Montesquieu Institute: from science to society

Grensoverschrijdende gezondheidszorg

Anne Pieter Van der Mei is universitair docent Internationaal- en Europees Recht aan Maastricht University.

Een van de beleidsterreinen waarop de Europese Unie (EU) een bijzonder belangrijke bijdrage heeft geleverd betreft de gezondsheidszorg. Van oudsher, en tot op de dag van vandaag, is gezondheidszorg primair een aangelegenheid voor de lidstaten. Het is aan de lidstaten invulling te geven aan zorg- en zorgverzekeringstelsels en hoe er voor te zorgen dat iedere onderdaan of ingezetene toegang heeft tot medische voorzieningen. De lidstaten bepalen welke zorg wordt aangeboden, de voorwaarden waaronder zorg wordt vertrekt, hoe die wordt gefinancierd en wie onder welke voorwaarden is onderworpen aan de (wettelijke) verzekering voor zorg. De EU dient de door de lidstaten gemaakte keuzen te respecteren en doet dat ook. De EU ontbeert de bevoegdheid een Europees zorg- of zorgverzekeringstelsel te ontwikkelen of de nationale stelsels te harmoniseren.

Wat de EU wel doet, en daarin ligt bovenal de toegevoegde waarde van het EU-beleid, is die aparte nationale stelsels op elkaar af te stemmen. Uitgangspunt van de nationale regels is dat patiënten zich dienen te wenden tot een op het nationaal grondgebied gevestigde huisarts, specialist of zorginstelling en dat alleen deze in de eigen lidstaat ontvangen medische zorg wordt vergoed. De EU wetgever heeft – om het vrij verkeer van personen te bevorderen- een uitgebreid coördinatieregime ontwikkeld dat EU-burgers die in een andere lidstaat gaan werken of wonen of naar andere lidstaten afreizen het recht geeft waar nodig medische zorg te ontvangen en de garantie biedt dat de kosten volledig worden gedragen door hun verzekeraar of de zorginstelling waarbij zij aangesloten.

Daarnaast heeft de EU de mogelijkheid gecreeërd om naar een andere lidstaat te gaan teneinde medische diensten te ontvangen. Het EU-recht biedt inwoners van grensregio’s aldus de mogelijkheid zorg dichter bij huis te ontvangen, migrerende EU-burgers de kans te worden behandeld door een arts die hun taal spreekt en op wachtlijsten geplaatste patiënten sneller te worden behandeld indien dat anders medisch niet verantwoord zou zijn. De in het verleden wel geuitte kritiek dat grensoverschrijdende patiëntenmobiliteit de financiering of infrastuctuur van op solidariteit gebaseerde nationale stelsels zou kunnen bedreigen is verdwenen: de EU coördinatieregels voor zorgverzekering alsook de welbekende Patiëntenrichtlijn bieden EU-burgers en patiënten niet alleen extra grensoverschrijdende rechten, maar bevatten tevens waarborgen voor de bescherming van nationale zorgstelsels.

Door een deugdelijk evenwicht te vinden tussen de in die stelsels verankerde solidariteitswaarden en de individuele rechten van patiënten, heeft de EU een belangrijke impuls gegeven aan het in alle lidstaten nagestreefde doel de toegangkelijkheid van zorgstelsels te vergroten. Sterker, de EU bevordert de kwaliteit van zorg zelf. De door de EU geïnitieerde ontwikkeling van grensoverschrijdende zorg heeft geleid tot een steeds intensiever wordende samenwerking tussen zorgverstrekkers, verzekeraars, onderzoekers en andere actoren in de zorgssector die de kwaliteit van de nationale stelsels verhoogt.

Deze bijdrage verscheen in ‘De Hofvijver’ nr. 41, d.d. 28 april 2014.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 19 mei 2014.