Montesquieu Institute: from science to society

Vrijheid van meningsuiting en ‘clear and present danger’

Bekend is het voorbeeld van het brand roepen in een vol theater. Dat zou tot beperking van de vrijheid van meningsuiting moeten kunnen leiden omdat er een ‘clear and present danger’ is dat door de paniek die door die uitlating ontstaat mensen in het gedrang komen, onder de voet worden gelopen waardoor er slachtoffers zullen vallen. Brand roepen als er echt brand is, is natuurlijk dan wat anders! Eenzelfde woord in twee verschillende situaties geeft aanleiding tot verschillende reacties.

Iemand met de dood bedreigen, of iemand oproepen om een ander te vermoorden, is uiteraard strafbaar. Iemand een afvallige noemen is dat gewoonlijk niet, want ja, dat kan ook een neutrale kwalificatie zijn of een term in een debat. Als er brand is, mag je tenslotte ook roepen dat er brand is. Maar als de term afvallige, vooral uitgesproken door een religieus leider, althans iemand die door sommige groepen als gezaghebbend wordt beschouwd, leidt, of redelijkerwijs ertoe kan leiden dat diens aanhangers daarin aanleiding zien om degene die als afvallige is betiteld, te bedreigen of misschien zelfs fysiek iets aan te doen? Geldt dan niet hetzelfde als brand in een vol theater roepen? Tenslotte is in beide gevallen het niet ondenkbare gevolg hetzelfde, en misschien zelfs wel de bedoeling: namelijk dat theaterbezoekers onder de voet worden gelopen of dat de als afvallige betitelde door derden gaat worden bedreigd of aangevallen.

Het is uiteraard evident als opgeroepen gaat worden tot moord of doodslag; maar als op zich neutrale woorden gebruikt worden, waarvan beoogd, of waarbij niet ondenkbaar of zelfs waarschijnlijk is, dat derden die gaan opvatten als oproep tot fysiek geweld, dan is er toch alle reden om in te grijpen? Dat is uiteraard niet altijd eenvoudig om vast te stellen. Welke mate van waarschijnlijkheid is dan van belang? Ik ben geen islamkenner, maar heb wel de indruk dat oproepen zoals die van Imam Fawaz Jneid door sommigen worden opgevat als evenzovele oproepen tot actie, en dat ze zo ook redelijkerwijs kunnen zijn bedoeld.

Inderdaad is het ingevolge vaste rechtspraak ook zo dat publieke personen als een burgemeester hoge bomen zijn en tegen iets meer wind moeten kunnen, en tegen een stootje ook qua kritiek. Maar bedreigingen vallen daar toch buiten, evenals verhulde oproepen tot bedreiging of geweld. Dan heeft de staat, en wij allen toch ook, de plicht om op te treden. Dat geldt voor de staat en voor iedere burger, in het bijzonder ook voor moslims, aan wie het is om duidelijk te maken dat dit soort kwalificaties en de daaraan verbonden mogelijke consequenties, abject en contraproductief zijn en dat ook zij afvalligen juist in bescherming willen nemen. Kortom, val Jneid publiekelijk af en neem Aboutaleb in bescherming en bescherm daarmee zijn vrijheid van denken, doen en geloven of niet geloven of anders geloven, net zoals u die vrijheid voor u zelf wenst!

Het bestrijden van de bewoordingen van Jneid is niet het meten met twee maten: het is het bestrijden van onverdraagzaamheid én het al dan niet verhuld oproepen tot geweld. Het is ook geen islamofobie: de bescherming van Wilders of Aboutaleb lijkt eerder geweten te kunnen worden aan bedreiging uit moslimkring dan dat niet-moslims Jneid met de dood bedreigen. Wilt u werkelijk zelf bescherming in uw gedachtengoed of geloof, betracht dan dezelfde tolerantie tegenover ongelovigen, anders gelovigen en afvalligen; bestrijd actief bedreiging en geweld en roep achterbannen op tot verzoening en gesprek. En verhul gewelddadig taal gebruik niet in quasi neutrale termen in de wetenschap dat goed verstaanders die wel zullen oppakken als oproepen tot actie. Voor ons allen geldt de plicht geweld te bestrijden; de bescherming van onze burgemeesters en Kamerleden en ministers is verder aan de staat; en dat behelst niet alleen bescherming, maar ook vervolging door het OM en actieve bestrijding en bestraffing van de verhulde en openlijke bedreigers.