Montesquieu Institute: from science to society

Te veel geprogrammeerd, te veel ingestudeerd

Tuesday, March 14 2017, 9:27, Jan Schinkelshoek, communicatie-adviseur, oud-Tweede Kamerlid voor het CDA

Eerste impressie bij een verkiezingscampagne die bijna voorbij is

Op voorhand vreesde ‘Den Haag’ het ergste, maar het is - terugkijkend - best meegevallen. De ‘tone of voice’ van de verkiezingscampagne 2017 was lang zo ruw niet als gevreesd. Het was misschien te veel geprogrammeerd, te veel ingestudeerd.

Voorafgaande aan het slotdebat tien eerste impressies van een verkiezingscampagne die bijna voorbij is:

  • 1. 
    Negative campaiging is achterwege gebleven. Toen Geert Wilders begon met photoshopping [Alexander Pechtold werd in een demonstratie van islamisten geplakt], vreesde iedereen rond het Binnenhof dat ook die trek van Amerikaanse verkiezingen zou worden gekopieerd. Maar per saldo hebben de partijen elkaar niet (al te) zwart gemaakt - niet zo ‘negative’ als gebruikelijk bij de televisiespotjes in de Amerikaanse verkiezingsstrijd.
  • 2. 
    De befaamde televisiedebatten waren vooral voorspelbaar. Het patroon lag zo vast dat elke lijsttrekker thuis kon oefenen om tijdens het debat binnen de door hem toegemeten spreektijd een voorgekookte boodschap uit te spreken. Met name het Carré-debat leed er onder.
  • 3. 
    Ook de echte twee-debatten hadden iets ingestudeerds. Neem het debat Rutte-Wilders, gisteravond in Rotterdam: het was een ontmoeting van twee heren die elkaar al heel lang kennen, ze hebben de degens al vaak gekruist, ieder weet van te voren wat de ander gaat zeggen - elke spontaniteit is er van af. Het was, schreef De Volkskrant, een eenakter voor twee heren, waarbij Rutte Rutte speelde en Wilders Wilders.
  • 4. 
    Het was veel meer een inhoudelijke campagne dan sommige zwartkijkers voorspelden. Dat was, eerlijk gezegd, vooral een kwestie van toeval. De befaamde, in scène gezette tweestrijd tussen Rutte en Wilders wilde maar niet beginnen. Daarom moest het onverwacht vooral ook over de inhoud gaan. Met name het achtervolgende peloton - van Buma tot Asscher - werd gedwongen te laten zien hoeveel anders & beter ze waren.
  • 5. 
    Er was een ‘new kid on the block’: Jesse Klaver, die - ondersteund door een uitgekiend, geavanceerd gebruik van moderne, sociale media - uitgroeide tot een waren ‘Jessias’ voor links. Tegenover zo veel jeugdige, ogenschijnlijk ontwapenende frisheid is grofheid niet opgewassen, laat staan cynisme. Er ontstond zoiets als het ‘band wagon effect’: met z’n allen achter de muziek aan.
  • 6. 
    ‘It was not the economy, stupid.’ De verkiezingscampagne ging vooral over wat je de nationale identiteit zou kunnen noemen: wie zijn we, waar staan we voor, wat willen we? Dat bepaalde ook de toon en de toonhoogte. Als economie, werkloosheid en begrotingstekorten centraal zouden hebben gestaan, waren de debatten zakelijker, feitelijker geweest - waarschijnlijk. Over ‘identiteit’ spreek je met meer stemverheffing.
  • 7. 
    De verkiezingscampagne duurde lang, bijna uitputtend lang. Aan het Binnenhof begon het al op Prinsjesdag, de derde dinsdag van vorig jaar september. Natuurlijk bereikte het de kiezer pas veel later. Maar die vroege start haalde wel de scherpte er uit. Al voor Kerst wist iedereen wat iedereen ging zeggen. De campagne kreeg voortijdige ietwat vermoeide trekken – ook omdat-ie anders liep dan iedereen van te voren had berekend.
  • 8. 
    Waar bleef de befaamde gamechanger? Ruim vier jaar geleden verraste Samsom iedereen, ook zijn eigen PvdA, met het ‘eerlijke verhaal’, in 2010 dook Job Cohen op als een duveltje uit een doosje en weer vier jaar eerder slaagde Balkenende en het CDA er in de campagne te laten uitdraaien op een tweestrijd met Wouter [‘draaipunt’] Bos. Dit jaar gebeurde niets onverwachts - tot dit weekeinde president Erdogan begon te provoceren. Gaat die diplomatieke rel de afloop bepalen?
  • 9. 
    Media hadden het moeilijk om de campagne bij te benen. De kranten deden hun best met fact checkers, analyses en beschouwingen, de televisie was vooral overdadig – bang een boze kiezer te missen - en sociale media tierelierden naar hartenlust. Iedereen kon z’n hart ophalen. Maar voor thuis, op de bank, werd het niet bevattelijker op. Er waren zo vele kleuren en kleurtjes dat het de doorsnee Nederlander moet hebben geschitterd voor de ogen.
  • 10. 
    Na morgen herneemt het leven aan het Binnenhof z’n gang. ‘Verkiezingscampagnes zijn poëzie, regeren is proza’ – zei premier Ruud Lubbers, lijsttrekker voor het CDA, na de verkiezingsoverwinning in 1986.

1.

Deze bijdrage stond in