als voorstander van de Unie. Deze drie partijen hebben samen 54 zetels in de Tweede Kamer.

Tenslotte zijn er de partijen die volmondig achter een sterke Europese Unie staan: D66, GroenLinks en de PvdA. D66 gaat daar het verst in: de partij pleit voor het opnemen van het Nederlandse EU-lidmaatschap in de Grondwet. GroenLinks en de PvdA willen beide een sterk Europa met een breed takenpakket en een actieve Nederlandse inzet. Deze drie partijen hebben samen 42 zetels in de Tweede Kamer.

Tweede Kamer heeft substantiële invloed op EU

De Tweede Kamer kan veel meer invloed op de gang van zaken in ‘Brussel’ uitoefenen dan vaak wordt gedacht of soms zelfs voorgesteld. ‘Europa’ is niet iets dat het parlement overkomt, hoewel eurosceptische partijen die indruk soms wel graag willen geven. De Kamer heeft vele mogelijkheden om de Nederlandse rol in Europa bij te sturen en indien gewenst kan ze zelfs radicaal ingrijpen.

 

Thijs Heezen is bestuurskundige met als specialisatie het internationale en Europese beleid. Hij is als stagiair-redacteur verbonden aan de redactie van PDC en het Montesquieu Instituut.