Montesquieu Institute: from science to society

Help, het is weer reces.

Jan Schinkelshoek, oud-lid van de Tweede Kamer (CDA)

Help het is weer reces!. Wie denkt dat een reces vakantie is, vergist zich lelijk. Als oud-Kamerlid kan ik er over mee praten. Ik zag er, eerlijk gezegd, altijd een beetje tegenop…

Vrij algemeen bestaat het idee, begrijp ik en lees ik af en toe nog steeds, dat de Tweede Kamer zichzelf in de vorm van recessen - Kerstreces, voorjaarsreces, zomerreces – royaal veel vrije dagen toekent. Op het eerste gezicht heeft dat  er inderdaad alle schijn van. Wie de recesdagen van dit jaar - werkdagen waarop de Kamer niet vergadert - bij elkaar optelt, komt uit het op respectabele aantal van ca. 75 dagen. Dat is meer dan de gemiddelde cao aan vakantiedagen toelaat. Om nog maar te zwijgen van het aantal ‘vrije dagen’ dat een gemiddelde ondernemer zich gunt.

Maar een reces is helemaal geen vakantie. Het is veeleer een verstorende, licht ontregelende onderbreking van het reguliere parlementswerk. Of, misschien beter gezegd: een voortzetting van de volksvertegenwoordiging met andere middelen.

Tussen de recessen door -  tijdens de vergaderperiodes - hol je als Kamerlid van het ene debat naar het andere. Meestal heb je nauwelijks goed tijd om stukken te bekijken. Met veel moeite prop je allerlei afspraken tussen een Commissievergadering en een fractievergadering door. Regelmatig sta je voor de keus of je voorrang moet geven aan een fractiecommissie boven een gesprek met een of andere organisatie. ’s Avonds eist de partij z’n tol: spreekbeurten. En de vrije weekeinden zijn op de vingers van een hand te tellen. En duren  meestal kort. Zondagmiddag begint de telefoon al weer te rinkelen. En de mail staat nooit stil.

Dat klinkt verontrustend - en dat is het ook. Maar het is ook rustgevend. Het is zo druk dat je geen tijd hebt om je te beklagen. Aan de lopende band wordt een Kamerlid bezig gehouden. Die drukte - belangrijk, belangrijk - geeft orde, regelmaat en, niet te vergeten, status.

Die heerlijke drukte wordt ruw onderbroken door een reces. Opeens, van de ene op de andere dag, vergadert de Kamer niet meer, worden fractievergaderingen opgeschort en is er geen Algemeen Overleg meer in het verschiet. Een open agenda grijnst het gemiddelde Kamerlid vanaf de eerste dag van het reces tegemoet. Opeens is hij op zichzelf teruggeworpen. Wordt hij niet meer geregeerd door de waan van de dag. Moet hij z’n eigen agenda gaan bepalen. Heeft hij geen alibi meer om - zich verschuilend achter de Kameragenda - burgers niet te woord te staan, niet op werkbezoek te gaan, mensen niet te ontvangen, de mail niet te beantwoorden. Is hij gedwongen verder te kijken dan de parlementaire agenda van die ene week. Moet hij zich verdiepen in wat hij na terugkeer van de Kamer aan de orde wil stellen. Moet hij zich de vraag stellen wat hij eigenlijk wil, wat kan, wat moet. Moet hij bijlezen, zich in de breedte oriënteren, verdiepen in andere, nieuwe onderwerpen.

Opeens, van de ene op de andere dag, moet een Kamerlid een tijdje ander, nieuw en onwennig werk gaan doen. Help, het reces begint.

Dit artikel verscheen in De Hofvijver nr. 31 d.d. 24 juni 2013.