Montesquieu Institute: from science to society

De alternatieve media van de politiek

Monday, March 30 2020, 13:00, Philip van Praag

Elke politieke partij en elke belangrijke politicus beschikt tegenwoordig over eigen alternatieve vormen van communicatie op internet. Dat varieert van websites en podcast tot vlogs. Zo plaatst het ministerie van Volksgezondheid, Welvaart en Sportt wekelijks een professioneel gemaakt vlog over minister en vicepremier Hugo de Jonge op diverse sociale media. Forum voor Democratie heeft op YouTube zijn eigen Journaal en Denk heeft al jaren Denk tv. Politici en partijen hebben een sterke behoefte om zonder tussenkomst van kritische journalisten hun visie op belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen en feiten geven. Meer algemeen geldt dat politici niet graag geconfronteerd worden in de media met hun eigen zwakke momenten en met feiten die hen niet goed uitkomen. Dat is zeker geen recente ontwikkeling. Bijna 34 jaar geleden, begin mei 1986, waren CDA en VVD woedend op de het NOS-journaal. Op de dag van het spoeddebat in de Tweede Kamer over de kernramp in Tsjernobyl en de radioactieve neerslag in delen van Europa citeerde de redactie uit de verschillende verkiezingsprogramma’s. De VVD bleek twee nieuwe kerncentrales te willen bouwen en het CDA achtte uitbreiding van kernenergie niet uitgesloten. VVD-lijsttrekker Nijpels meldde een dag later in het journaal, fietsend met zijn team door de polder, dat het misleidend was onder deze omstandigheden uit de programma’s te citeren en dat het hoog tijd werd een einde te maken aan de monopoliepositie van het Journaal.

De woede had effect. In de dagen daarna kreeg minister-president Lubbers alle ruimte om het beleid van de regering toe te lichten en Nijpels mocht het standpunt van de VVD uitleggen. De oppositie kwam nauwelijks nog aan het woord. Op 10 mei verklaarde politiek redacteur Gerard van der Wulp in het journaal nog dapper dat kernenergie het thema van de campagne bleef, maar vanaf 11 mei besteedde het Journaal tot aan de verkiezingen van 21 mei op geen enkele manier nog aandacht aan het onderwerp. Het zal zeker niet alleen het gevolg geweest zijn van het incident uit 1986 maar nog geen drie jaar later startte de commerciële zender RTL met zijn uitzendingen in Nederland.

Het voorval laat niet alleen zien dat de afkeer van gevestigde media bij alle partijen bij tijd en wijle sterk aanwezig is, het illustreert ook dat harde kritiek van politici vaak effect heeft. Dat gold toen en dat geldt anno 2020 nog steeds. Ondanks het feit dat Thierry Baudet het kort geding tegen het televisieprogramma Buitenhof verloren heeft, zullen veel journalisten voorzichtiger worden in het parafraseren van zijn woorden. Veel media zijn gevoelig voor het verwijt dat ze vooringenomen zijn of partijdig. Dat is niet veranderd door het kort geding tegen Buitenhof.

Ergernis over de gevestigde media en de behoefte aan alternatieve vormen van communicatie bestond al eerder, vooral buiten de Haagse politiek. Uit onvrede over de pro-Amerikaanse berichtgeving in de gevestigde media over de Vietnamoorlog werd in de tweede helft van de jaren zestig het Vietnam bulletin gestart. In het gedrukte bulletin werden zaken niet alleen anders geframed, zo ging het niet om door Noord Vietnam gesteunde communistische rebellen maar om vrijheidsstrijders, ook werden er andere ontwikkelingen en achtergronden belicht. Het bulletin heeft een bescheiden rol gespeeld in de omslag van de publieke opinie. Veel groter was de invloed van de vaak huiveringwekkende televisiebeelden uit Vietnam

Politieke partijen hadden in het verleden minder behoefte aan alternatieve vormen communicatie. In de tijd van de verzuiling, tot midden jaren zestig, hadden partijen bevriende kranten en omroepen waarmee formele of informele banden bestonden. Die media berichtten nagenoeg altijd in positieve zin over de verwante partij. Het ging om vormen van gesloten communicatie circuits: aanhangers van een partij werden dagelijks op de hoogte gehouden van het nieuws door de partij welgezinde media. Met het einde van de verzuiling zijn deze gesloten circuits grotendeels verdwenen. Journalisten stellen zich nu veelal onafhankelijker op en de media zijn niet langer partijgebonden. Dat laatste betekent niet dat de berichtgeving altijd neutraal is. Het NOS-journaal, het RTL nieuws en veel kranten brengen dagelijks nieuws dat wisselend positief of negatief over partijen is. Politieke partijen bezien dat veelal met gemengde gevoelens en proberen op alle mogelijke manieren de berichtgeving te sturen. Ze hebben daarvoor voorlichters, spindoctors, sociale media deskundigen en beeldexperts in dienst. Niet alleen om de traditionele media te beïnvloeden maar ook om hun hun eigen alternatieve media te maken.

Er wordt veel tijd en geld geïnvesteerd in deze alternatieve media maar het directe bereik van vlogs en andere sociale media is bescheiden. De live stream van Baudet over de coronacrisis van zondag 22 maart werd door een paar duizend mensen live gevolgd. Op YouTube was de uitzending na drie dagen door ruim 78.000 mensen bekeken. Dat is een mooi aantal, zeker in vergelijking met de vlogs van Hugo de Jonge. Volgens het ministerie kijken daar gemiddeld 19.000 mensen naar1. Deze aantallen vallen in het niet bij het succes van Zondag met Lubach, het satirische programma dat politieke onderwerpen niet schuwt. De tv-uitzending van zondagavond 22 maart werd door 1.8 miljoen mensen bekeken en drie dagen later stond het aantal views op YouTube op bijna een miljoen.

Er is niets mis met de talloze eigen communicatiekanalen van politici, dat hoort bij een open democratische samenleving. Het lijkt er echter sterk op dat de vele eigen communicatiemiddelen van politici en partijen slechts gevolgd worden door de eigen aanhang.

Philip van Praag is als Universitair Hoofddocent politicologie verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

 

[1] Het Parool, 7 maart 2020.

1.

Deze bijdrage stond in