Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en authentieke akten op het gebied van erfopvolging en betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring - Resultaat van de eerste lezing door het Europees Parlement (Straatsburg, 12 tot en met 15 maart 2012) - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute from science to society

Contents

enveloppe

Sharing

1.

Text

 

RAAD VANBrussel, 21 maart 2012 (22.03)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

7443/12

Interinstitutioneel dossier:

2009/0157 (COD)

CODEC 601 JUSTCIV 85 PE 97 -

INFORMATIEVE NOTA

van:

het secretariaat-generaal

aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers/de Raad

Betreft: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad

betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de

tenuitvoerlegging van beslissingen en authentieke akten op het gebied van

erfopvolging en betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring

  • Resultaat van de eerste lezing door het Europees Parlement

(Straatsburg, 12 tot en met 15 maart 2012)

I. INLEIDING

De rapporteur, de heer Kurt LECHNER (EPP - DE), heeft namens de Commissie juridische zaken een verslag met 121 amendementen op het verordeningsvoorstel ingediend.

De rapporteur presenteerde in dit verband een compromisamendement op het verordeningsvoorstel. Over dit amendement was tijdens de bovengenoemde informele contacten overeenstemming bereikt.

II. STEMMING

Bij de stemming door het Europees Parlement op 13 maart 2012 heeft de plenaire vergadering het enige amendement op het verordeningsvoorstel aangenomen. Het aangenomen amendement stemt overeen met hetgeen de drie instellingen waren overeengekomen en zou derhalve voor de Raad aanvaardbaar moeten zijn. Na de bijwerking van de tekst door de juristen-vertalers

1 zou de Raad de

wetshandeling dan ook moeten kunnen aannemen.

De tekst van het aangenomen amendement en die van de wetgevingsresolutie van het Europees Parlement staan in bijlage dezes. Het amendement wordt gepresenteerd als een geconsolideerde tekst waarin toegevoegde woorden vet gecursiveerd zijn, het symbool " " staat voor geschrapte tekst en het symbool " " voor een taalkundige of typografische wijziging.

____________________

BIJLAGE

(13.3.2012)

Erfopvolging en de Europese erfrechtverklaring ***I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2012 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en authentieke akten op het gebied van erfopvolging en betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring (COM(2009)0154 C7-0236/2009 2009/0157(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement ,

gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad

(COM(2009)0154),

gezien artikel 251, lid 2, artikel 61, onder c) en artikel 67, lid 5, tweede streepje, van het EG-

Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend

(C7-0236/2009),

gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad getiteld

"Gevolgen van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon voor de lopende

interinstitutionele besluitvormingsprocedures" (COM(2009)0665),

gezien artikel 294, lid 3, en artikel 81, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de

Europese Unie,

gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 juli 20101,

P7_TC1-COD(2009)0157

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2012 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) nr. .../2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie , en met name op artikel 81, lid

2 ,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité1,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Unie heeft zich ten doel gesteld een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te

handhaven en te ontwikkelen, waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is . Met

het oog op de geleidelijke totstandbrenging van die ruimte dient de Unie maatregelen te

nemen op het gebied van de justitiële samenwerking in burgerlijke zaken met

grensoverschrijdende gevolgen, met name wanneer dit nodig is voor de goede werking van

de interne markt.

(2) Overeenkomstig artikel 81, lid 2, onder c), van het Verdrag kunnen dergelijke

maatregelen ook regels behelzen, die de verenigbaarheid van de in de lidstaten geldende

regels voor collisie en jurisdictiegeschillen beogen .

(3) Op zijn bijeenkomst in Tampere op 15 en 16 oktober 1999 heeft de Europese Raad de

(5) De Europese Raad, op 4 en 5 november 2004 te Brussel bijeen, heeft een nieuw

programma aangenomen, met als titel "Het Haags Programma: versterking van vrijheid,

veiligheid en recht in de Europese Unie"1. In dat programma wordt gewezen op de

noodzaak om een instrument voor kwesties betreffende het erfrecht aan te nemen, waarin

met name de volgende kwesties worden behandeld: collisie, rechterlijke bevoegdheid,

wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen op dit gebied en een

Europese erfrechtverklaring .

(5 bis) De Europese Raad heeft tijdens zijn bijeenkomst van 10 en 11 december 2009 te Brussel

een nieuw meerjarenprogramma aangenomen met als titel "Het programma van

Stockholm - Een open en veilig Europa ten dienste en ter bescherming van de burger" 2 .

In dat programma is de Europese Raad van oordeel dat wederzijdse erkenning moet

worden uitgebreid tot gebieden waarop dit beginsel nog niet van toepassing is, maar die

van groot belang zijn voor het dagelijks leven, zoals erfenissen en testamenten. Daarbij

dient rekening te worden gehouden met de rechtsstelsels, de openbare orde en de

nationale traditie van elke lidstaat op dit gebied.

(6) De goede werking van de interne markt moet worden vergemakkelijkt door het wegnemen

van de belemmeringen voor het vrije verkeer van personen die thans moeilijkheden

ondervinden om hun rechten te doen gelden in het kader van een erfopvolging met

grensoverschrijdende gevolgen . In de Europese justitiële ruimte moeten de burgers van

tevoren hun erfopvolging kunnen organiseren. De rechten van de erfgenamen en

legatarissen, van de andere personen die de erflater na staan en van de schuldeisers van de

nalatenschap moeten op een efficiënte manier worden gewaarborgd.

(7) Om deze doelstellingen te bereiken, moeten in deze verordening voorschriften worden

samengebracht inzake rechterlijke bevoegdheid, toepasselijk recht, erkenning of, naar

gelang van het geval, aanvaarding, uitvoerbaarheid en tenuitvoerlegging van

beslissingen, authentieke akten en gerechtelijke schikkingen , alsook inzake een

Europese erfrechtverklaring.

(8) Het toepassingsgebied van deze verordening moet alle civielrechtelijke aspecten van de

erfopvolging omvatten, namelijk elke vorm van overgang van goederen, rechten en

verplichtingen bij overlijden, ongeacht of het gaat om een vrijwillige overdracht krachtens

(8 ter) Deze verordening dient niet van toepassing te zijn op andere civielrechtelijke gebieden

dan het erfrecht. Omwille van de duidelijkheid moet een aantal kwesties die geacht

kunnen worden verband te houden met het erfrecht, uitdrukkelijk buiten het

toepassingsgebied van deze verordening worden gehouden.

(8 quater) Derhalve dient deze verordening niet van toepassing te zijn op aangelegenheden die

verband houden met huwelijksvermogensstelsels, daaronder begrepen de in sommige

rechtsstelsels bekende huwelijkscontracten of huwelijkse voorwaarden, voor zover deze

geen betrekking hebben op erfopvolging, noch op vermogensstelsels van relatievormen

waaraan gevolgen worden verbonden, welke vergelijkbaar zijn met die van het huwelijk.

De instanties die overeenkomstig deze verordening een bepaalde erfopvolging

behandelen, moeten echter, afhankelijk van de situatie, bij het bepalen van de

nalatenschap en de onderscheiden erfdelen van de rechthebbenden rekening houden

met de liquidatie van het huwelijksvermogen of het daarmee te vergelijken vermogen van

de erflater.

(8 quinquies) Ook aangelegenheden die verband houden met de oprichting, het beheer en de

ontbinding van trusts moeten buiten het toepassingsgebied van deze verordening worden

gehouden. Dit moet niet worden beschouwd als een algemene uitsluiting van trusts. Bij

de oprichting van een trust bij testament of bij de oprichting van een wettelijke trust in

het geval van erfopvolging bij versterf, moet op de overgang van de boedelbestanddelen

en de aanduiding van de rechthebbenden het op grond van deze verordening op de

erfopvolging toepasselijke recht worden toegepast.

(9) Goederenrechten, belangen en vermogensbestanddelen die op een andere wijze dan

door erfopvolging zijn ontstaan of zijn overgedragen, bijvoorbeeld door schenking,

moeten eveneens buiten het toepassingsgebied worden gehouden . Het is niettemin het

recht dat krachtens deze verordening is aangemerkt als het op de erfopvolging

toepasselijke recht, dat moet bepalen of schenkingen of andere vormen van beschikking

onder de levenden met zakenrechtelijke werking tijdens het leven, het voorwerp zullen

uitmaken van inbreng of inkorting met het oog op de berekening van de erfdelen van de

rechthebbenden volgens het op de erfopvolging toepasselijke recht .

(10) Op grond van deze verordening dient het mogelijk te zijn om een recht op onroerende of

bestaande netwerken voor justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken, en

van alle andere kanalen waarlangs een beter inzicht in het buitenlandse recht te krijgen

is.

(10 ter) De aanpassing van onbekende zakelijke rechten, zoals uitdrukkelijk bepaald in deze

verordening, mag geen beletsel vormen voor andere vormen van aanpassing in het kader

van de toepassing van deze verordening.

(10 quater) De voorwaarden inzake de inschrijving van een recht op onroerende en op roerende

zaken moeten buiten het toepassingsgebied van deze verordening worden gehouden. Wat

die wettelijke voorwaarden zijn, hoe er wordt geregistreerd, en welke instanties, zoals het

kadaster of een notaris, nagaan of aan alle voorwaarden is voldaan en of de aangeboden

of opgemaakte akten voldoen dan wel de noodzakelijke informatie bevatten, moet dus

worden bepaald door het recht van de lidstaat waar het register wordt gehouden (voor

onroerende zaken de lex rei sitae). De bevoegde instanties kunnen met name nagaan of

het recht van de erflater op de zaken uit de nalatenschap die in het ter inschrijving

aangeboden document vermeld staan, een recht is dat als zodanig wordt geregistreerd of

waarvan anderszins het bewijs wordt geleverd conform het recht van de lidstaat waar het

register wordt gehouden.

Om te voorkomen dat akten opnieuw moeten worden opgemaakt, moeten akten die door

de bevoegde instanties in een andere lidstaat zijn opgemaakt en op grond van deze

verordening worden verspreid, door de registrerende overheid worden aanvaard. De op

grond van deze verordening afgegeven Europese erfrechtverklaring moet meer bepaald

een geldig document vormen voor de inschrijving van de goederen van de nalatenschap in

het register van de lidstaat.

iettemin moeten de bij de registratie betrokken instanties kunnen verlangen dat de

persoon die om registratie verzoekt, in overeenstemming met de wetgeving van de lidstaat

waar het register wordt gehouden, aanvullende informatie verstrekt of aanvullende

stukken voorlegt, bijvoorbeeld gegevens of documenten in verband met de betaling van

afdrachten. De bevoegde instantie zou de persoon die om registratie verzoekt, kunnen

mededelen hoe de ontbrekende gegevens of documenten kunnen worden verstrekt.

te zijn. Daarentegen mag de term "gerecht" geen betrekking hebben op de niet-

gerechtelijke instanties van een lidstaat die volgens het nationale recht bevoegd zijn om

erfrechtzaken te behandelen, zoals notarissen in de meeste lidstaten, die veelal geen

gerechtelijke functies vervullen.

(11 bis) Krachtens deze verordening moeten notarissen de bevoegdheid kunnen uitoefenen die zij

in de lidstaten op het gebied van erfrecht hebben. Of notarissen in een bepaalde lidstaat

al dan niet door de bevoegdheidsregels van deze verordening gebonden zijn, moet

afhangen van de vraag of zij onder het begrip "gerecht" in de zin van deze verordening

vallen.

(11 ter) De verspreiding van akten die door notarissen in de lidstaten in erfrechtzaken zijn

opgemaakt moet overeenkomstig deze verordening plaatsvinden. otarissen zijn in de

uitoefening van een gerechtelijke functie gebonden door de bevoegdheidsregels; de

verspreiding van hun beslissingen moet in overeenstemming met de regels inzake

erkenning, uitvoerbaarheid en tenuitvoerlegging geschieden. Buiten de uitoefening van

een gerechtelijke functie zijn zij niet door de bevoegdheidsregels gebonden; de

verspreiding van de door hen opgemaakte authentieke akte moet voldoen aan de

voorschriften betreffende dergelijke akten.

(12) Gelet op de toenemende mobiliteit van de burgers; en teneinde de goede rechtsbedeling

in de Europese Unie te waarborgen en ervoor te zorgen dat er een werkelijke band bestaat

tussen de erfopvolging en de lidstaat waar de bevoegdheid wordt uitgeoefend , moet deze

verordening erin voorzien dat als algemeen aanknopingspunt voor het bepalen, zowel

van de bevoegdheid als van het toepasselijke recht, de gewone verblijfplaats van de

erflater op het tijdstip van zijn overlijden geldt . Om de gewone verblijfplaats te bepalen,

dient de aangezochte instantie zich een oordeel te vormen over alle aspecten die het

leven van de erflater in de jaren voor zijn overlijden en op het tijdstip van overlijden

hebben gekenmerkt, en daarbij alle relevante feitelijke elementen in beschouwing te

nemen, met name de duur en de regelmatigheid van de aanwezigheid van de erflater in

de betrokken staat, alsook de omstandigheden van en de redenen voor die aanwezigheid.

De aldus vastgestelde gewone verblijfplaats moet, uit het oogpunt van de specifieke

doelstellingen van deze verordening, duiden op een hechte en duurzame band met de

kort voor zijn overlijden naar de staat van zijn gewone verblijfplaats was verhuisd en uit

alle omstandigheden blijkt dat hij kennelijk een nauwere band had met een ander land -

tot de slotsom komen dat het op de erfopvolging toepasselijke recht niet het recht moet

zijn van de staat van de gewone verblijfplaats van de erflater, maar dat van de staat

waarmee de erflater de kennelijk nauwere band had. De kennelijk nauwste band mag

echter niet als subsidiair aanknopingspunt dienen als de gewone verblijfplaats van de

erflater op het tijdstip van overlijden moeilijk te bepalen is.

(12 quater) iets in deze verordening mag voor een gerechtelijke instantie een beletsel vormen

voor de toepassing van mechanismen voor de bestrijding van wetsontduiking, zoals fraus

legis, in het kader van het internationaal privaatrecht.

(12 quinquies) De voorschriften van deze verordening zijn opgesteld om ervoor te zorgen dat de

instantie die de erfopvolging behandelt, in de meeste gevallen haar eigen recht kan

toepassen. In deze verordening worden daarom een aantal mechanismen vastgelegd die

in werking treden indien de erflater het recht van de lidstaat waarvan hij de nationaliteit

bezit heeft gekozen als het recht dat zijn erfopvolging beheerst.

(12 sexies) Een van die mechanismen houdt in dat de bij de erfopvolging betrokken partijen bij

overeenkomst kunnen kiezen voor de gerechten van de lidstaat waarvan het recht is

gekozen. Deze keuze zou per geval moeten worden gemaakt, en met name worden

bepaald door het onderwerp waarop de overeenkomst tot aanwijzing van de bevoegde

rechter betrekking heeft, door de omstandigheid dat de overeenkomst tussen alle bij de

erfopvolging betrokken partijen moet worden gesloten, of door de omstandigheid dat

bepaalde partijen kunnen overeenkomen een gegeven onderwerp voor te leggen aan de

rechter van hun keus, mits zijn beslissing geen consequenties heeft voor de rechten van

de andere partijen op de nalatenschap.

(12 septies) Een gerecht dat ter zake van erfopvolging ambtshalve bevoegd is, zoals dat in

bepaalde lidstaten het geval is, moet de procedure beëindigen indien de partijen de

erfopvolging in de lidstaat van de rechtskeuze willen regelen door middel van een

buitengerechtelijke schikking. -

Deze verordening mag de partijen niet beletten om, indien het gerecht niet ambtshalve

maakt of voert. Het forum necessitatis kan zijn bevoegdheid evenwel alleen uitoefenen

als het geschil voldoende nauw verbonden is met de lidstaat van het aangezochte

gerecht.

(14) Ten behoeve van de erfgenamen en legatarissen met gewone verblijfplaats in een andere

lidstaat dan die waar de erfopvolging wordt of zal worden behandeld, moet in deze

verordening worden bepaald dat eenieder die volgens het op de erfopvolging

toepasselijke recht een verklaring houdende aanvaarding of verwerping van de

nalatenschap, van een legaat of van een wettelijk erfdeel, of houdende beperking van zijn

aansprakelijkheid voor de schulden van de nalatenschap kan afleggen, deze verklaring

kan afleggen voor de gerechten van de lidstaat van zijn gewone verblijfplaats, in de bij

het recht van die lidstaat voorgeschreven vorm . Dit mag niet beletten dat dergelijke

verklaringen kunnen worden afgelegd voor andere instanties in die lidstaat die

krachtens het nationaal recht bevoegd zijn om verklaringen te erkennen. Wie gebruik

wil maken van de mogelijkheid verklaringen af te leggen in de lidstaat van de gewone

verblijfplaats, moet het gerecht of de instantie die de erfopvolging behandelt, binnen de

termijn die in het op de erfopvolging toepasselijke recht is bepaald, ervan in kennis

stellen dat er dergelijke verklaringen bestaan.

(14 bis) Wie zijn aansprakelijkheid voor de schulden van de nalatenschap wil beperken, mag dat

niet kunnen doen door middel van een gewone verklaring die wordt afgelegd voor de

gerechten of de bevoegde instanties van de lidstaat van zijn gewone verblijfplaats, indien

hij volgens het op de erfopvolging toepasselijke recht bij het bevoegde gerecht een

specifieke vordering, bijvoorbeeld een "inventarisprocedure", moet instellen. Derhalve

mag in dat geval een verklaring die door iemand in de lidstaat van zijn gewone

verblijfplaats in de aldaar voorgeschreven vorm wordt afgelegd, niet als formeel geldig

voor de toepassing van deze verordening worden beschouwd, en mogen de stukken die

het geding inleiden op zich niet als verklaringen voor de toepassing van deze

verordening worden beschouwd.

(16) Met het oog op een ordelijke rechtspleging mogen in verschillende lidstaten geen

onderling onverenigbare beslissingen worden gegeven. Daarom moet deze verordening

(17) Om burgers zonder verlies aan rechtszekerheid te laten profiteren van de voordelen van de

interne markt, moet deze verordening het hun mogelijk maken van tevoren het recht te

kennen dat op hun nalatenschap van toepassing zal zijn. Geharmoniseerde collisieregels

moeten worden vastgesteld om te voorkomen dat tegenstrijdige beslissingen worden

gegeven. De hoofdregel moet ervoor zorgen dat de erfopvolging op voorzienbare wijze

wordt beheerst door een rechtsstelsel waarmee zij nauw verbonden is. Dat rechtsstelsel

moet, ter wille van de rechtszekerheid en om versnippering van de nalatenschap te

voorkomen, de gehele nalatenschap beheersen, dat wil zeggen alle bestanddelen ervan,

ongeacht hun aard en ongeacht de vraag of ze zich in een andere lidstaat dan wel in een

derde staat bevinden .

(18) Deze verordening moet de burgers de mogelijkheid bieden om van tevoren de erfopvolging

te regelen door de keuze van het op hun nalatenschap toepasselijke recht. Deze keuze

moet worden beperkt tot het recht van een staat waarvan zij de nationaliteit hebben,

zodat er een band is tussen de erflater en het gekozen recht en een recht niet wordt

gekozen met het specifieke oogmerk de erfgenamen die recht hebben op een wettelijk

erfdeel te kort te doen in hun legitieme verwachtingen.

(18 bis) Rechtskeuze wordt uitdrukkelijk gedaan bij verklaring in de vorm van een uiterste

wilsbeschikking of blijkt uit de bewoordingen van die beschikking. De rechtskeuze zou

kunnen worden geacht uit een uiterste wilsbeschikking te blijken indien bijvoorbeeld de

erflater daarin heeft verwezen naar bepaalde rechtsregels van de staat van zijn

nationaliteit of dat recht anderszins heeft genoemd.

(18 ter) In het kader van deze verordening moet rechtskeuze ook geldig zijn als het gekozen recht

niet in rechtskeuze ter zake van erfopvolging voorziet. De materiële geldigheid van de

rechtskeuze, oftewel de vraag of de rechtskeuze geacht kan worden willens en wetens te

zijn gemaakt, moet evenwel beheerst worden door het gekozen recht. Hetzelfde dient te

gelden voor de handeling waarbij de rechtskeuze wordt gewijzigd of herroepen.

(18 quater) Voor de toepassing van deze verordening moet de vaststelling van iemands

nationaliteit of meervoudige nationaliteit als prejudiciële kwestie worden behandeld. Het

vaststellen dat een persoon een onderdaan van een bepaalde staat is, valt buiten het

toepassingsgebied van deze verordening en geschiedt volgens het nationale recht, alsook,

erfopvolging door middel van een buitengerechtelijke schikking te regelen in een andere

lidstaat waar dat wettelijk mogelijk is. Omwille van een soepele coördinatie tussen het op

de erfopvolging toepasselijke recht en het recht van de lidstaat van het behandelend

gerecht, moet het gerecht de persoon of personen tot beheerder benoemen die volgens

het op de erfopvolging toepasselijke recht bevoegd zouden zijn de nalatenschap te

beheren, zoals bijvoorbeeld de executeur-testamentair of de erfgenamen zelf of, indien

het op de erfopvolging toepasselijke recht dat verlangt, een derde-beheerder. Het gerecht

mag echter in bepaalde gevallen, wanneer het recht van zijn lidstaat zulks verlangt, een

derde-beheerder benoemen, ook als het op de erfopvolging toepasselijke recht daarin

niet voorziet. Wanneer de erflater een executeur-testamentair heeft aangewezen, kunnen

diens bevoegdheden hem niet worden ontnomen tenzij het op de erfopvolging

toepasselijke recht in de beëindiging van diens mandaat voorziet.

(18 septies) De bevoegdheden van de in de lidstaat van het aangezochte gerecht benoemde

beheerders moeten dezelfde zijn als die waarover zij volgens het op de erfopvolging

toepasselijke recht beschikken. Wanneer bijvoorbeeld de erfgenaam tot beheerder is

benoemd, moet hij dus over de beheersbevoegdheden beschikken die het toepasselijke

recht een erfgenaam toekent. Wanneer de beheersbevoegdheden uit hoofde van het op

de erfopvolging toepasselijke recht onvoldoende zijn voor de bescherming van de

goederen van de nalatenschap of van de rechten van de schuldeisers of andere personen

die borg stonden voor de schulden van de erflater, kunnen de in de lidstaat van het

aangezochte gerecht benoemde beheerders met het oog daarop op residuele basis

beheersbevoegdheden uitoefenen waarin het recht van die lidstaat voorziet. Dergelijke

restbevoegdheden zijn bijvoorbeeld: het opmaken van een lijst van goederen en schulden

van de nalatenschap, de schuldeisers in kennis stellen van het openvallen van de

nalatenschap en hen uitnodigen hun vorderingen bekend te maken, en het nemen van

voorlopige of bewarende maatregelen om de goederen van de nalatenschap te

beschermen. De handelingen van een beheerder uit hoofde van de restbevoegdheden

moeten in overeenstemming zijn met het op de erfopvolging toepasselijke recht wat

betreft de overdracht van de eigendom van goederen van de nalatenschap, met inbegrip

van enigerlei schikking met de rechthebbenden vóór de benoeming van de beheerder, de

aansprakelijkheid voor de schulden van de nalatenschap en de rechten van de

rechthebbenden, waaronder, indien van toepassing, het recht om de erfenis te

(18 decies) Het op de erfopvolging toepasselijke recht moet bepalen wie de rechthebbenden met

betrekking tot een gegeven nalatenschap zijn. Onder "rechthebbenden" zal in de meeste

rechtsstelsels worden verstaan de erfgenamen, de legatarissen en de personen die recht

hebben op een wettelijk erfdeel, al is bijvoorbeeld de rechtspositie van de legatarissen

niet in alle rechtsstelsels dezelfde. In sommige rechtsstelsels kan de legataris een

rechtstreeks erfdeel ontvangen terwijl hij elders alleen een vordering op de erfgenamen

kan krijgen.

(18 undecies) Voor de rechtszekerheid ten behoeve van personen die de vererving van hun

nalatenschap willen plannen, moet in deze verordening een specifieke collisieregel

betreffende de toelaatbaarheid en de materiële geldigheid van uiterste wilsbeschikkingen

worden opgenomen. Eenvormige toepassing van deze regel vereist dat in deze

verordening de elementen worden opgesomd die de materiële geldigheid uitmaken. De

toetsing van een uiterste wilsbeschikking op haar materiële geldigheid kan leiden tot de

conclusie dat de uiterste wilsbeschikking rechtens niet bestaat.

(18 duodecies) De erfovereenkomst is een vorm van uiterste wilsbeschikking waarvan de

toelaatbaarheid en acceptatie van lidstaat tot lidstaat verschillen. Om het gemakkelijker

te maken dat ten gevolge van een erfovereenkomst verkregen erfrechten in de lidstaten

worden aanvaard, moet in deze verordening duidelijk worden aangegeven welk recht van

toepassing is op de toelaatbaarheid van zulke overeenkomsten, op de materiële

geldigheid, en op de rechtsgevolgen tussen de partijen, met inbegrip van de

ontbindingsvoorwaarden.

(18 terdecies) Het recht dat volgens deze verordening van toepassing is op de toelaatbaarheid en

de materiële geldigheid van een uiterste wilsbeschikking en, wat erfovereenkomsten

betreft, op de rechtskracht van die overeenkomsten tussen de partijen, moet onverlet

laten de rechten van eenieder die, op grond van het op de erfopvolging toepasselijke

recht, recht heeft op een wettelijk erfdeel of een ander recht dat hem niet kan worden

ontnomen door degene wiens nalatenschap in het geding is.

(18 quaterdecies) In de gevallen waarin in deze verordening wordt verwezen naar het recht dat de

nalatenschap van degene die bij uiterste wil beschikt, zou hebben beheerst mocht hij zijn

overleden op de dag waarop de uiterste wilsbeschikking, naar gelang van het geval, is

deze verordening de formele geldigheid van een uiterste wilsbeschikking beheerst. Dit

recht moet uitsluitend bepalen of een persoonlijke hoedanigheid, bijvoorbeeld

minderjarigheid, iemand kan beletten een uiterste wilsbeschikking in een bepaalde vorm

op te stellen.

(22) Uit economische, familiale of sociale overwegingen gelden voor bepaalde onroerende

goederen, ondernemingen en andere specifieke categorieën boedelbestanddelen , in de

lidstaat waar ze zich bevinden, bijzondere beperkende regels die betrekking hebben of

van invloed zijn op de erfopvolging betreffende die boedelbestanddelen . Deze

verordening moet de toepassing van deze bijzondere regels verzekeren. Deze uitzondering

op de toepassing van het op de erfopvolging toepasselijke recht moet echter strikt worden

uitgelegd, zodat zij verenigbaar blijft met de algemene doelstelling van deze verordening.

Bijgevolg mogen noch de collisieregels waarbij onroerende goederen aan een ander

rechtsstelsel worden onderworpen dan de roerende goederen, noch de bepalingen waarbij

een groter wettelijk erfdeel wordt toegekend dan in het rechtsstelsel dat ingevolge deze

verordening van toepassing is, worden beschouwd als bijzondere regels die de

erfopvolging betreffende bepaalde boedelbestanddelen raken .

(23) Gevallen waarin niet vaststaat in welke volgorde twee of meer personen zijn overleden

wier nalatenschap door verschillende rechtsstelsels wordt beheerst, moeten op

eenvormige wijze worden behandeld; om die reden moet in deze verordening worden

bepaald dat geen van de overledenen rechten kan laten gelden op de nalatenschap van

de andere of de anderen.

(23 bis) In bepaalde omstandigheden kan een nalatenschap onbeheerd blijven. De verschillende

rechtsstelsels voorzien hierin op uiteenlopende wijze. In sommige rechtsstelsels kan de

staat de onbeheerde nalatenschap als erfgenaam opeisen, ongeacht waar de

bestanddelen zich bevinden. In andere rechtsstelsels kan de staat zich slechts de

bestanddelen toe-eigenen die zich op zijn grondgebied bevinden. Daarom dient deze

verordening een regel te bevatten waarin wordt bepaald dat de toepassing van het op de

erfopvolging toepasselijke recht niet mag uitsluiten dat een lidstaat zich op grond van

zijn eigen recht de zich op zijn grondgebied bevindende boedelbestanddelen toe-eigent.

betrokken lidstaat . iettemin mogen de gerechtelijke en andere bevoegde instanties de

exceptie van openbare orde niet toepassen om het recht van een andere lidstaat buiten

toepassing te laten of om te weigeren een gegeven beslissing, een authentieke akte, een

gerechtelijke schikking uit een andere lidstaat te erkennen c.q. te aanvaarden of ten

uitvoer te leggen, wanneer dat in strijd zou zijn met het Handvest van de grondrechten

van de Europese Unie en met name artikel 21, dat elke vorm van discriminatie verbiedt.

(25) Gelet op de algemene doelstelling van deze verordening, namelijk de wederzijdse

erkenning van in de lidstaten gegeven beslissingen in erfrechtzaken , ongeacht of deze

beslissingen in contentieuze of niet-contentieuze procedures zijn gewezen, moeten in

deze verordening regels betreffende de erkenning, uitvoerbaarheid en tenuitvoerlegging

van beslissingen worden vastgelegd die gelijkaardig zijn aan die welke de Unie reeds op

het gebied van de justitiële samenwerking in civielrechtelijke zaken heeft vastgesteld .

(26) Teneinde rekening te houden met de verschillende erfrechtstelsels in de lidstaten, dient

deze verordening de aanvaarding en uitvoerbaarheid in alle lidstaten van authentieke

akten in erfrechtzaken te waarborgen.

(26 bis) Authentieke akten dienen in een andere lidstaat dezelfde bewijskracht te hebben als in de

lidstaat waar zij zijn verleden, of althans de daarmee meest vergelijkbare bewijskracht .

Bij de vaststelling van de bewijskracht, of de meest vergelijkbare bewijskracht, van een

bepaalde authentieke akte in een andere lidstaat moet worden gelet op de aard en de

reikwijdte van haar bewijskracht in de lidstaat van oorsprong. Het recht van de lidstaat

van oorsprong bepaalt derhalve welke bewijskracht aan een bepaalde authentieke akte

in een andere lidstaat moet worden toegekend.

(26 ter) De "formele geldigheid" van een authentieke akte moet een zelfstandig concept zijn dat

gegevens omvat zoals de echtheid ervan, de vormvereisten, de bevoegdheid van de

instantie die de akte opmaakt, en de procedure volgens welke de akte wordt opgemaakt.

Hieronder vallen ook de feitelijke door de betrokken instantie in de akte vastgelegde

gegevens, bijvoorbeeld het feit dat de genoemde partijen voor haar op de genoemde

datum zijn verschenen en de vermelde verklaringen hebben afgelegd. Een partij die de

formele geldigheid van een authentieke akte betwist, dient dit te doen voor het bevoegde

gerecht van de lidstaat van oorsprong van de authentieke akte, volgens het recht van die

(26 sexies) Een authentieke akte die wordt aangevochten heeft in een andere lidstaat dan de

lidstaat van oorsprong geen bewijskracht zolang de zaak niet is beslecht. Indien de zaak

zich beperkt tot een specifiek punt betreffende de in de authentieke akte vastgelegde

rechtshandelingen of rechtsbetrekkingen, heeft de aangevochten authentieke akte, wat

het bestreden punt betreft, in een andere lidstaat dan de lidstaat van oorsprong geen

bewijskracht zolang de zaak niet is beslecht. Een authentieke akte die op daartoe

strekkende vordering nietig is verklaard, heeft niet langer bewijskracht.

(26 septies) De instantie die in het kader van de toepassing van deze verordening twee

onverenigbare authentieke akten voorgelegd krijgt, moet beoordelen welke in

voorkomend geval, gelet op de omstandigheden, de voorrang heeft. Indien uit de

omstandigheden niet blijkt welke authentieke akte in voorkomend geval de voorrang

heeft, moet de zaak worden beslecht door de krachtens deze verordening bevoegde

gerechten of, indien de vraag bij tussenvordering wordt opgeworpen, door het

aangezochte gerecht. In geval van onverenigbaarheid van een authentieke akte en een

beslissing moet rekening worden gehouden met de bij deze verordening bepaalde

weigeringsgronden.

(27) Een snelle, gemakkelijke en efficiënte behandeling van een erfopvolging met

grensoverschrijdende gevolgen in de Unie impliceert dat de erfgenamen, de legatarissen,

de executeurs-testamentair en de beheerders van de nalatenschap eenvoudig hun positie

en/of rechten en bevoegdheden moeten kunnen aantonen in een andere lidstaat,

bijvoorbeeld een lidstaat waar zich goederen van de nalatenschap bevinden. Om dit te

verwezenlijken , moet bij deze verordening worden voorzien in de instelling van een

eenvormige verklaring, de Europese erfrechtverklaring (hierna "de erfrechtverklaring"),

die wordt afgegeven om in een andere lidstaat te worden gebruikt . In verband met het

subsidiariteitsbeginsel mag de erfrechtverklaring niet in de plaats treden van interne

documenten met gelijke strekking in de lidstaten .

(27 bis) De instantie die de erfrechtverklaring afgeeft, moet de formaliteiten die vereist zijn voor

de registratie van onroerende goederen in de lidstaat waar het register wordt gehouden,

in acht nemen. Daartoe moet deze verordening voorzien in uitwisseling van informatie

over die formaliteiten tussen de lidstaten.

verstrekken betreffende de instanties die de erfrechtverklaring afgeven, zodat deze

informatie kan worden bekendgemaakt.

(27 quinquies) De erfrechtverklaring moet in alle lidstaten dezelfde rechtsgevolgen hebben. De

erfrechtverklaring moet niet een zelfstandige executoriale titel zijn, maar moet

bewijskracht hebben en moet worden geacht nauwkeurig aan te geven welke elementen

zijn vastgesteld krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht of krachtens een

ander rechtsstelsel dat van toepassing is op bepaalde elementen, bijvoorbeeld de

materiële geldigheid van een uiterste wilsbeschikking. De bewijskracht van de

erfrechtverklaring mag zich niet uitstrekken tot elementen die door deze verordening

niet geregeld worden, zoals verwantschapskwesties en de vraag of een bepaald goed

eigendom van de erflater was. Hij die betalingen verricht of goederen uit de

nalatenschap overdraagt aan iemand die in de erfrechtverklaring wordt aangeduid als

gerechtigd om de betaling of het goed als erfgenaam of legataris in ontvangst te nemen,

moet afdoende worden beschermd indien hij, op basis van de in de erfrechtverklaring

bevestigde informatie, te goeder trouw heeft gehandeld. Deze bescherming moet ook

worden verleend aan hem die, zich beroepend op de nauwkeurigheid van de in de

erfrechtverklaring geattesteerde informatie, goederen uit de nalatenschap koopt of

ontvangt van iemand die in de erfrechtverklaring wordt aangeduid als gerechtigd over

die goederen te beschikken. De bescherming moet worden verleend als geldige

afschriften worden overgelegd. Of de derde persoon de goederen werkelijk heeft

verkregen, moet niet in deze verordening worden geregeld.

(27 sexies) De bevoegde instantie verschaft de erfrechtverklaring op verzoek. Het origineel van de

erfrechtverklaring moet onder de instantie van afgifte blijven; zij moet een of meer

gewaarmerkte afschriften ervan verstrekken aan de aanvrager en aan eenieder die een

rechtmatig belang aantoont. Dit mag niet beletten dat een lidstaat, overeenkomstig de

nationale regels inzake het recht van toegang van het publiek tot documenten, toestaat

dat inzage wordt verleend in afschriften van de erfrechtverklaring. Deze verordening

moet voorzien in de mogelijkheid van beroep tegen beslissingen van de instantie van

afgifte, zoals weigering van afgifte. Wanneer een verklaring wordt gecorrigeerd,

gewijzigd of ingetrokken, stelt de instantie van afgifte eenieder die gewaarmerkte

afschriften heeft ontvangen, daarvan in kennis teneinde onrechtmatig gebruik van een

herzien bij de intergouvernementele overeenkomst tussen de staten die partij zijn bij dat

verdrag, kunnen blijven toepassen.

(29) Om de toepassing van deze verordening te vergemakkelijken, moet aan de lidstaten de

verplichting worden opgelegd om bepaalde gegevens over hun wetgeving en procedures

inzake erfrecht mede te delen in het kader van het Europees justitieel netwerk in

burgerlijke en handelszaken, dat bij Besluit 2001/470/EG van de Raad van 28 mei 2001 is

opgericht1. Om het mogelijk te maken dat alle voor de toepassing van deze verordening

relevante informatie in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt

voordat de verordening van toepassing wordt, dienen de lidstaten deze informatie tevens

aan de Commissie mede te delen voordat de verordening van toepassing wordt.

(29 bis) Eveneens met het oog op een vlotte toepassing van deze verordening en op het gebruik

van moderne communicatietechnologie, dient te worden voorzien in

standaardformulieren voor de verklaringen die zullen worden afgelegd in verband met

de aanvraag van een verklaring van uitvoerbaarheid van een beslissing, een authentieke

akte of een gerechtelijke schikking, en voor de toepassing van een Europese

erfrechtverklaring, evenals voor de erfrechtverklaring zelf.

(29 ter) Bij de berekening van de in deze verordening bepaalde termijnen dient Verordening

(EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de

regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden 2 te worden

toegepast.

(30) Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening,

moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die

bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU)

nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot

vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de

wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de

Commissie controleren 3.

(31) De raadplegingsprocedure dient te worden gebruikt voor de vaststelling van

uitvoeringshandelingen tot vaststelling en tot wijziging van de verklaringen en de

Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen

vaststellen. Overeenkomstig het in datzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel

gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(34) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de

grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht. Deze verordening moet

door de gerechtelijke en andere bevoegde instanties van de lidstaten worden toegepast

met eerbiediging van deze rechten en beginselen.

(35) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van het

Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en

recht , dat gehecht is aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag

betreffende de werking van de Europese Unie , nemen deze lidstaten niet deel aan de

aanneming van deze verordening, en is de verordening niet bindend voor, noch van

toepassing in deze lidstaten . Dat laat onverlet de mogelijkheid dat het Verenigd

Koninkrijk en Ierland mededelen dat zij voornemens zijn deze verordening, na de

vaststelling ervan, overeenkomstig artikel 4 van genoemd protocol te aanvaarden.

(36) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van

Denemarken, dat gehecht is aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag

betreffende de werking van de Europese Unie , neemt Denemarken niet deel aan de

aanneming van deze verordening, die niet bindend is voor, noch van toepassing is in

Denemarken.

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Hoofdstuk I

Toepassingsgebied en definities

Artikel 1

Toepassingsgebied

  • 1. 
    Deze verordening is van toepassing op erfopvolging. Zij is niet van toepassing op fiscale

zaken, douanezaken en bestuursrechtelijke zaken.

(e) andere onderhoudsverplichtingen dan die welke ontstaan als gevolg van overlijden ;

(e bis) de formele geldigheid van mondelinge uiterste wilsbeschikkingen;

(f) goederenrechten, belangen en vermogensbestanddelen die anderszins zijn ontstaan

of overgedragen dan door erfopvolging, bijvoorbeeld in het geval van schenkingen,

gemeenschappelijke eigendom die overgaat op de langstlevende,

pensioenregelingen, verzekeringsovereenkomsten en regelingen van soortgelijke aard,

onverminderd artikel 19, lid 2, onder j);

(g) aangelegenheden die vallen onder het recht toepasselijk op vennootschappen en

andere organisaties met of zonder rechtspersoonlijkheid , zoals clausules in de

desbetreffende oprichtingsakten of statuten waarin bepaald is wat de bestemming is

van de aandelen van de leden na hun overlijden;

(h) de ontbinding, de opheffing en de fusie van vennootschappen en andere organisaties

met of zonder rechtspersoonlijkheid ;

(i) de oprichting, het beheer en de ontbinding van trusts;

(j) de kenmerken van zakelijke rechten, en

(j bis) de inschrijving van rechten op onroerende en op roerende zaken in een register,

daaronder begrepen de wettelijke voorschriften voor de inschrijving, alsmede de

rechtsgevolgen van de inschrijving van dergelijke rechten of van het achterwege

blijven daarvan.

Artikel 1 bis

Bevoegdheid op het gebied van erfopvolging binnen de lidstaten

Deze verordening laat de bevoegdheid van de instanties van de lidstaten ter zake van erfopvolging

onverlet.

Artikel 2

(d bis) "uiterste wilsbeschikking": een testament, een gezamenlijk testament of een

erfovereenkomst;

(e) " lidstaat van oorsprong": de lidstaat waar de beslissing is gegeven, de gerechtelijke

schikking is goedgekeurd of getroffen, de authentieke akte is verleden of de Europese

erfrechtverklaring is afgegeven ;

(f) "lidstaat van tenuitvoerlegging ": de lidstaat waar de uitvoerbaarheid of de

tenuitvoerlegging van de beslissing, de gerechtelijke schikking of de authentieke akte

wordt gevraagd ;

(g) "beslissing": elke door een gerecht van een lidstaat ter zake van erfopvolging gegeven

beslissing, ongeacht de daaraan gegeven benaming , alsmede de beslissing

betreffende de vaststelling door de griffier van het bedrag van de proceskosten;

(g bis) "gerechtelijke schikking": een schikking inzake erfopvolging die door een gerecht is

goedgekeurd of tijdens een procedure voor een gerecht is getroffen;

(h) "authentieke akte": een document inzake erfopvolging dat in een lidstaat formeel als

authentieke akte is verleden of geregistreerd en waarvan de authenticiteit:

(i) betrekking heeft op de ondertekening en de inhoud van de akte; en

(ii) is vastgesteld door een openbare instantie of door een andere daartoe door de

lidstaat van oorsprong gemachtigde instantie.

2. In deze verordening wordt verstaan onder "gerecht": de gerechtelijke instanties en

alle andere instanties en beoefenaren van juridische beroepen met bevoegdheid ter

zake van erfopvolging die gerechtelijke functies vervullen, dan wel handelen op

machtiging van of onder controle door een gerechtelijke instantie, voor zover zij

waarborgen bieden wat onpartijdigheid en het horen van alle partijen betreft, en voor

zover hun beslissingen overeenkomstig het recht van de lidstaat waar zij gevestigd

zijn:

Artikel 5 bis

Overeenkomst inzake forumkeuze

1. Indien de erflater, overeenkomstig artikel 17, ten aanzien van de erfopvolging het recht van

een lidstaat heeft gekozen, kunnen de betrokken partijen overeenkomen dat een gerecht of

de gerechten van de lidstaat van rechtskeuze bij uitsluiting bevoegd zijn om uitspraak te

doen over alle de erfopvolging betreffende aangelegenheden.

2. De forumkeuze geschiedt bij een schriftelijke overeenkomst, die door de betrokken partijen

wordt gedateerd en ondertekend. Als schriftelijk wordt eveneens beschouwd elke

elektronische mededeling waardoor de overeenkomst duurzaam wordt vastgelegd.

Artikel 5 ter

Onbevoegdverklaring in het geval van een rechtskeuze

Indien het door de erflater ten aanzien van de erfopvolging overeenkomstig artikel 17 gekozen

recht het recht van een lidstaat is, kan het op grond van artikel 4 of artikel 6 aangezochte

gerecht:

(a) op verzoek van een van de rechthebbenden die partij zijn in het geding, zich onbevoegd

verklaren indien het van oordeel is dat de gerechten van de lidstaat van rechtskeuze beter

geschikt zijn om uitspraak te doen over de erfopvolging, rekening houdend met de

praktische omstandigheden van de erfopvolging, zoals de gewone verblijfplaats van de

rechthebbenden en de plaats waar de goederen zich bevinden, of

(b) zich onbevoegd verklaren indien de rechthebbenden die partij in het geding zijn, in

overeenstemming met artikel 5 bis zijn overeengekomen om een gerecht of de gerechten

van de lidstaat van rechtskeuze als bevoegd gerecht aan te wijzen.

Artikel 5 quater

Bevoegdheid in het geval van een rechtskeuze

Artikel 5 sexies

Bevoegdheid gebaseerd op verschijning

1. Indien in de loop van de procedure voor een gerecht van een lidstaat dat overeenkomstig

artikel 5 quater bevoegdheid uitoefent, blijkt dat niet alle partijen in het geding partij

waren bij de overeenkomst inzake forumkeuze, blijft het gerecht bevoegd als de partijen die

geen partij bij de overeenkomst waren, verschijnen zonder de bevoegdheid van het gerecht

te betwisten.

2. Indien de bevoegdheid van het in lid 1 bedoelde gerecht wordt betwist door de partijen in

het geding die geen partij waren bij de overeenkomst, verklaart het gerecht zich onbevoegd. -

In dat geval zijn de overeenkomstig artikel 4 of artikel 6 bevoegde gerechten bevoegd om

uitspraak te doen over de erfopvolging.

Artikel 6

Subsidiaire bevoegdheid

1. Indien de erflater op het tijdstip van overlijden zijn gewone verblijfplaats niet in een lidstaat

had, zijn de gerechten van een lidstaat waar zich goederen van de nalatenschap bevinden

toch bevoegd om uitspraak te doen over de volledige nalatenschap voor zover :

1.

  • 2. 
    (b) de erflater op het tijdstip van overlijden de nationaliteit van die lidstaat had;

of, als dat niet het geval is,

  • 3. 
    (b bis) de erflater zijn vorige gewone verblijfplaats in deze lidstaat had, mits er op

het tijdstip waarop de zaak aanhangig wordt gemaakt een termijn van niet meer dan

vijf jaar is verstreken sedert deze gewone verblijfplaats is verlaten.

4.

  • 5. 
    2. In de gevallen waarin geen gerecht in een lidstaat op grond van lid 1 bevoegd is,
  • 9. 
    1. Indien de nalatenschap goederen in een derde land omvat, kan het gerecht dat is

aangezocht om de erfopvolging te behandelen, op verzoek van een van de partijen beslissen

geen uitspraak te doen over een of meer van deze goederen indien kan worden verwacht

dat zijn beslissing ten aanzien van deze goederen in dat derde land niet zal worden erkend

en, in voorkomend geval, niet uitvoerbaar zal worden verklaard.

  • 10. 
    2. Lid 1 laat onverlet de rechten van de partijen om het toepassingsgebied van de

procedure te beperken volgens het recht van de lidstaat van het aangezochte gerecht.

Artikel 8

Aanvaarding of verwerping van de nalatenschap, een legaat of een wettelijk erfdeel

aast het gerecht dat overeenkomstig deze verordening bevoegd is om uitspraak over de

erfopvolging te doen, zijn de gerechten in de lidstaat van de gewone verblijfplaats van eenieder die

krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht voor een instantie een verklaring mag

afleggen betreffende de aanvaarding of verwerping van een nalatenschap, een legaat of een

wettelijk erfdeel, of een verklaring mag afleggen die als doel heeft zijn aansprakelijkheid te

beperken ten aanzien van de schulden van de nalatenschap , bevoegd om dergelijke verklaringen

in ontvangst te nemen, indien deze verklaringen volgens het recht van die lidstaat in rechte

mogen worden afgelegd.

Artikel 10

Aanhangigmaking van een zaak bij een gerecht

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een zaak geacht bij een gerecht aanhangig te zijn

gemaakt:

  • 11. 
    (a) op het tijdstip waarop het stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig

stuk bij het gerecht wordt ingediend, mits de verzoeker vervolgens niet heeft nagelaten te

doen wat hij met het oog op de betekening of de kennisgeving van het stuk aan de verweerder

Artikel 12

Toetsing van de ontvankelijkheid

  • 1. 
    Indien de verweerder die zijn gewone verblijfplaats in een andere staat heeft dan de lidstaat

waar de zaak aanhangig is gemaakt, niet verschijnt, houdt het bevoegde gerecht de uitspraak

aan zolang niet vaststaat dat de verweerder tijdig genoeg kennis heeft kunnen nemen van het

stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig stuk om verweer te kunnen voorbereiden, of

dat daartoe al het nodige is gedaan.

13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke

en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken ("de betekening en de

kennisgeving van stukken"), 1 wordt toegepast in plaats van lid 1, indien de verzending van

een lidstaat naar een andere lidstaat van het stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig

stuk overeenkomstig die verordening moest geschieden.

van het Verdrag van 's-Gravenhage van 15 november 1965 inzake de betekening en de

kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke

en handelszaken van toepassing, indien de verzending naar het buitenland van het stuk dat het

geding inleidt of een gelijkwaardig stuk overeenkomstig dat verdrag diende te geschieden.

Artikel 13

Aanhangigheid

  • 1. 
    Wanneer voor gerechten van verschillende lidstaten tussen dezelfde partijen vorderingen

aanhangig zijn, die hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde grond berusten, houdt enig

gerecht waarbij de zaak later is aangebracht, zijn uitspraak ambtshalve aan totdat de

bevoegdheid van het gerecht waarbij de zaak het eerst aanhangig is gemaakt, vaststaat.

  • 2. 
    Wanneer de bevoegdheid van het gerecht waarbij de zaak het eerst is aangebracht, vaststaat,

verklaart enig gerecht waarbij de zaak later is aangebracht, zich onbevoegd.

Artikel 14

Artikel 15

Voorlopige of bewarende maatregelen

In het recht van een lidstaat vastgestelde voorlopige of bewarende maatregelen kunnen bij de

gerechten van die staat worden aangevraagd, zelfs indien een gerecht van een andere lidstaat

krachtens deze verordening bevoegd is om van het bodemgeschil kennis te nemen.

Hoofdstuk III

Toepasselijk recht

Artikel 15 bis

Universele toepassing

Het bij deze verordening aangewezen recht is van toepassing, ongeacht of dit het recht van een

lidstaat is of niet.

Artikel 16

Algemene regel

  • 1. 
    Tenzij in deze verordening anders is bepaald, is op de gehele nalatenschap het recht van de

staat van toepassing, waar de erflater op het tijdstip van overlijden zijn gewone

verblijfplaats had.

  • 2. 
    Indien, bij uitzondering, uit het geheel van de omstandigheden duidelijk blijkt dat de erflater

op het tijdstip van overlijden een nauwere band had met een andere staat dan die welks recht

op grond van lid 1 van toepassing zou zijn, is het recht van die andere staat op de

erfopvolging van toepassing.

Artikel 17

Rechtskeuze

  • 1. 
    Een persoon kan ervoor kiezen dat zijn gehele nalatenschap wordt beheerst door het recht van

de staat waarvan hij op het tijdstip van de rechtskeuze of op het tijdstip van overlijden de

nationaliteit bezit.

  • 1. 
    Het krachtens artikel 16 of artikel 17 aangewezen recht beheerst de gehele erfopvolging .
  • 2. 
    Dat recht regelt in het bijzonder :
  • 14. 
    (a) de oorzaken, het tijdstip en de plaats van het openvallen van de nalatenschap;
  • 15. 
    (b) de aanwijzing van de rechthebbenden , van hun onderscheiden erfdelen en

van de verplichtingen die hun door de erflater opgelegd kunnen zijn, alsook de bepaling

van de andere rechten op de nalatenschap, met inbegrip van de erfrechten van de

langstlevende echtgenoot of partner ;

  • 16. 
    (c) de bekwaamheid om te erven;

17.

  • 18. 
    (e) de onterving en de uitsluiting wegens gedrag ;
  • 19. 
    (f) de overgang op de erfgenamen en, naar gelang van het geval, op de

legatarissen van de goederen, rechten en verplichtingen die de nalatenschap vormen,

met inbegrip van de voorwaarden en de gevolgen van de aanvaarding of de verwerping

van de nalatenschap of van een legaat;

  • 20. 
    (g) de bevoegdheden van de erfgenamen, van de executeurs-testamentair en van

de overige beheerders van de nalatenschap, met name wat het verkopen van goederen en

het betalen van schuldeisers betreft, onverminderd de in artikel 21 bedoelde

bevoegdheden ;

  • 21. 
    (h) aansprakelijkheid voor de schulden van de nalatenschap;
  • 22. 
    (i) het beschikbare deel, de wettelijke erfdelen en andere beperkingen van de

bevoegdheid om bij uiterste wil te beschikken, alsmede de mogelijke vorderingen van

personen die de erflater na stonden op de boedel of op de erfgenamen ;

  • 23. 
    (j) de inbreng en inkorting van schenkingen, voorschotten en legaten bij de berekening

van de erfdelen van de verschillende rechthebbenden ;

3. Lid 1 is in voorkomend geval van toepassing op de wijziging of herroeping van een uiterste

wilsbeschikking, niet zijnde een erfovereenkomst. In geval van een rechtskeuze

overeenkomstig lid 2 wordt de wijziging of herroeping beheerst door het gekozen recht.

Artikel 19 ter

Erfovereenkomsten

1. Een erfovereenkomst met betrekking tot de nalatenschap van één persoon wordt, ten

aanzien van de toelaatbaarheid, de materiële geldigheid, en de bindende kracht tussen de

partijen, met inbegrip van de ontbindingsvoorwaarden, beheerst door het recht dat

krachtens deze verordening op diens nalatenschap van toepassing zou zijn geweest, mocht

de erflater zijn overleden op de dag waarop de overeenkomst is gesloten.

2. Een erfovereenkomst met betrekking tot de nalatenschap van meerdere personen is slechts

toelaatbaar indien zij toelaatbaar is volgens alle rechtsstelsels die krachtens deze

verordening op de nalatenschap van al deze personen van toepassing zouden zijn geweest,

mochten zij zijn overleden op de dag waarop de overeenkomst is gesloten. -

Een volgens de eerste alinea toelaatbare erfovereenkomst wordt, ten aanzien van de

materiële geldigheid en de bindende kracht tussen de partijen, met inbegrip van de

ontbindingsvoorwaarden, beheerst door het recht, van die rechtstelsels als bedoeld in lid 1,

waarmee zij het nauwst verbonden is.

3. iettegenstaande de leden 1 en 2 kunnen de partijen ervoor kiezen dat hun

erfovereenkomst, ten aanzien van de toelaatbaarheid, de materiële geldigheid, en de

bindende kracht tussen de partijen, met inbegrip van ontbindingsvoorwaarden, beheerst

door het recht dat de persoon of een van de personen van wie de nalatenschap in het geding

is op grond van artikel 17 en onder de daarin bepaalde voorwaarden had kunnen kiezen.

Artikel 19 quater

Materiële geldigheid van uiterste wilsbeschikkingen

1. Voor de toepassing van de artikelen 19 bis en 19 ter wordt de materiële geldigheid bepaald

door het volgende:

Artikel 19 quinquies

Formele geldigheid van schriftelijke uiterste wilsbeschikkingen

1. Een schriftelijke uiterste wilsbeschikking is naar de vorm geldig, indien zij voldoet aan het

recht:

(a) van de staat waar bij uiterste wil is beschikt of de erfovereenkomst is gesloten, of

(b) van de staat waarvan de erflater of ten minste een van de personen wier

nalatenschap het voorwerp uitmaakt van een erfovereenkomst, hetzij op het tijdstip

waarop bij uiterste wil is beschikt of de overeenkomst is gesloten, hetzij op het tijdstip

van overlijden, de nationaliteit bezat, of

(c) van de staat waar de erflater of ten minste een van de personen wier nalatenschap

het voorwerp uitmaakt van een erfovereenkomst, hetzij op het tijdstip waarop bij

uiterste wil is beschikt of de overeenkomst is gesloten, hetzij op het tijdstip van

overlijden, zijn woonplaats had, of

(d) van de staat waar de erflater of ten minste een van de personen wier nalatenschap

het voorwerp uitmaakt van een erfovereenkomst, hetzij op het tijdstip waarop bij

uiterste wil is beschikt of de overeenkomst is gesloten, hetzij op het tijdstip van

overlijden, zijn gewone verblijfplaats had, of

(e) in het geval van onroerende goederen, van de staat waar deze gelegen zijn.

Of de erflater of één van de personen wier nalatenschap het voorwerp uitmaakt van een

erfovereenkomst, hun woonplaats in een bepaalde staat hebben, wordt bepaald door het

recht van die staat.

2. Lid 1 is tevens van toepassing op uiterste wilsbeschikkingen waarbij een eerdere

beschikking wordt gewijzigd of herroepen. De wijziging of herroeping is eveneens naar de

vorm geldig, indien zij voldoet aan het recht van een van de staten waar de gewijzigde of

herroepen uiterste wilsbeschikking op grond van lid 1 geldig was.

Artikel 21

Bijzondere regels voor de benoeming van een beheerder van de nalatenschap en diens

bevoegdheden in bepaalde situaties

1 . Wanneer de benoeming van een beheerder volgens het recht van de lidstaat waarvan de

gerechten krachtens deze verordening voor de erfopvolging bevoegd zijn, verplicht is of op

verzoek verplicht is, en het op de erfopvolging toepasselijke recht het recht van een andere

staat is, kunnen de gerechten van die lidstaat, wanneer een zaak daar wordt aangebracht,

een of meer beheerders volgens hun eigen recht benoemen met inachtneming van de in

dit artikel gestelde voorwaarden.

De overeenkomstig dit lid benoemde beheerders zijn degenen die volgens het op de

erfopvolging toepasselijke recht bevoegd zouden zijn om het testament uit te voeren en/of

de nalatenschap te beheren. Wanneer dat recht niet toestaat dat de nalatenschap wordt

beheerd door iemand die geen rechthebbende is, kunnen de gerechten van de lidstaat

waar een beheerder moet worden benoemd een derde-beheerder overeenkomstig hun

eigen wetgeving benoemen, indien die wetgeving zulks verlangt en er sprake is van een

ernstig belangenconflict tussen de rechthebbenden of tussen de rechthebbenden en de

schuldeisers of personen die borg stonden voor de schulden van de erflater, van

onenigheid tussen de rechthebbenden over het beheer van de nalatenschap of van een

nalatenschap waarvan het beheer complex is wegens de aard van de

vermogensbestanddelen.

De overeenkomstig dit lid benoemde beheerders zijn de enigen die de in de leden 2 en 3

bedoelde bevoegdheden mogen uitoefenen.

2. De overeenkomstig lid 1 benoemde beheerders oefenen de bevoegdheden uit die krachtens

het op de erfopvolging toepasselijke recht voor het beheer van de nalatenschap mogen

worden uitgeoefend. Het behandelend gerecht kan in zijn beslissing specifieke

voorwaarden geven voor de uitoefening van die bevoegdheden overeenkomstig het op de

erfopvolging toepasselijke recht.

Wanneer het op de erfopvolging toepasselijke recht niet in voldoende

beheersbevoegdheden voorziet voor de bescherming van de goederen van de nalatenschap

Bij de uitoefening van dergelijke restbevoegdheden dienen de beheerders met name de

bepaling van de rechthebbenden en hun rechten op de nalatenschap, waaronder hun

rechten op een wettelijk erfdeel of vorderingen op de nalatenschap of de erfgenamen

krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht, in acht te nemen.

Artikel 22

Bijzondere regels die beperkingen opleggen die betrekking hebben op of van invloed zijn op de

erfopvolging voor wat betreft bepaalde boedelbestanddelen

Indien het recht van de staat waar bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere

bijzondere categorieën goederen zich bevinden, bijzondere regels bevat waarbij uit economische,

familiale of sociale overwegingen beperkingen worden opgelegd die de erfopvolging met

betrekking tot die boedelbestanddelen betreffen of raken, zijn die bijzondere regels op de

erfopvolging van toepassing voor zover zij volgens het recht van die staat, ongeacht het op de

erfopvolging toepasselijke recht, van toepassing zijn.

Artikel 22 bis

Aanpassing van zakelijke rechten

Indien een persoon zich op grond van het op de erfopvolging toepasselijke recht beroept op een

zakelijk recht dat het recht van de lidstaat waar het wordt ingeroepen niet kent, wordt dit zakelijk

recht, indien noodzakelijk en voor zover mogelijk, in overeenstemming gebracht met het meest

vergelijkbare zakelijk recht in die lidstaat, waarbij rekening wordt gehouden met de door het

zakelijk recht nagestreefde doelstellingen en belangen en de daaraan verbonden rechtsgevolgen.

Artikel 23

Commoriënten

Wanneer twee of meer personen wier erfopvolging door verschillende rechtsstelsels wordt beheerst,

overlijden onder omstandigheden waarin onzeker is in welke volgorde zij zijn overleden, en deze

situatie in die rechtsstelsels op uiteenlopende wijze is geregeld of in het geheel niet is geregeld, kan

geen van de overledenen rechten op de nalatenschap van de andere of de anderen laten gelden.

Artikel 24

-

(a) het recht van een lidstaat, of -

(b) het recht van een andere derde staat die zijn eigen recht zou toepassen.

2. Terugverwijzing is uitgesloten in de gevallen bedoeld in artikel 16, lid 2, artikel 17,

artikel 19 quinquies, artikel 20, onder b), en artikel 22.

Artikel 27

Openbare orde

De toepassing van een bepaling van ongeacht welk bij deze verordening aangewezen recht kan

slechts terzijde worden gesteld indien zulks kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde van

het land van de rechter.

Artikel 28

Staten met meer dan één rechtsstelsel - territoriale wetsconflicten

1. Indien het bij deze verordening aangewezen recht het recht is van een staat met meerdere

territoriale eenheden, die elk hun eigen rechtsregels met betrekking tot de erfopvolging

hebben, bepalen de interne collisieregels van die lidstaat van welke territoriale eenheid de

rechtsregels van toepassing zijn .

2. Bij gebreke van zulke interne collisieregels:

(a) wordt een verwijzing naar het recht van de in lid 1 bedoelde staat, voor het bepalen

van het toepasselijke recht volgens de bepalingen waarbij naar de gewone

verblijfplaats van de erflater wordt verwezen, uitgelegd als een verwijzing naar het

recht van de territoriale entiteit waar de erflater op het tijdstip van overlijden zijn

gewone verblijfplaats had;

(b) wordt een verwijzing naar het recht van de in lid 1 bedoelde staat, voor het bepalen

van het toepasselijke recht volgens de bepalingen waarbij naar de nationaliteit van

de erflater wordt verwezen, uitgelegd als een verwijzing naar het recht van de

territoriale entiteit waarmee de erflater het nauwst verbonden was;

regeling die is aangewezen bij de in die staat geldende regels. Bij gebreke van zulke regels wordt

het rechtsstelsel of de regeling toegepast waarmee de erflater het nauwst verbonden was.

Artikel 28 ter

Niet-toepasselijkheid van deze verordening op interne wetsconflicten

Een lidstaat die verschillende territoriale entiteiten met eigen rechtsregels inzake erfopvolging

omvat, is niet verplicht deze verordening toe te passen op gevallen van collisie die alleen tussen

deze territoriale entiteiten rijzen.

Hoofdstuk IV

Erkenning, uitvoerbaarheid en tenuitvoerlegging van beslissingen

Artikel 29

Erkenning

1. Een in een lidstaat gegeven beslissing wordt in de overige lidstaten erkend zonder dat

daartoe een procedure vereist is.

2. Indien de erkenning van een beslissing wordt betwist, kan iedere belanghebbende partij die

zich ten principale op de erkenning beroept, van de in de artikelen 33 ter tot en met 33

sexdecies vastgelegde procedures gebruikmaken om de erkenning te doen vaststellen.

3. Wordt voor een gerecht van een lidstaat de erkenning bij incidenteel verzoek ingeroepen,

dan is dit gerecht bevoegd om van dat verzoek kennis te nemen.

Artikel 30

Weigeringsgronden

Een beslissing wordt niet erkend indien :

  • 26. 
    (a) de erkenning kennelijk strijdig is met de openbare orde van de aangezochte

-

lidstaat ;

Artikel 32

Schorsing van de erkenningsprocedure

Het gerecht van een lidstaat waarbij de erkenning wordt gevraagd van een in een andere lidstaat

gegeven beslissing, kan de procedure schorsen indien in de lidstaat van oorsprong een gewoon

rechtsmiddel tegen deze beslissing is ingesteld.

Artikel 33

Uitvoerbaarheid

De beslissingen die in een lidstaat zijn gegeven en in die lidstaat uitvoerbaar zijn, zijn tevens

uitvoerbaar in de overige lidstaten, indien zij er op verzoek van een belanghebbende partij

uitvoerbaar zijn verklaard in de andere lidstaten volgens de procedure die is bepaald in de

artikelen 33 ter tot en met 33 sexdecies .

Artikel 33 bis

Vaststelling van het domicilie

Om in het kader van de in de artikelen 33 ter tot en met 33 sexdecies vastgelegde procedure te

bepalen of een partij haar domicilie heeft in de lidstaat van tenuitvoerlegging, past het

aangezochte gerecht het interne recht van die lidstaat toe.

Artikel 33 ter

Relatief bevoegd gerecht

1. Het verzoek om uitvoerbaarverklaring wordt gericht tot het gerecht of de bevoegde instantie van de lidstaat

van tenuitvoerlegging waarvan de naam door deze lidstaat overeenkomstig artikel 46 bis aan de Commissie

is medegedeeld.

2. Het relatief bevoegde gerecht is dat van het domicilie van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt

gevraagd, of van de plaats van tenuitvoerlegging.

Artikel 33 quater

Procedure

1. De procedure van de indiening van het verzoek wordt beheerst door het recht van de

1. Wordt de in artikel 33 quater, lid 3, onder b), bedoelde verklaring niet overgelegd, dan

kan het gerecht of de bevoegde autoriteit voor de overlegging een termijn bepalen of

gelijkwaardige documenten aanvaarden, dan wel, indien dat gerecht of die autoriteit zich

voldoende voorgelicht acht, van de overlegging vrijstelling verlenen.

2. Indien het gerecht of de bevoegde autoriteit dat verlangt, wordt van de documenten een

vertaling overgelegd. De vertaling wordt gemaakt door een persoon die in een van de

lidstaten tot het maken van vertalingen bevoegd is.

Artikel 33 sexies

Uitvoerbaarverklaring

Zodra de in artikel 33 quater voorgeschreven formaliteiten zijn vervuld, wordt de beslissing uitvoerbaar

verklaard, zonder dat zij aan controle overeenkomstig artikel 30 wordt onderworpen. De partij tegen wie

tenuitvoerlegging wordt gevraagd, wordt in deze stand van de procedure niet gehoord.

Artikel 33 septies

Kennisgeving van de beslissing over het verzoek om uitvoerbaarverklaring

1. De beslissing over het verzoek om uitvoerbaarverklaring wordt onmiddellijk ter kennis van de verzoeker

gebracht op de wijze die is bepaald in het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging.

2. De uitvoerbaarverklaring wordt betekend of medegedeeld aan de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt

gevraagd en gaat vergezeld van de beslissing, indien deze nog niet aan haar is betekend of medegedeeld.

Artikel 33 octies

Rechtsmiddelen tegen de beslissing over het verzoek om een uitvoerbaarverklaring

1. Elke partij kan een rechtsmiddel instellen tegen de beslissing over het verzoek om uitvoerbaarverklaring.

2. Het rechtsmiddel wordt ingesteld bij het gerecht waarvan de naam door de betrokken lidstaat

overeenkomstig artikel 46 bis aan de Commissie is medegedeeld.

3. Het rechtsmiddel wordt volgens de regels van de procedure op tegenspraak behandeld.

4. Indien de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, niet verschijnt voor het gerecht dat over het

door de verzoeker ingestelde rechtsmiddel oordeelt, is artikel 12 van toepassing, ook als de partij tegen wie de

Artikel 33 undecies

Aanhouden van de uitspraak

Het gerecht dat oordeelt over een rechtsmiddel, bedoeld in artikel 33 octies of 33 nonies, houdt op verzoek

van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, zijn uitspraak aan indien de uitvoerbaarheid

van de beslissing is geschorst in de lidstaat van oorsprong als gevolg van een daartegen aangewend

rechtsmiddel.

Artikel 33 duodecies

Voorlopige of bewarende maatregelen

1. Indien een beslissing overeenkomstig deze afdeling moet worden erkend, belet niets dat de verzoeker zich

beroept op voorlopige of bewarende maatregelen waarin de wetgeving van de lidstaat van tenuitvoerlegging

voorziet, zonder dat daartoe een uitvoerbaarverklaring in de zin van artikel 33 sexies vereist is.

2. De uitvoerbaarverklaring houdt van rechtswege het verlof in bewarende maatregelen te treffen.

3. Gedurende de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel overeenkomstig artikel 33 octies, lid 5, tegen

de verklaring van uitvoerbaarheid en totdat daarover uitspraak is gedaan, kunnen slechts bewarende

maatregelen worden genomen ten aanzien van de goederen van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging is

gevraagd.

Artikel 33 terdecies

Gedeeltelijke uitvoerbaarheid

1. Indien in de beslissing uitspraak is gedaan over meer dan één punt van het verzoek, en de

uitvoerbaarverklaring niet kan worden verleend voor het geheel, verleent het gerecht of de bevoegde

instantie deze voor een of meer onderdelen daarvan.

2. De verzoeker kan verlangen dat de uitvoerbaarverklaring slechts een gedeelte van de beslissing betreft.

Artikel 33 quaterdecies

Rechtsbijstand

De verzoeker die in de lidstaat waar de beslissing is gegeven, gehele of gedeeltelijke kosteloze rechtsbijstand

of vrijstelling van kosten en uitgaven heeft genoten, kan in de tenuitvoerleggingsprocedure aanspraak

maken op de gunstigste bijstand of voor de ruimste vrijstelling die in het recht van de lidstaat van

tenuitvoerlegging is vastgesteld.

Artikel 33 quindecies

Hoofdstuk V

Authentieke akten en gerechtelijke schikkingen

Artikel 34

Aanvaarding van authentieke akten

1 . Een in een lidstaat verleden authentieke akte heeft in een andere lidstaat dezelfde

bewijskracht als in de lidstaat van oorsprong, of althans de daarmee meest vergelijkbare

bewijskracht, op voorwaarde dat dit niet kennelijk strijdig is met de openbare orde van die

andere lidstaat.

Een persoon die van een authentieke akte gebruik wenst te maken, kan de instantie die de

authentieke akte in de lidstaat van oorsprong heeft opgemaakt, verzoeken het formulier in

te vullen dat in overeenstemming met de in artikel 48, lid 2, bedoelde

raadplegingsprocedure is vastgesteld, onder vermelding van de bewijskracht die in de

lidstaat van oorsprong aan de authentieke akte wordt verbonden.

2. De echtheid van de authentieke akte wordt uitsluitend voor een gerecht van de lidstaat van

oorsprong, volgens het recht van die lidstaat, aangevochten. Een authentieke akte die

wordt aangevochten heeft geen bewijskracht in een andere lidstaat zolang het bevoegde

gerecht zich niet heeft uitgesproken.

3. De in de authentieke akte vastgelegde rechtshandelingen of rechtsbetrekkingen worden

uitsluitend aangevochten voor de krachtens deze verordening bevoegde gerechten,

krachtens het volgens hoofdstuk III toepasselijke recht. Een authentieke akte die wordt

aangevochten heeft, wat het bestreden punt betreft, in een andere lidstaat dan de lidstaat

van oorsprong geen bewijskracht zolang het bevoegde gerecht zich niet heeft

uitgesproken.

4. Wordt voor een gerecht van een lidstaat een tussenvordering ingesteld betreffende de op

het gebied van de erfopvolging in een authentieke akte vastgelegde rechtshandelingen of

rechtsbetrekkingen, is dit gerecht bevoegd om van die vordering kennis te nemen.

Artikel 35

Artikel 35 bis

Uitvoerbaarheid van gerechtelijke schikkingen

1. Een in de lidstaat van oorsprong uitvoerbare gerechtelijke schikking wordt in een andere

lidstaat op verzoek van een belanghebbende partij uitvoerbaar verklaard volgens de

procedure die is bepaald in de artikelen 33 ter tot en met 33 sexdecies.

1 bis. Voor de toepassing van artikel 33 quater, lid 3, onder b), geeft de autoriteit die de

authentieke akte heeft opgesteld op verzoek van een belanghebbende partij een verklaring

af door middel van het formulier dat in overeenstemming met de in artikel 48, lid 2,

bedoelde raadplegingsprocedure is vastgesteld.

2. De uitvoerbaarverklaring wordt door het gerecht dat oordeelt over het rechtsmiddel,

bedoeld in artikel 33 octies of 33 nonies, slechts geweigerd of herroepen indien de

tenuitvoerlegging van de gerechtelijke schikking kennelijk strijdig is met de openbare orde

van de lidstaat van tenuitvoerlegging .

Hoofdstuk VI

Europese erfrechtverklaring

Artikel 36

Instelling van een Europese erfrechtverklaring

  • 1. 
    Bij deze verordening wordt een Europese erfrechtverklaring (hierna "erfrechtverklaring")

ingesteld, die wordt afgegeven om in een andere lidstaat te worden gebruikt en de in

artikel 42 omschreven rechtsgevolgen heeft .

2. Het gebruik van de erfrechtverklaring is niet verplicht.

2 bis. De erfrechtverklaring komt niet in de plaats van de documenten die in de lidstaten voor

soortgelijke doeleinden worden gebruikt. Zodra de erfrechtverklaring evenwel,

overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk, is afgegeven om in een andere lidstaat te

worden gebruikt, heeft zij tevens de in artikel 42 omschreven rechtsgevolgen in de lidstaat

van afgifte.

  • 31. 
    (b) de toewijzing van een bepaald boedelbestanddeel of bepaalde

boedelbestanddelen aan de erfgenamen en, in voorkomend geval, de legatarissen

die in de erfrechtverklaring worden genoemd;

  • 32. 
    (c) de bevoegdheden van de in de erfrechtverklaring genoemde executeur-

testamentair of beheerder van de nalatenschap.

Artikel 37

Bevoegdheid voor het afgeven van de erfrechtverklaring

De erfrechtverklaring wordt afgegeven in de lidstaat welks gerechten bevoegd zijn op grond van

artikel 4, artikel 5 quater, artikel 6 of artikel 6 bis . De instantie van afgifte is:

(a) een gerecht in de zin van artikel 2, lid 2, of

(b) een andere instantie die krachtens het nationale recht bevoegd is om erfrechtelijke zaken

te behandelen.

Artikel 38

Aanvraag van een erfrechtverklaring

-1. De erfrechtverklaring wordt afgegeven op verzoek van een van de in artikel 36 bis, lid 1,

bedoelde personen (hierna "de aanvrager").

-1 bis . De aanvraag kan worden ingediend met behulp van het formulier dat in overeenstemming

met de in artikel 48, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure wordt vastgesteld.

  • 1. 
    De aanvraag bevat de volgende informatie, voor zover zij de aanvrager bekend is en de

instantie van afgifte ze nodig heeft om de juistheid van de te staven elementen te kunnen

bevestigen, en gaat vergezeld van alle nodige documenten, hetzij de originele documenten,

hetzij afschriften aan de hand waarvan de echtheid ervan kan worden vastgesteld,

onverminderd artikel 40, lid 1 bis:

burgerlijke staat, nationaliteit, identificatienummer (indien van toepassing) en

adres;

  • 36. 
    (b quater) de gegevens van de andere mogelijke rechthebbenden volgens de uiterste

wilsbeschikking of volgens de wet: achternaam en voornaam of voornamen of

naam van de organisatie, identificatienummer (indien van toepassing) en adres;

  • 37. 
    (b quinquies) het beoogde doel van de erfrechtverklaring overeenkomstig artikel

36 bis;

  • 38. 
    (b sexies) in voorkomend geval de contactgegevens van het gerecht dat of de andere

bevoegde instantie die de eigenlijke erfopvolging behandelt of heeft behandeld;

  • 39. 
    (c) de elementen waarop de aanvrager zich beroept om in voorkomend geval

als rechthebbende aanspraak te maken op goederen van de nalatenschap, c.q. zijn

recht te laten gelden om het testament van de erflater uit te voeren c.q. de

nalatenschap te beheren;

  • 40. 
    (c bis) de vermelding dat de erflater al dan niet een uiterste wilsbeschikking heeft

gemaakt; indien noch het origineel, noch een afschrift is aangehecht, informatie

over de plaats waar het origineel zich zou kunnen bevinden;

41.

  • 42. 
    (e) de vermelding dat de erflater een huwelijksovereenkomst had gesloten, dan

wel een overeenkomst betreffende een relatievorm waaraan gevolgen worden

verbonden welke vergelijkbaar zijn met die van het huwelijk; indien noch het

origineel, noch een afschrift van de overeenkomst is aangehecht, informatie over

de plaats waar het origineel zich zou kunnen bevinden;

  • 43. 
    (e bis) in voorkomend geval de vermelding dat een van de rechthebbenden een

verklaring van aanvaarding of van verwerping van de nalatenschap heeft

afgelegd;

1 ter. De instantie van afgifte kan, indien en voor zover haar recht daarin voorziet, verlangen dat

verklaringen onder ede worden afgelegd, ofwel op erewoord in plaats van een verklaring

onder ede.

2 bis. De instantie van afgifte doet al het nodige om de rechthebbenden op de hoogte te brengen

van de aanvraag voor een erfrechtverklaring. Met het oog op het vaststellen van de te

staven elementen hoort zij voor zover nodig iedere betrokkene en iedere executeur-

testamentair of beheerder en richt zij een publieke oproep tot andere mogelijke

rechthebbenden om hun rechten te doen gelden.

  • 3. 
    Voor de toepassing van dit artikel verschaft de bevoegde autoriteit van een lidstaat de

instantie van afgifte van een andere lidstaat, op haar verzoek, de informatie uit met name

het kadaster, de registers van de burgerlijke stand en de registers van documenten en feiten

die betrekking hebben op de erfopvolging of op het huwelijksvermogensstelsel of equivalent

vermogensstelsel van de erflater, mits de bevoegde autoriteit volgens het nationaal recht die

informatie aan een andere nationale autoriteit zou mogen verschaffen .

Artikel 40 bis

Afgifte van de erfrechtverklaring

1. Zodra de te staven elementen volgens het op de erfopvolging toepasselijke recht of volgens

een ander, specifiek toepasselijk recht vaststaan, wordt de erfrechtverklaring volgens de in

dit hoofdstuk bepaalde procedure afgegeven. De instantie van afgifte gebruikt daarvoor

het formulier dat volgens de in artikel 48, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure is

vastgesteld. De erfrechtverklaring wordt met name niet afgegeven indien:

(a) de te staven gegevens worden betwist, of

(b) de erfrechtverklaring niet in overeenstemming zou zijn met een beslissing

betreffende de te staven gegevens.

  • 51. 
    (a quinquies) de gegevens van de aanvrager: naam (in voorkomend geval

meisjesnaam) , voornaam of voornamen, geslacht, geboorteplaats en -datum,

burgerlijke staat, nationaliteit, identificatienummer (indien van toepassing), adres,

en eventuele verwantschap met de erflater;

  • 52. 
    (b) de gegevens van de erflater: naam (in voorkomend geval meisjesnaam) ,

voornaam of voornamen, geslacht, geboorteplaats en -datum, burgerlijke staat,

nationaliteit, identificatienummer (indien van toepassing), adres op het tijdstip van

overlijden , datum en plaats van overlijden;

  • 53. 
    (b bis) de gegevens van de rechthebbenden: naam (in voorkomend geval

meisjesnaam), voornaam of voornamen en identificatienummer (indien van

toepassing);

  • 54. 
    (c) gegevens betreffende de door de erflater gesloten huwelijksovereenkomst of,

in voorkomend geval, de door de erflater gesloten overeenkomst in het kader van

een relatievorm waaraan volgens het hierop toepasselijke recht gevolgen worden

verbonden welke vergelijkbaar zijn met die van het huwelijk en informatie

betreffende het huwelijksvermogensstelsel of equivalent vermogensstelsel ;

  • 55. 
    (d) het op de erfopvolging toepasselijke recht en de elementen op basis waarvan

dat recht is vastgesteld;

  • 56. 
    (e) informatie waaruit kan worden opgemaakt of het gaat om erfopvolging bij

versterf betreft dan wel erfopvolging krachtens uiterste wilsbeschikking, daaronder

begrepen informatie betreffende de elementen waaruit de rechten c.q. bevoegdheden

van de erfgenamen, legatarissen, executeurs-testamentair of beheerders van de

nalatenschap blijken;

57.

  • 58. 
    (g) in voorkomend geval, vermelding voor elke rechthebbende van de aard van

de aanvaarding of verwerping van de nalatenschap;

  • 2. 
    De erfrechtverklaring wordt geacht nauwkeurig datgene aan te tonen wat vaststaat volgens

het recht dat van toepassing is op de erfopvolging, dan wel op specifieke elementen ervan.

Degene die in de erfrechtverklaring als erfgenaam, legataris, executeur-testamentair of

beheerder van de nalatenschap wordt genoemd , wordt geacht de in de erfrechtverklaring

genoemde hoedanigheid te hebben c.q. de houder te zijn van de in de erfrechtverklaring

vermelde rechten of bevoegdheden , zonder andere voorwaarden c.q. beperkingen met

betrekking tot die rechten of bevoegdheden dan die welke in de erfrechtverklaring vermeld

zijn.

  • 3. 
    Eenieder die, handelend op grond van de met een erfrechtverklaring geattesteerde informatie,

betalingen verricht of een goed overdraagt aan een persoon die in de erfrechtverklaring wordt

genoemd als gemachtigd om betalingen of goederen in ontvangst te nemen, wordt geacht een

transactie te hebben verricht met een persoon die hiertoe bevoegd is, tenzij hij weet, of door

grove nalatigheid niet weet, dat de inhoud van de erfrechtverklaring niet met de werkelijkheid

overeenstemt.

  • 4. 
    Indien degene die in de erfrechtverklaring wordt genoemd als gemachtigd om over

goederen uit de nalatenschap te beschikken, deze goederen aan een ander toewijst, dan

wordt deze, handelend op grond van de met de verklaring geattesteerde informatie, geacht

een transactie te hebben verricht met een persoon die bevoegd is om over de betrokken

goederen te beschikken, tenzij hij weet, of door grove nalatigheid niet weet, dat de inhoud

van de erfrechtverklaring niet met de werkelijkheid overeenstemt.

  • 5. 
    Onverminderd artikel 1, lid 3, onder j) en k), is de erfrechtverklaring een geldige titel voor

de officiële registratie van de goederen uit de nalatenschap in een lidstaat .

Artikel 42 bis

Gewaarmerkte afschriften van de erfrechtverklaring

1. De instantie van afgifte bewaart het origineel van de erfrechtverklaring en verstrekt een of

meer gewaarmerkte afschriften aan de aanvrager en aan eenieder die een rechtmatig

belang aantoont.

1 bis. De instantie van afgifte houdt, voor de toepassing van artikel 43, lid 3, en artikel 44 bis, lid

2. Op verzoek van eenieder die een rechtmatig belang aantoont of, indien mogelijk krachtens

het nationale recht, uit eigen beweging, wijzigt de instantie van afgifte de verklaring of

trekt zij deze in indien is aangetoond dat de verklaring of onderdelen daarvan niet met de

werkelijkheid overeenstemmen.

64.

3. De instantie van afgifte stelt eenieder die overeenkomstig artikel 42 bis, lid 1,

gewaarmerkte afschriften van de verklaring heeft ontvangen, onmiddellijk in kennis van de

correctie, wijziging of intrekking.

  • 65. 
    Artikel 44

Rechtsmiddelen

1. Eenieder die gerechtigd is een erfrechtverklaring aan te vragen, kan tegen de besluiten

van de autoriteit van afgifte overeenkomstig artikel 40 bis bezwaar aantekenen. -

Eenieder die een rechtmatig belang kan aantonen, kan overeenkomstig de artikelen 43 en

44 bis, lid 1, onder a), tegen de besluiten van de autoriteit van afgifte bezwaar aantekenen.

Het bezwaar moet, overeenkomstig het recht van die staat, bij een gerechtelijke autoriteit

van de lidstaat van de instantie van afgifte worden aangetekend.

2. Indien op het in lid 1 bedoelde bezwaar wordt beslist dat de erfrechtverklaring niet met de

werkelijkheid overeenstemt, wijzigt de bevoegde autoriteit de verklaring, trekt zij deze in of

zorgt zij ervoor dat de instantie van afgifte de verklaring corrigeert, wijzigt of intrekt. -

Indien op het in lid 1 bedoelde bezwaar wordt beslist dat de weigering tot afgifte van een

erfrechtverklaring ongegrond was, geeft de bevoegde autoriteit de verklaring af of zorgt zij

ervoor dat de instantie van afgifte de zaak opnieuw behandelt en een nieuwe beslissing

neemt.

Artikel 44 bis

Schorsing van de rechtsgevolgen van de erfrechtverklaring

Hoofdstuk VII

Algemene bepalingen en slotbepalingen

Artikel 44 ter

Legalisatie of soortgelijke formaliteit

Met betrekking tot de krachtens deze verordening in een lidstaat afgegeven documenten mag

geen legalisatie of andere soortgelijke formaliteit worden verlangd.

Artikel 45

Verhouding tot bestaande internationale overeenkomsten

  • 1. 
    Deze verordening laat onverlet de toepassing van internationale overeenkomsten waarbij een

of meer lidstaten op het tijdstip van de vaststelling van de verordening partij zijn en die

betrekking hebben op aangelegenheden waarop deze verordening van toepassing is . -

In het bijzonder passen de lidstaten die partij zijn bij het Haags Verdrag van

5 oktober 1961 inzake de wetsconflicten betreffende de vorm van testamentaire

beschikkingen, met betrekking tot de formele geldigheid van testamenten en gezamenlijke

testamenten in plaats van artikel 19 quinquies van deze verordening verder de bepalingen

van dat verdrag toe.

  • 2. 
    Niettegenstaande lid 1 heeft deze verordening tussen de lidstaten voorrang op uitsluitend

tussen twee of meer lidstaten gesloten overeenkomsten, voor zover deze betrekking hebben

op onder deze verordening vallende aangelegenheden .

2 bis. Deze verordening staat er niet aan in de weg dat de lidstaten die partij zijn bij het Verdrag

van 19 november 1934 tussen Denemarken, Finland, IJsland, oorwegen en Zweden,

bevattende bepalingen van internationaal privaatrecht betreffende erfopvolging,

testamenten en beheer van de nalatenschap, zoals herzien bij de intergouvernementele

Artikel 46

Informatie die ter beschikking van het publiek wordt gesteld

De lidstaten verstrekken, teneinde de informatie voor het publiek beschikbaar te maken in het

kader van het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken, de Commissie een korte

samenvatting van de nationale wetgeving en procedures betreffende de erfopvolging, met opgave

van de autoriteiten die bevoegd zijn ter zake van erfopvolging, en de autoriteiten die bevoegd zijn

om verklaringen van aanvaarding of verwerping van de nalatenschap, een legaat of een wettelijk

erfdeel overeenkomstig artikel 8 te erkennen .

De lidstaten verstrekken informatiebladen waarin vermeld staat welke documenten en/of

informatie normaliter vereist is voor de registratie van onroerende goederen die op hun

grondgebied gelegen zijn.

De informatie wordt door de lidstaten voortdurend geactualiseerd .

Artikel 46 bis

Informatie betreffende contactgegevens en procedures

1. Uiterlijk op [...] 1 doen de lidstaten de Commissie mededeling van:

(a) de naam en de contactgegevens van de gerechten of autoriteiten die bevoegd zijn

voor het behandelen van het verzoek om een uitvoerbaarverklaring overeenkomstig

artikel 33 ter, lid 1, en voor het rechtsmiddel tegen een beslissing over dit verzoek

overeenkomstig artikel 33 octies, lid 2;

(b) het in artikel 33 nonies bedoelde rechtsmiddel;

(c) de informatie betreffende de in artikel 37 bedoelde instanties die bevoegd zijn om de

erfrechtverklaring af te geven; en

(d) de in artikel 44 bedoelde rechtsmiddelen.

2. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van alle latere wijzigingen in die lijst. De

Commissie past de lijst dienovereenkomstig aan.

3. De Commissie maakt de lijst en alle latere wijzigingen bekend in het Publicatieblad van de

Europese Unie.

4. De Commissie maakt alle overeenkomstig de leden 1 en 2 medegedeelde informatie met

andere passende middelen openbaar, in het bijzonder via het Europees justitieel netwerk in

burgerlijke en handelszaken.

Artikel 47 bis

Vaststelling en wijziging van de in de artikelen 33 quater, 34, 35, 35 bis, 38 en 40 bis bedoelde

verklaringen en formulieren

De uitvoeringshandelingen tot vaststelling en tot wijziging van de in de artikelen 33 quater, 34,

35, 35 bis, 38 en 40 bis bedoelde verklaringen en formulieren worden door de Commissie

vastgesteld. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48,

lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

Artikel 48

Comitéprocedure

  • 1. 
    De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van

Verordening (EU) nr. 182/2011.

toepassing.

Artikel 49

Herziening

Uiterlijk [...] 1 dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees

Economisch en Sociaal Comité een verslag in over de toepassing van deze verordening, met een

evaluatie van de praktische problemen die rijzen met betrekking tot gerechtelijke schikkingen in

erflater zijn gewone verblijfplaats had of in een van de staten waarvan hij de nationaliteit

had .

2 bis. Een uiterste wilsbeschikking die is gemaakt vóór de datum waarop deze verordening van

toepassing wordt, is materieel en formeel toelaatbaar en geldig indien zij voldoet aan de in

hoofdstuk III bepaalde voorwaarden, of indien zij materieel en formeel toelaatbaar is

volgens de regels van het internationaal privaatrecht die op het tijdstip waarop de

beschikking is gemaakt golden in de staat waar de erflater zijn gewone verblijfplaats had of

in een van de staten waarvan hij de nationaliteit had of in de lidstaat van de autoriteit die

de erfopvolging behandelt.

2 ter. Indien een uiterste wilsbeschikking is opgesteld vóór de datum waarop deze verordening

van toepassing wordt, in overeenstemming met het recht dat de erflater op grond van deze

verordening had kunnen kiezen, geldt dat als het op de erfopvolging toepasselijke recht.

Artikel 51

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het

Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van [...] 1 , met uitzondering van de artikelen 46 en 46 bis, die van

toepassing zijn met ingang van [...] 2 , en van de artikelen artikel 47, 47 bis en 48, die van

toepassing zijn met ingang van [...] 3 .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in alle

lidstaten, overeenkomstig de Verdragen .

Gedaan te,

Voor het Europees Parlement

Voor de Raad

De voorzitter - - De voorzitter

2.

Original view

afbeelding document
 
 

3.

More information

9 mrt
'10
COM(2010)83 - Rules and general principles concerning mechanisms for control by Member States of the Commission’s exercise of implementing powers


2 dec
'09
COM(2009)665 - Consequences of the entry into force of the Treaty of Lisbon for ongoing interinstitutional decision-making procedures


14 okt
'09
COM(2009)154 - Jurisdiction, applicable law, recognition and enforcement of decisions and authentic instruments in matters of succession and the creation of a European Certificate of Succession


7 jul
'05
COM(2005)305 - Amendment of Council Regulation 1348/2000 on the service in the Member States of judicial and extrajudicial documents in civil or commercial matters


22 sep
'00
COM(2000)592 - European judicial network in civil and commercial matters


 
publication date 21-03-2012
reference 7443/12

Contents