Montesquieu Institute: from science to society

Het Global Compact: kun je soevereiniteit, democratie en multilateralisme verzoenen?

Migratiepact

In veel lidstaten van de Europese unie heeft de discussie over het Global Compact for Safe, Orderly and Regular Migration voor ophef gezorgd. In België heeft het al dan niet bekrachtigen van het Pact zelfs geleid tot het einde van de federale regering. Een van de coalitiepartners, de Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) was, ondanks eerdere steun, tot de conclusie gekomen dat het niet langer achter het Pact kon staan. De ministers van de N-VA verlieten de federale regering. De overgebleven coalitiepartners (de Vlaamse en Franstalige liberale partijen Open VLD en MR en de Vlaamse Christendemocraten van de CD&V) besloten dan maar om verder te gaan met een minderheidsregering tot aan de verkiezingen van mei 2019. Tenzij een motie van wantrouwen in het parlement alsnog de val van de regering veroorzaakt. Het Pact heeft tot een uitzonderlijke situatie geleid: slechts tweemaal eerder werd een federale regering maar door een minderheid in het federale parlement gesteund. Het tekort in zetels was toen overigens veel kleiner en die regeringen hebben het niet lang uitgehouden.

Breekpunt

Wat heeft N-VA ertoe gebracht om van het Pact een breekpunt te maken? De kern van de zaak is de ideologische en strategische positie van N-VA ten aanzien van soevereiniteit en identiteit. N-VA heeft tijdens de verkiezingscampagne in 2014 zwaar ingezet op meer autonomie voor Vlaanderen, gekoppeld aan een streng migratiebeleid, én op een rechts economisch beleid van begrotingsdiscipline. Om een coalitie met de Franstalige liberalen mogelijk te maken werden de nationalistische eisen ingeslikt en werd volop ingezet op belastingverlaging en koopkracht. Het palmares op economisch vlak oogt echter mager na vier jaar regeren. Bovendien leed N-VA bij de lokale verkiezingen in oktober 2014 behoorlijke verliezen, vooral ten nadele van Vlaams Belang, de grote concurrent op het vlak van Vlaamse onafhankelijkheid, identiteit en streng migratiebeleid. Het Pact was daarom een ideale manier om het radicaal-rechtse marktleiderschap opnieuw op te eisen. De andere coalitiepartners bleven echter de inhoud van het Pact steunen en dus was opstappen de logische uitweg voor de N-VA ministers.

Trilemma

De tegenstelling tussen de radicaal-rechtse nationalisten enerzijds, en liberalen en Christendemocraten (en bij uitbereiding ook de sociaaldemocraten en groenen) anderzijds kan gezien worden als een fundamenteel verschillende positie ten aanzien van Rodriks befaamde trilemma tussen democratie, soevereiniteit en globalisering. Rodrik argumenteert dat economische globalisering, democratische besluitvorming en nationale soevereiniteit onmogelijk kunnen samengaan: als er voor gekozen wordt om twee van de drie doelstellingen te verwezenlijken, dan vervalt automatisch de derde. Globalisering voorzien van een democratisch draagvlak kan alleen door afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de staten; globalisering verwezenlijken via de natiestaten betekent dat de interne democratie van de staten onder druk komt te staan; en het behoud van de nationale democratieën laat geen globalisering toe.

Om de posities ten aanzien van het Global Compact te begrijpen, vervangen we (economische) globalisering door multilaterale samenwerking inzake migratie. Het trilemma stelt dan dat multilaterale samenwerking om migratie te reguleren enkel kan slagen en een mondiaal draagvlak kan vinden indien staten bereid zijn om minstens hun beleid op elkaar af te stemmen en dus hun eigen bevoegdheden niet als absoluut te zien. Het stelt ook dat multilaterale samenwerking kan bereikt worden doordat de regeringen van staten multilaterale afspraken maken, maar dan zonder te zoeken naar een intern draagvlak. En het betekent dat men kan opteren om de democratie volop te laten spelen binnen de staten, maar dat er dan slechts weinig staten zullen zijn die multilaterale afspraken kunnen ondersteunen.

Soevereiniteit

De radicaal-rechtse nationalisten van N-VA lijken de logica van het trilemma te onderschrijven. Zij willen de bevoegdheden van de staten tot elke prijs behouden én argumenteren dat op populistische wijze door te stellen een staat niet mag gedwongen worden tot een beleid dat niet gewenst is door ‘het volk’. (Het is wel ironisch dat de Vlaams-nationalisten hiermee op de barricaden staan voor de soevereiniteit van de Belgische staat en de wensen van het ‘Belgische volk’.) Het gevolg van deze positie is dat multilaterale samenwerking, wat de essentie is van het Global Compact, uit den boze is. De drie elementen van het trilemma vallen niet te verzoenen, en voor de radicaal-rechts nationalistische N-VA is het duidelijk dat multilaterale samenwerking moet sneuvelen ten voordele van het behoud van nationale soevereiniteit en de wil van ‘het volk’.

De visie van de andere politieke stromingen op het trilemma getuigt van meer optimisme. Zij gaan ervan uit dat het zich terugtrekken binnen de grenzen van de staten geen optie is omdat men enkel kans maakt om migratie te reguleren door multilaterale samenwerking op te zetten. Maar dit betekent wel dat ze dit moeten verzoenen met democratische principes en met de soevereiniteit van de staten, de twee andere elementen van het trilemma waar ze ook in geloven. Zij zijn niet gewonnen voor het opgeven van nationale soevereiniteit (en pleiten bijvoorbeeld niet voor open grenzen) en zij willen de samenwerking voorzien van een nationaal draagvlak.

Hoopgevend voorbeeld

De manier waarop de discussie in België is verlopen en de uiteindelijke uitkomst lijkt een verdienstelijke poging om de drie elementen te verzoenen. België heeft het Pact gesteund en dus de multilaterale samenwerking gehonoreerd. De meeste juristen lijken het ook eens te zijn dat het Pact moet gezien worden als een vorm van soft law die soevereine staten geen bindende regels oplegt. Erg relevant is dat deze partijen het debat naar het federale parlement hebben gebracht. Hoewel de parlementaire discussie ook ging over de grondwettelijkheid van de werkwijze om de crisis in de regering te bezweren, werd hiermee vooral de het parlementaire debat over het Pact zelf mogelijk gemaakt. De representatieve democratie heeft ten volle kunnen spelen, de standpunten van de politieke partijen over een internationale afspraken zijn zelden zo helder geweest. Kiezers hebben de informatie gekregen die ze nodig hebben om bij de volgende verkiezingen te laten blijken of ze een multilaterale aanpak van migratie verkiezen, of opteren voor het volledig terugplooien binnen de grenzen van de Belgische staat.

Sommigen hebben het debat over het Pact een politiek circus genoemd. Zij dwalen. De afgelopen weken waren een zeldzaam maar hoopgevend voorbeeld van hoe de representatieve democratie hoort te werken. Het parlement heeft de rol gespeeld die het hoort te spelen binnen een nationale liberale democratie: het zeer belangrijke thema van migratie werd gepolitiseerd, tegengestelde opvattingen botsten met elkaar, de kiezer heeft zijn oordeel kunnen vormen. Maar even hoopgevend is dat het mogelijk blijkt om het trilemma te overstijgen. Door politiek debat over een internationale kwestie in een nationale parlementaire context te voeren is er een democratisch draagvlak gevonden voor de steun aan multilaterale samenwerking door de soevereine staat België.

Peter Bursens is hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Antwerpen en lid van de onderzoeksgroep Politics & Public Governance.

1.

Deze bijdrage stond in