Montesquieu Institute: from science to society

Interview met Bas van der Vlies

Vlies, Ir. B.J. van der

Bas van der Vlies was politiek voorman van de SGP, die als nestor van de Tweede Kamer gezag verwierf. Studeerde weg- en waterbouw en was werkzaam in het onderwijs. Kwam in 1981, na ruim tien jaar Statenlid in Utrecht te zijn geweest, in de Kamer. Vanaf 1986 fractievoorzitter en partijleider. Voerde in de Kamer het woord over uiteenlopende onderwerpen. Minzame, hardwerkende volksvertegenwoordiger die zich dienstbaar opstelde en geen eerzucht kende. Als nestor ontwikkelde hij zich, ondanks het tamelijk politieke isolement van zijn partij, tot het staatsrechtelijk en 'zedelijk' geweten van de Kamer. Waarschuwde geregeld tegen verruwing van de parlementaire mores.

Was de Tweede Kamer in uw tijd beter dan nu? Denk aan aandacht incidenten, stijl van het debat, organisatie, faciliteiten. 

Van der Vlies benadrukt dat hij een te korte periode weg is om daadwerkelijk verandering te zien sinds het moment dat hij de Kamer verliet in 2010. Toch is er in de periode dat hij zelf Kamerlid was wel het een en ander veranderd. Zo is de voorbereiding voor nieuwe Kamerleden nu wel anders. Van der Vlies volgde als voorbereiding op zijn Kamerlidmaatschap de Kamerdebatten, abonneerde zich op de Handelingen en de Staatscourant, en nam een aantal keer plaats op de publieke tribune. En na verkiezing nog een korte introductie via de griffie. Dat was het dan.

Toen Van der Vlies in 1981 toetrad tot de Tweede Kamer hadden het instituut Kamer en Kamerleden nog een zeker gezag. Het ging er gedisciplineerd en ordelijk aan toe. Dit kwam deels doordat voorzitter Dolman gezag had. Enkele opvolgende voorzitters leken dit helaas minder te hebben. De orde zwakte af en hier werd soms geërgerd op gereageerd. Het is dan ook afkeurenswaardig dat mensen zich niet aan het Reglement van Orde houden en minder lijken te luisteren naar de voorzitter. Ook de waardigheid van het debat veranderde. Er waren momenten waarop Van der Vlies zich afvroeg: "hoor ik hier nog bij?". De woordkeus van Kamerleden veranderde en er werden grove termen en grof geschut gebruikt terwijl de Nederlandse taal voldoende andere mogelijkheden biedt om een standpunt te formuleren of gevoelens te verwoorden.

Er moest worden geleerd prioriteiten te stellen want er waren gigantische stapels papier. Die allemaal door te nemen was onbegonnen werk, omdat er in die tijd (begin jaren 80) nog nauwelijks fractiemedewerkers waren en alles via papier werd gedaan. Ook waren er nog geen faxen of mobiele telefoons.

Wat is naar uw oordeel de grootste verandering in vergelijking met de periode waarin uw Kamerlid was?

De aanwezigheid van de media is gigantisch toegenomen. De perstribune was in 1981 net zo groot als de publieke tribune (30/40 plaatsen). Dit heeft het Kamerlidmaatschap en het functioneren van de Kamer beïnvloed. Je wilde scoren en in beeld komen. Dat gaf toch een bepaalde drive. Hier is op zich niets mis mee, waarbij de grondregel is dat alles in principe in het openbaar gebeurt.

Een tweede belangrijke trend is internationalisering. Hierbij kan worden gedacht aan de grotere invloed van de EU (en EU-regels) binnen de Kamer. Hier werd de laatste jaren steeds kritischer naar gekeken. Deze internationalisering in combinatie met de trends van decentralisatie en privatisering heeft het debat beïnvloed. Het gevolg was dat de Kamer zich nu meer ging bezig houden met incidenten.

Hoe waren in uw tijd de contacten met de kiezers en de regering. Is dat naar uw oordeel anders dan nu? 

Het contact met de kiezer heeft Van der Vlies altijd als intensief ervaren. Het is volkomen terecht dat dit gebeurt, want de kiezer is uiteraard relevant. Hier werd behoorlijk wat tijd in gestoken. Dit contact veranderde wel in de loop der tijd door het proces van digitalisering. Het verspreiden van berichten ging hierdoor sneller. Het maakt het ook wel intensiever, omdat een reactie ook meteen verwacht wordt. De omloopsnelheid is expansief toegenomen. 

Het contact met de regering was in het begin lastig als je als jong Kamerlid de Kamer binnenstapte. Maar het zijn wel heel benaderbare mensen. In de loop der tijd nam de hoeveelheid contacten wel toe. Het was voor mij vooral een kwestie van gewenning.

Soms waren er ook momenten van solidarisering in de Kamer wanneer er kritiek was op 'de Kamer' of op ‘Den Haag’.

Hoe waren de onderlinge verhoudingen?

De omgang met collega's was bijzonder amicaal. Toch waren er wel verschillen met grotere fracties. Bij de grotere fracties was er een onderlinge strijd om bepaalde onderwerpen te 'krijgen', terwijl dit bij een kleine fractie als de SGP juist andersom was: vechten om onderwerpen van je bord te houden, omdat je toch al druk genoeg was.

Er is een stevige basis van onderling vertrouwen binnen de fractie. De fractie komt wekelijks bij elkaar om onderwerpen te bespreken, en zo nodig zelfs dagelijks. Je laat veel aan elkaar over, het is ook ondoenlijk om dit niet te doen, doordat de fractie relatief gezien vrij klein was en nog is. Er was geen sprake van concurrentiestrijd binnen de fractie over beleid (soms waren er natuurlijk wel discussies). Wel was er concurrentie met andere fracties en Kamerleden als het ging om de eerste te zijn die een motie indient of een Kamervraag stelt. Je kunt 'concurrent' en tegelijkertijd goede en betrouwbare collega zijn.

Wat ziet u in de periode dat u in de Kamer zat als hoogtepunt en wat als dieptepunt?

Het is moeilijk om maar één hoogtepunt te kiezen. Een hoogtepunt was de onderwijshervorming bekend als de basisvorming. Deels omdat Van der Vlies zich inschreef als vierde woordvoerder tijdens het debat om, zoals het een woordvoerder uit een kleinere fractie betaamde, de grotere partijen eerst te laten spreken. Uiteindelijk moest Van der Vlies toch als eerste spreken, omdat iedereen zich onder hem inschreef. Dit had mogelijk ook te maken met zijn voorgaande functie als leraar in het voortgezet onderwijs. De SGP heeft uiteindelijk een behoorlijke invloed gehad op de hervorming van de basisvorming.

Dieptepunten waren in elk geval de medische- en ethische principiële vraagstukken (abortusdiscussie/euthanasiediscussie). Debatten werden wel waardig gevoerd, maar op deze belangrijke punten heeft de SGP lang niet datgene kunnen bereiken wat werd bepleit.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 21 september 2015.