Montesquieu Institute: from science to society

De Belgische regeringsvorming en de coronacrisis als deus ex machina

Monday, April 27 2020, 13:00, analysis by Merijn Chamon

Op 17 maart 2020, 296 dagen na de verkiezingen van 26 mei 2019, kreeg België een nieuwe volwaardige regering, hoewel het een minderheidsregering betrof. Dat het record van 541 dagen uit 2010-2011 niet gebroken werd, was te danken aan de coronacrisis die verschillende partijen deed inzien dat een daadkrachtige regering noodzakelijk was om de crisis het hoofd te bieden. In deze bijdrage wordt uiteengezet hoe één en ander zo ver is kunnen komen en hoe het gegeven dat de regering Wilmès II een minderheidsregering is, niet in de weg staat aan een slagvaardig optreden in de crisis.

België, mini-EU

Het is een boutade, maar daarom niet minder waar, dat België een mini-EU is. In België komen de Germaanse en Romaanse cultuur samen en zit het compromis ingebakken in de politieke cultuur.1 Als gevolg daarvan zit het, net als de EU, continu in een staatkundige hervorming.2 De Belgische staatkundige werf zit intussen dan ook flink complex ineen. Lezers van de Hofvijver zullen misschien daarom al gehoord hebben dat België ‘niet werkt’: België zou geen democratie zijn, maar twee aparte democratieën die gedwongen samen gaan, waardoor het compromis dat (alsmaar moeilijker) bereikt wordt voor beide landsdelen resulteert in suboptimaal beleid. Het probleem met deze diagnose is evenwel dat ze doorgaans gesteld wordt door politici die überhaupt niet wensen dat België werkt. Wel is het zo dat de wijze waarop België institutioneel hervormd is, er toe heeft bijgedragen dat de twee grootste landsdelen uit elkaar gegroeid zijn. Waar de traditionele partijen vroeger unitair waren, zijn ze naar aanleiding van de staatkundige hervormingen opgesplitst in Nederlandstalige en Franstalige partijen. De enige unitaire partij van betekenis vandaag is de communistische PvdA. Deze realiteit wordt versterkt door de kieskringen die gebruikt worden bij de federale verkiezingen: net als in Nederland vallen deze grosso modo samen met de provincies, maar i.t.t. Nederland kan een politicus slechts in één kieskring opkomen.3 Het praktisch resultaat is dat er geen de facto Minister Presidentsverkiezing is in België zoals dat het geval is in Nederland. Vlaamse/Brusselse/Waalse politici kunnen dus enkel stemmen halen bij Vlaamse/Brusselse/Waalse kiezers en voeren bijgevolg onder een zuiver regionale logica campagne in wat een federale verkiezing hoort te zijn. Vooral dit laatste leidt tot een polarisering in de campagne en maakt het na de verkiezingen alsmaar moeilijker om over te stappen in een federale logica om met de verkozenen uit de andere landsdelen samen te zitten en een federale regering te vormen.

Een federale kieskring?

Net als in de EU wordt in België, voorlopig, tevergeefs geopperd om een federale kieskring op te zetten waaraan een aantal zetels in het federaal parlement verbonden zijn.4 Op die manier zou er een de facto premierverkiezing plaatsvinden en zouden kandidaten een federale logica reeds integreren in hun (tweetalige) campagne, waardoor het na de verkiezingen makkelijker wordt om een federale regering op te zetten. Zo een kieskring zou een interessant experiment zijn in Rational Choice New Institutionalism, maar zolang ze niet ingevoerd wordt, mag de Belgische burger zich alsmaar vaker verwachten aan regeringen in quasi-permanente lopende zaken. De enige manier om patstellingen in de regeringsformatie te doorbreken lijkt dan een deus ex machina zoals een wereldwijde pandemie. Maar hoe zat het voor het uitbreken van de coronacrisis?

De vorming van Wilmès II

De aanleiding voor de laatste regeringscrisis in België waren de gemeenteraadsverkiezingen in oktober 2018. De Vlaams-nationalistische federale regeringspartij N-VA verloor toen aanzienlijk veel stemmen aan het extreemrechtse Vlaams-nationalistische Vlaams Belang. Om extreemrechtse kiezers terug te winnen, stelde de N-VA zich vervolgens fors op in de discussie rond het VN-Migratiepact. De andere partijen in de regering Michel I zetten evenwel door met de goedkeuring ervan, waardoor de N-VA besloot de regering te verlaten. De nieuwe (minderheids)regering, Michel II, maakte een doorstart met de overgebleven partijen en werd een regering in lopende zaken in afwachting van de verkiezingen in mei 2019. In die verkiezingen bleef de N-VA de grootste partij maar won het Vlaams Belang ook, waardoor 42 van de 87 Vlaamse federale zetels nu bezet worden door (extreem)rechtse Vlaams-nationalisten. Rond het Vlaams Belang geldt evenwel nog steeds een cordon sanitaire dat, voorlopig, door alle andere partijen behouden wordt. Dit maakt de N-VA incontournable in een federale regering, althans indien de conventie wordt gevolgd dat een federale regering moet beschikken over een meerderheid in beide landsdelen.5 De N-VA en de Parti Socialiste (de grootste Franstalige partij) hebben echter electoraal garen gespind met het demoniseren van elkaar, waardoor het voor beide partijen nu bijzonder moeilijk is om samen een regering te vormen. Zelfs de coronacrisis hielp beide partijen niet om in een regering van nationale eenheid te stappen. Dat Wilmès II nu een volwaardige (minderheids)regering is, is omdat ze steun heeft gekregen vanuit de oppositie. De regering van Nederlandstalige en Franstalige liberalen en Nederlandstalige christendemocraten kreeg het vertrouwen van alle andere partijen, m.u.v. de communistische PvdA, de N-VA en het Vlaams Belang. Als deel van het compromis, ter verkrijging van het vertrouwen, heeft premier Wilmès wel beloofd dat ze het vertrouwen opnieuw zal vragen na een periode van zes maand.

Bijzondere machten

Op 27 maart heeft de federale wetgever ook bijzondere machten6 verleend aan de nieuwe regering.7 Deze rechtsfiguur kent geen exacte equivalent in het Nederlands staatsrecht, maar via Koninklijk Besluit kan de regering nu wetten aanvullen, intrekken of wijzigen, ook inzake materies die de Grondwet aan de wetgever voorbehoudt. De wetgever heeft deze delegatie beperkt door te bepalen dat de regering slechts maatregelen kan nemen m.b.t. negen aangelegenheden (allen gelinkt aan de coronacrisis) en door voor te schrijven dat de aangenomen maatregelen geen afbreuk kunnen doen aan de koopkracht van de gezinnen en de bestaande sociale bescherming, of wijzigingen kunnen aanbrengen aan de sociale zekerheid of de fiscaliteit. De regering krijgt deze uitzonderlijke bevoegdheid voor drie maand (eventueel met drie maand verlengbaar). Er is evenwel ook een verregaande vorm van ‘voorhang’ voorzien, aangezien alle aangenomen besluiten binnen het jaar moeten bekrachtigd worden door het Parlement. Zo niet worden zij geacht nooit uitwerking te hebben gehad.

September 2020

De Belgische politieke crisis werd dus even on hold gezet door de coronacrisis, maar dit slechts voor zes maand. De minderheidsregering heeft er zich toe verbonden om na zes maand opnieuw het vertrouwen te vragen en zou dus opnieuw kunnen vallen. De bijzondere machten gelden ook hoogstens voor zes maand. Ten laatste in september 2020 volgt dus vermoedelijk een nieuwe Belgische politieke crisis. Opdat België een voorbeeld zou blijven van een succesvolle pacificatiedemocratie lijken nieuwe structurele ingrepen, zoals een federale kieskring, noodzakelijk.

Merijn Chamon is Assistant Professor EU Law aan de Universiteit Maastricht

 

[1] Zie het werk van Lijphart over de pacificatiedemocratie, waarvan België een goed voorbeeld is. Zie A. Lijphart, ‘Democracy in plural societies: a comparative exploration’, New Haven, Yale University Press, 1977.

[2] De laatste ‘staatshervorming’ dateert van 2012. Deze was de zesde staatshervorming na de eerste in 1970.

[3] Artikel 118, lid 3 van het Algemeen Kieswetboek bepaalt: “Niemand mag voor de verkiezing van de Kamer

in meer dan één kieskring voorgedragen worden.”

[4] Zie bv. Frédéric Amez & Tony Van de Calseyde, 'Federale kieskring kan voor meer cohesie en minder polarisatie tussen gemeenschappen zorgen', Knack.be, 14 juli 2019.

[5] Deze regel werd evenwel niet gerespecteerd in de recente regeringen Di Rupo en Michel I. De eerste had geen meerderheid aan Nederlandstalige kant, de tweede geen meerderheid aan Franstalige kant.

[6] Zie hierover, J.M.M. Van Nieuwenhove, 'Delegatie van regelgevende bevoegdheid in België', RegelMaat 2017-4, pp. 216-240.

[7] Anders dan de vertrouwenstemming gebeurde dit met een grotere meerderheid. Enkel de PvdA stemde tegen, het Vlaams Belang onthield zich.