Montesquieu Institute: from science to society

Poolse rechtspraak: 'A glimmer of hope'

Monday, April 27 2020, 13:00, analysis by Mr. Kees Sterk

De onafhankelijke rechtspraak in Polen hangt aan een zijden draad. Die draad wordt nu nog gevormd door de Poolse rechters die de moed hebben onafhankelijk en onpartijdig recht te spreken. Maar voor hoelang nog? De Poolse regering doet er alles aan deze onafhankelijke rechters het werken onmogelijk te maken. Ze gebruikt daarvoor billboardcampagnes, nep nieuws (Kasta-groep), maar ook strafrechtelijke en disciplinaire vervolging van rechters. Voor disciplinering van rechters heeft zij een nieuw systeem in het leven geroepen, met aan de top de Disciplinaire Kamer voor leden van de Supreme Court (SC). Dat systeem gaat ver, te ver naar Europese maatstaven, omdat een veroordeling van een rechter mogelijk is vanwege de inhoud van zijn of haar vonnis. Rechter Pawel Juszczyszyn heeft de twijfelachtige eer op 4 februari 2020 als eerste uit zijn ambt te zijn gezet, omdat hij de regel toepaste uit de CJEU-arresten van 19 november 2019 (C-585/18; C-624/18 en C-625/18).

Het CJEU is een belangrijke tegenkracht in deze desastreuze ontwikkeling. Zijn beslissing van 8 april 2020 gebiedt de Poolse regering het werk van de Disciplinaire Kamer te stoppen, totdat het Hof in de bodemzaak heeft beslist. Een “glimmer of hope”, zoals de Eerste President van de SC in haar afscheidsbrief aan mij schreef.1

De uitspraak van het CJEU ziet op de Disciplinaire Kamer van de SC en indirect op de Raad voor de rechtspraak (KRS). Ik zal daar zo dadelijk op ingaan. Maar voor een goed begrip van het belang van de beslissing is de context van de gehele hervorming van de rechterlijke macht van belang. Zeer kort – veel te kort – zal ik die hervorming vanaf 2015 schetsen.

In 2015 zei de regering dat zij het functioneren van de rechterlijke macht wilde verbeteren. Dat was het doel van de hervormingsvoorstellen. Maar reeds in 2016 wijzigde de toon van de regering volledig: Rechters waren een elite die lui en corrupt was; communisten die ten onrechte niet waren gezuiverd na 1989. Daarom moet de rechterlijke macht alsnog worden gezuiverd. Kortom: De handschoenen gingen uit en het masker ging af. Toen bleek dat het de regering niet te doen was om het moderniseren, maar om het horig maken van de rechterlijke macht aan de uitvoerende macht.

Inmiddels is de regering flink op streek met haar project de rechterlijke macht te onderwerpen. Zo kreeg zij in 2016 het Constitutional Tribunal (CT) in haar greep. De Europese juridische gemeenschap ziet het CT nu als een instrument van de regering louter om de Grondwet te omzeilen, of om onwelgevallige uitspraken van het CJEU te “vernietigen”. In 2018 was het de beurt aan de KRS. Dit orgaan is van belang voor het benoemen van loyale rechters, en voor het monddood maken van rechters die kritiek hebben op de hervormingen van de rechterlijke macht. De KRS bepaalt namelijk de gedragsregels voor rechters. Hij heeft “openlijk verzet tegen de hervormingen van de regering” als een disciplinair vergrijp bestempeld. De ENCJ beschouwt de KRS inmiddels als niet onafhankelijk van de regering. Daarom schorste de ENCJ de KRS op 17 september 2018 als lid, en loopt de procedure voor een royement.

Sinds 2017 werkt de regering aan de hervorming van de SC. Voor de regering is dit van groot belang, omdat de SC, met als boegbeeld zijn Eerste President, zich openlijk verzet tegen de hervormingen van de regering. De poging van de regering om de Eerste President (met 26 andere rechters) in 2018 vervroegd met pensioen te sturen werd op 24 juni 2019 definitief door het CJEU geblokkeerd (C-619/18). Met de beslissing van 8 april 2020 geeft het Hof het bevel ook nog een ander onderdeel van de hervorming van de SC – nu tijdelijk - stop te zetten, namelijk de invoering van de Disciplinaire Kamer van de SC. Het betreft een kamer van de SC die sinds 2018 is belast met de berechting van disciplinaire zaken tegen leden van de SC. En als gezegd, deze leden verzetten zich openlijk tegen de hervormingen van de regering, en dit openlijk verzet is in Polen - in strijd met de Europese gedragsregels voor rechters – een disciplinair vergrijp. Die leden dreigen dus uit hun ambt te worden gezet. Zodra dat is gebeurd, heeft de KRS de ruimte om de vrijgekomen plaatsen in de SC met loyale rechters op te vullen. In de kern gaat het juridisch gevecht dus om de overname van de SC door de regering.

In de genoemde 19-november-arresten ontwikkelde het CJEU een test om vast te kunnen stellen of de Disciplinaire Kamer een “independent tribunal” is in de zin van het Unierecht. Onderdeel van die test is of de rechters in de Disciplinaire Kamer onafhankelijk zijn. Om dat te kunnen beoordelen is onder meer van belang of het orgaan waardoor zij worden geselecteerd, onafhankelijk is van de uitvoerende macht.

In een arrest van 23 januari 2020 paste de SC deze test toe op de Disciplinaire Kamer en oordeelde dat deze geen “independent tribunal” is, omdat de rechters van die kamer worden geselecteerd door de KRS, en de KRS op zijn beurt niet onafhankelijk is van de uitvoerende macht. De regering sloeg direct terug: Op 20 April 2020 oordeelde het CT dat dit arrest in strijd is met de Grondwet. Het schendt immers het beginsel van onafzetbaarheid van rechters.

Het gaat in deze hoog oplopende strijd allang niet meer alleen over de macht over de SC en de onafhankelijkheid van de Poolse rechtspraak, maar ook over de integriteit van de rechtsorde van de Unie, en de Poolse loyaliteit aan die rechtsorde. In deze context beveelt het CJEU de Poolse regering het werk van de Disciplinaire Kamer stil te leggen totdat het in de bodemzaak beslist heeft of de Disciplinaire Kamer een “independent tribunal” is. De reden is dat de stelling dat de Disciplinaire Kamer geen “independent tribunal” is, prima facie, niet “unfounded” is. Het is goed dat het CJEU een rechtstatelijk zuivere koers blijft varen, ondanks de geschetste gevoelige context.

De beslissing geeft de strijdende Poolse rechters een sprankje hoop in donkere dagen. Of die hoop ijdel zal blijken te zijn, moeten we afwachten. Het komt uiteindelijk aan op de vraag of, en wanneer, en hoe de lidstaten van de Unie de Poolse regering politiek gaan stoppen de onafhankelijke rechtspraak, en daarmee de rechtsorde van de Unie, af te breken. De Commissie en het CJEU kunnen het niet alleen.

Tot slot. Direct na het uitspreken van het CJEU-beslissing kondigde de premier van Polen aan dat hij de beslissing onmiddellijk zal voorleggen aan …. het Constitutional Tribunal.

Mr. Kees Sterk is rechter en president van het European Network of Councils for the Judiciary (ENCJ)

 

[1] Haar termijn als Eerste President eindigt op 30 april 2020.