Montesquieu Institute: from science to society

Periodiek onderhoud - over het voorstel tot herziening van het Reglement van Orde

Onlangs heeft een werkgroep van Tweede Kamerleden onder leiding van Kees van der Staaij (SGP) een voorstel gedaan tot algehele herziening van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer (RvOTK). Zo’n herziening is een vorm van grondig periodiek onderhoud en vindt doorgaans eens per kwart eeuw plaats.

De laatste herziening dateert van 1994, aan het einde van een relatief stabiele periode in het werk van de Kamer. Die werd immers gekenmerkt door twaalf jaar Lubbers als premier en dominantie van CDA en PvdA met elk circa vijftig zetels. Het RvOTK is niet alleen een stelsel van gedrags- en procedureregels, het is indirect ook een blijk van de parlementaire cultuur van een bepaald tijdperk. In haar prachtige ‘Macht der gewoonte’ 1) is die cultuur door Carla Hoetink uitvoerig beschreven.

Het interessante van de periode sedert 1994 is de teruggekeerde onrust van de jaren zestig en zeventig. Dus kon niet op een rustige en systematische vernieuwing van het reglement worden gewacht. Er werden tussen 1994 en 2019 een reeks veranderingen in het RvOTK aangebracht. Bij wijze van voorbeelden: de afschaffing van de ‘lijken’ in de Handelingen (de bevoegdheid van de voorzitter bepaald woordgebruik uit de Handelingen te laten2), de invoering van het burgerinitiatief, het ontstaan van het ‘dertigledendebat’ (minimaal dertig Kamerleden kunnen een debat verlangen) en de machtsgreep in 2012 van de Tweede Kamer in de procedure van kabinetsformatie.

Misschien is de algehele herziening die door Van der Staaij en de zijnen is voorgesteld daarom wel zo beperkt, op het teleurstellende af. Dat, terwijl er toch echt een paar problemen met het werk van de Tweede Kamer bestaan die vragen om bezinning en ook verandering.

De omgangsvormen zijn onmiskenbaar in vijf en twintig jaar een stuk ruwer geworden. Kamerleden, in elk geval Geert Wilders, worden voorts buiten de Kamer aangepakt door het Openbaar Ministerie. Het is daarom de vraag hoe het nu staat met de jurisdictie over het gedrag van Kamerleden, in en buiten de vergadering. In de vergadering berust die bij de Kamervoorzitter, maar nu zij zelfs smadelijke uitdrukkingen niet meer tot ‘lijk’ kan verklaren, is het de vraag over welke middelen zij beschikt om de vergadering op orde te houden. In feite beschikt Khadija Arib alleen over haar persoonlijk gezag. Dat is indrukwekkend, maar het is waarschijnlijk niet voldoende. Over haar jurisdictie zegt de werkgroep-Van der Staaij helaas niets. De Kamervoorzitter zou enige versterking en misschien verbreding tot buiten de vergaderzaal van haar positie desondanks wel kunnen gebruiken.

Tweede probleem is de overmaat aan aangevraagde debatten, waarbij Kamerleden zich op de actualiteit willen storten. Eind van het parlementaire jaar 2017–2018 lagen er 107 onafgedane aanvragen voor dertigledendebatten en nog eens 115 aanvragen gedaan namens de meerderheid van de leden. Je zou zeggen: dat is gekkenwerk, en veel Kamerleden zeggen dat ook, maar helpen doet het niet. Daar schrijft de werkgroep-Van der Staaij wel over, maar zij doet er niets aan en bepleit vooral groter terughoudendheid van de Kamer. Tja, als wij allen betere mensen worden, is er inderdaad minder ongemak, maar of de werkgroep met zulk vermaan kan volstaan is de vraag.

Dan is er nog de vloed aan moties die elk jaar worden ingediend. Natuurlijk, wij leven niet meer in de jaren zestig van de negentiende eeuw, toen de liberale geschiedschrijver Van Welderen Rengers zich opwond over vier moties in één jaar tijd, maar meer dan vierduizend ingediende moties per jaar (4141 om precies te zijn) is toch echt te veel. Ook dat erkennen de Kamerleden in hun betere ogenblikken. Maar opnieuw, de werkgroep-Van der Staaij doet er niets mee. De rechten van elk individueel lid van de Kamer staan zo zeer voorop, dat van de weeromstuit volstaan wordt met – opnieuw - het vermaan tot zelfbeheersing. Maar, volstaat het om tegen een probleemdrinker te zeggen dat hij zich wat beter moet beheersen?

De werkgroep-Van der Staaij stelt dus teleur. Maar, kan het echt anders? Daarover in een volgende bijdrage.

Dit is de eerste column in een serie van drie over het nieuwe Reglement van Orde van de Tweede Kamer zoals voorgesteld door een werkgroep onder voorzitterschap van Kees van der Staaij.

 

  • 1) 
    Carla Hoetink, Macht der gewoonte. Regels en rituelen in de Tweede Kamer na 1945, Nijmegen: Vantilt, 2018.
  • 2) 
    Peter Bootsma en Carla Hoetink, Over lijken. Ontoelaatbaar taalgebruik in de Tweede Kamer, Amsterdam: Boom, 2006.