Montesquieu Institute: from science to society

Troonredes demissionaire kabinetten: wel verschuivingen in aandacht, geen ophef

Er wordt druk op gespeculeerd: krijgen we op Prinsjesdag de Troonrede nu namens het kabinet Rutte II of Rutte III voorgelezen door de majesteit? Het moet ineens wel heel vlot lopen allemaal wil dit laatste gebeuren. Wij denken dat het een demissionaire Troonrede wordt, de vijfde van Rutte II. Sinds 1945 hadden alleen Drees III en Den Uyl vijf Troonredes, in beide gevallen ook tijdens hun demissionaire periode. Gemiddeld genomen hebben zulke vijfde Troonredes minder beleidsinhoud dan eerdere Troonredes.

Politieke zwanenzang?

De verwachting van zo’n demissionaire Troonrede, zeker als het kabinet het volk al vier jaar heeft gediend, is dat het een uiterst bescheiden stand van zaken van het regeringsbeleid is. Eerder een politieke zwanenzang met ruimte voor het volgende kabinet om echt nieuwe plannen aan te kondigen dan een ambitieuze presentatie. Geen voornemens waar het parlement zich nog over moet gaan buigen en al helemaal geen gevoelige materie op de agenda. Een ‘beleidsarme’ troonrede dus, zoals dat wordt genoemd.

Dit zou allereerst betekenen dat er vooral continuïteit is in de aandacht voor onderwerpen vergeleken met vorig jaar. Rustig de rit uitzitten zou tot uiting komen in een stabiele agenda, geen wisselingen in de nadruk, hooguit enkele accentverschillen. Maar onze gegevens over demissionaire Troonredes vergeleken met gewone Troonredes sinds 1945 laten een ander beeld zien. Wij hebben een statistische score voor de verdeling van aandacht over onderwerpen zoals economie, milieu, sociale zaken, immigratie en andere onderwerpen. Die laat zien dat demissionaire Troonredes soms drastische verschuivingen laten zien, waarbij sommige onderwerpen worden uitvergroot en andere van de agenda verdwijnen. Demissionaire kabinetten concentreren zich meer specifiek op onderwerpen dan in jaren waarin zij gewoon beleid maken en uitvoeren.

Volgens het boekje

Dit klinkt alsof het in strijd is met de ongeschreven spelregels, gebruikelijk voor demissionaire kabinetten die geen pretenties meer moeten hebben. Maar als we kijken naar de onderwerpen in dat laatste opschudden van de agenda, dan klopt het beeld met de spelregels. De verschuivingen bestaan er namelijk uit dat hele algemene thema’s waar weinig verschil van mening over bestaat, meer aandacht krijgen en over gevoelige kwesties juist niet meer wordt gesproken.

Toen in 1977 het kabinet Den Uyl was gevallen over de grondpolitiek, viel er vervolgens in de Ridderzaal helemaal niets meer te horen over landbouw, volkshuisvesting en ruimtelijke ordening en ging de meeste aandacht naar algemene, internationale onderwerpen. In 2012 hield het vertrekkende kabinet-Rutte I na veel gedoe met de PVV de tweede en laatste Troonrede met veel aandacht voor de economische crisis, het bedrijfsleven en internationale onderwerpen, maar over immigratie en integratie werd niet meer gesproken en ook sociale zaken (gevoelige bezuinigingen) en law and order-onderwerpen kwamen veel minder aan bod dan het jaar ervoor, toen het kabinet met steun van de PVV van start ging.

Het lijkt dus allemaal wel netjes te lopen volgens het boekje van het ongeschreven staatsrecht en de politieke verwachtingen en gewoontes in Nederland. De laatste Troonrede van het kabinet-Rutte II zal naar onze verwachting dan ook passen in het gebruikelijke plaatje.

Arco Timmermans is bijzonder hoogleraar public affairs, Gerard Breeman is unversitair docent bestuurskunde, beiden aan de Faculteit Governance & Global Affairs van de Universiteit Leiden.

1.

Deze bijdrage stond in