Montesquieu Institute: from science to society

Enquêtes in het Europees Parlement

Wouter Wolfs werkt als wetenschappelijk medewerker aan de KU Leuven, bij het Instituut voor de Overheid. Daarvoor werkte hij twee jaar in het Europees Parlement

Net als in de assemblees van de meeste EU-lidstaten, kan ook het Europees Parlement een onderzoekscommissie worden opgericht.[1] In vergelijking met haar nationale tegenhangers, missen de Europese parlementsleden echter wat slagkracht. Ze kunnen getuigen uitnodigingen, documenten verzoeken bij nationale overheden en hoorzittingen organiseren. Ze hebben echter enkel een sterke positie tegenover nationale of Europese overheidsinstellingen: als een Europese lidstaat niet ingaat op de verzoeken van de parlementsleden, kan het parlement aan de Europese Commissie vragen om een inbreukprocedure te starten. Europese instellingen of organen die weigeren mee te werken, kunnen door het parlement voor het Europees Hof van Justitie worden gedaagd. Andere organisaties, bedrijven of personen zijn echter niet verplicht om voor de commissie te verschijnen en er zijn geen sancties voorzien indien ze niet willen meewerken.

In 2012 lanceerde het Europees Parlement een voorstel om haar onderzoekscommissies meer mogelijkheden te geven, maar dit stootte op een njet van de Europese Commissie en de lidstaten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in de afgelopen 25 jaar slechts 4 onderzoekscommissies zijn opgericht. De meest recente kwam er in december 2015 als reactie op het Dieselgate-schandaal van de Duitse autoconstructeur Volkswagen. De commissie – die geleid wordt door Belgische Europarlementsleden Kathleen Van Brempt (als voorzitter), Ivo Belet en Mark Demesmaeker (als vicevoorzitters) – moet onderzoeken of de Europese Commissie en de lidstaten in de fout zijn gegaan in het toezicht op de CO2 -emissietesten voor dieselwagens zoals dat was voorzien in de Europese regelgeving. Het is overigens een goed voorbeeld van het strikte kader waaraan onderzoekscommissies gebonden zijn: ze mogen enkel inbreuken en wanbeheer in de implementatie van Europees recht onderzoeken. Meer algemene beleidsvraagstukken zijn uitgesloten.

Speciale commissie in plaats van enquête

Daarom neemt het Europees Parlement vaker haar toevlucht tot zogenaamde 'Speciale Commissies', die ook bredere beleidskwesties kunnen behandelen. Zo werd een verzoek voor de oprichting van een onderzoekscommissie in de nasleep van het LuxLeaks-schandaal in het najaar van 2014 geweigerd omdat het niet duidelijk genoeg om een inbreuk van Europese regelgeving ging. In plaats daarvan werd een speciale commissie opgericht om de onrechtvaardige belastingpraktijken in de lidstaten te onderzoeken. Tot nu toe heeft het Europees Parlement 16 van dergelijke speciale commissies opgericht, waarvan de meesten een bredere beleidsfocus hadden. In tegenstelling tot de onderzoekscommissies zijn deze speciale commissies niet vastgelegd in de verdragen, waardoor ze minder mogelijkheden hebben om de lidstaten en Europese instellingen tot medewerking te verplichten. Hoewel het Parlement daardoor dus erg afhankelijk is van de welwillendheid van personen, instellingen en organisaties, oefent ze soms politieke druk uit om hen toch te laten meewerken. Toen de speciale 'Luxleaks'-commissie in het voorjaar van 2015 uitnodigingen stuurde naar multinationals om hun belastingbeleid te komen toelichten, wezen de meesten dit af. Het Parlement weigerde daarna echter om hun belangenvertegenwoordigers te ontmoeten, ook in het kader van andere lopende wetsvoorstellen. Bijgevolg besloten de multinationals om toch mee te werken met de commissieleden. Op die manier zijn de onderzoeks- en speciale commissies een goed voorbeeld van een meer algemene strategie van het Europees Parlement waarbij ze haar soms beperkte bevoegdheden steeds tracht te maximaliseren.


[1] Het Europees Parlement publiceerde een vergelijkende studie over onderzoekscommissies in de verschillende lidstaten: W. Lehman (2010), “Parliamentary Committees of Inquiry in National Systems: a comparative survey of EU Member States”, European Parliamentary Research Service In-depth Analyses, Brussel: Europees Parlement, 33 pp.

Een uitgebreider overzicht over onderzoekscommissies in het Europees Parlement: E. Poptcheva (2016) “Parliament’s committees of inquiry and special committees”, European Parliamentary Research Service In-depth Analyses, Brussel: Europees Parlement, 19 pp.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 27 juni 2016.