Montesquieu Institute: from science to society

'Follow the money.'

Een korte analyse van het wetsvoorstel financiering politieke partijen

'Follow the money' refereert naar de meest memorabele quote uit de film ‘All the President’s Men’ waarin het Watergateschandaal centraal stond dat uiteindelijk zou leiden tot het aftreden van toenmalig president van de USA Richard Nixon. De anonieme bron (genaamd ‘Deep Throat’) van de twee onderzoeksjournalisten Bob Woodward en Carl Bernstein vertelt hen dat zij het geld moeten volgen om achter de waarheid van het grootschalige politieke schandaal te komen.

Als het goed is zal binnenkort (ook) in Nederland de geldstroom van politieke partijen transparant en traceerbaar zijn. Momenteel wordt in de Tweede Kamer de laatste beraadslagingen met minister Spies van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) gehouden over het wetsvoorstel financiering politieke partijen (Kamerstukken 32752). Als de behandeling van het wetsvoorstel voorspoedig verloopt in de Eerste Kamer, dan kan nog voor de zomer het wetsvoorstel inwerking treden. Het zou ook tijd worden. De discussie over de openbaarheid van inkomsten van politieke partijen duurt nu ongeveer een kleine twintig jaar. De druk om eindelijk tot dit wetsvoorstel te komen kwam vooral vanuit de Raad van Europa die in een projectgroep onder de benaming ‘Groups of States aganist Corruption’ (GRECO) een zeer kritisch rapport in 2008 presenteerde over de situatie omtrent de regulering en het toezicht op de financiering van Nederlandse politieke partijen.  Ook de Algemene Rekenkamer kwam begin 2011 met een gelijkluidend kritisch rapport.

Weliswaar zijn momenteel de verstrekte overheidssubsidies transparant op basis van de Wet subsidiering politieke partijen, maar van enige (werkelijke) transparantie van private geldschieters is tot nu toe in Nederland geen sprake. En dat is opmerkelijk. In vrijwel alle andere landen van de Europese Unie en zelfs nog breder in de Raad van Europa (blijkende uit de GRECO-rapporten) heeft de wetgever dit onderwerp veelal nauwkeurig geregeld en voorzien van een stevig toezichtsmechanisme. Het zijn immers politieke partijen die streven naar politieke macht en daarvoor is veel geld nodig. Zo worden onder andere de verkiezingscampagnes ook in Nederland steeds professioneler en daarmee dus tevens steeds duurder. Geldschieters zijn van groot belang voor politieke partijen, maar politieke macht moet niet te koop zijn. En als dat al zo is, dan moet in ieder geval duidelijk zijn, welke geldschieter aan welke partij heeft gedoneerd.

Eveneens is opmerkelijk dat in het wetsvoorstel wordt voorgesteld om de minister van BZK te belasten met het toezicht op de naleving van de wet. Dat is opmerkelijk aangezien een politiek ambt toezicht gaat houden op (onder andere concurrerende) politieke partijen omtrent de financiering. Dit punt wordt enigszins verzacht door de recente wijziging dat de minister (waarschijnlijk) wordt geadviseerd door een nieuwe Commissie toezicht financiën politieke partijen. Dit compromis van een adviescommissie kwam tot stand toen in de eerste termijn van de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer bleek dat een meerderheid grote moeite heeft met het voorstel om enkel de minister van Binnenlandse Zaken te belasten met het toezicht op de naleving van de nieuwe wet.

Overigens bleek tijdens de eerste termijn van de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer dat de PVV een grote tegenstander van de nieuwe plannen omtrent openbaarheid van partijgiften is. De woordvoerder van de PVV, Hero Brinkman, zei zelfs dat de PVV de mazen van deze wet zal opzoeken. Een opmerking die de minister van BZK merkbaar irriteerde. De PVV is voor vrijwel 100% afhankelijk van donaties aangezien de partij geen overheidssubsidie krijgt. De partij heeft immers geen 1000 leden dat een vereiste is om voor subsidie in aanmerking te komen. Bovendien heeft de partij daarmee logischerwijze ook geen inkomsten uit contributie. ‘Henk & Ingrid’ hebben volgens Brinkman niet alleen het recht als kiezer anoniem te blijven, maar ook als geldschieter  moeten zij in hun privacy worden beschermd. Zij lopen volgens hem onder omstandigheden zelfs gevaar indien hun naam en adres openbaar wordt gemaakt als zij een substantieel bedrag (minimaal € 4500,-) aan de PVV hebben gedoneerd. De minister van BZK bleek voor dit laatste argument gevoelig aangezien in de laatste wijzigingen van het wetsvoorstel een discretionaire bevoegdheid voor de minister is opgenomen om de gegevens van een donateur geheim te houden indien veiligheidsredenen daartoe nopen.

Ten slotte is een ander opmerkelijk punt in het wetsvoorstel dat de nieuwe wet niet zal gelden voor regionale en lokale politieke partijen. De minister van BZK stelde dat het aan provincie- en gemeentebesturen zelf is om tot een regeling te komen inzake de financiering (en openbaarheid) van regionale en lokale politieke partijen. Het zou mijns inziens wenselijker zijn om de nieuwe wet ook te laten gelden voor deze partijen. De (buitenlandse) praktijk leert immers dat juist op het niveau van de regionale en lokale politiek ‘the money needs to be followed’.

Remco Nehmelman, universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en adviseur van de Raad van Europa (GRECO) inzake partijfinanciering

Deze bijdrage verscheen in 'De Hofvijver' nr. 17 d.d. 27 februari 2012.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 27 februari 2012.