Montesquieu Institute: from science to society

Zo breed mogelijk: coalitievorming in de provincies

De provincies in Nederland hebben een lange traditie opgebouwd van zo breed mogelijk samengestelde colleges van Gedeputeerde Staten. Dat is niet zo’n wonder, want de inhoud van het provinciaal bestuur leent zich niet heel erg voor politieke polarisatie, ook al heeft recent de provincie een rol van gewicht gekregen in het klimaatbeleid. Bovendien, je kan als provinciaal bestuurder of volksvertegenwoordiger doen wat je wilt, bij de verkiezingen voor provinciale staten is dat in de praktijk irrelevant. De belangrijkste motivering van de kiezer om mee te doen is immers gelegen in zijn oordeel over de nationale politiek. Van de provinciale politiek is hij doorgaans slecht op de hoogte, al is dat in de Randstad nog slechter dan in de daarbuiten gelegen provincies. Dat is nog versterkt doordat sedert de grondwetsherziening van 1983 de statenverkiezing bepalend is geworden voor de samenstelling van de Eerste Kamer als geheel. Sindsdien zijn aller ogen op de Eerste Kamer gericht en dus op de nationale politieke verhoudingen.

Het was dus niet zo wonderlijk dat na verkiezingen de samenstelling van de colleges van GS nauwelijks veranderde. Het was CDA, PvdA en VVD en dat bleef het, alsof er nooit verkiezingen waren gehouden. Dat (lichtelijk gênante) gedrag is niet meer mogelijk. Daarvoor zijn de grote traditionele partijen te verregaand in elkaar gezakt. Dat geldt in het hele land voor de PvdA, voor het westen en midden ook voor het CDA. Het geldt nog het minst voor de VVD. Die verliest weliswaar, vergeleken bij de laatst gehouden Kamerverkiezingen, maar in de westelijke provincies en Noord-Brabant handhaaft zij zich heel redelijk, vergeleken bij vorige statenverkiezingen. Groen Links profiteert als altijd sterk van de provinciale verkiezingen, minder om redenen van milieu als wel omdat de kiezer er sinds de jaren zeventig een traditie van heeft gemaakt bij statenverkiezingen te experimenteren met zijn stem.

Het experimenteren heeft ook steeds gewerkt ten voordele van nieuwe partijen: voor de Boerenpartij in 1966, voor de PVV in 2011 (vooral in Limburg) en dit jaar voor Forum voor Democratie[1]. Het is moeilijk vol te houden dat het uit belangstelling voor de provincie is, dat kiezers bij statenverkiezingen nogal te keer gaan. Belangrijk is intussen wel dat de opkomst van nieuwe partijen bij statenverkiezingen werkt als een sterk alarmsignaal voor de traditionele politieke partijen. Zo sterk soms, dat het aan het kabinet het leven kost, zoals in 1958, 1966 en 1982; in alle drie gevallen, omdat de PvdA na zware verliezen bij statenverkiezingen haar zenuwen niet meer de baas was. (In 1966 was de KVP dat trouwens evenmin.)

Tegenwoordig vinden provinciale politici dat zij consequenties moeten verbinden aan de statenverkiezingen en dus gaan zij op zoek naar colleges die aan de uitslag van de verkiezingen beantwoorden. Dat is heel correct, maar het is ook een beetje raar, als je moet aannemen dat de meeste kiezers zich eigenlijk niet over de provinciale politiek hebben uitgesproken. Het gênante negeren van de kiezer kan natuurlijk niet meer, maar het slaafs volgen van al zijn humeuren is ook niet goed voor een stabiel en constructief provinciaal bestuur.

Wat provinciale politici nu doen is proberen de oude traditie van het brede afspiegelingscollege te verbinden met nieuwe en telkens wisselende politieke verhoudingen en de verschijning van nieuwkomers. Ooit kon Groen Links of de SP genegeerd worden, evenals eerder de Boerenpartij, maar met de PVV kan dat niet (tenzij die zichzelf isoleert, wat zij meestal doet) en met Forum voor Democratie evenmin. Dat maakt het nogal ingewikkeld en dus treden ook in de provincie de informateurs en formateurs aan om het terrein te verkennen.

Vooral de positie van Forum levert complicaties op, die het ten dele niet zelf heeft verzonnen. De partij is zo hard gegroeid in zo korte tijd, dat het al moeite zal kosten alle statenzetels een beetje netjes te bezetten. Voorts wordt het een probleem om goede en stabiele bestuurders te vinden voor de colleges van GS, ook omdat de combinatie van statenlid en gedeputeerde sinds 2003 niet meer is toegestaan. Erg hard nagedacht over provinciale programma’s is er ook nog niet; daar was nauwelijks tijd voor.

Vast staat dat verstandige politici van traditionele partijen het Forum zullen uitnodigen tot deelname aan het dagelijks bestuur van de provincie. Het populisme went. Maar of Forum ook kan leveren en die levering een stabiel karakter kan verlenen staat nog allerminst vast. Te minder nu voorzitter en partijleider blijkbaar met elkaar overhoop liggen over de koers van de partij en de stijl van de leider.

Het wordt zo waar nog spannend in de provincie…

 

[1] Het verschijnsel van de experimenterende kiezers is zelfs nog veel ouder. In 1935 won de nieuwe NSB veel stemmen bij de statenverkiezingen; veel daarvan raakte zij weer kwijt bij de eerstvolgende Kamerverkiezingen in 1937.

Joop van den Berg is hoogleraar aan de Universiteit van Maastricht, Faculteit der Rechtsgeleerdheid.

1.

Deze bijdrage stond in