Montesquieu Institute: from science to society

Kunnen we zonder fysieke parlementaire vergaderingen?

Monday, April 27 2020, 13:00, Aalt Willem Heringa, hoogleraar staatsrecht Universiteit van Maastricht

Als we gemakshalve de moderne democratie laten beginnen aan het begin van de twintigste eeuw met het algemeen kiesrecht, dan zien we dat er in de afgelopen honderd jaar een enorme ontwikkeling is doorgemaakt. Aanvankelijk werd gedebatteerd en gedemonstreerd en kennisgenomen van de politiek en werden er campagnes gevoerd via de geschreven pers, via toespraken op straat, via cartoons en via de verzuilde structuren en organisaties.

Daarna kwam geleidelijk de radio op als massamedium: plotsklaps kon een spreker het gehele volk bereiken. Afreizen naar Den Haag om een zitting van het parlement bij te wonen was er niet echt bij; langdurige uitzendingen van debatten, evenmin. De wekelijkse persconferentie van de premier liet ook nog even op zich wachten. Pas ruim in de tweede helft van die eeuw kwam de televisie op en werden politici, politieke twistpunten en debatten zichtbaar. Een geweldige verandering. Bekend is het verhaal dat de kiezers van een verkiezingsdebat tussen Kennedy en Nixon, die naar de radio hadden geluisterd, Nixon als winnaar van het debat aanwezen, en de kijkers naar de televisie Kennedy. Kennelijk had Nixon het inhoudelijk beter gedaan, maar zag Kennedy er overtuigender en charismatischer uit dan de transpirerende Nixon.

En daarna kwam, vooral volop in de eenentwintigste eeuw, de opkomst van de social media: met de mogelijkheid van fake news, echo chambers, streaming video’s, en directe contacten tussen politici en achterban via twitter en advertenties en campagnes. In ieder geval in kwantiteit en directheid een veel intenser debat, of althans de mogelijkheid voor velen om van zich te laten horen: het luisteren schiet er vaak bij in.

In de anderhalvemeter-samenleving

Er zijn dus veel media bijgekomen: maar wat nu als er media veranderen/verminderen in de nieuwe anderhalvemeter-samenleving? Kunnen we nog betogen of alleen op een onderlinge afstand van 1½ of 2 meter zoals men in Israël deed? Is bezoek aan de publieke tribune in volksvertegenwoordigingen niet meer mogelijk maar te vervangen door een algemeen toegankelijke livestream? Mogen we niet meer fysiek vergaderen en partijcongressen houden zodat die bijeenkomsten, zoals het recente D66 partijcongres, wel wat erg steriel worden? Of doen we dan schade aan het wezen van onze democratie?

Die publieke tribunes kunnen nog wel vervangen worden door een livestream of een uitzending op een tv kanaal: misschien moeten we werk maken van een Nederlandse versie van C-Span, dat alle parlementaire werk in de VS rechtstreeks uitzendt; stemmen kan, als er goede digitale en veilige procedures zijn, misschien ook nog wel via een E-procedure, maar het zichtbare stemmen in een vergadersetting voegt toch een (symbolische) dimensie toe. Maar debat en discussie en wisseling van standpunten, kunnen we dat digitaliseren? En wat doet alle virtuele procedurele parlementaire werk met ons vertrouwen: zien is geloven, maar is afwezigheid van fysieke presentie, niet een middel om te gaan geloven in complotten en in de afwezigheid van een debat en waarlijke besluitvorming?

Voorlichting Raad van State

In zijn voorlichting aan de Eerste Kamer (Verzoek om voorlichting in verband met het functioneren van de Eerste Kamer in tijden van de coronacrisis.) heeft de Raad van State gelijk door te wijzen op het belang van de vergaderingen, en zou ik willen toevoegen, niet alleen van de plenaire vergadering, maar ook van de commissies, ook al zijn die grondwettelijk naar de letter van de grondwet niet in dezelfde mate beschermd. Daar gebeurt veel van het werk; daar wordt informatie gewisseld; daar wordt (door)gevraagd; daar worden afspraken met ministers gemaakt. Inderdaad plenair is voor de bühne, en moet ook daarom openbaar zijn en actueel en niet met sprekers achter schermen thuis, maar commissies zijn te vaak onderschat en te belangrijk.

Voor lagere overheden is er sinds kort de mogelijkheid voor een volledig digitale besluitvorming en stemming: gelukkig is de Raad van State terughoudender in dat opzicht voor de Tweede Kamer en Eerste Kamer vanwege de achtergrond van het woord vergaderen en de daaraan gekoppelde openbaarheid in de grondwet; maar bij uiterste noodzaak sluit de Raad van State niet uit dat daar ook digitale vergaderingen en besluitvorming onder kunnen vallen, mits met alle waarborgen en bescherming van de digitale middelen van dien, en alleen als die er zijn. Inderdaad is er wat voor te zeggen om het begrip vergaderen die uitleg te geven; die benadering zou ook passen bij de uitleg van het recht op vergadering in art. 8 grondwet, als mede te omvatten een digitale vergadering. Maar, in deze tijd en met alle grote vragen die aan de orde zijn en komen, over gezondheid, over de balans gezondheid en economie, over Europese solidariteit, over de verdeling van schaarste straks, moeten we er toch niet aan denken dat daarover vergaderd wordt louter via digitale middelen?

Het zou wel erg steriel worden als politieke partijen, vertegenwoordigende lichamen, commissies, burgerbewegingen louter nog digitaal over deze grote kwesties kunnen (mee)praten. Bij debat horen ook emotie en reactie en die verdwijnen digitaal wat uit het zicht: dus vertegenwoordigende lichamen: doe wat noodzakelijk is maar vergeet niet uit het oog dat grotere en principiëlere vraagstukken zich bij voorkeur niet digitaal laten afdoen en zoek daarvoor vergaderwijzen met afstand tussen de deelnemers. Misschien moeten de Eerste en Tweede Kamer dan maar voor belangrijke plenaire bijeenkomsten uitwijken naar andere locaties waar dat goed kan worden ingericht. Dat soort locaties staan nu toch leeg door het verbod op evenementen. En dat geldt denk ik ook voor decentrale vertegenwoordigende lichamen voor bijeenkomsten en belangrijke inspraak, en dan niet voor ieder wissewasje maar voor grotere kwesties en die zijn en komen er nu genoeg aan.

Aalt Willem Heringa is hoogleraar vergelijkend staats-en bestuursrecht aan de Universiteit van Maastricht.

1.

Deze bijdrage stond in