VERORDENING (EG) Nr. /2004 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD BETREFFENDE FINANCIËLE KWARTAALREKENINGEN VAN DE OVERHEID - Hoofdinhoud
EUROPESE UNIE
HET EUROPEES PARLEMENT DE RAAD
Straatsburg, 10 maart 2004
(OR. en)
2003/0095 (COD) LEX 533 PE-CONS 3623/04
ECOFIN 52 CODEC 226
VERORDENING (EG) Nr. /2004 VAN HET EUROPEES PARLEMENT
EN DE RAAD
BETREFFENDE FINANCIËLE KWARTAALREKENINGEN
VAN DE OVERHEID
VERORDENING (EG) Nr. /2004 VAN HET EUROPEES PARLEMENTEN DE RAAD
van 10 maart 2004
betreffende financiële kwartaalrekeningen van de overheid
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 285,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van de Europese Centrale Bank 1,
Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag 2,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) In Verordening (EG) nr. 2223/96 van de Raad van 25 juni 1996 inzake het Europees
systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap 1 is het referentiekader
vastgelegd voor gemeenschappelijke normen, definities, classificaties en registratieregels
voor de opstelling van de rekeningen van de lidstaten die voor de statistische behoeften van
de Gemeenschap worden gebruikt, zodat de resultaten van de lidstaten onderling vergelijk-
baar zijn.
(2) In het op 18 januari 1999 door de Raad Economie/Financiën goedgekeurde verslag van het
Monetair Comité over de informatieverplichtingen is benadrukt dat voor de goede werking
van de Economische en Monetaire Unie en de interne markt een doeltreffend toezicht op en
coördinatie van het economisch beleid van het grootste belang zijn, en dat dit een veel-
omvattend statistisch informatiestelsel vereist dat de beleidmakers voorziet van de nodige
gegevens waarop zij hun besluiten kunnen baseren. In dit verslag is er ook op gewezen dat
er een hoge prioriteit moet worden toegekend aan kortetermijnstatistieken van de overheids-
financiën van de lidstaten, en met name van die welke aan de Economische en Monetaire
Unie deelnemen, teneinde stapsgewijs financiële kwartaalrekeningen van de overheid samen
te stellen.
(3) De nationale kwartaalgegevens over de financiële rekeningen (transacties en balansen) voor
de overheid hebben betrekking op een groot deel van alle financiële transacties en financiële
(4) Er is informatie over de financiële transacties en balansen van de overheid naar partnersector
nodig om een uitgebreide analyse van de overheidsfinanciering en de financiële
investeringen naar partnersector en naar instrument mogelijk te maken.
(5) Verordening (EG) nr. 264/2000 van de Commissie van 3 februari 2000 tot uitvoering van
Verordening (EG) nr. 2223/96 van de Raad met betrekking tot kortetermijnstatistieken van
de overheidsfinanciën 1 en Verordening (EG) nr. 1221/2002 van het Europees Parlement en
de Raad van 10 juni 2002 met betrekking tot niet-financiële kwartaalrekeningen van de
overheid 2 specificeren welke niet-financiële kwartaalgegevens voor de overheid de lidstaten
aan de Commissie (Eurostat) moeten doen toekomen.
(6) In de artikelen 2 en 3 van Verordening (EG) nr. 2223/96 is bepaald onder welke voor-
waarden de Commissie de methoden van het Europees systeem van rekeningen in de
Gemeenschap kan wijzigen teneinde de inhoud te verduidelijken en te verbeteren. De
samenstelling van financiële kwartaalrekeningen van de overheid zal van de lidstaten extra
middelen vereisen. Een en ander kan daarom niet in een beschikking van de Commissie
worden geregeld, maar vergt een specifieke verordening van het Europees Parlement en de
Raad.
(7) Het bij Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad 3 opgerichte Comité statistisch
programma (CSP) en het bij Besluit 91/115/EEG van de Raad 4 opgerichte Comité voor
monetaire, financiële en betalingsbalansstatistiek (CMFB) hebben zich voor het ontwerp van
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Doel
Deze verordening heeft ten doel de belangrijkste kenmerken van de categorieën financiële trans-
acties en financiële vorderingen en schulden in het Europees systeem van rekeningen (ESR 1995)
voor de sector overheid en voor elk van zijn subsectoren vast te stellen en te definiëren, waarover
ieder kwartaal gegevens aan de Commissie (Eurostat) moeten worden meegedeeld. Hierbij wordt
een stapsgewijze aanpak gevolgd.
Artikel 2
Samenstelling van kwartaalgegevens: bronnen en methoden
-
1.Met het oog op de opstelling van statistieken van hoge kwaliteit worden de kwartaalgegevens
voor financiële transacties en financiële vorderingen en schulden zoveel mogelijk gebaseerd op
informatie die direct bij de overheid beschikbaar is. De kwartaalgegevens over niet-beursgenoteerde
aandelen (AF.512) en overige deelnemingen (AF.513) - zoals gedefinieerd en gecodeerd in het ESR
1995 -, die in handen van eenheden van de overheid zijn, mogen evenwel worden geschat door
informatie over de respectieve jaarlijkse gegevens te interpoleren of te extrapoleren.
-
3.De kwartaalgegevens zijn in overeenstemming met de desbetreffende jaargegevens die ingevolge
Verordening (EG) nr. 2223/96 aan de Commissie worden meegedeeld.
-
4.Bij de kwartaalgegevens over financiële vorderingen en schulden gaat het om de uitstaande
bedragen aan financiële vorderingen en schulden aan het eind van ieder kwartaal.
Artikel 3
Indiening van kwartaalgegevens over financiële transacties
en financiële vorderingen en schulden
-
1.De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) ieder kwartaal gegevens over de volgende
financiële transacties (F.) en financiële vorderingen en schulden (AF.), zoals deze in het ESR 1995
zijn gedefinieerd en gecodeerd:
-
a)monetair goud en bijzondere trekkingsrechten (SDR's) (F.1 en AF.1)
-
b)chartaal geld en deposito's (F.2 en AF.2)
-
c)kortlopende effecten m.u.v. aandelen (excl. financiële derivaten) (F.331 en AF.331)
-
f)kortlopende leningen (F.41 en AF.41)
-
g)langlopende leningen (F.42 en AF.42)
-
h)aandelen en overige deelnemingen (F.5 en AF.5)
-
i)voorzieningen pensioen- en levensverzekering (F.61 en AF.61)
-
j)vooruitbetaalde premies en voorzieningen voor openstaande aanspraken (F.62 en AF.62)
-
k)handelskredieten en transitorische posten (F.7 en AF.7).
-
2.De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) voorts de volgende kwartaalgegevens voor
Subsector centrale overheid (S.1311), als bedoeld in artikel 4:
-
a)beursgenoteerde aandelen (F.511 en AF.511): vorderingen en mutaties in vorderingen
Artikel 4
Dekking van de overheid en haar subsectoren
De lidstaten verstrekken kwartaalgegevens voor de sector overheid en zijn subsectoren, in het
ESR 1995 gedefinieerd en gecodeerd als overheid (S.13), waartoe behoren:
-
-centrale overheid (S.1311)
-
-deelstaatoverheid (S.1312)
-
-lagere overheid (S.1313)
-
-wettelijkesocialeverzekeringsinstellingen (S.1314).
Artikel 5
Aard van de in te dienen kwartaalgegevens
-
1.De in artikel 3 bedoelde kwartaalgegevens worden in geconsolideerde vorm ingediend voor de in
artikel 4 bedoelde subsectoren van de overheid.
-
2.De in artikel 3 bedoelde kwartaalgegevens worden zowel in geconsolideerde als in niet-
geconsolideerde vorm ingediend voor de in artikel 4 bedoelde sector overheid.
-
3.Voor de in artikel 4 bedoelde subsectoren centrale overheid (S.1311) en wettelijkesociale-
verzekeringsinstellingen (S.1314) worden overeenkomstig de bijlage bij deze verordening
kwartaalgegevens met een indeling naar partnersector ingediend.
Artikel 6
Tijdschema voor de indiening van kwartaalgegevens
-
1.De in de artikelen 3, 4 en 5 bedoelde kwartaalgegevens worden uiterlijk drie maanden na het eind
van het kwartaal waarop ze betrekking hebben bij de Commissie (Eurostat) ingediend.
-
2.Tegelijkertijd worden in voorkomend geval herziene kwartaalgegevens voor eerdere kwartalen
ingediend.
-
3.De in artikel 3, met uitzondering van handelskredieten en transitorische posten (F.7 en AF.7), en
in de artikelen 4 en 5 bedoelde kwartaalgegevens worden voor het eerst ingediend volgens onder-
staand tijdschema:
-
a)voor de subsectoren centrale overheid (S.1311) en wettelijkesocialeverzekeringsinstellingen
(S.1314), niet later dan 30 juni 2004; de Commissie kan maximaal 18 maanden respijt geven
voor de eerste datum van indiening van de naar partnersector ingedeelde gegevens en van
gegevens over financiële transacties en financiële vorderingen en schulden, indien de
nationale statistische stelsels ingrijpend moeten worden gewijzigd;
-
b)voor de subsectoren deelstaatoverheid (S.1312) en lagere overheid (S.1313):
-
i)niet later dan 30 juni 2004 voor de in artikel 3, lid 1, bedoelde schulden en mutaties in
schulden; de Commissie kan maximaal 18 maanden respijt geven voor de eerste datum
van indiening van deze gegevens indien de nationale statistische stelsels ingrijpend
moeten worden gewijzigd;
-
ii)niet later dan 30 juni 2005 voor de in artikel 3, lid 1, bedoelde vorderingen en mutaties
in vorderingen; de Commissie kan maximaal 6 maanden respijt geven voor de eerste
datum van indiening van deze gegevens, indien de nationale statistische stelsels
ingrijpend moeten worden gewijzigd;
-
c)voor de sector overheid (S.13), niet later dan 30 juni 2005; de Commissie kan maximaal
6 maanden respijt geven voor de eerste datum van indiening van deze gegevens, indien de
nationale statistische stelsels ingrijpend moeten worden gewijzigd.
-
4.De kwartaalgegevens over de handelskredieten en transitorische posten (F.7 en AF.7) voor de
sector overheid (S.13) en haar in artikel 4 bedoelde subsectoren worden uiterlijk 30 juni 2005 voor
het eerst bij de Commissie (Eurostat) ingediend; de Commissie kan maximaal 6 maanden respijt
geven voor de eerste datum van indiening van deze gegevens, indien de nationale statistische
stelsels ingrijpend moeten worden gewijzigd.
Artikel 7
Retrospectieve gegevens
-
1.De in artikel 6 bedoelde kwartaalgegevens omvatten retrospectieve gegevens voor financiële
transacties vanaf het eerste kwartaal van 1999 en voor financiële balansen vanaf het vierde kwartaal
van 1998; voor de indiening van deze gegevens geldt het tijdschema van artikel 6, leden 3 en 4.
-
2.Zo nodig worden de retrospectieve gegevens met inachtneming van met name artikel 2, leden 2
en 3, gebaseerd op zo goed mogelijke schattingen.
Artikel 8
Uitvoering
-
1.De lidstaten geven de Commissie (Eurostat) een beschrijving van de bronnen en methoden die
voor de samenstelling van de in artikel 3 bedoelde kwartaalgegevens zijn gebruikt (initiële
beschrijving) wanneer zij volgens het tijdschema van artikel 6, leden 3 en 4, voor de eerste keer
kwartaalgegevens indienen.
-
2.De lidstaten stellen de Commissie (Eurostat) in kennis van alle wijzigingen van deze initiële
beschrijving wanneer zij de herziene gegevens meedelen.
Artikel 9
Verslag
Op basis van de in de artikelen 3, 4 en 5 bedoelde gegevens en na raadpleging van het CSP en het
CMFB zendt de Commissie het Europees Parlement en de Raad uiterlijk op 31 december 2005 een
verslag toe waarin de betrouwbaarheid van de door de lidstaten geleverde kwartaalgegevens wordt
beoordeeld.
Artikel 10
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in
het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE
Indeling naar partnersector 7
Centrale overheid (S.1311) en wettelijke-sociale-verzekeringsinstellingen (S.1314)
financiële transacties en financiële balansen 8
Partnersector/-subsector Niet- financiële vennoot- schappen
(S.11) Financiële vennootschappen (S.12) Huishoudens
en instellingen zonder winstoog- merk t.b.v. huishoudens
(S.14+S.15) Buiten- land
(S.2)
Categorie/subcategorie
To- taal Verzekerings- instellingen
en pensioen- fondsen
(S.125)
Vorderingen
Kortlopende effecten m.u.v. aandelen (exclusief financiële derivaten)
(F.331 en AF.331)
Langlopende effecten m.u.v. aandelen (exclusief financiële derivaten)
(F.332 en AF.332)
Kortlopende leningen
(F.41 en AF.41)
Langlopende leningen (F.42 en AF.42)
| publication date | 10-03-2004 |
|---|---|
| reference | 3623/04 |
