Montesquieu Institute: from science to society

Beestenboel op het Binnenhof

Anne Bos is als onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis in Nijmegen

Moet minister Van der Steur worden beschouwd als aangeschoten wild? Of is hij de zondebok voor alles wat er de afgelopen jaren is misgegaan op het ministerie van Veiligheid en Justitie? De persmuskieten zijn verdeeld. De mastodonten in zijn partij zien het hoofdschuddend aan. Zij zijn bang voor de rekening die het kiesvee straks zal presenteren. De tijd dat kiezers als makke schapen hun herder volgden is immers al lang voorbij.

Vergelijkingen met het dierenrijk doen het goed op het Binnenhof. Ze zijn beeldend en iedereen begrijpt ze. Dat verklaart ook het succes van de Fabels van La Fontaine (1668) en Animal Farm (1945) van George Orwell. De meeste metaforen zijn overbekend. Zo worden zowel parlement als pers omschreven als waakhond van de democratie en is een enkel Kamerlid of journalist een luis in de pels. Als er veel wisselingen zijn in de Kamer dan is het een duiventil en als de fractiediscipline wordt genegeerd dan springen de kikkers uit de kruiwagen. In de buitenlandse politiek heb je duiven en haviken en een belangrijke beleidsmaatregel is het paradepaardje van het kabinet.

Aangeschoten wild (Peter van Straaten)
Aangeschoten wild (Illustratie: Peter van Straaten, Vrij Nederland, 16 maart 1985)

Lam, hond en goudvis

In de jaren zeventig vroeg Kamervoorzitter Vondeling zich af of het parlement moest worden gezien als lam of leeuw. VVD-fractievoorzitter Bolkestein herhaalde bij de algemene beschouwingen in oktober 1992 die vraag, en gaf − onder verwijzing naar de houding van zijn collega-fractievoorzitters − voor het gemak zelf vast het antwoord: ‘mèèèèèh…!’

Vergelijkingen met honden doen het ook goed: KVP-fractievoorzitter Schmelzer (1963-1971) was er uiteindelijk zelfs trots op dat cabaretier Wim Kan hem had neergezet als een teckel met een vette kluif in de bek. Meerdere kabinetten kregen te horen dat zij het schoothondje waren van een buitenlandse mogendheid. Op dat clichématige schoothondje bedacht Geert Wilders (PVV) in 2011 een nieuwe variant: hij omschreef de toenmalig fractievoorzitter van de PvdA als ‘de bedrijfspoedel van de heer Rutte’.

Origineler zijn de volgende verwijzingen. Klaas de Vries (PvdA) vergeleek in 1988, toen hij in Het Vrije Volk terugblikte op bijna 15 jaar Kamerlidmaatschap, zichzelf en zijn collega-Kamerleden met goudvissen in een kom: ‘Als iemand tegen de ruit tikt, komen ze allemaal tegelijk aanzwemmen.’

Mammoetwet
Mammoetwet (illustratie: Eppo Doeve)
Papegaai, kippen en teckels

Marcel van Dam (PvdA) ging in de onlangs verschenen biografie van Joep Boerboom over Jan Terlouw (D66) in op het fenomeen papegaaiencircuit. Terlouw had als minister van Economische Zaken (1981-1982) een slechte pers. Hij kreeg het zo zwaar te verduren dat hij in de kritiek een complot van PvdA-zijde vermoedde. Van Dam geloofde daar niets van. Hij vergeleek de situatie waarin Terlouw zich destijds bevond met die in een kippenren: ‘Als iemand aangepikt is, eindigt hij kaal.’

De lijst is vast nog langer te maken. Mocht u nog een politieke dierenvergelijking weten, dan bent u bij dezen van harte uitgenodigd die in te zenden. Het is interessant na te gaan of er naast de Mammoetwet (Anton Roosjen (ARP) over de Wet op het voortgezet onderwijs in 1955), het aangeschoten wild (Henk van Rossum (SGP) over minister Van Aardenne in 1984) en de bovengenoemde teckel nog meer specifiek Nederlandse dierenmetaforen zijn. En het valt te hopen dat geen van de genoemde dieren over een paar weken eindigt op de traditionele parlementaire barbecue. Ik wens u alvast een plezierig zomerreces!


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 27 juni 2016.