Montesquieu Institute: from science to society

Dr. G.H. (Gerard) Veringa

foto Dr. G.H. (Gerard) Veringa
vergrootglas
bron: Fotoarchief Spaarnestad
Source: Parlement.com.

Vriendelijke, wat jongensachtige KVP-voorman, die minister van Onderwijs was in het kabinet-De Jong en in 1971 lijsttrekker van zijn partij. Was als criminoloog topambtenaar van het gevangeniswezen en in Nijmegen buitengewoon hoogleraar. Tijdens zijn ministerschap vond onder meer in 1969 de bezetting van het Maagdenhuis (UvA) plaats, die een uiting was van onvrede over de weinig democratische structuur van de universitaire wereld. Kwam aan de wens tot modernisering tegemoet via de Wet Universitaire Bestuurshervorming. Werd in 1971 lijsttrekker van de KVP, omdat hij een progressiever imago had dan De Jong. Moest echter al eind 1971 de politiek verlaten vanwege zijn gezondheid. Werd toen staatsraad. In 1977 (in)formateur tijdens de mislukte formatie van een tweede kabinet-Den Uyl.

KVP
in de periode 1967-1994: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister, lid Raad van State

1.

First names

Gerhard Heinrich (Gerard)

2.

Personal data

Place and date of birth
Groningen, 13 April 1924

Place and date of death
Rijswijk (Z.H.), 29 December 1999

3.

Party/Movement

Party/Parties
  • KVP (Katholieke Volkspartij), until 11 October 1980
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), from 11 October 1980

4.

Main functions and occupations

  • directeur strafrechttoepassing, ministerie van Justitie (taak: coördinatie activiteiten van directie gevangeniswezen en hoofdafdelingen reclassering en psychopatenzorg), from 25 July 1966 until 5 April 1967
  • minister van Onderwijs en Wetenschappen, from 5 April 1967 until 6 July 1971
  • fractievoorzitter KVP Tweede Kamer der Staten-Generaal, from 29 April 1971 until 1 January 1972 (vanaf 16 augustus 1971 op non-actief)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, from 11 May 1971 until 1 February 1972 (vanaf oktober 1971 op non-actief)
  • lid Raad van State, from 1 February 1972 until 1 May 1994 (benoemd bij K.B. van 22 december 1971)

cabinet formation
  • informateur, from 27 August 1977 until 2 September 1977
  • kabinetsformateur, from 2 September 1977 until 6 October 1977 (samen met Den Uyl, poging mislukt)

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Party political functions

In de uitgebreide versie is een overzicht van partijpolitieke functies opgenomen.

6.

Other positions

  • lid Raad van Commissarissen aannemingsbedrijf "J.P.A. Nelissen"
  • vertrouwensman ondernemingsraad aannemingsbedrijf "J.P.A. Nelissen", around April 1985

Derived functions (2/5)
  • voorzitter afdeling geschillen van bestuur (Raad van State), from 1 September 1980 until 1985 (benoemd bij K.B. van 25 augustus 1980)
  • voorzitter afdeling Onderwijs en Wetenschappen (Raad van State)

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

7.

Education

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

8.

Activities

Policy-making activities as minister (2/5)
  • Bracht in 1969 samen met staatssecretaris Kruisinga de Nota medisch onderwijs uit. Hierin wordt de vestiging van een achtste medische faculteit in Maastricht aangekondigd. (10.309)
  • Diende in 1971 met minister Lardinois en staatssecretaris Grosheide de ontwerp-Wet Herstructurering wetenschappelijk onderwijs in. Hierin worden de voorstellen van regeringscommissaris prof. K. Posthumus uitgewerkt. Het betreft onder meer invoering van een twee-fasenstructuur, beperking van de maximale studieduur en bevordering van samenhang tussen w.o. en h.b.o. De wet werd in 1975 door minister Van Kemenade en staatssecretaris Klein in het Staatsblad gebracht, maar trad niet in werking. (11.281)

Legislative activities as minister (2/5)
  • Bracht in 1970 een wijziging (Stb. 494) van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs tot stand in verband met een algemene herziening van de bekostigingsregeling voor de openbare en bijzondere instellingen van wetenschappelijk onderwijs. Er komt daardoor een volledig gelijke bekostiging van bijzondere en openbare universiteiten en hogescholen; de rijksbijdrage voor bijzondere instellingen gaat naar 100 procent. Het rijkstoezicht (met name op bijzondere instellingen) wordt verscherpt. (10.262)
  • Bracht in 1970 de Wet universitaire bestuurshervorming (WUB) (Stb. 601) tot stand. Deze wet riep Universiteits- en Hogeschoolraden in het leven als hoogste bestuursorgaan van universiteiten en hogescholen. De raden werden samengesteld uit vertegenwoordigers van studenten en van wetenschappelijk en niet-wetenschappelijk personeel. Uit deze raad, en aangevuld door de Kroon werden de Colleges van bestuur samengesteld. Per faculteit kwamen er aparte faculteitsraden en -besturen. De wet had een tijdelijk en experimenteel karakter en een voorlopige werkingsduur tot 1 september 1976 [die in 1977 werd verlengd, red.]. (10.636)

als (in)formateur
  • Kreeg op 26 augustus 1977 het verzoek om, gelet op de ontstane situatie, een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheden om op zo kort mogelijke termijn te geraken tot de vorming van een kabinet dat mocht vertrouwen in voldoende mate steun in de volksvertegenwoordiging te ondervinden. Wist op 1 september een oplossing te vinden voor het tijdens de formatie-Den Uyl gerezen geschil over de abortuskwestie.
  • Kreeg op 2 september 1977 samen met Den Uyl het verzoek de werkzaamheden in het kader van het onderzoek naar de mogelijkheden om op zo kort mogelijke termijn te geraken tot de vorming van een kabinet dat mocht vertrouwen in voldoende mate steun in de volksvertegenwoordiging te ondervinden, voort te zetten. Op 6 oktober concludeerden hij en Den Uyl dat geen overeenstemming kon worden bereikt over de zetelverdeling in het te vormen (tweede) kabinet-Den Uyl.

U ziet een selectie van activiteiten. In de uitgebreide versie is het gehele overzicht van activiteiten in te zien.

9.

Miscellaneous

algemeen
  • Verving in januari/februari 1971 enige tijd minister Klompé, die ten gevolge van een gebroken heup niet kon werken
  • Moest zich eind 1971 terugtrekken uit de actieve politiek vanwege de gevolgen van een maagoperatie, die hij op 16 augustus dat jaar had ondergaan
  • Werd in 1980 door de Raad van State samen met J. van der Hoeven voorgedragen om Ruppert op te volgen als vicevoorzitter van de Raad van State. Vanwege dit verdeelde advies schoof het kabinet een eigen kandidaat, W. Scholten, naar voren, die ook werd benoemd.

Private life
  • Was de eerste socioloog in Nederland die minister werd
  • Zijn vader was politie-inspecteur te Groningen

10.

Family

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

11.

Extended version

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.