Montesquieu Institute: from science to society

Napraten over de Europese verkiezingen bij een goed ontbijt

Tijdens The Great Continental Breakfast ging het op de vroege ochtend na de EU-verkiezingen over de campagne, de - gebrekkige? - staatsrechtelijke basis van de EU en het Timmermans-effect. ‘Dit waren de normaalste EU-verkiezingen ooit!’

‘Ik snap sommige dingen niet over de EU, ik kom voor een beetje bijscholing’, zegt derdejaars rechtenstudent Myrte Hollander voordat ze een hap neemt uit haar broodje. Expertisecentrum Politieke Legitimiteit en studievereniging DIQIT hebben studenten en medewerkers uitgenodigd voor duiding na de verkiezingen op basis van de voorlopige exit-polls. Zo’n 45 bezoekers en het panel met politicologische, staatsrechtelijke, bestuurskundige én historische expertise zitten er klaar voor, met gevulde bekers en borden. Moderatoren zijn Geerten Waling en Gerhard Poolman.

Nieuwsgierig naar het Timmermans-effect

De voorlopige verkiezingsuitslag in Nederland, met verrassende winst voor de PvdA en/of spitzenkandidaat Frans Timmermans, is voor de panelleden niet gemakkelijk verklaarbaar. Hoogleraar Politicologie Amy Verdun: ‘Timmermans deed het goed in debatten in Florence en Maastricht. Misschien letten mensen daar toch wel op. Of ze kiezen voor hem als persoon. Ik ben wel nieuwsgierig naar het Timmermans-effect.’

Volkskrant-columnist René Cuperus, die onder meer politieke en cultuurgeschiedenis studeerde, vindt het bizar dat Timmermans zo veel stemmen kreeg, terwijl hij niet eens in het Europees Parlement zit. ‘Hij is commissaris, hij zit aan de knoppen.’

Net als Verdun vindt Rogier Elshout - bestuurskundige en debater - dat Timmermans het goed deed: ‘Hij praatte nu eens niet over bevoegdheden van de EU, maar over de inhoud van het beleid. Dat is normaal! Dit waren de normaalste EU-verkiezingen ooit!’ De uitslag beschouwt hij als ‘een redelijke anti-Nexit stem, al blijft het koffiedik kijken.’

Van boze witte man naar redelijke man

Elshout verheugt zich op een verschuiving van de media, na het toegenomen EU-gezinde klimaat dat dit verkiezingsresultaat laat zien. ‘De afgelopen tien jaar stonden de media steeds op de stoep bij de boze witte man. Je hoefde maar een geel hesje aan te trekken en ze kwamen. Laten we de komende tien jaar op bezoek gaan bij de redelijke man. Heerlijk!’

Verdun nuanceert de verschuiving van boosheid naar redelijkheid: die twee kunnen ook samengaan. Thema’s als terrorisme en migratie, typisch thema’s van de ‘boze mensen’, kunnen overduidelijk niet door Nederland alleen worden aangepakt. ‘Als je misdaad wilt aanpakken, en je ziet dat het allemaal Russische maffia is, besef je dat Europa nodig is om er iets tegen te beginnen.’ Zoals dat ook geldt voor klimaatverandering.

EU blijft alsmaar ‘in ontwikkeling’

Het gesprek schuift op naar een interessante staatsrechtelijke vraag. Wat ís de Europese Unie eigenlijk? Ten Napel zet er vraagtekens bij. ‘Het is aantrekkelijk simpel geregeld in het staatsrecht: we kennen maar drie varianten. De eenheidsstaat, de bondsstaat en de federatie. Toen de EU zich begon te ontwikkelen dacht iedereen: daar gaat iets moois groeien. Maar nu, dertig, veertig jaar later? Het is nog steeds een tussenvorm die zich aan het ontwikkelen is. Mijn vraag is of je daar staatsrechtelijk en politicologisch niet meer vraagtekens bij moet zetten.’

Panellid Simon Otjes, docent politicologie, plaatst een kanttekening: ‘Nederland is ook een federatie van vier landen, met de Benedenwindse eilanden. Ieder land heeft zijn eigen bijzondere vorm. Dat de EU een rare mix is van een federatie en een statenbond maakt haar niet minder legitiem.’

Mus of kolibrie?

Elshout eindigt de discussie over staatvormen resoluut: ‘Het lijkt wel of we op een vogelbeurs zijn. Is het een mus met invloeden van een kolibrie, of is het een kolibrie met invloeden van een mus?’ Ten Napel haakt vakkundig in: ‘De vraag waar het om gaat is: is het een móói vogeltje? De EU krijgt steeds meer bevoegdheden en nu vragen veel staatsrechtgeleerden zich af: wordt de EU geen bedreiging voor de eigen lidstaten? Worden bijvoorbeeld de oude rechten van het Nederlandse parlement niet uitgehold? Hoe zit het met de soevereiniteit? Ik heb daar geen pasklaar antwoord op. Daarover moet een academisch debat op gang komen.’

Hoogleraar Nederlandse geschiedenis Henk te Velde plaatst de vraag vanuit het publiek in historisch perspectief. ‘Dit is allemaal rijkelijk theoretisch. Als het in de media over legitimiteit gaat, gaat het altijd over draagvlak. Maar toen de EU werd opgericht, was het juist de bedoeling om de participatie van de burger binnen de perken te houden. Men wou fascisme en nationalisme geen kans meer geven.’

Dat beetje bijscholing waar rechtenstudent Myrte Hollander voor kwam, heeft ze zeker gekregen.

DIQIT en Politieke Legitimiteit

Het debat The Great Continental Breakfast werd georganiseerd door bachelorstudievereniging filosofie en encyclopedie van het recht DIQIT en het interfacultaire profileringsgebied Politieke Legitimiteit, een onderzoeksnetwerk van vier faculteitenen zo’n 200 onderzoekers van de Universiteit Leiden.

Tekst & foto's: Rianne Lindhout

Mail de redactie