Montesquieu Institute: from science to society

Integriteit en onze Politici

Leo Huberts, hoogleraar bestuurskunde Vrije Universiteit Amsterdam

De integriteit van ons openbaar bestuur staat op vele agenda’s, mede door steeds weer nieuwe affaires. Vrij Nederland meldde dat in 2014, 48 politici en bestuurders in opspraak raakten vanwege integriteit.  Ook elders, bij bedrijven, woningbouwcorporaties en onderwijsinstellingen spelen fraude- en corruptiezaken. Dat levert bij velen het beeld op dat corruptie welig tiert in de publieke en private sector. Dat beeld klopt m.i. niet, maar zelfgenoegzaam achteroverleunen is eveneens funest. Integriteit en corruptie horen op de agenda van elke bestuurder en elke organisatie. Overal en altijd.

Zo liet eerder onderzoek zien dat er jaarlijks in Nederland ongeveer driehonderd nieuwe onderzoeken naar corruptie en fraude gestart worden, dat is nogal wat. Het beeld wordt gerelativeerd door internationale reputatieonderzoeken (met Nederland standaard bij de tien minst corrupte landen ter wereld). Daarbij past dan weer de opmerking dat bijvoorbeeld het genoemde VN-onderzoek laat zien dat het bij integriteits­affaires in ons land soms om corruptie gaat (10%), maar veel belangrijker nog zijn misbruik van informatie, belangenverstrengeling en laakbaar gedrag, ook in de privétijd. Dat gaat elke bestuurder aan, denk ook aan zijn geloofwaardigheid. Het besef daarvan is niet alom aanwezig, om het eufemistisch uit te drukken. Het gehaspel rondom vele affaires laat dat duidelijk zien. Los van de individuen geldt dat zeker ook voor de landelijke politiek. Jarenlang wordt er inmiddels gedelibereerd over de inrichting van een stelsel voor het melden en onderzoeken van schendingen, de transparantie over de financiën van politici en partijen, de bescherming van klokkenluiders en de eigen maatstaven via een gedragscode. Een helder antwoord ontbreekt.

Integritisme

Die terughoudendheid is niet helemaal onbegrijpelijk. Aandacht voor het thema leidt vaak tot meer onderzoeken en affaires, maar dat betekent nog niet dat het met de integriteit slechter gesteld is dan bij organisaties die het thema negeren (de zogeheten integriteitsparadox). Dat besef is belangrijk bij het reageren op de affaires van alledag. Komen ze voort uit meer aandacht en bewustzijn, dan past lof, maar het negeren van het thema is m.i. geen optie.

Een belangrijke reden daarvoor is dat het bij integriteit gaat om het nadenken over het wezen van iemands beroep, functie, verantwoordelijkheid. Het gaat om de mate waarin wordt gehandeld in overeenstemming met de geldende morele waarden en normen, om de morele kwaliteit van je handelen, om wat deugt en niet deugt in je dagelijkse doen en laten. Dat vereist reflectie op wat in die praktijk integer of niet integer is, met lang niet altijd simpele en eenduidige antwoorden, ook omdat ‘integriteit’ hedentendage te pas en te onpas gebruikt wordt. De oppositie die het fundamenteel met de bestuurder oneens is en dan ten onrechte het ‘I-woord’ op tafel legt, een politicus die dom of onhandig opereert en de (social) media over zich heen krijgt over zijn of haar integriteit, etc. Ik heb dat wel ‘integritisme’ genoemd. Ofwel: lang niet alle klachten of aantijgingen gaan over integriteit…. En het ‘I-woord’ wordt soms ook misbruikt. Daarmee omgaan vergt om te beginnen vooral eigen bewustzijn, moreel besef, weten waar het bij integriteit om gaat, en dus ook de bal terug kunnen spelen ‘u brengt hier ten onrechte mijn integriteit in het geding…’. 

Dat is cruciaal, zeker vanuit de thema’s die anno 2015 centraal staan in de discussie over de integriteit van politici. Dan gaat het om:

Belangenverstrengeling en favoritisme

Je staat als politicus voor beslissen in het publieke belang, vanuit jouw (partij)visie, en dan moet voorkomen worden dat andere belangen daar oneigenlijke invloed op uitoefenen (belangen en betrokkenheden vanuit familie, vrienden, partijgenoten, achterban, nevenfuncties etc.). Dat met consequenties voor de publieke inzet en betrokkenheid bij besluitvorming, als ook in de persoonlijke sfeer (wat deel je daar met betrokkenen, welke verantwoordelijkheden verdedigbaar).

Omgaan met publieke middelen, incl. declaraties

De financiering van je doen en laten gebeurt uit publieke middelen, de regelingen zijn niet altijd even duidelijk (functionele onkostenvergoeding, waarvoor?, wat is ‘in functie’ en wat niet,. etc.), maar terughoudendheid en zorgvuldigheid passen op de agenda.

Omgangsvormen in functie en in privétijd (en social media)

Bij omgangsvormen gaat het om diverse aspecten. Intimidatie en discriminatie zijn uit den boze, maar hoe zit het met het grijze gebied van gedrag dat de eigen geloofwaardigheid of het gezag van de functie en politiek en bestuur aantast? Daarbij gaat het zowel om het eigen gedrag in functie als ook om privégedrag, met de ‘oplettendheid’ vanuit social media als extra factor.

Spelregels

Waar leidt dat tot slot toe als handvat voor de politicus? In telegramstijl past m.i. dat belangrijk is dat

  • het op de eigen agenda staat, met bewustzijn van de inhoud en de gevolgen (positief: beroepsmoraal en -trots en negatief: wat kan/mag niet, incl. het zelf op orde hebben van het voldoen aan bestaande regels en afspraken) 
  • openheid, toetsing van eigen ideeën aan die van anderen, incl. het samen bespreekbaar maken van dilemma’s (het gaat niet alleen om de eigen moraal maar ook om de vraag wat de gedeelde gezamenlijke moraal inhoudt)
  • En tot slot is er het belang van aandacht voor integriteit in de eigen organisatie en het beleid waarvoor je verantwoordelijk bent. Het gaat niet alleen om het eigen functioneren, bijvoorbeeld als Tweede Kamerlid of wethouder. Het gaat ook om de aandacht ervoor in de partij en de Kamerfractie als ook binnen de portefeuille die je behartigt en dat geldt ook voor de wethouder: hoe zit het met integriteit binnen de partij, binnen B&W, in de gemeentelijke organisatie waar je verantwoordelijk voor bent…

Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 29 juni 2015.