Montesquieu Institute: from science to society

Democratisch debacle

Er is afgelopen week in de Europese Unie meer beschadigd dan de reputatie van Frans Timmermans alleen. Natuurlijk was het besluit van de Europese Raad hem niet te benoemen tot voorzitter van de Europese Commissie voor hem ongetwijfeld een bittere teleurstelling. Maar, niet alleen de Nederlandse kandidaat raakte beschadigd, maar ook de Europese democratie en de waarden van de rechtsstaat hebben akelige klappen opgelopen.

Het ging al onmiddellijk mis in het Europese Parlement. Dat bleek niet in staat zich te verenigen op één ‘Spitzenkandidat’ die Commissievoorzitter moest worden. Niet wéér een lid van de Europese Volkspartij was kennelijk de breed gedragen opvatting. Maar, over een alternatief kon men het evenmin eens worden. Nu was dat ook moeilijk, omdat slechts vier fracties in staat zijn samen te opereren als dat moet: christendemocraten, sociaaldemocraten, liberalen en groenen. Elk van die partijen is nodig voor de meerderheid. Christendemocraten vinden dat zij recht op de macht hebben, totdat zij er effectief worden uitgegooid, wat al geen hoogstaand democratisch gedrag oplevert. De sociaaldemocraten schijnen er iets te veel met gestrekt been in te zijn gegaan en dat helpt evenmin.

Zo ontstond ruimte voor de Europese Raad om zijn eigen voorkeuren te laten gelden en het Parlement desnoods te negeren. Aanvankelijk leek het nog goed te gaan, omdat de sociaaldemocratische ‘Spitzenkandidat’ de voorkeur kreeg bij de aanwijzing van de Commissievoorzitter. Die kreeg hij althans van de regeringsleiders 1) die voor de Raadsvergadering naar het Japanse Osaka hadden gemoeten voor de G20.

Het in Osaka gevonden compromis vond in Brussel geen genade. Niet bij de meeste christendemocratische premiers, maar vooral niet bij de premiers van de Visegradstaten, Tsjechië, Hongarije, Polen en Slowakije. Noch bij de Italiaanse premier die de opvatting van het populistische koppel vicepremiers Di Maio en Salvini vertolkte. Zo bleek er geen voldoende meerderheid voor Timmermans. De Europese Raad week voor de onwil van regeringsleiders wier rechtsstatelijk besef van zorgwekkend laag gehalte is en voor de weigering van EVP-premiers die de machtsverhoudingen nog immer naar hun hand willen zetten.

Of dat nog niet genoeg was, werd in plaats van Timmermans geen andere ‘Spitzenkandidat’ naar voren geschoven, maar werd uit het niets de Duitse minister van Defensie Ursula von der Leyen (CDU) tot voorzitter van de Commissie gebombardeerd. Daarmee werd en passant de Duitse coalitie in tweeën gespleten: de SPD werd immers eenvoudig voor voldongen feiten geplaatst. De belangrijkste schade werd echter toegebracht aan het Europese Parlement, dat door de leden van de Europese Raad als irrelevant werd weggezet.

Geen wonder dat de Hongaarse premier Viktor Orbán als grote triomfator rondliep: zijn aartsvijand in de Europese Commissie vakkundig in de greppel gereden en vervangen door een ‘veilige’ Duitse christendemocraat; bovendien het door hem geminachte Europese Parlement voor gek gezet. Alles bij elkaar een nogal beschamende vertoning.

Er wordt nog steeds vaak gesproken over het ‘democratisch deficit’ van de Europese Unie en daarbij wordt vooral op de instituties gedoeld. Zeker is dat de organisatie van de democratische verantwoording nog steeds zwak ontwikkeld is. Er is nu echter een deficit zichtbaar geworden dat heel wat ernstiger is: het schaamteloos van onbelang verklaren van de verlangens en ambities van het Europese Parlement en daarmee ook van de Europese kiezers. In politieke crisisomstandigheden kwamen die in mei veel talrijker op bij de verkiezingen dan in eerdere jaren, niet alleen in Nederland. Bovendien bleken zij waardering te koesteren voor het systeem van ‘Spitzenkandidaten’. Ook de kiezers bleken er op het beslissende moment niet toe te doen, in elk geval niet bij de leiders van de Visegradlanden en trouwens evenmin bij de Franse president, die in goed gaullistische traditie het Europese Parlement wenste uit te schakelen.

Er is bij al deze treurnis een kleine troost. De strijd om de voorrang tussen het presidentschap van de Europese Raad en dat van de Europese Commissie is nu beslecht ten gunste van de Commissie. Von der Leyen moge ‘uit het niets komen’, zij is geen politieke onnozelaar. Als de Europese Raad al tevreden is met de demissionaire Belgische premier, Charles Michel, in eigen land nauwelijks serieus genomen, dan vindt hij het belang van het raadsvoorzitterschap blijkbaar niet echt groot.

 

  • 1) 
    Met uitzondering van de Italiaanse premier Conte, die in eigen land al weinig heeft in te brengen, laat staan in zulk Europees gezelschap. Wel verdrietig voor zo’n grote Europese lidstaat als Italië.