Montesquieu Institute: from science to society

‘Government by catastrophe’

In NRC Handelsblad van 12 april 1990 schreef ik – toen lid van de Tweede Kamer - een bijdrage in een lopende discussiereeks in die krant. Onderwerp was onze parlementaire democratie. Er klonken bezorgde geluiden, mede omdat allerlei voorstellen tot herziening van de grondwet, bedoeld tot verbetering daarvan, op niets waren uitgelopen. Die discussie duurt nog voort in onze dagen.

In mijn bijdrage bracht ik in dat de inherente zwakte van parlementaire democratie daarin bestaat, dat parlementen zo’n korte looptijd hebben, vier of vijf jaar. Met als gevolg dat verkiezingen overwegend gaan over onderwerpen die in deze relatief korte periode urgent zijn. Ontwikkelingen die (mogelijk) pas later merkbaar worden komen moeilijk aan bod, zoals klimaatverandering. David van Reybrouck maakte dat zondag 24 mei op ‘Buitenhof’ op de hem eigen eloquente wijze opnieuw duidelijk.

In 1990 voorspelde ik dat slechts een ramp democratieën kan dwingen om vergaande hervormingen door te voeren. Naar analogie van ‘government of the people, by the people, for the people” (Gettysburg Address van Abraham Lincoln, 1863) muntte ik daarvoor het begrip ‘government by catastrophe’. Catastrofen - zoals oorlogen en bezettingen (WO I en WO II), grote overstromingen (Zeeland, 1953)), ongelukken met kerncentrales (Tsjernobyl, 1986), hongersnood door mislukking oogsten (Ierland, 1845-1850) – zij dwingen nieuw beleid af. Op dat moment reageren parlementaire democratieën wel adequaat.

Bij de huidige Covid-19 epidemie is dat zichtbaar. Na de Sars epidemie van 2003 werden in 2008 een tweetal wetten aangenomen (Wet gezondheidsregio’s, Wet openbare gezondheid) die nu goed van pas kwamen: government by catastrophe. Hopelijk leren we nu ook van de ramp, die Covid-19 heet.

Dat bedrijven grotere buffers met voorraden moeten aanleggen; dat we beter moeten zijn voorbereid (mondkapjes en zo); en dat ook overigens ingrijpende hervormingen van ons economisch stelsel nodig zijn. Dit opdat ‘lock-downs’ (een term uit het gevangeniswezen; beter is ‘opsluitingen’, een goed-Nederlandse term) niet meer nodig zijn. Maar hopen dat we wijzer zijn geworden, straks.

Vraag is natuurlijk wel of er een oplossing is voor dit dilemma, te weten: een algemene onwil tot grote veranderingen, die alleen wijkt bij een catastrophe. David van Reybrouck heeft het idee geopperd van permanente burgerpanels. Maar deze zijn prima om beter voeling te blijven houden over wat er onder de mensen leeft, dus vooral over zaken die in de politiek te weinig of geen aandacht krijgen. Maar zij helpen niet bij zaken die bij ingewijden en regeerders wel onderkend worden, maar forse beslissingen eisen waarvoor onder de kiezers juist geen draagvlak is. Van welk feit populisten dan weer gebruik maken om het probleem te ontkennen en daar kiezers mee te trekken.

Als ik als politicus duidelijk de waarheid vertel dat er elk moment een crisis kan uitbreken, zoals een pandemie, een (burger)oorlog, de instorting van een economisch stelsel of van een munt. En dat we daarom moeten zorgen niet afhankelijk te zijn van verre leveranciers en van dubieuze landen. En dat we dus weer meer zelfvoorzienend moeten worden, b.v. als EU.

Al heb ik nog zo gelijk, wie er belang bij heeft om het probleem te ontkennen zal dat doen. En velen hebben zo’n belang. De kiezers zullen me, vrees ik, niet volgen.

Ik vrees dat het government by catastrophe blijft….