Montesquieu Institute: from science to society

Wilders en de ‘laffe rechters’. Over de populistische visie op de rechtsstaat

‘De rechtsstaat begraven’, ‘politiek proces’, ‘laffe rechters’ – tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen op 17 september trok PVV-leider Geert Wilders weer flink van leer tegen de rechterlijke macht, net zo als hij dat ook had gedaan na de uitspraak van het gerechtshof Den Haag op 4 september. Wilders’ schimpscheuten op de Nederlandse rechters zijn niet alleen het gevolg van de twee rechtszaken tegen hem – de ene begonnen in 2010, naar aanleiding van onder meer zijn oproep om de koran te verbieden, en de andere, gestart in 2014, vanwege zijn ‘minder Marokkanen’-oproep. De uitvallen van de PVV-leider zijn meer dan zo maar wat gescheld op rechters; zij kunnen als een intrinsiek en consistent onderdeel worden gezien van het populistische streven naar het herstel van de soevereiniteit van het volk, de natie en de politiek. Bij dat vertoog hoort ook dat die soevereiniteit is verraden door de ‘slechte’ elite – politici, maar ook rechters.

Wat betreft de rechterlijke macht kunnen we drie strategieën onderscheiden van populistische partijen, die alle de restauratie beogen van de rechtmatige, centrale positie van het volk: democratisering, nationalisering en politisering.

Wat betreft de volkssoevereiniteit bepleit de PVV de beperking van de onafhankelijkheid van de rechters – die het contact met het werkelijke leven zouden hebben verloren – door het uitbreiden van directe democratie, die de interventiemogelijkheden van het volk moeten vergroten. De invoering van bindende referenda en volksinitiatieven verschaft het volk in beginsel de mogelijkheid zijn stempel te drukken op de institutionele structuur van de rechterlijke macht en op het proces van wetgeving en -toepassing. De PVV wil de rechters disciplineren door hun levenslange benoeming te vervangen door een tijdelijke aanstelling (van een aantal jaren). Nog liever zij hen direct door het volk laten verkiezen, dat dan zo een doorslaggevende invloed zou krijgen op hun selectie. Het volk zou ook een grotere stem moeten krijgen in de rechterlijke uitspraken door de interpretatieruimte van rechters te verkleinen, door de invoering (dan wel uitbreiding) van minimumstraffen, of van juryrecht­spraak (dit laatste voorstel heeft Wilders voor zover bekend overigens slechts één keer gedaan, nog voor de oprichting van de PVV). Democratisering is daarmee een effectief instrument om de autonomie van de derde macht in te perken en de rechtstreekse zeggenschap van het volk te vergroten – niet alleen in de politieke en bestuurlijke, maar ook in de justitiële sfeer.

Met betrekking tot de nationale soevereiniteit kritiseert de PVV op scherpe wijze internationaal rechtsprekende instanties als het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en het Hof van Justitie van de Europese Unie, alsmede internationale verdragen als het Vluchtelingenverdrag en handelsverdragen als CETA en (het voorgestelde) TTIP. Deze hoven en verdragen zouden alle inbreuken vormen op de nationale onafhankelijkheid. Vooral het EHRM krijgt het van de PVV te verduren. De partij zet zich af tegen de uitdijende jurisdictie van het Hof en zijn toenemende politieke invloed, die worden gezien als een verminking van de nationale soevereiniteit. Het opzeggen van verdragen en de repatriëring van afgestane bevoegdheden zijn kernelementen in de strategie van nationalisering.

De PVV maakt zich ten slotte ook sterk voor politieke soevereiniteit, met haar verzet tegen de juridi­sering van de politiek. Zij moet niets hebben van een grotere rol van recht­banken (internationaal en nationaal) en juridische instrumenten in de politieke besluitvormingsprocessen, die de positie van de niet-verkozen rechterlijke elite alleen maar versterken. Deze juridisering wordt bestreden met een strategie van politisering van de rechterlijke macht, waarbij de neutraliteit en politieke onpartijdigheid van rechters in twijfel worden getrokken en zij van politieke intenties worden beticht. Zo sprak Wilders in de beide strafzaken tegen hem van een ‘politiek proces’, waarin hem als de ware vertegenwoordiger van de wil van het volk, wiens legitieme mening hij vertolkte, het zwijgen zou zijn opgelegd.

De kritiek van Wilders op de rechters en hun autonomie is dus niet uitsluitend opportunistisch van aard, maar past naadloos in de populistische logica om de zelfstandige domeinen binnen de liberale democratie te beknotten, zo stelt historicus Pepijn Corduwener. De media, cultuur, wetenschap of de rechterlijke macht zijn volgens populisten niet neutraal maar juist politiek; daarom dient het volk er grotere zeggenschap over te krijgen. Waar dat toe kan leiden is bijvoorbeeld in Hongarije zichtbaar, in de illiberale democratie van Victor Orbán – volgens Wilders een ‘geweldig politicus’.

 

Deze beschouwing is gebaseerd op: Gerrit Voerman en Oscar Mazzoleni, ‘Het soevereine volk. De PVV en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht’, in: Gerrit Voerman en Koen Vossen (red.), Wilders gewogen. 15 jaar reuring in de Nederlandse politiek (Amsterdam: Boom, 2019), 129-151.

Om het hele artikel te lezen: klik hier.

Om dit boek te bestellen: klik hier.

 

Prof. Gerrit Voerman is hoogleraar Nederlandse en Europese partijstelsels en tevens directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) van de Rijksuniversiteit Groningen