Montesquieu Institute: from science to society

Meer EU aandacht voor Westelijke Balkan mag niet leiden tot minder nadruk op democratie en mensenrechten

Eerder dit jaar wilde de Europese Unie met een speciale top in Sofia de banden met zes landen van de Westelijke Balkan, die graag lid willen worden van de Unie, kleur geven na jaren van feitelijke stilstand in de betrekkingen. Dat was althans de intentie van EU-voorzitter Bulgarije en van de Europese Commissie, die bij haar aantreden in 2014 blijk had gegeven van weinig ambitie op het vlak van EU uitbreiding maar daar nu op terug kwam.

President Juncker pleitte voor een doorbraak en betere ondersteuning van de kandidaat lidstaten. Er zou meer schot moeten komen in de onderhandelingen met Servië en Montenegro. Met een beetje extra inspanning zouden deze landen in 2025 lid van de EU kunnen worden, meent de Commissie. Albanië en Macedonië zouden nu eindelijk toetredingsgesprekken mogen beginnen.

Als belangrijk motief voor het nieuw leven blazen in het uitbreidingsproces haalt de Commissie de groeiende concurrentie van Rusland, Turkije en China in de regio aan. De EU dreigt qua invloed achterop te raken. Daarnaast verwijst ze naar de rol van de Balkan bij het beheersen van migratiestromen.

De Europese Raad is echter vooralsnog niet bereid gebleken de voorstellen van de Europese Commissie over te nemen. Sofia behield daardoor vooral een symbolisch karakter met als uitkomst een herbevestiging van het Europese perspectief van de zes landen – de vier reeds genoemde plus Bosnië en Herzegovina en Kosovo. In 2003 kregen deze de toezegging dat ze lid mogen worden van de EU mits ze aan de voorwaarden voldoen. En om dat laatste gaat het natuurlijk. Sommige lidstaten zijn er niet van overtuigd dat de situatie in Macedonië en Albanië de start van toetredingsonderhandelingen rechtvaardigt. Ze zouden toch tenminste aan een aantal basisvoorwaarden op met name het gebied van de rechtsstaat moeten voldoen?

Met half ontwikkelde rechtsstaten breng je zo’n belangrijk proces niet op gang, klinkt het ook in Nederland. Niet alle lidstaten zitten op deze lijn – bepaalde tekortkomingen kunnen toch tijdens onderhandelingen worden weggewerkt, is hun redenering. Zelfs al zijn deze lidstaten in de meerderheid, ze kunnen hun zin niet doordrukken omdat elke lidstaat tegenwoordig een veto heeft bij elke stap in het toetredingsproces. Daarom hebben de bezwaren van enkele lidstaten ertoe geleid dat besluiten over de voorstellen van de Europese Commissie over de Europese verkiezingen van mei 2019 zijn getild

Dat is zuur voor de twee landen die uit zijn op de onderhandelingsstatus. Het is erg hard aangekomen in Skopje waar de regering hoopte dat de EU het akkoord met Griekenland over de naam zou belonen met het openen van formele gesprekken over EU lidmaatschap.

De vraag is of de EU op (geo-)politieke gronden de eisen die gesteld worden op het punt van democratie en rechtsstaat zou moeten verzachten. Om zo tegenwicht te bieden aan de concurrentie van derde landen of om Macedonië een steuntje in de rug te geven. De positieve insteek ten aanzien van Servië en Montenegro roept vraagtekens op. In beide landen is op zijn minst sprake van een stilstand in hun democratische ontwikkeling met leiders die steeds meer autoritaire trekken vertonen. De Commissie wijst daar vreemd genoeg zelf op maar dat weerhoudt haar er niet van om de twee staten een toetredingsdatum in het vooruitzicht te stellen. Dat is riskant. Nu onvoldoende nadruk leggen op een adequate handhaving van de rechtsstaat zal de Commissie later in het proces opbreken. Onderhandelingen kunnen niet worden afgesloten bij het ontbreken van overeenstemming binnen de EU of de kandidaat in kwestie voldoet aan de toetredingsnormen van de EU.

Wat zich nu in Polen, Hongarije en Roemenië afspeelt heeft een aantal lidstaten alleen maar kritischer gemaakt. Het noemen van een streefdatum draagt het gevaar in zich dat het halen ervan de norm wordt. Dat onderhandelingen een onomkeerbaar proces in gang zetten, mag in het verleden wellicht het geval geweest zijn, die vlieger gaat tegenwoordig niet meer op. Ze zijn daarentegen een prima instrument om kandidaat lidstaten de weg te wijzen. Dat geldt zowel voor Albanië als voor Macedonië. De nieuwe regering van het laatste land verdient een politiek steuntje in de rug omdat ze duidelijk zaken anders wil aanpakken dan haar nationalistische voorganger.

Of de EU zo de Chinezen, Turken en Russen in de kaart speelt, valt te betwijfelen. De Westelijke Balkan is met handen en voeten gebonden aan de EU. Het mag überhaupt geen argument zijn om soepeler met rechtsstaatnormen om te springen.

Een van de meest trieste gevolgen van de slecht functionerende rechtsstaten is een gebrekkige economische ontwikkeling. Het is hun combinatie die vooral jongeren er massaal toe brengt hun land in de steek te laten. Ze zijn allen vertrouwen kwijt.