Montesquieu Institute: from science to society

Citaat Frans Timmermans

"Dit is voor het eerst in mijn bewuste beleving van de Europese samenwerking dat ik denk: het zou weleens echt kunnen stranden."

Deze woorden sprak Eurocommissaris Frans Timmermans uit naar aanleiding van de Huis van Europa-lezing in Amsterdam op 10 november 2015. Hij sprak in zijn lezing over zijn eerste jaar als de eerste vicevoorzitter van de Europese Commissie - over wat er gebeurd was, en te gebeuren stond. 

De positie van vicevoorzitter was tot 2014 een erefunctie, maar is sinds de Commissie-Juncker sterk in belang toegenomen. De vicevoorzitter coördineert het werk van de andere eurocommissarissen in teams, ingedeeld op beleidsthema's. De eerste vicevoorzitter is daarnaast ook de eurocommissaris voor betere regelgeving

In zijn lezing schetste Timmermans een beeld van de eenentwintigste eeuw als een kritieke periode voor de Westerse wereld en het Europese project. Hierbij haakte hij in op de vluchtelingencrisis, waar Europa ook toen al mee te maken had, en maakte hij de observatie dat angst regeerde in de politiek van de laatste vijftien jaar; een angst voor de veranderende positie van Europa in de wereld. 

Hij gaf zijn visie op de manier waarop de politiek hier mee omgegaan is, en stelde daarop dat grenzen nodig zijn, maar muren niet. En hij stelde dat de morele oplossing voor het probleem van Europa niet van boven of van onderen moet komen, maar uit het midden.

Onderstaand vindt u ook het volledige transcript van zijn lezing.

 

Goedenavond,

Mooi dat ik hier vanavond met jullie van gedachten kan wisselen. Voor mij is dit ontzettend belangrijk. Vijftien jaar in een nieuwe eeuw. Vijftien jaar met heel veel extra uitdagingen, waar we misschien niet op gerekend hadden, met veel twijfel, zelftwijfel en onderling wantrouwen. Die vijftien jaar begon met een grote terroristische aanval, die het zelfvertrouwen van de westerse wereld op zijn grondvesten deed schudden. Vervolgens kwam er een reactie op die uitdaging, die ook niet altijd getuigde van verstand of overleg, en die ons zelfvertrouwen verder heeft ondermijnd, omdat wij in die reactie onze eigen waarden - en dan zeg ik het nog heel mild - nogal relativeerden, zeker in het optreden tegen Irak. 

De schade aan onszelf hierin is veel groter dan wij dachten toe te brengen aan onze tegenstanders. Dit werd gevolgd door een bankencrisis, die het geloof in instellingen waarop we dachten te kunnen rekenen ondermijnde. Weer een klap voor het zelfvertrouwen. Na die financiële crisis en economische crisis, die met name in de westerse wereld de middenklasse heel hard aanpakte en nog steeds aanpakt, komt daar nu de vluchtelingencrisis overheen. Het is bijna the perfect storm, waar we mee te maken hebben. Daar staan we dan. Wat doen we ermee? Wat doen we eraan? Daar zou ik graag vanavond over willen praten, waarbij ik mij met name natuurlijk concentreer op de kwestie van de vluchtelingen, hoe we daar mee om gaan.

Ter introductie van dit onderwerp wil ik even iemand anders kort aan het woord laten: Tourist LEMC. Hij is een van de meest briljante artiesten, kunstenaars, dichters, toondichters in het Nederlands taalgebied. Tenminste, als je Antwerps tot het Nederlands taalgebied wil rekenen. Hij verwoordt precies waarmee ik wil beginnen. Tegen de achtergrond van wat ik net beschreef, vraag ik me af of we niet iets te veel de capaciteit hebben verloren om écht te kijken naar andere mensen. 

Het is alsof je op een pad loopt dat zo oneffen is en met zoveel valkuilen en dat je zo naar voren gericht bent van 'blijf ik wel overeind?' , dat je vergeet om je heen te kijken. En ik heb in die vluchtelingencrisis tot nu toe zo vaak meegemaakt dat de mens achter de vluchteling, de mens die deze vluchteling is, bijna aan de aandacht ontsnapt. We hebben het over categorieën. We hebben het over gelukszoekers, we hebben het over migranten, allerlei woorden worden gezocht om onszelf te bevrijden van de noodzaak om te kijken. Maar kijk nou eens. Wie is die mens, waarom doet die mens dat? Wat zou ik doen in dat geval? Wat zouden wij doen als samenleving als ons dit zou overkomen? 

Maar ook kijken naar diegenen die proberen, in het kielzog van de echte vluchtelingen ook mee te liften naar een rijker en welvarender Europa. Kijken. Laten we daar eens mee beginnen. Kijken, luisteren, praten. Zo vaak merk ik dat mensen nog nooit met een vluchteling gesproken hebben. Nooit de moeite genomen hebben om te luisteren naar die verhalen. Om die verhalen eigen te maken. Zodra die verbinding er is op menselijk vlak, worden oplossingen volgens mij ook makkelijker te bereiken.

Misschien is angst wel de grootste drijvende kracht achter de politiek in de laatste vijftien jaar geworden. Niets is sterker als politiek instrument dan angst. Niets is verleidelijker voor een politicus om op die angst in te spelen, om die angst te gebruiken. Waarom? Angst verhindert juist dat kijken. Als mensen maar bang zijn, zoeken ze nog maar één ding. Zien ze nog maar één ding. Overal bevestiging voor de rechtvaardiging van de angst. En er zijn genoeg politici in Europa die staan te popelen om die bewijzen voortdurend maar aan te dragen. Als die angst domineert dan kijken we ook niet meer. Dan zien we alleen nog maar de bedreiging en niet meer de kansen. 

Als je kijkt hoe - laat ik het maar even populistisch rechts noemen, of extreemrechts, radicaal rechts - in Europa met die vluchtelingencrisis omgaat, zie je eigenlijk bijna steeds hetzelfde patroon. En de reactie op dat patroon is misschien nog wel zorgelijker dan het patroon zelf. Het begint met de stelling - die ik ook wel begrijp met de afgelopen vijftien jaar in het achterhoofd - we raken iets kwijt. We raken onze positie kwijt, we raken onze baan kwijt: we raken onze toekomst kwijt. We raken iets kwijt. De reactie daarop is: nou dat kan wel zijn, maar er komt wel wat voor terug. Of, oké shit happens. Dat is een makkelijke reactie voor mensen die weten dat ze misschien iets kwijtraken, maar zelf ook wel hebben bedacht wat er voor hen voor in de plaats komt. Maar onderschat niet dat er tientallen- misschien zelfs honderden- mensen in Europa zijn die iets kwijt raken, maar geen idee hebben wat daar voor hen aan positiefs voor in de plaats zal komen.

Dus het begint met we raken iets kwijt. Als je dat al niet adresseert, als je niet erkent dat ja, er is risico van verlies in deze tijd van mondiale omwentelingen en ja, ik heb er over nagedacht en bedacht wat we daaraan gaan doen. Als je daar al niet aan begint, maar wacht tot je bij stap twee komt, namelijk we zijn iets kwijt en dat zijn we niet zomaar kwijt, dat is ons afgepakt door de elite en door de moslims, wat zet je daar dan nog tegenover? Alleen maar een nee? Maar dan ben je mensen al kwijt als je die eerste premissen hebt geaccepteerd en niet hebt bestreden, en pas gaat argumenteren op het moment dat we het niet meer hebben over of iets kwijt is of dat door iemand is afgepakt, maar dat je het hebt over wie daarvoor de schuld draagt. 

De elite, die natuurlijk zelf ook geen enkel zelfvertrouwen meer heeft, die komt niet met argumenten waarom dat zo is. Die beredeneert dat niet, die zegt: 'Ja maar wij zijn echt geen elite, hoor.' We zijn net als iedereen. Wij zijn geen elite. Daarmee bevestigen zij eigenlijk impliciet wat het verwijt is. En eigenlijk, die moslims, ja die moeten we ook niet zo. Dat zeggen we niet te hard, want dat is niet netjes. Dus op het moment dat je de stappen - kwijt, afgepakt, elite, moslims - al hebt doorlopen en dat nooit hebt weersproken, kom je er bijna niet meer uit.

Wat ook volkomen miskend wordt is dat het discours van ´kwijt´ moreel zwaar geladen is. Het gaat over waarden. Misschien niet mijn waarden, misschien niet uw waarden, maar misken niet dat dit een moreel geladen, ofwel waardengeladen, benadering is. Namelijk: we hadden iets, dat vonden we waardevol, dat werd ons afgepakt en dat willen we terug. En dat krijgen we terug als we de elite maar opzij hebben geschoven, het volk maar aan het woord hebben gelaten en de ideologie die zich islam noemt, hebben verwijderd. 

Prachtig eufemisme, maar goed. Die redenering past binnen dat waardenpatroon en wat ik er tegenover zie staan zijn vaak praktische redeneringen: kan niet, willen we niet, niet leuk. Maar daar staat geen ander waardenpatroon dat aantrekkelijk of aanlokkelijk is tegenover. Waarom eigenlijk niet? Democratie, verdraagzaamheid, onderlinge omgang en respect, zijn dat dan geen waarden die je kunt definiëren en die je tegenover dat andere waardenpatroon kunt zetten? Ik denk het wel. We moeten niet alleen maar roepen dat het anders moet, dat het praktisch niet uitvoerbaar is of zoals een leider van een politieke partij in Nederland afgelopen week zei: 'Die Wilders daar moeten wij niet mee regeren want die maakt teveel ruzie.' Wat maakt hij ontzettend veel ruzie als hij goede ideeën heeft of een waardenpatroon waar ik me bij thuis voel. De eerste vraag die je je stelt is, zijn dit waarden die wij kunnen delen of niet. En als we die waarden niet kunnen delen, kunnen we samen toch ook geen zaken doen. Maar goed, dat moet iedereen zelf weten in Nederland hoe die daar mee om wil gaan.

De ene kant dus het met waarden-beladen vluchtelingenvraagstuk, dat zegt: er wordt iets van ons afgepakt en al die mensen die komen, willen nog meer van ons afpakken, dus onze enige redding is deze mensen ver van ons houden, grenzen bouwen, ons beschermen, dan is het opgelost. We weten niet of dat werkt. Ik ben er zelf sterk van overtuigd dat het niet werkt, want overal waar het geprobeerd is, is het gefaald. Maar dat weten we niet zeker, het kan werken. Wat zetten we daar tegenover? 

Teveel wordt daar tegenover gesteld, in mijn ogen 'shit happens', zo is nu eenmaal de globalisering, pas je maar aan, we willen geen grenzen meer. Hier gaan we echt de fout in. Mensen kunnen niet bestaan zonder grenzen. Grenzen tussen mensen, grenzen tussen culturen, grenzen tussen talen, grenzen tussen landen. Een grens is een nuttig ding, een handig ding. Een belangrijk ding. Het definieert wie je bent en hoe je relateert tot diegene aan de andere kant van de grens, maar als extreemrechts/radicaal-rechts het over grenzen heeft, hebben ze het niet over grenzen. Grenzen zijn dingen waar je overheen kan. Ze hebben het over muren of hekken waar je niet overheen kan en niet doorheen kan, waar je de ander niet meer kan zien of wil zien.

Régis Debray is een Franse schrijver die een aantal jaar geleden een essay heeft gehouden in Japan, waarin hij de schoonheid van de grens onderstreept, bezong. Dat heeft mij altijd geraakt, want zijn benadering is niet: ik vind de grens mooi omdat dat het mij beschermt van alles wat van buiten komt. Nee, ik vind de grens mooi omdat het iets is, waar ik houvast aan heb zonder dat ik daarmee diegene van aan de andere kant van de grens buitensluit. Hij zette de grens af tegen twee dingen. Tegen het niet hebben van grenzen, grenzeloos zijn, ook vaak in onze persoonlijke verhouding tot anderen. 

Mensen die bij voorlichtingsavonden voor bewoners andere mensen uitschelden, niet aan het woord laten en vernederen, zijn in feite in hun persoonlijke levenssfeer grenzeloos. In de zin dat wat zij vinden, dat hun mening, aan iedereen mag worden opgedrongen. Hun mening is grenzeloos en wordt dus niet begrensd door de mening van een ander of het gevoel van die ander. Grenzen hebben we niet alleen in onze intermenselijke verhoudingen nodig, maar hebben we ook tussen landen nodig. En het is een misverstand, dat Europa zo pleitte voor het verdwijnen van grenzen, want dat zou het einde betekenen van ons Europese project. We hebben die grenzen nodig, maar we hebben geen muren nodig. Muren maken dood, steriel, kapot.

Nu naar het werk en het Europese project, ook in het licht van deze vluchtelingencrisis. Er zijn oplossingen. Die zijn verschillend en zullen ons helpen het probleem te beheersen. Maar migratie als vraagstuk gaat niet weg. Diversiteit is de toekomst van de mondiale samenleving. Diversiteit waarvan ik vurig hoop dat we daar actief voor kiezen en het ons niet laten overkomen, want een meer diverse samenleving, een meer dynamische samenleving, een jongere samenleving, is in staat om de uitdagingen beter aan te gaan. Maar die diversiteit is niet grenzeloos. Een samenleving heeft ook interne cohesie nodig. Onze sociale zekerheid is nationaal georganiseerd en moet dan ook nationaal beschermd kunnen worden om de collectieve solidariteit te kunnen dragen en dat brengt bij tot het punt dat solidariteit wezenlijk is in dit verhaal.

Wat ik merk na een jaar van werken in de Commissie en werken aan Europese vraagstukken is dat er twee grote - bijna existentiële - problemen zijn, ook bij het aanpakken van de vluchtelingencrisis. Gebrek aan zelfvertrouwen - dat kunnen we niet - en nog veel erger: een totaal gebrek aan onderling vertrouwen. In samenlevingen, tussen verschillende groepen, maar vooral tussen landen. Ook in de Europese Unie. ' Je kunt wel afspraken maken, maar zij doen toch niet wat is afgesproken, dus waarom zou ik het dan wel doen.'  Dat is de eigenlijk de habitus die we met elkaar hebben ontwikkeld en de vluchtelingencrisis is de illustratie daarvan. Italië, Griekenland, roepen al jaren ´jongens, dit is niet houdbaar´ en de rest Europa zei, ´los het zelf maar op, het is jouw probleem niet het onze´. Totdat Italië en Griekenland zeiden van ´ja, dan gaan wij ook geen mensen meer tegenhouden´, ´dan rollen we rode loper maar uit over de Alpen en dan zoeken jullie het in het Noorden maar uit´. 

Dat is de situatie waarin we terecht zijn gekomen en die lossen we alleen maar samen op. Václav Havel zei: ' Europa dat zijn huizen, allemaal verschillend, maar al die verschillende huizen hebben geleerd dat ze allemaal een gemeenschappelijk dak nodig hebben en dat is de Europese samenleving, willen we die huizen droog houden.'  En ik denk dat dat een waarheid is, ook twintig jaar nadat hij die uitspraak deed. We kunnen het probleem aanpakken, we kunnen het beheersbaar maken, maar we kunnen het alleen gezamenlijk. 

Als we gezamenlijk voor betere bescherming van de buitengrenzen zorgen, als we gezamenlijk vluchtelingen die recht hebben op asiel ook asiel krijgen, dat we zorgen dat mensen die geen recht hebben op asiel ook op een humane manier worden behandeld, maar wel teruggaan naar de landen waar ze vandaan komen en afspraken maken met die landen. Als we zorgen dat de lasten niet op een paar van de 28 lidstaten wordt gelegd, maar door iedereen gelijk worden gedeeld. Dan kunnen we het aan en is dat helemaal niet zo'n groot probleem. 

Maar toch denk ik dat deze praktische benadering die we kunnen uitrollen, die we kunnen regelen, kunnen financieren - met geld dat we later terugverdienen -, dat die praktische aanpak pas kan op het moment dat we bereid zijn die morele stellinginname, die ik probeerde te illustreren aan het begin, te nemen. We moeten de premissen niet accepteren dat ons iets wordt afgepakt door een bepaalde groep, of dat een bepaalde groep daarvoor verantwoordelijk is. Weiger die premissen te accepteren, maar zoek naar gezamenlijke oplossingen, zou op dit moment mijn advies zijn.

In Europa is er een groot probleem met solidariteit in samenlevingen en tussen samenlevingen. Waarom? Omdat in mijn ervaring, in mijn beleving, solidariteit niet iets is dat van boven kan worden opgelegd. Ook niet iets is dat van onderen ontstaat. Solidariteit in een moderne samenleving is iets wat vanuit het midden wordt georganiseerd. En als het vanuit het midden georganiseerd wordt, net als bij een steen die je in de vijver gooit, kan dat een rimpeleffect over de gehele samenleving veroorzaken. 

De verbindingen in onze samenlevingen zitten in het midden. Zitten waar jullie zitten. En die solidariteit kan je alleen maar organiseren, als die mensen die dat moeten organiseren - die mensen in het midden - het gevoel hebben dat hen niet alleen iets wordt gevraagd, maar dat aan hen ook iets wordt geboden, namelijk een samenleving die ook voor hen opkomt, op het moment dat zij die samenleving nodig hebben en dat besef is geërodeerd, soms zelfs helemaal weg. En dus, als ik het heb over het gebrek aan onderling vertrouwen tussen landen, dan begint dat gebrek aan onderling vertrouwen in de binnenlanden, in samenlevingen, bij ons. En ik zie ook in Nederland en andere landen bijna een herzuiling. Niet meer langs ideologische grenzen of etnische grenzen, soms vallen etnische grenzen overigens wel samen, maar langs economische grenzen, 'kansen'-grenzen.

En ik wil mijn pleidooi vanavond afsluiten met wat volgens mij het antwoord daarop zou moeten zijn in Europees verband, want dat kunnen we als landen niet meer alleen. Dat begint met verhalen. Verhalen waar we vandaan komen. Waarom hebben we de Europese solidariteit zo georganiseerd? Waarom zit de Europese samenleving zo in elkaar? Waarom hebben we die verdragen? Omdat wij door de Europese geschiedenis geleerd hebben dat verdragen de enige manier zijn om elkaar te blijven verdragen. Als we de basis van verdragen - harde afspraken – verliezen, kunnen we elkaar vroeg of laat niet meer uitstaan en zoeken we weer naar het machtsmiddel om elkaar de wil op te leggen. Dat is nu eenmaal een constante in de Europese geschiedenis. 

En de idiote gedachte die ontsproten is aan diegenen die zeggen dat er geen maakbare samenleving is. Wat ik echt bestrijd. Radicaal rechts heeft het over maakbare samenlevingen, dames en heren. Want dat is wat ze zeggen. Ze beloven een terugkeer naar de jaren vijftig, zoals ze nooit geweest zijn, wat natuurlijk een illusie is, maar een illusie die aanspreekt. Omdat dit moreel gefundeerd is, ideologisch gefundeerd is en een werkend perspectief biedt. Welk werkend perspectief zet links daartegenover? Behalve: 'We managen het een beetje.' Ik denk dat het werkend perspectief nog steeds een samenleving is, waar solidariteit van binnen naar buiten toe georganiseerd kan worden. Op basis van afspraken die je rechtens vastlegt tussen elkaar en waar je respect voor opbrengt. Want dan weet je dat je dat respect ook krijgt, als je dat nodig hebt.

Dus het unieke van de Europese samenwerking is dat deze gebaseerd is op het recht, in plaats van op het recht op het sterkste. Doordat we gezegd hebben dat de samenleving niet maakbaar is, althans de pendant daarvan, ontstaat het beeld dat de samenleving ook niet 'onmaakbaar' is, niet ontwricht kan worden. En dat vind ik de grootste illusie, waar we mee moeten afrekenen. Namelijk dat wat wij gemaakt hebben eeuwigheidswaarde heeft. Dat er hier en daar wat kan veranderen, maar dat het zo wel blijft bestaan. Helaas, was dat maar waar. Alles wat mensen gemaakt hebben aan wetten, verdragen et cetera, kan ook weer ontrafeld en kapot gemaakt worden. En dat hebben de mensen die Wilders steunen beter begrepen dan u en ik, en dat moet tot ons doordringen. 

Dus, we moeten dat verhaal vertellen. Waarom dat zo is, waarom we hier voor kiezen. Vervolgens daarvoor werven, daarachter staan, daarin geloven, ervoor opkomen, en vervolgens nooit te vergeten dat verheffen niet iets ouderwets is. Dat mensen hun talenten laten woekeren niet iets van gisteren is. De samenleving dreigt weer aan zuilen uiteen te vallen, langs lijnen van kennis, langs lijnen van inkomen, langs lijnen van achtergrond. Die verzuiling moeten we niet weer laten gebeuren. 

Er wordt weleens gezegd dat religie gevaarlijk is, de islam gevaarlijk is, want die brengt weer iets terug waar we ons van hebben bevrijd. Een vrijheid die we gevonden hadden. Het zou goed zijn als we wat meer over religie wisten. Er stond een prachtig opiniestuk in de Trouw van de week, waarin wetenschappers zeggen dat we er eigenlijk weinig vanaf weten en dat het aardig zou zijn als we wat meer wisten en daar ben ik het eigenlijk mee eens. Maar belangrijker vind ik dat wij ons realiseren dat als die nieuwe herzuiling gebeurt langs sociaal-economische lijnen er nog veel meer kapot gemaakt wordt dan misschien alleen een minderheidsgodsdienstige opvatting die zijn intrede doet in Nederland en rest van Europa.

Dus mijn pleidooi is niet Brussel, Europese instituties, de Commissie, het Parlement, mijn pleidooi voor Europa heeft te maken met het herontdekken van waar wij vandaan komen en op basis daarvan een pad uitstippelen van waar wij naartoe willen. En waar wij naartoe willen kan niet anders zijn dan een solidaire samenleving die van binnenuit, vanuit het centrum, naar de buitenkant wordt georganiseerd. Dit is het  enige moreel verantwoorde antwoord op de uitdagingen van globalisering, waaronder de vluchtelingencrisis.

Ik dank u voor uw aandacht.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 30 november 2015.