Montesquieu Institute: from science to society

Toeslagenaffaire zet ook spanning op werkklimaat rijksoverheid

Monday, September 28 2020, 13:00, Caspar van den Berg en Alexandre Belloir

Al ruim een jaar houdt de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst de politieke gemoederen in Den Haag bezig. Na een reeks pijnlijke onthullingen, verhitte Kamerdebatten, een opgestapte staatssecretaris en directeur-generaal, deed het ministerie van Financiën in mei aangifte van een redelijk vermoeden van strafrechtelijke feiten, gepleegd door ambtenaren van de Belastingdienst. Inmiddels is een verkennend strafrechtelijk onderzoek begonnen. Deze zet van het ministerie van Financiën sloeg bij velen in Den Haag en ver daarbuiten in als een bom.

Een wat onderbelicht aspect van deze discussie is de impact die een strafrechtelijk onderzoek naar een overheidsorganisatie heeft op de medewerkers. Al in januari waarschuwde premier Rutte in een bij vlagen emotioneel Kamerdebat dat er in de Kamer te fel en te beschuldigend gesproken werd over het handelen van ambtenaren. Volgens hem werd “langzamerhand half ambtelijk Nederland bij de vuilnisbak gezet”. Rutte maakte zich zorgen dat de felheid over ambtenaren ertoe leidt dat het steeds lastiger wordt om goede mensen bereid te vinden voor topambtelijke posities.

De premier onderstreepte daarmee de bevindingen van recent onderzoek van de RuG en de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, dat de aantrekkelijkheid van topmanagement functies bij het Rijk de laatste jaren is afgenomen door onder meer de toegenomen politieke en media-druk. Topambtenaren komen steeds vaker “in de wind” te staan, terwijl het hun taak is uitvoering te geven aan de politieke wensen van hun minister en zij zich niet in het openbaar kunnen verdedigen. In zijn in juni uitgebrachte advies over de ministeriële verantwoordelijkheid spreekt de Raad van State van het “haperende samenspel” tussen ministers, ambtenaren en het parlement.

Ook voormalig D66-leider Alexander Pechtold voorspelde in mei dat de aangifte tegen de Belastingdienst ertoe zou leiden dat ambtenaren zich “nóg meer zullen indekken, nog minder verantwoordelijkheid gaan nemen” en dat de angstcultuur versterkt zou worden.

Om erachter te komen of deze zorgen van Rutte en Pechtold nu terecht zijn, deden wij de afgelopen periode onderzoek naar hoe ambtenaren naar de situatie bij de Belastingdienst kijken. We ondervroegen een representatief panel van 2400 medewerkers in de publieke sector en kregen een representatieve respons van 56 procent.

50 procent van de leidinggevende ambtenaren binnen de Haagse ministeries ervaart dat de toenemende felheid tegen individuele ambtenaren de aantrekkelijkheid van het werken in de publieke sector negatief beïnvloedt.

Bovendien was 45 procent van alle respondenten van mening dat de aangifte tegen de Belastingdienst afbreuk doet aan een open cultuur waarin men graag verantwoordelijkheid neemt. Dit wordt sterker naarmate ambtenaren dichter tegen de nationale politiek aan werken. Van de ambtenaren op Haagse ministeries is 49 procent van mening dat de angstcultuur versterkt wordt door de aangifte. Verder inzoomend op leidinggevenden binnen de beleidstorens stijgt dit percentage tot 70 procent.

Gevraagd naar hoe de misstanden volgens de ambtenaren hebben kunnen ontstaan, geeft 57 procent aan dat “de politieke wens om toeslagenfraude krachtig te bestrijden” de hoofdoorzaak is, volgens 28 procent komt het vooral door de “complexiteit van het toeslagensysteem”, en 15 procent ziet “bewust onrechtmatig of onbehoorlijk handelen door ambtenaren” als belangrijkste oorzaak.

In hoeverre de toeslagenaffaire de aantrekkelijkheid van het werken voor de overheid beïnvloedt, blijkt sterk af te hangen van hoe men de oorzaak van de affaire duidt. Voor hen die vooral de politiek als oorzaak zien, neemt de aantrekkelijkheid het meest af, terwijl zij die uitgaan van niet-integer handelen door ambtenaren, het minst vinden dat hun werkklimaat eronder te lijden heeft.

De onverminderd hoge kwaliteit van de overheid in Nederland berust voor een belangrijk deel op goed opgeleide, professionele en gemotiveerde overheidsdienaren. Daarmee is het ambtelijk apparaat van grote publieke waarde voor ons allemaal. Ook wanneer de verontwaardiging over specifieke misstanden hoog oploopt, moet dat niet uit het oog verloren raken.

 

Caspar van den Berg en Alexandre Belloir zijn hoogleraar Bestuurskunde, respectievelijk PhD-onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen, Campus Fryslân.

1.

Deze bijdrage stond in