Montesquieu Institute: from science to society

Voor het eerst primaries in de Nederlandse politiek.

Gerrit Voerman, hoogleraar Nederlandse en Europese partijstelsel en di5recteur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) in Groningen

Van 24 november tot en met 7 december kunnen de leden van de PvdA de nieuwe lijsttrekker voor de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2017 aanwijzen. Voor een bedrag van 2 euro kan men technisch bezien een maand lid worden van de partij en meedoen aan de interne verkiezingen. Dit ‘flitslidmaatschap’ is een nieuwe stap in het vernieuwingsproces van de politieke partijen, waarbij zij de invloedmogelijkheden van hun achterban verruimen om hun legitimiteit en electorale attractiviteit te ver­groten en nieuwe leden te trekken. In Frankrijk en Italië hebben linkse partijen al gebruik gemaakt van dergelijke ‘primaries’, die veel aandacht van de media trokken. Niettemin zijn er aan het betrekken van niet-leden – zoals bij de PvdA in de vorm van een instant-partijlidmaatschap – ook risico’s verbonden.

Na de schok bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2002, toen de LPF van Pim Fortuyn met 26 zetels zijn opwachting maakte in het Nederlandse parlement, ging een aantal partijen ertoe over om hun leden meer invloed te geven: deze konden voortaan de lijsttrekker en de partijvoorzitter verkiezen, zich uitspreken in interne referenda, en op congressen meebe­slis­sen. Die directe ledeninvloed bestond al in D66 en GroenLinks, maar werd nu ook in uiteenlopende mate en in verschillend tempo verwezenlijkt in de VVD, de PvdA, het CDA en de ChristenUnie. Het traditionele indirecte, getrapte partijmodel gebaseerd op congressen bestaande uit afde­lingsafgevaardigden die over alle wezenlijke zaken beslissen, maakte plaats voor directe zeggenschap van het individuele partijlid.

Met de flitsleden heeft de PvdA een nieuwe stap gezet in dit vernieuwingsproces. Het tijdelijke lidmaatschap betekent feitelijk de invoering van primaries, waar­mee het selectoraat (dat wil zeggen de groep van kiesgerechtigden) voor de verkiezing van de lijsttrekker wordt uitgebreid met sym­pathiserende niet-leden. Door een klein bedrag te betalen, mogen ze meestemmen; hun lidmaatschap van de PvdA hoeft niet langer dan een maand te duren.

De PvdA speelde al langer met de gedachte van primaries. Al in 2009 pleitte de commissie-Dijkstra hiervoor, toen zij na de zware nederlaag van de partij bij de Europese verkie­zingen de oorzaken van de electorale klap had onderzocht. ‘Het getuigt van lef als onze partij als eerste politieke beweging in Nederland met deze nieuwe vorm van kiezers­inspraak aan de slag gaat.’ Een paar jaar later maakte Hans Spekman zich in zijn campagne voor het partijvoorzitterschap sterk voor ‘brede voorverkiezingen’. Het partijcongres stemde in januari 2012 in met de invoering van de primaries, maar bij de vervroegde Tweede Kamer­verkiezin­gen in september van dat jaar kwam het niet van. Bij de raadsverkiezingen van maart 2014 experimenteerde de PvdA in drie gemeenten met voorverkiezingen. Niet-leden konden hieraan deelnemen wanneer ze zich hadden geregistreerd en een ‘progressieve verklaring’ had­den onder­tekend en een kleine financiële bijdrage betaalden.

Nu kunnen voor het eerst niet-leden door een – eventueel uiterst kort­stondig – lidmaat­schap meedoen aan de aanwijzing van de landelijke PvdA-lijsttrekker. Dit kan de partij veel media-aandacht en wellicht ook nieuwe leden brengen, maar de primaries hebben ook een keerzijde. In de eerste plaats vanwege de mogelijke negatieve gevolgen voor de loyaliteit van de traditionele partijleden. Bui­ten de partij staande sym­p­a­thisanten krijgen bijna voor niets de mogelijk­heid in­vloed uit te oefenen op wat tegenwoordig de meest cruciale functie van de politieke partij is: de selectie van de partijleider, die let­ter­­lijk en figuurlijk het ge­zicht van de partij bepaalt en wiens ver­kiezing dus van vitaal belang is. Het par­tij­lidmaatschap ver­liest zo op een essentieel terrein zijn exclu­siviteit, omdat de band met het uitoe­fe­nen van politieke invloed binnen de partij wordt ver­bro­ken. Het betrekken van niet-leden kan dus ten koste gaan van de positie van de (actieve) partijleden, met mogelijke ge­volgen voor hun loyaliteit aan de partij en hun motivatie zich voor de partij in te zetten.

Ten tweede is de mogelijkheid niet uit te sluiten van een ‘coup’ van buiten de partij, dat wil zeggen een voorop­gezette actie van niet-leden om de besluit­vorming in een partij te manipuleren – GeenPeil zou al plannen maken om Jacques Monasch in het zadel te helpen. Met behulp van de sociale media is het tegen­woordig betrekkelijk eenvoudig een dergelijke campagne te initiëren en te coördineren, zoals het Oekraïne-referendum heeft laten zien. Een variant op een ‘kaping’ is de mogelijkheid dat een reeds van tevoren kansloze kan­­didaat voor het lijsttrekker­schap uitsluitend meedoet om zichzelf hoger op de kandidatenlijst te krijgen of een bepaald issue op de agenda te zetten, geholpen door de media-aan­dacht die een dergelijke actie ongetwijfeld zal genereren.

Verder kunnen primaries een verdere personalisering van de partij en van de poli­tiek in de hand werken. De legitimatie van de partijleider ligt nu niet meer uitsluitend bìnnen maar deels ook bùiten de partij, hetgeen zijn autonome positie ten opzichte van de tra­ditionele partijorganen (partijbestuur, congres, Kamerfractie) kan versterken. Daarbij kan zijn loyaliteit aan de partij onder druk komen te staan: hij heeft er naast de partijleden immers nieuwe, externe lastgevers bij gekregen, waarmee hij eveneens rekening moet houden.

Ten slotte kunnen de primaries de verdeeldheid binnen de partij vergroten, net als de interne voorverkiezingen dat overigens kunnen, zoals is gebleken in 2006 in de VVD en D66. In beide partijen kwamen toen de meest kansrijke kandidaten scherp tegenover elkaar te staan, wat de eenheid binnen de partij op de proef stelde.

Al met al zijn primaries, waarin sympathiserende kiezers ruim baan krijgen, zeker niet zonder risico’s voor de partij. Vooral het gevaar van een ‘kaping’ valt niet uit te sluiten. Wan­­neer er geen limiet is gesteld aan de externe invloed op de verkiezing van de lijsttrekker annex politiek leider, is de partij hiervoor kwetsbaar. Dat bij de PvdA de keuze van de beoogde lijst­trekker formeel moet worden bekrachtigd door het partijcongres doet daar weinig aan af, niet alleen vanwege de hoge drempel (een tweederde meerderheid) om van de uitkomst van de primaries af te wijken, maar ook omdat op het congres alle leden toegang èn stemrecht heb­ben. Zo kunnen een kwaadwillende flitsleden die voor een paar maanden betalen, ook daar invloed uitoefenen. Ook al zijn er momenteel nog geen tekenen dat er een gecoördineerde campagne wordt voorbereid, het worden om meerdere redenen spannende voorverkiezingen in de PvdA.

Zie ook: Gerrit Voerman, ‘Kandidaatstelling op landelijk niveau’, in: Sarah L. de Lange, Monique Leyenaar en Pieter de Jong, red., Politieke partijen: overbodig of nodig?(Raad voor het Openbaar Bestuur, 2014), 45-62.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 31 oktober 2016.