RAAD VANBrussel, 23 juni 2005 (18.08)
(OR. fr)
DE EUROPESE UNIEPUBLIC
10338/05
LIMITE
AGRI 169 AGRIFIN 44 POSEICAN 2 POSEIDOM 2 POSEIMA 2
Interinstitutioneel dossier:
2004/0247 (CNS)
NOTA
van:
de Groep ultraperifere gebieden
aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers
nr. vorig doc.: 7476/05 AGRI 94 AGRIFIN 21 POSEICAN 1 POSEIDOM 1 POSEIMA 1 15916/04 AGRI 335 AGRIFIN 111 POSEICAN 17 POSEIDOM 17 POSEIMA 19 15039/04 AGRI 310 AGRIFIN 104 POSEICAN 16 POSEIDOM 16 POSEIMA 18
nr. Comv.: 14126/04 AGRI 280 AGRIFIN 85 POSEICAN 15 POSEIDOM 15 POSEIMA 17
Betreft: Voorstel voor een verordening van de Raad houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie
BIJLAGE
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied
ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 36,
artikel 37 1 en artikel 299, lid 2,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,
Gezien het advies van het Comité van de Regio's,
(1) De ultraperifere gebieden hebben ten opzichte van de bronnen voor hun voorziening met
producten die van essentieel belang zijn voor menselijke consumptie, voor verwerking of als
productiemiddel in de landbouw, een buitengewone geografische ligging die extra vervoers-
kosten tot gevolg heeft. Bovendien plaatsen objectieve factoren in verband met het insulaire
en ultraperifere karakter van de ultraperifere gebieden de marktdeelnemers en producenten in
die gebieden voor extra problemen die hun activiteiten sterk hinderen. In bepaalde gevallen
worden de marktdeelnemers en producenten geconfronteerd met een dubbele
insulariteit. Die hindernissen kunnen worden verkleind door verlaging van de prijzen van de
bedoelde producten van essentieel belang. Het verdient dan ook aanbeveling een specifieke
regeling in te stellen om de voorziening van de ultraperifere gebieden te garanderen en de
extra kosten te verlichten die het gevolg zijn van het afgelegen, insulaire en ultraperifere
karakter van die gebieden.
(2) Daartoe dient de invoer van bepaalde landbouwproducten uit derde landen in afwijking van
artikel 23 van het Verdrag te worden vrijgesteld van de geldende invoerrechten. Producten die
het voorwerp zijn geweest van actieve veredeling of opslag in douane-entrepot in het douane-
gebied van de Gemeenschap, moeten in verband met hun oorsprong en de douanebehandeling
waarin de communautaire voorschriften voor dergelijke producten voorzien, ten aanzien van
de toekenning van de voordelen van de specifieke voorzieningsregeling worden gelijkgesteld
met rechtstreeks ingevoerde producten.
(4) Omdat de hoeveelheden waarvoor de specifieke voorzieningsregeling geldt, beperkt blijven
tot de voorzieningsbehoeften van de ultraperifere gebieden, is deze regeling niet nadelig voor
het goed functioneren van de interne markt. Overigens mogen de economische voordelen van
de specifieke voorzieningsregeling geen verlegging van het handelsverkeer van de betrokken
producten tot gevolg hebben. Daarom dient verzending of uitvoer van die producten uit de
ultraperifere gebieden te worden verboden. Evenwel dient verzending of uitvoer van die
producten te worden toegestaan in het geval van terugbetaling van het dankzij de specifieke
voorzieningsregeling verkregen voordeel 1 of, wat verwerkte producten betreft, in het geval
van regionaal handelsverkeer of handelsverkeer tussen de twee Portugese ultraperifere
gebieden. Ook moet voor alle ultraperifere gebieden rekening worden gehouden met hun
traditionele handel met derde landen en dus moet de uitvoer van verwerkte producten die
overeenkomt met de traditionele uitvoer, voor al die gebieden worden toegestaan. Het
genoemde verbod dient evenmin te gelden voor de traditionele verzending van verwerkte
producten. Duidelijkheidshalve dient de referentieperiode voor de vaststelling van die
traditioneel uitgevoerde of verzonden hoeveelheden te worden gepreciseerd.
(5) Voor de voorziening van de Azoren en Madeira en van de Canarische eilanden met
C-suiker dient tijdens de in artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de
Raad 2 bedoelde periode de regeling van Verordening nr. 2177/1992 van de Commissie 3
inzake vrijstelling van invoerrechten, verder te worden toegepast.
(6) Voor de Canarische eilanden heeft tot dusver de specifieke voorzieningsregeling
(7) Ter verwezenlijking van de doelstellingen van de specifieke voorzieningsregeling moeten de
economische voordelen van die regeling worden doorberekend in de productiekosten en
moeten zij de prijzen tot in het stadium van de eindgebruiker doen dalen. Daarom dient de
toekenning van die voordelen afhankelijk te worden gesteld van de daadwerkelijke door-
berekening ervan en dient voor de nodige controles daarop te worden gezorgd.
(8) Het beleid van de Gemeenschap ten gunste van de lokale productie in de ultraperifere
gebieden heeft tot nu toe betrekking gehad op een veelheid van producten en op allerlei maat-
regelen om de productie, de afzet of de verwerking van die producten te bevorderen. Deze
maatregelen zijn doeltreffend gebleken en hebben ervoor gezorgd dat de betrokken land-
bouwactiviteiten zijn voortgezet en ontwikkeld. De Gemeenschap moet die productietakken,
die een fundamentele rol spelen in het milieu-, maatschappelijk en economisch evenwicht in
de ultraperifere gebieden, verder ondersteunen. De ervaring heeft geleerd dat, net zoals bij het
beleid inzake plattelandsontwikkeling, een sterker partnerschap met de plaatselijke
autoriteiten het mogelijk kan maken een duidelijker beeld te krijgen van de specifieke
problemen van de betrokken gebieden. Daarom dient de steun ten gunste van de lokale
productie te worden voortgezet via algemene programma's die worden opgesteld op het meest
geschikte geografische niveau en door de lidstaat ter goedkeuring aan de Commissie worden
voorgelegd.
(9) Voor een betere verwezenlijking van de doelstellingen op het gebied van de ontwikkeling van
de lokale landbouwproductie en de voorziening met landbouwproducten, is het dienstig het
(11) In Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor
plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw
(EOGFL) en tot wijziging en intrekking van een aantal verordeningen 1 is bepaald voor welke
maatregelen voor plattelandsontwikkeling communautaire steun kan worden verleend en aan
welke voorwaarden moet worden voldaan om die steun te kunnen verkrijgen. De structuur
van sommige landbouwbedrijven of verwerkende en handelsondernemingen in de ultra-
perifere gebieden schiet ernstig tekort en kampt met specifieke problemen. Daarom moet voor
bepaalde soorten van investeringen kunnen worden afgeweken van de bij Verordening (EG)
nr. 1257/1999 vastgestelde bepalingen die de verlening van bepaalde vormen van structurele
steun beperken.
(12) Bij artikel 29, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 is bepaald dat steun voor de bos-
bouw slechts wordt verleend voor bossen en gronden die eigendom zijn van particuliere
personen of verenigingen daarvan, of van gemeenten of verenigingen daarvan. Een deel van
de bossen en beboste oppervlakten in de ultraperifere gebieden is het eigendom van andere
overheden dan de gemeenten. Daarom dienen de beperkende bepalingen van het genoemde lid
voor die gebieden te worden versoepeld.
(13) Overeenkomstig artikel 24, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 zijn in de bijlage bij
die verordening de maximumbedragen per jaar vastgesteld die voor de communautaire agro-
milieusteun in aanmerking komen. In verband met de specifieke milieusituatie in sommige
(14) Van het vaste beleid van de Commissie geen bedrijfssteun van de staten toe te staan in de
sectoren van de productie, de verwerking en de afzet van de in bijlage I bij het Verdrag
genoemde landbouwproducten, kan worden afgeweken om de specifieke problemen te
verzachten die bij de landbouwproductie in de ultraperifere gebieden worden ondervonden
door de grote afstand, het insulaire en ultraperifere karakter, de kleine oppervlakte, het
moeilijk reliëf en klimaat en de economische afhankelijkheid van een klein aantal producten.
(15) In de Franse overzeese departementen (DOM) en op de Azoren en Madeira ondervindt de
landbouwproductie specifieke fytosanitaire problemen in verband met het klimaat en met het
feit dat de middelen voor bestrijding die er tot nog toe zijn aangewend, ontoereikend zijn.
Daarom is het belangrijk dat programma's voor de bestrijding van schadelijke organismen,
ook met behulp van biologische methoden, worden uitgevoerd en dat de financiële bijdrage
van de Gemeenschap voor de uitvoering van die programma's wordt vastgesteld.
(16) De wijnbouw is op Madeira en de Canarische Eilanden de meest verbreide teelt en is zeer
belangrijk voor de Azoren en om economische en milieuredenen is instandhouding van de
wijnbouw in die gebieden een absolute noodzaak. Om de productie te helpen ondersteunen
dienen in die gebieden de premies voor definitieve stopzetting en de marktmechanismen niet
van toepassing te zijn behalve, voor de Canarische Eilanden, de crisisdistillatie, die daar moet
kunnen worden toegepast bij een uitzonderlijke marktverstoring als gevolg van kwaliteits-
problemen. Ook hebben technische en sociaal-economische problemen de volledige
omschakeling binnen de gestelde termijn verhinderd van de wijnbouwarealen op Madeira en
(17) Op de Azoren is de herstructurering van de melksector nog niet voltooid. Om rekening te
houden met de sterke afhankelijkheid van de Azoren van de melkproductie, waarbij nog
andere problemen komen die verband houden met hun ultraperifere ligging en het ontbreken
van een rendabele vervangende productie, moet de afwijking worden bevestigd van sommige
bepalingen van Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vast-
stelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten 1, welke afwijking is ingevoerd
bij artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 van de Raad van 28 juni 2001 houdende
specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Azoren en
Madeira en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 1600/92 (Poseima) 2 en is
verlengd bij Verordening (EG) nr. 55/2004 van de Raad van 17 december 2003 tot wijziging
van Verordening (EG) nr. 1453/2001 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde land-
bouwproducten ten behoeve van de Azoren en Madeira en houdende intrekking van Verorde-
ning (EEG) nr. 1600/92 (Poseima) met betrekking tot de toepassing van de aanvullende
heffing in de sector melk en zuivelproducten op de Azoren.
(18) De steun voor de productie van melk op Madeira is niet voldoende geweest om het evenwicht
tussen de voorziening uit interne bronnen en die uit externe bronnen te bewaren, met name
doordat de betrokken sector met zware structurele problemen te kampen heeft en slechts in
geringe mate in staat is om positief op een nieuwe economische omgeving te reageren.
Bijgevolg moet, met het oog op een grotere dekking van de lokale consumptiebehoeften, de
productie van uit melkpoeder van communautaire oorsprong gereconstitueerde UHT-melk
(20) De traditionele veeteeltactiviteiten dienen te worden ondersteund. Opdat in de lokale
consumptiebehoeften van de DOM en Madeira kan worden voorzien, moet worden toegestaan
dat onder bepaalde voorwaarden binnen een jaarlijks maximum mannelijke mestrunderen
zonder invoerrechten uit derde landen in die gebieden worden ingevoerd. De in het kader van
Verordening (EG) nr. 1782/2003 voor Portugal geopende mogelijkheid om rechten op de
zoogkoeienpremie van het vasteland naar de Azoren over te hevelen dient te worden
gehandhaafd en dit instrument moet worden aangepast aan de nieuwe aanpak van de steun-
verlening aan de ultraperifere gebieden.
(21) Op de Canarische Eilanden is de tabaksteelt altijd zeer belangrijk geweest. In economisch
opzicht is de tabaksindustrie nog steeds een van de grootste industriële bedrijfstakken van het
gebied. In sociaal-maatschappelijk opzicht is de tabaksteelt een zeer arbeidsintensieve bezig-
heid die wordt beoefend door kleine landbouwers. Deze teelt is echter niet rendabel genoeg en
dreigt te verdwijnen. Op het ogenblik wordt tabak namelijk nog slechts op een kleine opper-
vlakte op het eiland La Palma geproduceerd voor de ambachtelijke vervaardiging van sigaren.
Daarom moet Spanje worden toegestaan steun ter aanvulling van de communautaire steun te
blijven toekennen opdat deze traditionele teelt en de erop gebaseerde ambachtelijke activiteit
zich kunnen handhaven. Met het oog op instandhouding van de industriële productie van
tabaksfabrikaten dient voorts de invoer in de Canarische Eilanden van ruwe tabak en half-
fabrikaten van tabak binnen de grenzen van een jaarlijkse hoeveelheid van 20.000 ton
equivalent van gestripte ruwe tabak vrij van douanerechten te blijven.
(22) De toepassing van de onderhavige verordening mag geen afbreuk doen aan het niveau van de
specifieke steun die de ultraperifere gebieden tot dusver hebben ontvangen. Daarom moeten
de lidstaten voor de uitvoering van de noodzakelijke maatregelen beschikken over de
bedragen die overeenkomen met de steun die de Gemeenschap reeds heeft verleend op grond
van Verordening (EG) nr. 1452/2001 van de Raad van 28 juni 2001 houdende specifieke
maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Franse overzeese
departementen, houdende wijziging van Richtlijn 72/462/EEG en houdende intrekking van de
Verordeningen (EEG) nr. 525/77 en (EEG) nr. 3763/91 (Poseidom) 1, Verordening (EG)
nr. 1453/2001 en Verordening (EG) nr. 1454/2001 van de Raad van 28 juni 2001 houdende
specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Canarische
Eilanden en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 1601/92 (Poseican) 2, alsmede
over de bedragen die aan de in die gebieden gevestigde veehouders zijn toegekend op grond
van Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeen-
schappelijke ordening der markten in de sector rundvlees 3 en Verordening (EG) nr.
2529/2001 van de Raad van 19 december 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening
der markten in de sector schapen- en geitenvlees 4, over de bedragen die in die gebieden zijn
toegekend op grond van Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003
houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen 5, en over de
bedragen die op grond van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1785/2003 van de Raad van
29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt 6 zijn
toegekend voor de voorziening met rijst van het DOM Réunion. De bij de onderhavige
verordening ingestelde nieuwe steunregeling voor agrarische productietakken in de ultra-
(23) De Verordeningen (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001 en (EG) nr. 1454/2001 moeten
worden ingetrokken. Ook zijn, met het oog op coördinatie van de respectieve regelingen,
wijzigingen nodig van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003
tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse
steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van
bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen
(EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG)
nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71
en (EG) nr. 2529/2001 1, alsmede van Verordening (EG) nr. 1785/2003. De maatregelen die
nodig zijn voor de toepassing van deze verordening, moeten worden vastgesteld overeen-
komstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voor-
waarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden 2.
(24) De in deze verordening bedoelde programma's dienen te worden toegepast vanaf begin 2006.
Opdat de programma's dan meteen van start kunnen gaan, moeten de lidstaten en de
Commissie echter alle voorbereidende maatregelen kunnen treffen in de periode tussen de
datum van inwerkingtreding van deze verordening en de datum waarop zij van toepassing
wordt,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
TITEL I
Onderwerp
Artikel 1
Onderwerp
Bij deze verordening worden specifieke maatregelen op landbouwgebied vastgesteld die de
gevolgen moeten ondervangen van het afgelegen, [...]insulaire en ultraperifere karakter, de kleine
oppervlakte, het reliëf en het moeilijke klimaat, en de afhankelijkheid van een klein aantal
producten van de in artikel 299, lid 2, van het Verdrag genoemde gebieden van de Unie, hierna de
"ultraperifere gebieden" genoemd.
TITEL II
Specifieke voorzieningsregeling
Artikel 2
Geraamde voorzieningsbalans
-
1.Voor de in bijlage I bij het Verdrag tot oprichting van de EG 1 genoemde landbouw-
producten 2 die in de ultraperifere gebieden van essentieel belang zijn voor menselijke
consumptie, voor de vervaardiging van andere producten of als productiemiddel in de land-
-
2.De jaarlijkse behoefte aan de in lid 1 bedoelde producten wordt gekwantificeerd in een
geraamde voorzieningsbalans. De behoeften van de ondernemingen waar producten worden
verpakt of verwerkt die bestemd zijn voor de plaatselijke markt, die traditioneel worden
verzonden naar de rest van de Gemeenschap of die worden uitgevoerd naar derde landen in
het kader van regionale of traditionele handel, kunnen worden geraamd in een afzonderlijke
voorzieningsbalans.
Artikel 3
Toepassing van de regeling
-
1.Bij de invoer in de ultraperifere gebieden van rechtstreeks uit derde landen afkomstige
producten die onder de specifieke voorzieningsregeling vallen, wordt binnen de grenzen van
de in de geraamde voorzieningsbalans vastgestelde hoeveelheden geen recht toegepast.
Producten die het voorwerp zijn geweest van actieve veredeling of opslag in douane-entrepot
in het douanegebied van de Gemeenschap, worden voor de toepassing van deze titel geacht
rechtstreeks uit derde landen te zijn ingevoerd.
-
2.Om in de overeenkomstig artikel 2, lid 2, vastgestelde behoeften te voorzien met inacht-
neming van de prijzen en van de kwaliteit en met behoud van het aandeel van de aanvoer uit
de Gemeenschap, wordt steun verleend voor de voorziening van de ultraperifere gebieden met
producten uit openbare voorraden die zijn ontstaan door de toepassing van communautaire
-
3.De specifieke voorzieningsregeling wordt zo ten uitvoer gelegd dat met name rekening wordt
gehouden met:
-
a)de specifieke behoeften van de ultraperifere gebieden en, in het geval van producten
voor verwerking of om productiemiddelen voor de landbouw, de gestelde kwaliteits-
eisen;
-
b)de handelsstromen uit en naar de rest van de Gemeenschap;
-
c)het economische aspect van de voorgenomen steun.
-
4.Voorwaarde voor toepassing van de specifieke voorzieningsregeling is een daadwerkelijke
doorberekening tot de eindgebruiker van het economische voordeel dat uit de vrijstelling van
het invoerrecht of uit de steun voortvloeit.
Artikel 4
Uitvoer naar derde landen en verzending naar de rest van de Gemeenschap
-
1.Producten waarvoor de specifieke voorzieningsregeling wordt toegepast, mogen slechts onder
volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure vastgestelde voorwaarden worden
uitgevoerd 1 naar derde landen of verzonden naar de rest van de Gemeenschap.
Tot die voorwaarden behoort met name de betaling van de invoerrechten voor de in artikel 3,
lid 1, bedoelde producten of de terugbetaling van de op grond van de specifieke voorzienings-
regeling ontvangen steun voor de in artikel 3, lid 2, bedoelde producten.
-
2.De in lid 1 bedoelde beperking geldt niet voor producten die in de ultraperifere gebieden zijn
verwerkt met gebruikmaking van producten waarvoor de specifieke voorzieningsregeling is
toegepast, indien die verwerkte producten 1:
-
a)worden uitgevoerd naar derde landen of verzonden naar de rest van de Gemeenschap
binnen de grenzen van de traditioneel uitgevoerde of verzonden hoeveelheden. De
Commissie stelt die hoeveelheden [...] volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde
procedure vast op basis van het gemiddelde van de in de jaren 1989, 1990 en 1991
uitgevoerde of verzonden hoeveelheden;
-
b)in het kader van regionale handel worden uitgevoerd naar derde landen met inacht-
neming van de volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure vastgestelde
bestemmingen en voorwaarden;
-
c)worden verzonden van de Azoren naar Madeira of omgekeerd.
Bij de uitvoer van die producten wordt geen restitutie toegekend.
Artikel 5
Artikel 6 1
Suiker
-
1.Tijdens de in artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad 2
bedoelde periode geldt voor C-suiker in de zin van artikel 13 van bovengenoemde
verordening, die overeenkomstig de bepalingen ter zake van Verordening (EEG)
nr. 2670/81 van de Commissie 3 is uitgevoerd en op Madeira of de Canarische eilanden
in de vorm van witte suiker van GN-code 1701 is ingevoerd om er te worden verbruikt
en in de vorm van ruwe suiker van GN-code 17011210 op de Azoren is ingevoerd om er
te worden geraffineerd en verbruikt, onder de voorwaarden van onderhavige verorde-
ning, de regeling inzake vrijstelling van invoerrechten binnen de grenzen van de in
artikel 2 bedoelde geraamde voorzieningsbalansen. 4
5
-
2.Wat de voorziening van de Azoren met ruwe suiker betreft, worden de behoeften geraamd
met inachtneming van de ontwikkeling van de lokale productie van suikerbieten. De hoeveel-
heden waarvoor de voorzieningsregeling geldt, worden zo bepaald dat op de Azoren jaarlijks
in totaal niet meer dan 10.000 ton suiker wordt geraffineerd.
Artikel 6 bis
Melkbereidingen
In afwijking van artikel 2 kunnen de Canarische eilanden in de periode van 1 januari 2006 tot
en met 31 december 2009 melkbereidingen van de GN-codes 1901 9099 en 2106 9092 bestemd
voor industriële verwerking blijven invoeren, 1 voor maximaal 800 ton per jaar, resp. 45 ton
per jaar. De voor de invoer uit de Gemeenschap verleende steun met betrekking tot deze twee
producten bedraagt respectievelijk ten hoogste 210 euro per ton en 59 euro per ton en blijft
binnen de in artikel 24 vastgestelde grens.
Artikel 7
Invoer van rijst in Réunion
Bij invoer in het Franse overzeese departement Réunion van producten van de GN-codes 1006 10
en 1006 40 00 die bestemd zijn om daar te worden verbruikt, wordt geen douanerecht geheven.
Artikel 8
Uitvoeringsbepalingen voor de regeling
De uitvoeringsbepalingen voor deze titel worden vastgesteld volgens de in artikel 26, lid 2,
bedoelde procedure. Deze uitvoeringsbepalingen betreffen met name de voorwaarden waaronder de
lidstaten een wijziging kunnen aanbrengen in de producthoeveelheden en in de bestemming van de
TITEL III
Maatregelen ten gunste van de lokale landbouwproductie
Artikel 9
Steunprogramma's
-
1.Er worden communautaire programma's 1 voor steun aan de ultraperifere gebieden vast-
gesteld die specifieke maatregelen bevatten ten gunste van de lokale agrarische productie-
takken die onder het toepassingsgebied van titel II van het derde deel van het EG-Verdrag
vallen.
-
2.De communautaire steunprogramma's worden opgesteld op het geografische niveau dat door
de betrokken lidstaat het meest geschikt wordt geacht. Zij worden uitgewerkt door de door
deze lidstaten aangewezen bevoegde autoriteiten en worden aan de Commissie voorgelegd
nadat de bevoegde autoriteiten en organisaties op het passende geografische niveau zijn
geraadpleegd.
-
3.Voor elk ultraperifeer gebied kan een enkel communautair steunprogramma worden
ingediend.
Artikel 10
Artikel 11 1
Verenigbaarheid en coherentie
-
1.De in het kader van de steunprogramma's genomen maatregelen moeten in overeenstemming
zijn met het Gemeenschapsrecht en moeten stroken met de andere communautaire beleids-
takken en de maatregelen ter uitvoering daarvan.
-
2.Er moet met name worden toegezien op de samenhang van de in het kader van de steun-
programma's genomen maatregelen met de maatregelen ter uitvoering van andere
instrumenten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, met name de gemeenschappelijke
marktordeningen, plattelandsontwikkeling, de kwaliteit van de producten, dierenwelzijn en
milieubescherming.
Op grond van deze verordening kan met name geen enkele maatregel worden gefinancierd om
steun te verlenen:
-
a)ter aanvulling van steun op grond van de in het kader van een gemeenschappelijke
marktordening ingestelde premie- of steunregelingen, tenzij aan de hand van objectieve
criteria wordt aangetoond dat een uitzondering noodzakelijk is;
-
b)voor onderzoeksprojecten, voor maatregelen ter ondersteuning van onderzoeksprojecten
of voor maatregelen die voor communautaire financiering in aanmerking komen op
Artikel 12
Inhoud van de communautaire steunprogramma's
Elk communautair steunprogramma bevat:
-
a)een mede op de beschikbare evaluatieresultaten gebaseerde gekwantificeerde beschrijving van
de situatie op het gebied van de betrokken landbouwproductie waarin aandacht wordt besteed
aan de verschillen, achterstanden en ontwikkelingsmogelijkheden, en een overzicht van de
financiële middelen die zijn aangewend voor en de voornaamste resultaten die zijn behaald
met de acties welke zijn ondernomen op grond van de Verordeningen [...] nr. 1452/2001,
(EG) nr. 1453/2001 en (EG) nr. 1454/2001;
-
b)een beschrijving van de voorgestelde strategie, de gekozen prioriteiten en de gekwantificeerde
doelstellingen, alsmede een beoordeling waarin wordt aangegeven welke economische,
milieu- en sociaal-maatschappelijke effecten, met inbegrip van de werkgelegenheidseffecten,
worden verwacht;
-
c)een beschrijving van de overwogen maatregelen, en met name van de steunregelingen om het
programma ten uitvoer te leggen, alsmede in voorkomend geval informatie over de behoeften
op het gebied van studies, van demonstratieprojecten en van opleiding en technische bijstand
met betrekking tot de voorbereiding, toepassing of aanpassing van de betrokken maatregelen;
-
f)de regelingen om voor een doeltreffende en adequate uitvoering van het programma te
zorgen, met inbegrip van de regelingen inzake publiciteit, toezicht en evaluatie, alsmede de
definitie van de voor de evaluatie te gebruiken gekwantificeerde indicatoren en de bepalingen
inzake controle en sancties;
-
g)de aanwijzing van de bevoegde autoriteiten en van de voor de uitvoering van het programma
verantwoordelijke instanties en de aanwijzing op de geschikte niveaus van de erbij te
betrekken autoriteiten of instanties en van de sociaal-economische partners, alsmede de
resultaten van het gepleegde overleg.
Artikel 13
[...]
Artikel 14
Toezicht
De procedures en de fysieke en financiële indicatoren om voor een doeltreffend toezicht op de uit-
voering van de communautaire steunprogramma's te zorgen, worden vastgesteld volgens de in
artikel 26, lid 2, bedoelde procedure.
TITEL IV
Begeleidende maatregelen
Artikel 15
Logo
-
1.Er wordt een logo ingevoerd dat ruimere bekendheid moet geven aan de al dan niet verwerkte
kwaliteitsproducten van de landbouw die specifiek zijn voor de ultraperifere gebieden, en dat
het verbruik van die producten moet vergroten.
-
2.De voorwaarden voor het gebruik van het in lid 1 bedoelde logo worden voorgesteld door de
betrokken beroepsorganisaties. De nationale autoriteiten leggen de voorstellen, vergezeld van
hun advies, ter goedkeuring aan de Commissie voor.
Het gebruik van het logo wordt gecontroleerd door een overheidsinstantie of door een
organisatie die door de bevoegde nationale autoriteiten is erkend.
Artikel 16
Plattelandsontwikkeling
-
2.In afwijking van artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 bedraagt voor de ultra-
perifere gebieden de totale steun voor investeringen in ondernemingen die landbouw-
producten verwerken en afzetten welke hoofdzakelijk van lokale productie afkomstig zijn en
behoren tot sectoren die nader moeten worden bepaald in de programmacomplementen
bedoeld in artikel 18, lid 3, en artikel 19, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1260/1999, ten
hoogste 65% van het subsidiabele investeringsvolume. Voor kleine en middelgrote onder-
nemingen bedraagt de betrokken totale steun onder dezelfde voorwaarden ten hoogste 75%
van het subsidiabele investeringsvolume.
-
3.De bij artikel 29, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 vastgestelde beperking geldt niet
voor tropische of subtropische bossen en beboste oppervlakten op het grondgebied van de
DOM, de Azoren en Madeira 1.
-
4.In afwijking van artikel 24, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 kunnen de in de
bijlage bij die verordening vastgestelde maximumbedragen per jaar die voor communautaire
steun in aanmerking komen, tot het dubbele worden verhoogd voor de maatregel ter
bescherming van de meren op de Azoren en voor de maatregel tot behoud van het landschap
en van de traditionele kenmerken van landbouwgronden, waaronder met name de stenen
steunmuren van de terrassen op Madeira.
Artikel 17
Staatssteun
-
1.Met betrekking tot de in bijlage I bij het Verdrag genoemde landbouwproducten waarvoor de
artikelen 87, 88 en 89 van het Verdrag van toepassing zijn, kan de Commissie toestaan dat in
de sectoren productie, verwerking en afzet van die producten bedrijfssteun wordt verleend ter
verlichting van de problemen bij de landbouwproductie die specifiek zijn voor de ultraperifere
gebieden en verband houden met het afgelegen, insulaire en ultraperifere karakter van die
gebieden.
-
2.De lidstaten kunnen een aanvullende financiering toekennen voor de uitvoering van de in
titel III bedoelde communautaire steunprogramma's. In dat geval moet de staatssteun
overeenkomstig deze verordening door de lidstaten worden gemeld en door de Commissie
worden goedgekeurd als onderdeel van die programma's. De aldus gemelde steun wordt
geacht te zijn gemeld in de zin van artikel 88, lid 3, eerste zin, van het Verdrag.
Artikel 18
Fytosanitaire programma's
-
3.Besluiten over de toekenning van de in lid 2 bedoelde financiële bijdrage van de Gemeen-
schap en over het bedrag daarvan worden genomen volgens de in artikel 26, lid 3, bedoelde
procedure. Volgens dezelfde procedure wordt bepaald welke maatregelen voor communau-
taire financiering in aanmerking komen.
Die bijdrage kan tot 60% van de subsidiabele uitgaven in de DOM, en tot 75% van de
subsidiabele uitgaven op de Azoren en Madeira belopen. Zij wordt betaald op basis van de
door Frankrijk en Portugal ingediende documenten. Zo nodig kan de Commissie een onder-
zoek organiseren en voor haar rekening laten uitvoeren door deskundigen in de zin van artikel
21 van Richtlijn 2000/29/EG van de Raad 1.
Artikel 19
Wijn
-
1.Titel II, hoofdstuk II, en titel III, hoofdstukken I en II, van Verordening (EG) nr. 1493/1999
van de Raad 2 en hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1227/2000 van de Commissie 3 zijn
niet van toepassing op de Azoren en Madeira.
-
2.In afwijking van artikel 19, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 mogen de op de
Azoren en Madeira geoogste druiven van de op de eigen onderstam groeiende hybride wijn-
stokrassen waarvan de teelt is verboden (Noah, Othello, Isabelle, Jacquez, Clinton en
Elk jaar stelt Portugal de Commissie in kennis van de vorderingen met de omschakeling en
herstructurering van de arealen die zijn beplant met op de eigen onderstam groeiende hybride
wijnstokrassen waarvan de teelt is verboden.
-
3.Titel II, hoofdstuk II, en titel III van Verordening (EG) nr. 1493/1999 en hoofdstuk III van
Verordening (EG) nr. 1227/2000 zijn niet van toepassing op de Canarische Eilanden, met uit-
zondering van de in artikel 30 van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bedoelde crisisdistillatie
in het geval van een uitzonderlijke marktverstoring als gevolg van kwaliteitsproblemen.
Artikel 20
Melk
-
1.Met ingang van het melkprijsjaar 1999/2000 worden voor het omslaan van de extra heffing
over de in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1788/2003 bedoelde producenten slechts die op
de Azoren gevestigde en producerende producenten in de zin van artikel 5, onder c), van die
verordening geacht tot de overschrijding te hebben bijgedragen, die grotere hoeveelheden op
de markt brengen dan hun referentiehoeveelheid, verhoogd met het in de derde alinea van het
onderhavige lid bedoelde percentage.
De extra heffing is verschuldigd voor de hoeveelheden die de aldus met het bovenbedoelde
percentage verhoogde referentiehoeveelheid te boven gaan nadat de ongebruikt gebleven
Het in de eerste alinea bedoelde percentage is gelijk aan de verhouding tussen enerzijds de
hoeveelheid van respectievelijk 73 000 ton voor de melkprijsjaren 1999/2000 tot en met
2004/2005 en 23 000 ton vanaf het melkprijsjaar 2005/2006, en anderzijds de som van de op
31 maart 2000 op de onderscheiden bedrijven beschikbare referentiehoeveelheden. Het wordt
slechts toegepast op de op 31 maart 2000 op het bedrijf beschikbare referentiehoeveelheden.
-
2.De op de markt gebrachte hoeveelheden melk of melkequivalent die de referentie-
hoeveelheden te boven gaan maar binnen de grenzen van het in lid 1 bedoelde percentage
blijven na de in dat lid bedoelde herverdeling, worden niet meegerekend voor de constatering
van een eventuele overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1788/2003 berekende
overschrijding door Portugal.
-
3.De bij Verordening (EG) nr. 1788/2003 ingestelde regeling inzake een heffing ten laste van de
producenten van koemelk geldt niet in de DOM en geldt, binnen de grenzen van een lokale
productie van 4 000 ton melk, niet op Madeira.
-
4.In afwijking van de artikelen 2 en 3 van Verordening (EG) nr. 2597/97 1 van de Raad is
binnen de grenzen van de behoeften voor lokale consumptie de productie van uit melkpoeder
van communautaire oorsprong gereconstitueerde UHT-melk op Madeira toegestaan voorzover
deze maatregel garandeert dat de lokaal geproduceerde melk wordt opgehaald en afgezet. Dit
product is uitsluitend bestemd voor plaatselijk verbruik.
De bepalingen ter uitvoering van dit lid worden vastgesteld volgens de in artikel 26, lid 2,
bedoelde procedure. In die bepalingen wordt met name voorgeschreven welke hoeveelheid
lokaal geproduceerde verse melk moet worden verwerkt in de in de eerste alinea bedoelde
gereconstitueerde UHT-melk 2.
Artikel 21
Veehouderij
-
1.Totdat in de DOM en op Madeira het bestand van lokale jonge mannelijke runderen een
niveau bereikt dat voldoende is voor de instandhouding en de ontwikkeling van de lokale
vleesproductie, bestaat de mogelijkheid om runderen van oorsprong uit derde landen die
bestemd zijn voor verbruik in de DOM en op Madeira, aldaar voor het mesten ter plaatse in te
voeren zonder dat de in artikel 30 van Verordening (EG) nr. 1254/1999 bedoelde douane-
-
2.De aantallen dieren waarvoor de in lid 1 bedoelde vrijstelling geldt, worden bepaald wanneer
in het licht van de ontwikkeling van de lokale productie wordt aangetoond dat invoer nood-
zakelijk is. Die aantallen en de bepalingen ter uitvoering van dit artikel, die met name de
minimumduur van de mestperiode betreffen, worden volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde
procedure vastgesteld. De betrokken dieren zijn bij voorrang bestemd voor de producenten
van wie de mestdieren voor ten minste 50% van lokale oorsprong zijn.
-
3.Portugal mag in geval van toepassing van artikel 67 en artikel 68, lid 2, onder a), punt i), van
Verordening (EG) nr. 1782/2003 het nationale maximum voor de rechten op de betalingen
voor schapen en geiten en op de zoogkoeienpremie verlagen. In dit geval wordt het
betrokken bedrag volgens de in artikel 26, lid 2, van de onderhavige verordening bedoelde
procedure overgeheveld van de ter uitvoering van [...] de genoemde bepalingen vast-
gestelde maxima naar de bij artikel 24, lid 2, tweede streepje, van de onderhavige verordening
vastgestelde financiële toewijzing.
Artikel 22 1
Staatssteun voor de tabaksproductie
Spanje kan op de Canarische Eilanden steun voor de tabaksproductie verlenen ter aanvulling van de
bij titel I van Verordening (EEG) nr. 2075/92 van de Raad2 ingestelde premie. De toekenning van
deze steun mag niet leiden tot discriminatie tussen telers op de Canarische Eilanden.
Artikel 23
Vrijstelling van douanerechten voor tabak
-
1.Geen douanerecht wordt toegepast bij rechtstreekse invoer in de Canarische Eilanden van
ruwe tabak en halffabrikaten van tabak van respectievelijk:
-
a)GN-code 2401,
-
b)de volgende posten:
-
-2401 10 ruwe, ongestripte tabak,
-
-2401 20 ruwe, gestripte tabak,
-
-ex 2401 20 dekblad voor sigaren, op drager, opgerold, bestemd voor gebruik in
tabaksfabrikaten,
-
-2401 30 afvallen van tabak,
-
-ex 24 02 10 onafgewerkte sigaren zonder dekblad, 1
-
-ex 2403 10 gesneden tabak (definitieve tabaksmengsels voor de vervaardiging van
sigaretten, cigarillo's en sigaren),
-
-ex 2403 91 "gehomogeniseerde" of "gereconstitueerde" tabak, ook in de vorm van
vellen of repen,
-
-ex 2403 99 geëxpandeerde tabak.
De in de eerste alinea bedoelde vrijstelling geldt voor producten voor de lokale vervaardiging
van tabaksfabrikaten binnen de grenzen van een jaarlijkse invoer van 20 000 ton equivalent
TITEL V
Financiële bepalingen
Artikel 24 1
Financiële toewijzing
-
1.De maatregelen op grond van deze verordening, met uitzondering van de in artikel 16 2
bedoelde maatregelen, zijn interventies ter regulering van de landbouwmarkten in de zin van
artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad 3.
-
2.De in de titels II en III van de onderhavige verordening bedoelde maatregelen worden door de
Gemeenschap gefinancierd ten belope van de volgende jaarbedragen:
-
-voor de DOM: 84,7 miljoen euro,
-
-voor de Azoren en Madeira: 77,3 miljoen euro,
-
3.Voor de in titel II bedoelde programma's kunnen jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen 1
worden toegewezen:
-
-voor de DOM: 20,7 miljoen euro,
-
-voor de Azoren en Madeira: 17,7 miljoen euro,
-
-voor de Canarische Eilanden: 72,7 miljoen euro.
2
TITEL VI
ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 24 bis
-
1.De lidstaten dienen uiterlijk op 31 oktober 2005 bij de Commissie een 3 ontwerp van
voorzieningsprogramma in dat binnen de in artikel 24, leden 2 en 3, bepaalde financiële
toewijzing blijft.
Het ontwerp van voorzieningsprogramma bevat een ontwerp van geraamde voor-
zieningsbalans met opgave van de producten, de producthoeveelheden en de steun-
bedragen voor de voorziening vanuit de Gemeenschap, alsmede een ontwerp-
-
2.De voorgestelde programma's worden volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure
door de Commissie beoordeeld en uiterlijk binnen vier 1 maanden na de indiening ervan
goedgekeurd.
-
3.De programma's zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2006.
Artikel 25
Uitvoeringsbepalingen
De maatregelen ter uitvoering van deze verordening worden vastgesteld volgens de in artikel 26,
lid 2, bedoelde procedure. Zij omvatten met name:
-
-de voorwaarden waaronder de lidstaten 2 de producthoeveelheden en de omvang van de
voorzieningssteun, alsmede de steunmaatregelen of de bestemming van de voor steun
voor de lokale productie uitgetrokken middelen kunnen wijzigen;
-
-de [...] bepalingen betreffende de minimumeisen voor de controles en de sancties die
door de lidstaten moeten worden toegepast.
Artikel 26
Comité van beheer
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 144 van Verordening (EG) nr. 1782/2003
ingestelde Comité van beheer voor rechtstreekse betalingen, behalve in het geval van
artikel 16 van de onderhavige verordening, voor de uitvoering waarvan de Commissie wordt
bijgestaan door het bij artikel 50 van Verordening (EG) nr. 1260/1999 ingestelde Comité voor
de landbouwstructuur en de plattelandsontwikkeling en in het geval van artikel 18, voor de
uitvoering waarvan de Commissie wordt bijgestaan door het bij Besluit 76/894/EEG 1
ingestelde Permanent Plantenziektekundig Comité.
-
2.Wanneer naar het onderhavige lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van
Besluit 1999/468/EG van toepassing.
De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op één
maand.
-
3.Wanneer naar het onderhavige lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van
Besluit 1999/468/EG van toepassing.
Artikel 27
Nationale maatregelen
De lidstaten stellen de maatregelen vast die nodig zijn om de naleving van deze verordening te
waarborgen, waaronder met name de controlemaatregelen en de administratieve sancties, en zij
stellen de Commissie daarvan in kennis.
Artikel 28 1
Mededelingen en verslagen
-
1.Uiterlijk op 15 februari van elk jaar delen de lidstaten de Commissie mee welke aan hen
beschikbaar gestelde kredieten zij voornemens zijn uit te geven voor de uitvoering in het
volgende jaar van de programma's waarin deze verordening voorziet.
-
2.Uiterlijk op 30 juni van elk jaar dienen de lidstaten bij de Commissie een verslag in over de
toepassing in het vorige jaar van de maatregelen waarin deze verordening voorziet.
-
3.Uiterlijk op 31 december 2009 en vervolgens om de vijf jaar dient de Commissie bij het
Europees Parlement en de Raad een algemeen verslag in waarin het effect van de op grond
van deze verordening uitgevoerde acties wordt beschreven en dat indien nodig vergezeld gaat
Artikel 29
Intrekkingen
De Verordeningen (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001 en (EG) nr. 1454/2001 worden
ingetrokken.
Verwijzingen naar de ingetrokken verordeningen gelden als verwijzingen naar de onderhavige
verordening en moeten worden gelezen volgens de in bijlage I opgenomen concordantietabel.
Artikel 29 bis
Overgangsmaatregelen
De Commissie kan volgens de procedure van artikel 26, lid 2, de overgangsmaatregelen
vaststellen die nodig zijn om een soepele overgang te waarborgen van de tijdens het jaar 2005
geldende regeling naar de regeling die voortvloeit uit de bij deze verordening vastgestelde
maatregelen.
Artikel 30
Wijziging van Verordening (EG) nr. 1782/2003
Verordening (EG) nr. 1782/2003 wordt als volgt gewijzigd:
-
b)Lid 2, eerste alinea, wordt vervangen door:
«2. Onverminderd het bepaalde in artikel 6, lid 2, van Verordening (EEG)
nr. 2019/93, verlenen de lidstaten de in lid 1 van het onderhavige artikel bedoelde
rechtstreekse betalingen binnen de grenzen van de overeenkomstig artikel 64,
lid 2, van de onderhavige verordening vastgestelde maxima onder de voorwaarden
die zijn vastgesteld in titel IV, hoofdstukken 3, 6 en 7 tot en met 13, van de
onderhavige verordening, respectievelijk in artikel 6 van Verordening (EEG)
nr. 2019/93.».
-
2)In artikel 71, lid 2, wordt de eerste alinea vervangen door:
«Onverminderd het bepaalde in artikel 70, lid 2, van de onderhavige verordening, past de
betrokken lidstaat gedurende de overgangsperiode de in bijlage VI bij de onderhavige
verordening genoemde rechtstreekse betalingen toe onder de voorwaarden die zijn vastgesteld
in titel IV, hoofdstukken 3, 6 en 7 tot en met 13, van de onderhavige verordening,
respectievelijk in artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 2019/93, en binnen de grenzen van het
volgens de in artikel 144, lid 2, van de onderhavige verordening bedoelde procedure voor elk
van die rechtstreekse betalingen vastgestelde begrotingsmaximum dat overeenkomt met het
aandeel van de betrokken rechtstreekse betaling in het in artikel 41 van de onderhavige
verordening bedoelde nationale maximum.».
Artikel 32
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in
het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2006. De artikelen 1 24 bis, 25 en 26 zijn evenwel
van toepassing met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
BIJLAGE I
BIJLAGE I
CONCORDANTIETABEL
Verordening (EG) nr. Verordening (EG) nr. Verordening (EG) nr. Verordening (EG) nr.
1452/2001 1453/2001 1454/2001 1785/2003 Deze verordening
Artikel 1 Artikel 1 Artikel 1 Artikel 1
Artikel 2 Artikel 2 Artikel 2 Artikel 2
Artikel 3, leden 1 tot en met 4 Artikel 3, leden 1 tot en met 4 Artikel 3, leden 1 tot en met 4 Artikel 3
Artikel 3, lid 5 Artikel 3, lid 5 Artikel 3, lid 5 Artikel 4
Artikel 5
Artikel 3, lid 6, derde alinea Artikel 6
Artikel 11, lid 3 Artikel 7
Artikel 3, lid 6, eerste en tweede alinea Artikel 3, lid 6, eerste en tweede alinea Artikel 3, lid 6, eerste en tweede alinea Artikel 8
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 25
Artikel 26
Artikel 27
Artikel 28
Artikel 30
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 17
Artikel 31
Artikel 21, leden 1 en 2 Artikel 33, leden 1 en 2 Artikel 19, leden 1 en 2 Artikel 16, leden 1 en 2
Artikel 21, lid 3 Artikel 33, lid 3 Artikel 16, lid 3
Artikel 33, lid 5 Artikel 16, lid 4
Artikel 21, lid 5 Artikel 33, lid 6 Artikel 19, lid 4 Artikel 16, lid 5
Artikel 24 Artikel 36 Artikel 22 Artikel 17, lid 1
Artikel 17, lid 2
Artikel 20 Artikel 32 Artikel 18
Artikel 8 Artikel 19, lid 1
Artikel 10 Artikel 19, lid 2
Artikel 12 Artikel 19, lid 3
Artikel 23 Artikel 20, leden 1 en 2
Artikel 10, lid 2 Artikel 15, lid 3 Artikel 20, lid 3
Artikel 15, lid 4 Artikel 20, lid 4
Artikel 7 Artikel 12 Artikel 21, leden 1 en 2
BIJLAGE II
De bijlagen I en VI bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 worden als volgt gewijzigd:
-
1)Bijlage I wordt vervangen door:
«BIJLAGE I
LIJST VAN DE STEUNREGELINGEN DIE VOLDOEN AAN DE CRITERIA VAN ARTIKEL 1
Sector Rechtsgrond Opmerkingen
Bedrijfstoeslag Titel III van deze verordening (*) Ontkoppelde betaling (zie bijlage VI)
Een enkele areaal- betaling Titel IV bis, artikel 143 ter, van deze verordening Ontkoppelde betaling ter vervanging van alle in deze bijlage bedoelde rechtstreekse betalingen
Durumtarwe Titel IV, hoofdstuk 1, van deze verordening Areaalsteun (kwaliteitspremie)
Eiwithoudende gewassen Titel IV, hoofdstuk 2, van deze verordening Areaalsteun
Rijst Titel IV, hoofdstuk 3, van deze verordening Areaalsteun
Schaalvruchten Titel IV, hoofdstuk 4, van deze verordening Areaalsteun
Energiegewassen Titel IV, hoofdstuk 5, van deze verordening Areaalsteun
Zetmeelaardappelen Titel IV, hoofdstuk 6, van deze verordening Productiesteun
Melk en zuivel- producten Titel IV, hoofdstuk 7, van deze verordening Melkpremie en extra betalingen
Akkerbouwgewassen in Finland en in bepaalde regio's van ZwedenTitel IV, hoofdstuk 8, van deze verordening
(**)(*****) Specifieke regionale steun voor akkerbouw- gewassen
Rundvlees Titel IV, hoofdstuk 12, van deze verordeningSpeciale premie(***), seizoencorrectiepremie, zoog-
(*****) koeienpremie (ook bij betaling voor vaarzen en inclusief de aanvullende nationale zoogkoeien- premie indien medegefinancierd)
(***
), slacht-
premie(***), extensiveringsbedrag en extra
betalingen
Zaaddragende leguminosen Titel IV, hoofdstuk 13, van deze verordeningAreaalsteun
(*****)
Specifieke soorten landbouw en kwaliteitsproductieArtikel 69 van deze verordening
(****)
Gedroogde voeder- gewassen Artikel 71, lid 2, tweede alinea, van deze verordening
(*****)
Regeling voor kleine landbouwers Artikel 2 bis van Verordening (EG)
nr. 1259/1999Areaalsteun die als overgangsmaatregel wordt verleend aan landbouwers die minder dan 1 250 euro ontvangen
Olijfolie Titel IV, hoofdstuk 10 ter, van deze verordening Areaalsteun
Zijderupsen Artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 845/72 Steun ter bevordering van de zijderupsenteelt
Bananen Artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 404/93 Productiesteun
Rozijnen en krenten Artikel 7, lid 1, van Verordening (EG)
Tabak Titel IV, hoofdstuk
10 quater, van deze verordeningProductiesteun
Hop Titel IV, hoofdstuk
10 quinquies, van deze verordening Areaalsteun
(***)(*****)
POSEI Titel III van Verordening (EG) nr. .../.... van de Raad Rechtstreekse betalingen in de zin van artikel 2, onder d), die worden uitgekeerd op grond van de in de programma's vastgestelde maatregelen
(******)
Eilanden in de Egeïsche Zee(**)(*****) Artikelen 6, 8, 11 Sectoren: rundvlees; aardappelen; olijven; honing
en 12 van Verordening (EEG) nr. 2019/93
Katoen Titel IV, hoofdstuk 10 bis, van deze verordening Areaalsteun
(*) Met ingang van 1 januari 2005, of later in geval van toepassing van artikel 71. Voor 2004, of later in geval van toepassing van
artikel 71, worden de in bijlage VI genoemde rechtstreekse betalingen, met uitzondering van die voor gedroogde voeder-
gewassen, opgenomen in bijlage I.
(**) In geval van toepassing van artikel 70.
(***) In geval van toepassing van artikel 66, 67, 68 of 68 bis.
(****) In geval van toepassing van artikel 69.
(*****) In geval van toepassing van artikel 71.
(*****) * PB L ... van ..., blz. ...»
-
2)Bijlage VI wordt vervangen door:
«BIJLAGE VI
LIJST VAN RECHTSTREEKSE BETALINGEN IN VERBAND MET DE BEDRIJFSTOESLAG
ALS BEDOELD IN ARTIKEL 33
Sector Rechtsgrond Opmerkingen
Akkerbouwgewassen Artikelen 2, 4 en 5 van Verordening (EG)
nr. 1251/1999Areaalsteun, met inbegrip van de braakleggings- betalingen, de kuilgrasbetalingen, de aanvullende bedragen
(*) en de toeslag en het specifieke steun-
bedrag voor durumtarwe
Aardappelzetmeel Artikel 8, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1766/92 Betaling aan landbouwers die voor de zetmeel- productie bestemde aardappelen produceren
Zaaddragende leguminosen Artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1577/96 Areaalsteun
Rijst Artikel 6 van Verordening (EG) nr. 3072/95 Areaalsteun
Zaaizaad (*) Artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 2358/71 Productiesteun
Rundvlees Artikelen 4, 5, 6, 10, 11, 13 en 14 van Verordening (EG)
nr. 1254/1999Speciale premie, seizoencorrectiepremie, zoog- koeienpremie (ook bij betaling voor vaarzen en inclusief de aanvullende nationale zoogkoeien- premie indien medegefinancierd), slachtpremie, extensiveringsbedrag en extra betalingen
Melk en zuivel- producten(**) Titel IV, hoofdstuk 7, van deze verordening Melkpremie en extra betalingen
Gedroogde voeder- gewassen Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 603/95 Steun voor verwerkte producten (zoals toegepast overeenkomstig bijlage VII, onder D, bij de onderhavige verordening)
Katoen Punt 3 van Protocol nr. 4 betreffende katoen bij de Akte van toetreding van GriekenlandSteun via de betaling voor niet-geëgreneerde katoen
Olijfolie Artikel 5 van Verordening nr. 136/66/EEG Productiesteun
Tabak Artikel 3 van Verordening (EEG)
nr. 2075/92 Productiesteun
Hop Artikel 12 van Verordening (EEG)
nr. 1696/71 Areaalsteun
Artikel 2 van Verordening (EG)
nr. 1098/98 Steun voor het tijdelijk uit productie nemen van hoppercelen
(*) Behalve in geval van toepassing van artikel 70.
(**) Vanaf 2007 behalve in geval van toepassing van artikel 62.»
_________________
| publication date | 23-06-2005 |
|---|---|
| reference | 10338/05 |
