Montesquieu Institute: from science to society

Een veranderend medialandschap met risico's voor alle betrokkenen

Monday, September 19 2016, 16:10

DEN HAAG (PDC) - De technologische revolutie waarin wij ons momenteel bevinden, verandert de samenleving op net zo'n ingrijpende wijze als de industriële revolutie in de 18e en 19e eeuw. Nieuwe vormen van communicatie zoals de sociale media hebben politieke participatie vergroot. Gebruikers van deze media dienen zich echter wel bewust te zijn van de risico's die hieraan verbonden zijn, met name voor privacy. Dit stelde Jacob Kohnstamm, scheidend voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens, in de jaarlijkse Prinsjeslezing, georganiseerd door het Montesquieu Instituut en het Prinsjesfestival.

Kohnstamm betoogde dat persoonsgegevens geld hebben vervangen als betaalmiddel in de 21e eeuw. Waar het betalen met geld zichtbaar is voor het publiek, zijn transacties in persoonsgegevens, waar onder andere socialmediabedrijven veelvuldig gebruik van maken, vaak onzichtbaar. De koppeling van persoonlijke gegevens uit allerlei applicaties leidt tot de vorming van profielen. Het is een slechte zaak wanneer overheid en andere organisaties van dit soort profielen gebruik maakt om personen te benaderen. In het debat, onder leiding van Peter Olsthoorn, werd geconcludeerd dat sociale media directe democratie kunnen bevorderen waarbij gewaakt moet worden dat er een vorm van burgerschap ontstaat die wordt gebaseerd op dataverzameling.

Het gebruik van sociale media voor het vergaren van politieke informatie heeft ook gevolgen voor het medialandschap. Tamara Witschge, universitair hoofddocent media en democratie aan de Rijksuniversiteit Groningen, gaf in haar inleiding aan dat de monopoliepositie van journalisten steeds verder in het nauw komt. Likes en shares via netwerken als Facebook zorgen ervoor dat de nieuwsvoorziening sterk wordt gepersonaliseerd. Consequentie is ook dat het voor de media moeilijker wordt om over minder populaire onderwerpen te schrijven .

Waar de 'oude', traditionele media in handen zijn van de elite, zijn de sociale media eigendom van de gewone burger. Hiermee kunnen gebruikers politici niet alleen voorzien van feedback op verkiezingscongressen, maar ook thuis vanaf de bank. Met dit gegeven zullen politici de manier waarop zij met informatie naar buiten treden moeten aanpassen. De vraag is wel hoe houdbaar informatievoorziening via sociale media is. Voornamelijk onder jongeren is een trend zichtbaar waarbij zij niet geïnteresseerd zijn in de vloed van informatie die de sociale media bieden, maar in plaats daarvan meer behoefte hebben aan diepgang. In dit kader lijken nieuwe initiatieven als De Correspondent een grotere rol te vervullen.

Tot slot liet de Amerikaanse regisseuse Eileen Jerrett een praktijkvoorbeeld zien over de relatie tussen sociale media en directe democratie. Na de financiële crisis werd in IJsland een comité van 25 burgers uit alle hoeken van de samenleving samengesteld om een deel van de grondwet te herzien. Facebook vervulde een belangrijke rol bij de communicatie tussen het comité en de rest van de IJslandse bevolking. Alhoewel het positief is dat burgers hierbij de vrije hand krijgen, merkte Kohnstamm op dat een moderator wel nodig is om zo'n proces in goede banen te leiden.