Montesquieu Institute: from science to society

Supremacy of Parliament?

Aalt Willem Heringa is hoogleraar vergelijkend constitutioneel en administratief recht aan de Universiteit Maastricht

Het lastige met het Brexit referendum en de gebeurtenissen nadien in het Verenigd Koninkrijk is dat het instrument van een referendum in al zijn eenvoud en simplisme in wezen ook ondemocratische gevolgen kan hebben. Inderdaad stemde de meerderheid voor 'leave'. Maar er was niet gestemd over wat er dan na een vertrek wel of niet zou moeten komen. Een harde Brexit of een zachte, een constructie zoals van Noorwegen of Zwitserland, wel streven naar grootschalige handel met de EU of niet, wel of niet een overgangstermijn, en meer van dergelijke vragen.

Rechtsgevolgen

Dan is er ook nog de vraag hoe het nu zit met de positie van het parlement. Het referendum was uitdrukkelijk consultatief, en heel bewust niet bindend. De wet die het referendum mogelijk maakte zei niets over de rechtsgevolgen van de uitslag. Dan kan het toch ook niet zo zijn dat er rechtsgevolgen aan worden verbonden en dat verder, zonder besluit van de wetgever, ook en passant wordt beslist over het soort Brexit? Dat lijkt mij weinig passen in een representatieve democratie waarin het parlement de wetgever is en de uitvoerende macht controleert. Dat is vooral opzienbarend in het Verenigd Koninkrijk met haar doctrine van de supremacy of parliament.

De leave-ministers in de huidige regering willen ook al niet dat het parlement een stem krijgt over de Brexit aanvraag en Brexit-tactiek. Raar, want daarvoor hebben ze niet echt een mandaat. Niet door het referendum, want dat bepaalde niets over de gevolgen van Brexit en de nieuwe situatie, en niet door het parlement want dat wordt er nu kennelijk vooral buiten gehouden.

Vertrouwen in rechters

Daarom stappen burgers nu naar de rechter. De rechter mag nu beslissen maar ik hoop dat de democratie zijn beloop krijgt en de verdere zaken voorgelegd worden aan het parlement. Iets dergelijks zien we ook regelmatig in Duitsland waar het constitutionele hof het parlement er steeds op wijst dat het zo zijn rechten heeft en deze moet uitoefenen. Met name dat het parlement zijn rol als controleur van de regering moet spelen. Politici en democratie zijn kennelijk een lastige combinatie. Het verklaart wel dat in allerlei peilingen keer op keer naar voren komt dat in tal van EU-lidstaten de burger het meeste vertrouwen heeft in die rechters. Dat zou politici tot bescheidenheid moeten nopen. Hun legitimiteit hangt af van de rechter.

Democratie betekent verder ook dat een parlement zijn bevoegdheden uitoefent en gebruikt. Referendum of geen referendum. Een referendum is immers een momentopname over een vraag, en niet over de veelheid van vervolgvragen. Het zou weinig democratisch zijn om met een beroep op een simpele referendumvraag een regering een overvloed aan vervolgvragen te laten beslissen zonder verdere parlementaire zeggenschap.

In zo'n geval leidt een referendum tot een verder samenballing van de macht bij de regering. En of de kiezers dat nu bedoeld hadden is allerminst zeker. Kortom, laat parlement en rechter hun werk doen. Zo zit een rechtstatelijk model nu eenmaal in elkaar. Referendum of geen referendum!


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 31 oktober 2016.