Montesquieu Institute: from science to society

Alexandre Afonso: Juist nu zou er solidariteit moeten zijn

Alexandre Afonso, universitair hoofddocent bij het Instituut Bestuurskunde, werd geïnterviewd door 'de Correspondent' over de misvattingen rondom Zuid-Europa

Nederlandse politici stellen dat zuidelijke landen boven hun stand leven en spilzuchtig zijn. Dit zou oorzaak zijn van hun ellende. Afonso stelt dat dit in werkelijkheid precies andersom is.

Een populaire voorstelling van zaken is dat landen als Spanje, Griekenland en Italië lui zijn en teveel geld uit geven. Landen als Nederland en Duitsland zijn zuinig, daarom gaat het hier zo goed. Deze onjuiste voorstelling van zaken gebruikt Nederland om zich te verzetten tegen de zogeheten coronabonds. Deze coronabonds hebben als doel ‘de zware economische gevolgen van de coronacrisis zo goed mogelijk te verdelen’. Verdeling is in de politieke economie een centrale kwestie. In Zuid-Europa werken mensen juist meer uren dan in bijvoorbeeld Nederland. Dit weten politici, maar kiezers in deze landen hebben geen idee.

De reden dat het coronavirus er in Zuid-Europa harder aankomt dan in noordelijke landen ligt volgens Afonso in het feit dat je in zuidelijke landen meer banen hebt die moeilijk op afstand uitgevoerd kunnen worden. ‘De gemiddelde werknemer in het zuiden van Europa is niet hoog opgeleid. Veel banen verdwijnen daar omdat ze een andere economische structuur hebben.’

‘Juist nu zou er solidariteit moeten zijn’

Corona leidt in het zuiden dus tot een zwaardere economische crisis. Zuidelijke landen zijn ook nog niet hersteld van de eurocrisis die kwam met grote bezuinigingen en werkloosheid. Met alweer een nieuwe crisis in zicht is het moeilijk om te zeggen dat iedereen zichzelf moet helpen. Omdat Nederland een export-georiënteerd land is, veel verkoopt aan andere landen, hebben wij er baat bij als die landen genoeg geld hebben. Met de huidige globale economie is Nederland ook deel van een systeem waarin de zuidelijke landen van belang zijn. De Europese economie moet niet begrepen worden als een groep van aparte landen, maar een systeem waarin sommige landen begrotingsoverschotten hebben en andere landen begrotingstekorten. Beide soorten landen zijn nodig om het systeem te laten werken.

Op het oog lijk Europa misschien solidair, maar de cijfers laten wat anders zien. Binnen landen zelf bestaat een gevoel van gemeenschap, waar rijke mensen veel belasting betalen om arme mensen uit de gemeenschap te helpen. Het probleem bij de Europese Unie is dat dit gevoel van gemeenschap er niet is. Afonso vertelt dat het de rol van politici is omdat te creeëren.

Alexandre Afonso's onderzoek richt zich op de vergelijkende politieke economie van Europese landen, en de relatie tussen verzorgingsstaten, arbeidsmarktorganisaties en immigratie.