Montesquieu Institute: from science to society

Mr. F.J. (Ferdinand) Kranenburg

foto Mr. F.J. (Ferdinand) Kranenburg
vergrootglas
bron: Beeldbank Nationaal Archief
Source: Parlement.com.

PvdA-politicus en bestuurder. Zoon van de staatsrechtgeleerde en Senaatsvoorzitter prof. R. Kranenburg. Was in Rotterdam advocaat en gemeenteraadslid en werd in 1951 staatssecretaris voor defensiematerieel. Trad in 1958 af, nadat ernstige kritiek was geuit op het materieelbeleid vanwege de aanschaf van ondeugdelijke helmen ('helmenaffaire'). Zijn afwezigheid in de Tweede Kamer tijdens een debat hierover leverde hem ernstige verwijten op, met name in de Eerste Kamer. Werd al kort na zijn aftreden justitie-woordvoerder van de PvdA-Tweede Kamerfractie. Was daarna vanaf 1964 twaalf jaar de Commissaris van de Koningin in Noord-Holland, die als een onpartijdige, moderne 'regent' een goede naam had.

PvdA
in de periode 1951-1976: lid Tweede Kamer, staatssecretaris, Commissaris van de Koning(in)

1.

First names

Ferdinand Jan (Ferdinand)

2.

Personal data

Place and date of birth
Tiel, 1 April 1911

Place and date of death
's-Gravenhage, 15 November 1994

3.

Party/Movement

Party/Parties
  • VDB (Vrijzinnig-Democratische Bond), until 9 February 1946
  • PvdA (Partij van de Arbeid), from 9 February 1946

4.

Main functions and occupations

  • staatssecretaris van Oorlog (belast met materieelbeleid), from 1 June 1951 until 1 June 1958 (benoemd bij K.B. van 28 mei 1951)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, from 27 November 1958 until 1 February 1964
  • lid gemeenteraad van 's-Gravenhage, from 7 January 1963 until 1 February 1964
  • Commissaris van de Koningin in Noord-Holland, from 1 February 1964 until 1 May 1976 (benoemd bij K.B. van 7 januari 1964)

Internment
geïnterneerd gijzelaarskamp te Sint-Michielsgestel, from 1942 until 1943

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Party political functions

In de uitgebreide versie is een overzicht van partijpolitieke functies opgenomen.

6.

Other positions

  • voorzitter Nuffic, from 1977 until 1981
  • lid Universitaire Kiesraad

Derived functions (2/4)
  • voorzitter vaste commissie voor de Scheepvaart (Tweede Kamer der Staten-Generaal), from 18 June 1963 until 1 February 1964
  • voorzitter Commissie van Voorbereiding voor de ontwerp-Oorlogswet voor Nederland (Tweede Kamer der Staten-Generaal), from 18 June 1963 until 1 February 1964

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

7.

Education

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

8.

Activities

as Member of the Parliament (2/3)
  • Voerde in 1963 het woord bij de behandeling van het wetsvoorstel Wet beroep administratieve beschikkingen
  • Interpelleerde op 14 maart 1963 minister-president De Quay, minister Luns en staatssecretaris Scholten over de bemoeiingen van het kabinet met de voorgenomen uitzending door de KRO-t.v. van het interview-Bidault. De regering wist door met ingrijpen te dreigen uitzending te verhinderen. Bidault was leider van de Franse terroristische groepering OAS die zich keerde tegen de regering-De Gaulle. Het kabinet-De Quay vreesde dat uitzending de betrekkingen met Frankrijk zou schaden.

In de uitgebreide versie is een overzicht van opvallend stemgedrag opgenomen.


Legislative activities as minister
  • Bracht in 1953 een nieuwe Inkwartieringswet (Stb. 305) tot stand, die de wet uit 1866 vervangt. De wet bevat ook regels over het transport en de leverantie van strijdkrachten aan met het Koninkrijk verbonden mogendheden. (2.610)
  • Bracht in 1954 samen met minister Staf een wet tot stand inzake de goedkeuring van een verdrag met de VS over de legering van Amerikaanse troepen in Nederland. Het betreffende luchtmacht-squadron kwam in Soesterberg.

9.

Miscellaneous

algemeen
  • Trad in 1958 af in verband met de zgn. Helmenaffaire. Het ging daarbij onder andere over de aanschaf van 400.000 ondeugdelijke helmen door de directie materieel, waar hij politiek verantwoordelijk voor was. Bij de in de Tweede Kamer op 23 april 1958 gehouden interpellatie-Ritmeester hierover was hij afwezig vanwege een bezoek aan de Verenigde Staten. Vooral in de Eerste Kamer maakten KVP, ARP en VVD hem verwijten over zijn afwezigheid en zegden impliciet het vertrouwen in hem op. De later door de Tweede Kamer ingestelde onderzoekscommissie-Koersen bracht een voor hem ontlastend rapport uit.

10.

Family

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

11.

Extended version

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.