Montesquieu Institute: from science to society

Nederlagenstrategie

In een alweer ver verleden, begin jaren tachtig van de vorige eeuw, werd de voorzitter van de Partij van de Arbeid, Max van den Berg, beroemd (of berucht?) door zijn pleidooi voor een ‘nederlagenstrategie’. Je moest blijven vechten voor bepaalde politieke doeleinden, ook al wist je dat je die doelen niet zou bereiken. Je moest desnoods demonstratief je nederlaag aanvaarden. Zo kon je laten zien waar je voor stond. Veel waardering heeft hij er niet voor gekregen, omdat ook in zijn eigen partij de mening overheerste dat je toch beter kon koersen op het aanvaardbare compromis. Was ook beter voor de verhouding met andere partijen, waarmee je nu eenmaal moest samenwerken.

Het Nederlandse optreden in de Europese Raad van afgelopen zomer, aangevoerd door premier Rutte, had veel weg van zo’n nederlagenstrategie. Dat was overigens niet voor het eerst. Als het gaat om de status en rol van de Europese Raad, het bestuursorgaan van de regeringsleiders in de Europese Unie, heeft ons land er jaren lang een uitgesproken nederlagenstrategie op na gehouden. Nederland had immers gekozen voor de ‘supranationale’ benadering waarbij de Europese Commissie groot moest worden gemaakt en de samenkomsten van regeringsleiders zo klein mogelijk. Er kwam uiteindelijk niets van terecht, omdat vooral Fransen en Duitsers kozen voor de ‘intergouvernementele’ conferenties van regeringsleiders, die nu de Europese Raad vormen.

Ook deze zomer werkte de nederlagenstrategie op volle toeren. Nederland riep steeds heldhaftig dat er geen zelfstandige Europese belastingen moesten komen. Die komen er nu alsnog, voorlopig voorzichtig met een CO2-heffing en een ‘digitax’. Er zouden geen subsidies (‘giften’ werden ze denigrerend genoemd) deel uitmaken van het grote corona-herstelfonds, waarbij het economisch sterke noorden van Europa de zwakkere zuidelijke lidstaten uit de problemen zou moeten helpen. Die zogenaamde giften komen er dus wel; zij maken meer dan de helft uit van het herstelfonds. De leningen zijn officieel geen euro-obligaties, want de steun is eenmalig, bezweert Nederland. Daar denken ze in Frankrijk en andere Zuid-Europese staten anders over en intussen in Duitsland waarschijnlijk ook. Ook hier zijn wij de rivier overgestoken en is terugkeer heel onwaarschijnlijk, net als met ons jarenlange gezeur over de Europese Raad. Incidenten zijn in Europa immers vaak het begin van vaste regelmaat.

Er zou geen contributieverhoging mogen komen; Europa moest na de Brexit maar fors bezuinigen, dixit Rutte. Die verhoging komt er dus wel, al roept Nederland nu vol trots dat zij beperkt is gebleven. Dat is waar, maar daardoor blijft er te weinig geld over voor innovatie, wetenschappelijk onderzoek en investeren in duurzaamheid. Tel uit je winst.

Aan staten die het niet zo nauw nemen met de rechtsstatelijke waarden, zoals Polen en Hongarije, zou alleen hulpgeld mogen worden toegekend op voorwaarde dat daar aan herstelwerkzaamheden zou worden gedaan. Ook daar heeft Nederland zijn zin niet gekregen. Dat is verdrietig, maar het was te voorzien.

Zijn het in juli louter nederlagen geworden? Dat gelukkig ook weer niet. Bijstand aan economisch zwakkere staten is verbonden met voorwaarden voor hervormingen die hun economische structuur moeten versterken. Nederland doet graag alsof het de held van die aanpak is, maar dat is overdreven. Ook de regeringen van de zuidelijke staten zelf geloven in de noodzaak daarvan en dat geldt eigenlijk voor alle deelnemende staten.

Wel Nederlands van oorsprong is de wantrouwige ‘noodrem’ in het programma: als er van reconstructiebeleid niets terecht komt, kan een suspensief veto de toekenning van hulpbedragen tegenhouden. Geen echt veto zoals Nederland wilde, maar wel iets wat in de buurt komt. Die verplichting tot hervormingen geldt overigens ook voor Nederland: ons land heeft dan misschien geen enorme staatsschuld maar wel een reusachtige particuliere schuld via de hypotheeklasten op koopwoningen. Die hebben de Italianen weer niet. Daar zal dus echt iets aan moeten gebeuren, wil Nederland voor uitkeringen uit het Europese coronafonds in aanmerking komen.

Misschien zouden wij toch beter doen afscheid te nemen van onze nederlagenstrategie, die ons op langere termijn niets oplevert en ons slechts een slechte naam bezorgt in de Europese Unie. De president van De Nederlandsche Bank, Klaas Knot1), heeft daar onlangs een paar belangrijke gedachten over geleverd. Daar kom ik in een volgende column graag op terug.

 

  • 1) 
    Klaas Knot, Samen sterker uit de crisis. Hoe we Europa weerbaarder, welvarender en duurzamer kunnen maken. HJ Schoolezing, Amsterdam: Uitgeverij EW, 2020.