Montesquieu Institute: from science to society

Europese Integratie in de Nederlandse polder

Hans Vollaard, universitair docent Nederlandse en Europese politiek Universiteit Leiden

Nederland staat bekend om zijn traditie van polderpolitiek. Zet Europese integratie die traditie nu onder druk? De macht van Brussel, migratie en leningen aan Griekenland lijken immers vooral te leiden tot conflict in plaats van eensgezindheid en samenwerking. Bovendien lijkt het lastiger om binnenlandse deals te maken door een benadeelde partij financieel te compenseren. Dat stuit immers op Europese regels over de begroting en staatssteun. Maakt Europese integratie het dus moeilijker om te polderen in de Nederlandse politiek?

Niet alleen Nederland, maar ook België en Luxemburg kennen een geschiedenis van polderpolitiek of consensuspolitiek. Dat betekent niet dat de drie landen geen conflicten hebben gekend. Verre van dat. Staatsfinanciering van religieuze scholen, de monarchie, buitenlands beleid… allerlei onderwerpen zijn er aanleiding geweest tot politieke strijd. De drie Benelux-landen kenmerken zich echter door de wijze waarop veelal met conflicten werd omgegaan, nl. consensuspolitiek. Dat is een besluitvormingspraktijk waarin zoveel mogelijk spelers worden betrokken (1), zij het vooral op elite-niveau (2), in een coöperatieve stijl (3) en met een afkeer van het besluiten bij de kleinst mogelijke meerderheid (4). Die besluitvormingspraktijk komt niet alleen voor in de politiek-bestuurlijke, maar ook sociaaleconomische sfeer. Het Nederlandse overleg tussen werkgevers, vakbonden en overheid staat wereldwijd bekend als het poldermodel. Ook dat lijkt onder druk te staan van Europese integratie, want waarom zouden sommige werkgevers nog samenwerken met vakbonden als ze hun bedrijven zo naar een andere EU-lidstaat kunnen verplaatsen?

Impact Europese integratie

Hierboven is alleen aangegeven hoe consensuspolitiek in de verdrukking zou kunnen komen door Europese integratie. Europese integratie zou echter compromissen ook makkelijker kunnen maken.  De verantwoordelijkheid voor een pijnlijke bezuinigingsdeal kan bijvoorbeeld worden afgeschoven op zoiets ondoorzichtelijks als Europa. Omdat het verband tussen Europese integratie en consensuspolitiek onduidelijk is, is er een grondige studie gedaan naar dit verband. In de studie passeren parlementen, regeringen, partijen, ambtenarij, belangengroepen, sociale partners en rechterlijke macht in de drie Lage Landen de revue. Uiteindelijk blijkt dat Europese integratie impact heeft gehad op de besproken onderwerpen van besluitvorming, maar niet zozeer op de wijze van besluitvorming. Nog steeds staan brede samenwerking en compromissen centraal in bijvoorbeeld het sociaal overleg en de nationale coördinatie van EU-beleid. Ook het elitaire karakter van besluitvorming is nauwelijks veranderd. In 2005 hebben elites weliswaar in Luxemburg en Nederland het volk betrokken bij de goedkeuring van het Europees Grondwettelijk Verdrag, ze zijn daar vervolgens weer van afgestapt.

Waardoor zou het komen dat consensuspolitiek is blijven bestaan? Is het een kwestie van een cultuur dat bijvoorbeeld ambtenaren breed en ruim van alles en iedereen blijven raadplegen, ook al zou daar door het ritme van Europese besluitvorming minder tijd voor zijn? Wellicht is de verklaring eenvoudiger. Of het nu om een politieke partij, ministerie of belangengroep gaat, een besluit is in de Lage Landen niet te nemen zonder overleg met en instemming van andere spelers. Dat werkt blijvende samenwerking met huidige en toekomstige partners in de hand. Consensuspolitiek zal daarom voorlopig wel kenmerkend blijven voor Nederland, of Europese integratie nu voortgaat of niet.

Meer lezen: zie Hans Vollaard, Jan Beyers en Patrick Dumont (red.) (2015), European integration and consensus politics in the Low Countries. Londen: Routledge.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 29 juni 2015.