Montesquieu Institute: from science to society

Onderzoek: meer dan alleen vergelding nodig voor genoegdoening na rechtszaak

Om gerechtigheid te krijgen na een misdaad, is alleen vergelding voor de meeste mensen niet voldoende. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Leiden en de Universiteit van Mannheim (Duitsland). Publicatie in Plos One.

Als iemand een moord pleegt, een bank overvalt of de maximumsnelheid overschrijdt, verdient die persoon straf. Maar wat is de belangrijkste reden om zo iemand te straffen, en wanneer staat een straf in verhouding tot het delict? Sommigen menen dat een straf vooral een vergelding moet zijn: aangezien de dader schade toebracht aan de maatschappij, moet de maatschappij ditmaal de dader ‘terugpakken’ met een gevangenisstraf, een taakstraf of een geldboete. Volgens de Amerikaanse hoogleraar Michael S. Moore is deze zogeheten retributieve rechtvaardigheid voldoende om ons rechtvaardigheidsgevoel te herstellen na een misdaad.

Fictieve verkrachtingszaak

Uit een experiment van filosoof Andrei Poama (Universiteit Leiden) en datawetenschapper Paul C. Bauer (Universiteit van Mannheim) blijkt echter dat voor veel mensen alleen vergelding niet voldoende is om een gevoel van gerechtigheid te hebben na een rechtszaak. Ook andere overwegingen lijken mee te spelen bij het oordeel over een straf, bijvoorbeeld spijt of gewetenswroeging bij de dader. De claim van Moore houdt dus niet volledig stand.

Om de claim te testen, legden Poama en Bauer ongeveer negenhonderd respondenten een fictieve zaak voor, waarin een meisje na een cafébezoek bruut werd verkracht. De denkbeeldige dader kon op zes verschillende manieren reageren op zijn straf. Zo kon hij bijvoorbeeld ongelukkig zijn in de gevangenis maar niets doen om zijn daad goed te maken, of juist zijn gevangenisstraf accepteren en daarbij zijn best doen om excuses aan te bieden.

Geen gerechtigheid zonder morele verandering

Volgens de theorie van Michael S. Moore zou het voor ons rechtsgevoel voldoende zijn als de dader ongelukkig is met zijn gevangenisstraf. Veel proefpersonen dachten daar heel anders over. Retributieve rechtvaardigheid speelde voor hen wel een belangrijke rol, maar meer als middel dan als doel in zichzelf. Het lijden van de veroordeelde aan zijn straf werd vooral gezien als een instrument waaraan je kunt aflezen of de dader heeft begrepen dat zijn daad moreel verkeerd was. Lijden zónder morele verandering gaf de proefpersonen veel minder genoegdoening.

‘Je hoort wel eens hoe belangrijk retributieve rechtvaardigheid is voor veel mensen,’ zegt Poama. ‘Sommige politieke partijen proberen die aan zich te binden door te pleiten voor hogere straffen als vergelding voor een misdrijf. Maar in de praktijk blijken veel mensen andere aspecten veel belangrijker te vinden, zeker als je ze een strafzaak voorlegt. Als dat bij een heftige verkrachtingszaak al zo is, dan verwacht ik dat dit nog sterker geldt bij een milder vergrijp zoals een overval.’

Tekst: Merijn van Nuland