Voorstel voor een verordening van de Raad houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie - Algemene oriëntatie - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute from science to society

Contents

enveloppe

Sharing

1.

Text

 

RAAD VANBrussel, 23 juni 2005 (18.08)

(OR. fr)

DE EUROPESE UNIEPUBLIC

10338/05

LIMITE

AGRI 169 AGRIFIN 44 POSEICAN 2 POSEIDOM 2 POSEIMA 2

Interinstitutioneel dossier:

2004/0247 (CNS)

NOTA

van:

de Groep ultraperifere gebieden

aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers

nr. vorig doc.: 7476/05 AGRI 94 AGRIFIN 21 POSEICAN 1 POSEIDOM 1 POSEIMA 1 15916/04 AGRI 335 AGRIFIN 111 POSEICAN 17 POSEIDOM 17 POSEIMA 19 15039/04 AGRI 310 AGRIFIN 104 POSEICAN 16 POSEIDOM 16 POSEIMA 18

nr. Comv.: 14126/04 AGRI 280 AGRIFIN 85 POSEICAN 15 POSEIDOM 15 POSEIMA 17

Betreft: Voorstel voor een verordening van de Raad houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie

  • Algemene oriëntatie

BIJLAGE

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied

ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 36,

artikel 37 1 en artikel 299, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's,

(1) De ultraperifere gebieden hebben ten opzichte van de bronnen voor hun voorziening met

producten die van essentieel belang zijn voor menselijke consumptie, voor verwerking of als

productiemiddel in de landbouw, een buitengewone geografische ligging die extra vervoers-

kosten tot gevolg heeft. Bovendien plaatsen objectieve factoren in verband met het insulaire

en ultraperifere karakter van de ultraperifere gebieden de marktdeelnemers en producenten in

die gebieden voor extra problemen die hun activiteiten sterk hinderen. In bepaalde gevallen

worden de marktdeelnemers en producenten geconfronteerd met een dubbele

insulariteit. Die hindernissen kunnen worden verkleind door verlaging van de prijzen van de

bedoelde producten van essentieel belang. Het verdient dan ook aanbeveling een specifieke

regeling in te stellen om de voorziening van de ultraperifere gebieden te garanderen en de

extra kosten te verlichten die het gevolg zijn van het afgelegen, insulaire en ultraperifere

karakter van die gebieden.

(2) Daartoe dient de invoer van bepaalde landbouwproducten uit derde landen in afwijking van

artikel 23 van het Verdrag te worden vrijgesteld van de geldende invoerrechten. Producten die

het voorwerp zijn geweest van actieve veredeling of opslag in douane-entrepot in het douane-

gebied van de Gemeenschap, moeten in verband met hun oorsprong en de douanebehandeling

waarin de communautaire voorschriften voor dergelijke producten voorzien, ten aanzien van

de toekenning van de voordelen van de specifieke voorzieningsregeling worden gelijkgesteld

met rechtstreeks ingevoerde producten.

(4) Omdat de hoeveelheden waarvoor de specifieke voorzieningsregeling geldt, beperkt blijven

tot de voorzieningsbehoeften van de ultraperifere gebieden, is deze regeling niet nadelig voor

het goed functioneren van de interne markt. Overigens mogen de economische voordelen van

de specifieke voorzieningsregeling geen verlegging van het handelsverkeer van de betrokken

producten tot gevolg hebben. Daarom dient verzending of uitvoer van die producten uit de

ultraperifere gebieden te worden verboden. Evenwel dient verzending of uitvoer van die

producten te worden toegestaan in het geval van terugbetaling van het dankzij de specifieke

voorzieningsregeling verkregen voordeel 1 of, wat verwerkte producten betreft, in het geval

van regionaal handelsverkeer of handelsverkeer tussen de twee Portugese ultraperifere

gebieden. Ook moet voor alle ultraperifere gebieden rekening worden gehouden met hun

traditionele handel met derde landen en dus moet de uitvoer van verwerkte producten die

overeenkomt met de traditionele uitvoer, voor al die gebieden worden toegestaan. Het

genoemde verbod dient evenmin te gelden voor de traditionele verzending van verwerkte

producten. Duidelijkheidshalve dient de referentieperiode voor de vaststelling van die

traditioneel uitgevoerde of verzonden hoeveelheden te worden gepreciseerd.

(5) Voor de voorziening van de Azoren en Madeira en van de Canarische eilanden met

C-suiker dient tijdens de in artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de

Raad 2 bedoelde periode de regeling van Verordening nr. 2177/1992 van de Commissie 3

inzake vrijstelling van invoerrechten, verder te worden toegepast.

(6) Voor de Canarische eilanden heeft tot dusver de specifieke voorzieningsregeling

(7) Ter verwezenlijking van de doelstellingen van de specifieke voorzieningsregeling moeten de

economische voordelen van die regeling worden doorberekend in de productiekosten en

moeten zij de prijzen tot in het stadium van de eindgebruiker doen dalen. Daarom dient de

toekenning van die voordelen afhankelijk te worden gesteld van de daadwerkelijke door-

berekening ervan en dient voor de nodige controles daarop te worden gezorgd.

(8) Het beleid van de Gemeenschap ten gunste van de lokale productie in de ultraperifere

gebieden heeft tot nu toe betrekking gehad op een veelheid van producten en op allerlei maat-

regelen om de productie, de afzet of de verwerking van die producten te bevorderen. Deze

maatregelen zijn doeltreffend gebleken en hebben ervoor gezorgd dat de betrokken land-

bouwactiviteiten zijn voortgezet en ontwikkeld. De Gemeenschap moet die productietakken,

die een fundamentele rol spelen in het milieu-, maatschappelijk en economisch evenwicht in

de ultraperifere gebieden, verder ondersteunen. De ervaring heeft geleerd dat, net zoals bij het

beleid inzake plattelandsontwikkeling, een sterker partnerschap met de plaatselijke

autoriteiten het mogelijk kan maken een duidelijker beeld te krijgen van de specifieke

problemen van de betrokken gebieden. Daarom dient de steun ten gunste van de lokale

productie te worden voortgezet via algemene programma's die worden opgesteld op het meest

geschikte geografische niveau en door de lidstaat ter goedkeuring aan de Commissie worden

voorgelegd.

(9) Voor een betere verwezenlijking van de doelstellingen op het gebied van de ontwikkeling van

de lokale landbouwproductie en de voorziening met landbouwproducten, is het dienstig het

(11) In Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor

plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw

(EOGFL) en tot wijziging en intrekking van een aantal verordeningen 1 is bepaald voor welke

maatregelen voor plattelandsontwikkeling communautaire steun kan worden verleend en aan

welke voorwaarden moet worden voldaan om die steun te kunnen verkrijgen. De structuur

van sommige landbouwbedrijven of verwerkende en handelsondernemingen in de ultra-

perifere gebieden schiet ernstig tekort en kampt met specifieke problemen. Daarom moet voor

bepaalde soorten van investeringen kunnen worden afgeweken van de bij Verordening (EG)

nr. 1257/1999 vastgestelde bepalingen die de verlening van bepaalde vormen van structurele

steun beperken.

(12) Bij artikel 29, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 is bepaald dat steun voor de bos-

bouw slechts wordt verleend voor bossen en gronden die eigendom zijn van particuliere

personen of verenigingen daarvan, of van gemeenten of verenigingen daarvan. Een deel van

de bossen en beboste oppervlakten in de ultraperifere gebieden is het eigendom van andere

overheden dan de gemeenten. Daarom dienen de beperkende bepalingen van het genoemde lid

voor die gebieden te worden versoepeld.

(13) Overeenkomstig artikel 24, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 zijn in de bijlage bij

die verordening de maximumbedragen per jaar vastgesteld die voor de communautaire agro-

milieusteun in aanmerking komen. In verband met de specifieke milieusituatie in sommige

(14) Van het vaste beleid van de Commissie geen bedrijfssteun van de staten toe te staan in de

sectoren van de productie, de verwerking en de afzet van de in bijlage I bij het Verdrag

genoemde landbouwproducten, kan worden afgeweken om de specifieke problemen te

verzachten die bij de landbouwproductie in de ultraperifere gebieden worden ondervonden

door de grote afstand, het insulaire en ultraperifere karakter, de kleine oppervlakte, het

moeilijk reliëf en klimaat en de economische afhankelijkheid van een klein aantal producten.

(15) In de Franse overzeese departementen (DOM) en op de Azoren en Madeira ondervindt de

landbouwproductie specifieke fytosanitaire problemen in verband met het klimaat en met het

feit dat de middelen voor bestrijding die er tot nog toe zijn aangewend, ontoereikend zijn.

Daarom is het belangrijk dat programma's voor de bestrijding van schadelijke organismen,

ook met behulp van biologische methoden, worden uitgevoerd en dat de financiële bijdrage

van de Gemeenschap voor de uitvoering van die programma's wordt vastgesteld.

(16) De wijnbouw is op Madeira en de Canarische Eilanden de meest verbreide teelt en is zeer

belangrijk voor de Azoren en om economische en milieuredenen is instandhouding van de

wijnbouw in die gebieden een absolute noodzaak. Om de productie te helpen ondersteunen

dienen in die gebieden de premies voor definitieve stopzetting en de marktmechanismen niet

van toepassing te zijn behalve, voor de Canarische Eilanden, de crisisdistillatie, die daar moet

kunnen worden toegepast bij een uitzonderlijke marktverstoring als gevolg van kwaliteits-

problemen. Ook hebben technische en sociaal-economische problemen de volledige

omschakeling binnen de gestelde termijn verhinderd van de wijnbouwarealen op Madeira en

(17) Op de Azoren is de herstructurering van de melksector nog niet voltooid. Om rekening te

houden met de sterke afhankelijkheid van de Azoren van de melkproductie, waarbij nog

andere problemen komen die verband houden met hun ultraperifere ligging en het ontbreken

van een rendabele vervangende productie, moet de afwijking worden bevestigd van sommige

bepalingen van Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vast-

stelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten 1, welke afwijking is ingevoerd

bij artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 van de Raad van 28 juni 2001 houdende

specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Azoren en

Madeira en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 1600/92 (Poseima) 2 en is

verlengd bij Verordening (EG) nr. 55/2004 van de Raad van 17 december 2003 tot wijziging

van Verordening (EG) nr. 1453/2001 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde land-

bouwproducten ten behoeve van de Azoren en Madeira en houdende intrekking van Verorde-

ning (EEG) nr. 1600/92 (Poseima) met betrekking tot de toepassing van de aanvullende

heffing in de sector melk en zuivelproducten op de Azoren.

(18) De steun voor de productie van melk op Madeira is niet voldoende geweest om het evenwicht

tussen de voorziening uit interne bronnen en die uit externe bronnen te bewaren, met name

doordat de betrokken sector met zware structurele problemen te kampen heeft en slechts in

geringe mate in staat is om positief op een nieuwe economische omgeving te reageren.

Bijgevolg moet, met het oog op een grotere dekking van de lokale consumptiebehoeften, de

productie van uit melkpoeder van communautaire oorsprong gereconstitueerde UHT-melk

verder worden toegestaan.

(20) De traditionele veeteeltactiviteiten dienen te worden ondersteund. Opdat in de lokale

consumptiebehoeften van de DOM en Madeira kan worden voorzien, moet worden toegestaan

dat onder bepaalde voorwaarden binnen een jaarlijks maximum mannelijke mestrunderen

zonder invoerrechten uit derde landen in die gebieden worden ingevoerd. De in het kader van

Verordening (EG) nr. 1782/2003 voor Portugal geopende mogelijkheid om rechten op de

zoogkoeienpremie van het vasteland naar de Azoren over te hevelen dient te worden

gehandhaafd en dit instrument moet worden aangepast aan de nieuwe aanpak van de steun-

verlening aan de ultraperifere gebieden.

(21) Op de Canarische Eilanden is de tabaksteelt altijd zeer belangrijk geweest. In economisch

opzicht is de tabaksindustrie nog steeds een van de grootste industriële bedrijfstakken van het

gebied. In sociaal-maatschappelijk opzicht is de tabaksteelt een zeer arbeidsintensieve bezig-

heid die wordt beoefend door kleine landbouwers. Deze teelt is echter niet rendabel genoeg en

dreigt te verdwijnen. Op het ogenblik wordt tabak namelijk nog slechts op een kleine opper-

vlakte op het eiland La Palma geproduceerd voor de ambachtelijke vervaardiging van sigaren.

Daarom moet Spanje worden toegestaan steun ter aanvulling van de communautaire steun te

blijven toekennen opdat deze traditionele teelt en de erop gebaseerde ambachtelijke activiteit

zich kunnen handhaven. Met het oog op instandhouding van de industriële productie van

tabaksfabrikaten dient voorts de invoer in de Canarische Eilanden van ruwe tabak en half-

fabrikaten van tabak binnen de grenzen van een jaarlijkse hoeveelheid van 20.000 ton

equivalent van gestripte ruwe tabak vrij van douanerechten te blijven.

(22) De toepassing van de onderhavige verordening mag geen afbreuk doen aan het niveau van de

specifieke steun die de ultraperifere gebieden tot dusver hebben ontvangen. Daarom moeten

de lidstaten voor de uitvoering van de noodzakelijke maatregelen beschikken over de

bedragen die overeenkomen met de steun die de Gemeenschap reeds heeft verleend op grond

van Verordening (EG) nr. 1452/2001 van de Raad van 28 juni 2001 houdende specifieke

maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Franse overzeese

departementen, houdende wijziging van Richtlijn 72/462/EEG en houdende intrekking van de

Verordeningen (EEG) nr. 525/77 en (EEG) nr. 3763/91 (Poseidom) 1, Verordening (EG)

nr. 1453/2001 en Verordening (EG) nr. 1454/2001 van de Raad van 28 juni 2001 houdende

specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Canarische

Eilanden en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 1601/92 (Poseican) 2, alsmede

over de bedragen die aan de in die gebieden gevestigde veehouders zijn toegekend op grond

van Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeen-

schappelijke ordening der markten in de sector rundvlees 3 en Verordening (EG) nr.

2529/2001 van de Raad van 19 december 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening

der markten in de sector schapen- en geitenvlees 4, over de bedragen die in die gebieden zijn

toegekend op grond van Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003

houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen 5, en over de

bedragen die op grond van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1785/2003 van de Raad van

29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt 6 zijn

toegekend voor de voorziening met rijst van het DOM Réunion. De bij de onderhavige

verordening ingestelde nieuwe steunregeling voor agrarische productietakken in de ultra-

(23) De Verordeningen (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001 en (EG) nr. 1454/2001 moeten

worden ingetrokken. Ook zijn, met het oog op coördinatie van de respectieve regelingen,

wijzigingen nodig van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003

tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse

steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van

bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen

(EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG)

nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71

en (EG) nr. 2529/2001 1, alsmede van Verordening (EG) nr. 1785/2003. De maatregelen die

nodig zijn voor de toepassing van deze verordening, moeten worden vastgesteld overeen-

komstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voor-

waarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden 2.

(24) De in deze verordening bedoelde programma's dienen te worden toegepast vanaf begin 2006.

Opdat de programma's dan meteen van start kunnen gaan, moeten de lidstaten en de

Commissie echter alle voorbereidende maatregelen kunnen treffen in de periode tussen de

datum van inwerkingtreding van deze verordening en de datum waarop zij van toepassing

wordt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

Onderwerp

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden specifieke maatregelen op landbouwgebied vastgesteld die de

gevolgen moeten ondervangen van het afgelegen, [...]insulaire en ultraperifere karakter, de kleine

oppervlakte, het reliëf en het moeilijke klimaat, en de afhankelijkheid van een klein aantal

producten van de in artikel 299, lid 2, van het Verdrag genoemde gebieden van de Unie, hierna de

"ultraperifere gebieden" genoemd.

TITEL II

Specifieke voorzieningsregeling

Artikel 2

Geraamde voorzieningsbalans

  • 1. 
    Voor de in bijlage I bij het Verdrag tot oprichting van de EG 1 genoemde landbouw-

producten 2 die in de ultraperifere gebieden van essentieel belang zijn voor menselijke

consumptie, voor de vervaardiging van andere producten of als productiemiddel in de land-

  • 2. 
    De jaarlijkse behoefte aan de in lid 1 bedoelde producten wordt gekwantificeerd in een

geraamde voorzieningsbalans. De behoeften van de ondernemingen waar producten worden

verpakt of verwerkt die bestemd zijn voor de plaatselijke markt, die traditioneel worden

verzonden naar de rest van de Gemeenschap of die worden uitgevoerd naar derde landen in

het kader van regionale of traditionele handel, kunnen worden geraamd in een afzonderlijke

voorzieningsbalans.

Artikel 3

Toepassing van de regeling

  • 1. 
    Bij de invoer in de ultraperifere gebieden van rechtstreeks uit derde landen afkomstige

producten die onder de specifieke voorzieningsregeling vallen, wordt binnen de grenzen van

de in de geraamde voorzieningsbalans vastgestelde hoeveelheden geen recht toegepast.

Producten die het voorwerp zijn geweest van actieve veredeling of opslag in douane-entrepot

in het douanegebied van de Gemeenschap, worden voor de toepassing van deze titel geacht

rechtstreeks uit derde landen te zijn ingevoerd.

  • 2. 
    Om in de overeenkomstig artikel 2, lid 2, vastgestelde behoeften te voorzien met inacht-

neming van de prijzen en van de kwaliteit en met behoud van het aandeel van de aanvoer uit

de Gemeenschap, wordt steun verleend voor de voorziening van de ultraperifere gebieden met

producten uit openbare voorraden die zijn ontstaan door de toepassing van communautaire

  • 3. 
    De specifieke voorzieningsregeling wordt zo ten uitvoer gelegd dat met name rekening wordt

gehouden met:

  • a) 
    de specifieke behoeften van de ultraperifere gebieden en, in het geval van producten

voor verwerking of om productiemiddelen voor de landbouw, de gestelde kwaliteits-

eisen;

  • b) 
    de handelsstromen uit en naar de rest van de Gemeenschap;
  • c) 
    het economische aspect van de voorgenomen steun.
  • 4. 
    Voorwaarde voor toepassing van de specifieke voorzieningsregeling is een daadwerkelijke

doorberekening tot de eindgebruiker van het economische voordeel dat uit de vrijstelling van

het invoerrecht of uit de steun voortvloeit.

Artikel 4

Uitvoer naar derde landen en verzending naar de rest van de Gemeenschap

  • 1. 
    Producten waarvoor de specifieke voorzieningsregeling wordt toegepast, mogen slechts onder

volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure vastgestelde voorwaarden worden

uitgevoerd 1 naar derde landen of verzonden naar de rest van de Gemeenschap.

Tot die voorwaarden behoort met name de betaling van de invoerrechten voor de in artikel 3,

lid 1, bedoelde producten of de terugbetaling van de op grond van de specifieke voorzienings-

regeling ontvangen steun voor de in artikel 3, lid 2, bedoelde producten.

  • 2. 
    De in lid 1 bedoelde beperking geldt niet voor producten die in de ultraperifere gebieden zijn

verwerkt met gebruikmaking van producten waarvoor de specifieke voorzieningsregeling is

toegepast, indien die verwerkte producten 1:

  • a) 
    worden uitgevoerd naar derde landen of verzonden naar de rest van de Gemeenschap

binnen de grenzen van de traditioneel uitgevoerde of verzonden hoeveelheden. De

Commissie stelt die hoeveelheden [...] volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde

procedure vast op basis van het gemiddelde van de in de jaren 1989, 1990 en 1991

uitgevoerde of verzonden hoeveelheden;

  • b) 
    in het kader van regionale handel worden uitgevoerd naar derde landen met inacht-

neming van de volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure vastgestelde

bestemmingen en voorwaarden;

  • c) 
    worden verzonden van de Azoren naar Madeira of omgekeerd.

Bij de uitvoer van die producten wordt geen restitutie toegekend.

Artikel 5

[...]

Artikel 6 1

Suiker

  • 1. 
    Tijdens de in artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad 2

bedoelde periode geldt voor C-suiker in de zin van artikel 13 van bovengenoemde

verordening, die overeenkomstig de bepalingen ter zake van Verordening (EEG)

nr. 2670/81 van de Commissie 3 is uitgevoerd en op Madeira of de Canarische eilanden

in de vorm van witte suiker van GN-code 1701 is ingevoerd om er te worden verbruikt

en in de vorm van ruwe suiker van GN-code 17011210 op de Azoren is ingevoerd om er

te worden geraffineerd en verbruikt, onder de voorwaarden van onderhavige verorde-

ning, de regeling inzake vrijstelling van invoerrechten binnen de grenzen van de in

artikel 2 bedoelde geraamde voorzieningsbalansen. 4

5

  • 2. 
    Wat de voorziening van de Azoren met ruwe suiker betreft, worden de behoeften geraamd

met inachtneming van de ontwikkeling van de lokale productie van suikerbieten. De hoeveel-

heden waarvoor de voorzieningsregeling geldt, worden zo bepaald dat op de Azoren jaarlijks

in totaal niet meer dan 10.000 ton suiker wordt geraffineerd.

Artikel 6 bis

Melkbereidingen

In afwijking van artikel 2 kunnen de Canarische eilanden in de periode van 1 januari 2006 tot

en met 31 december 2009 melkbereidingen van de GN-codes 1901 9099 en 2106 9092 bestemd

voor industriële verwerking blijven invoeren, 1 voor maximaal 800 ton per jaar, resp. 45 ton

per jaar. De voor de invoer uit de Gemeenschap verleende steun met betrekking tot deze twee

producten bedraagt respectievelijk ten hoogste 210 euro per ton en 59 euro per ton en blijft

binnen de in artikel 24 vastgestelde grens.

Artikel 7

Invoer van rijst in Réunion

Bij invoer in het Franse overzeese departement Réunion van producten van de GN-codes 1006 10

en 1006 40 00 die bestemd zijn om daar te worden verbruikt, wordt geen douanerecht geheven.

Artikel 8

Uitvoeringsbepalingen voor de regeling

De uitvoeringsbepalingen voor deze titel worden vastgesteld volgens de in artikel 26, lid 2,

bedoelde procedure. Deze uitvoeringsbepalingen betreffen met name de voorwaarden waaronder de

lidstaten een wijziging kunnen aanbrengen in de producthoeveelheden en in de bestemming van de

TITEL III

Maatregelen ten gunste van de lokale landbouwproductie

Artikel 9

Steunprogramma's

  • 1. 
    Er worden communautaire programma's 1 voor steun aan de ultraperifere gebieden vast-

gesteld die specifieke maatregelen bevatten ten gunste van de lokale agrarische productie-

takken die onder het toepassingsgebied van titel II van het derde deel van het EG-Verdrag

vallen.

  • 2. 
    De communautaire steunprogramma's worden opgesteld op het geografische niveau dat door

de betrokken lidstaat het meest geschikt wordt geacht. Zij worden uitgewerkt door de door

deze lidstaten aangewezen bevoegde autoriteiten en worden aan de Commissie voorgelegd

nadat de bevoegde autoriteiten en organisaties op het passende geografische niveau zijn

geraadpleegd.

  • 3. 
    Voor elk ultraperifeer gebied kan een enkel communautair steunprogramma worden

ingediend.

Artikel 10

Maatregelen

Artikel 11 1

Verenigbaarheid en coherentie

  • 1. 
    De in het kader van de steunprogramma's genomen maatregelen moeten in overeenstemming

zijn met het Gemeenschapsrecht en moeten stroken met de andere communautaire beleids-

takken en de maatregelen ter uitvoering daarvan.

  • 2. 
    Er moet met name worden toegezien op de samenhang van de in het kader van de steun-

programma's genomen maatregelen met de maatregelen ter uitvoering van andere

instrumenten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, met name de gemeenschappelijke

marktordeningen, plattelandsontwikkeling, de kwaliteit van de producten, dierenwelzijn en

milieubescherming.

Op grond van deze verordening kan met name geen enkele maatregel worden gefinancierd om

steun te verlenen:

  • a) 
    ter aanvulling van steun op grond van de in het kader van een gemeenschappelijke

marktordening ingestelde premie- of steunregelingen, tenzij aan de hand van objectieve

criteria wordt aangetoond dat een uitzondering noodzakelijk is;

  • b) 
    voor onderzoeksprojecten, voor maatregelen ter ondersteuning van onderzoeksprojecten

of voor maatregelen die voor communautaire financiering in aanmerking komen op

Artikel 12

Inhoud van de communautaire steunprogramma's

Elk communautair steunprogramma bevat:

  • a) 
    een mede op de beschikbare evaluatieresultaten gebaseerde gekwantificeerde beschrijving van

de situatie op het gebied van de betrokken landbouwproductie waarin aandacht wordt besteed

aan de verschillen, achterstanden en ontwikkelingsmogelijkheden, en een overzicht van de

financiële middelen die zijn aangewend voor en de voornaamste resultaten die zijn behaald

met de acties welke zijn ondernomen op grond van de Verordeningen [...] nr. 1452/2001,

(EG) nr. 1453/2001 en (EG) nr. 1454/2001;

  • b) 
    een beschrijving van de voorgestelde strategie, de gekozen prioriteiten en de gekwantificeerde

doelstellingen, alsmede een beoordeling waarin wordt aangegeven welke economische,

milieu- en sociaal-maatschappelijke effecten, met inbegrip van de werkgelegenheidseffecten,

worden verwacht;

  • c) 
    een beschrijving van de overwogen maatregelen, en met name van de steunregelingen om het

programma ten uitvoer te leggen, alsmede in voorkomend geval informatie over de behoeften

op het gebied van studies, van demonstratieprojecten en van opleiding en technische bijstand

met betrekking tot de voorbereiding, toepassing of aanpassing van de betrokken maatregelen;

  • f) 
    de regelingen om voor een doeltreffende en adequate uitvoering van het programma te

zorgen, met inbegrip van de regelingen inzake publiciteit, toezicht en evaluatie, alsmede de

definitie van de voor de evaluatie te gebruiken gekwantificeerde indicatoren en de bepalingen

inzake controle en sancties;

  • g) 
    de aanwijzing van de bevoegde autoriteiten en van de voor de uitvoering van het programma

verantwoordelijke instanties en de aanwijzing op de geschikte niveaus van de erbij te

betrekken autoriteiten of instanties en van de sociaal-economische partners, alsmede de

resultaten van het gepleegde overleg.

Artikel 13

[...]

Artikel 14

Toezicht

De procedures en de fysieke en financiële indicatoren om voor een doeltreffend toezicht op de uit-

voering van de communautaire steunprogramma's te zorgen, worden vastgesteld volgens de in

artikel 26, lid 2, bedoelde procedure.

TITEL IV

Begeleidende maatregelen

Artikel 15

Logo

  • 1. 
    Er wordt een logo ingevoerd dat ruimere bekendheid moet geven aan de al dan niet verwerkte

kwaliteitsproducten van de landbouw die specifiek zijn voor de ultraperifere gebieden, en dat

het verbruik van die producten moet vergroten.

  • 2. 
    De voorwaarden voor het gebruik van het in lid 1 bedoelde logo worden voorgesteld door de

betrokken beroepsorganisaties. De nationale autoriteiten leggen de voorstellen, vergezeld van

hun advies, ter goedkeuring aan de Commissie voor.

Het gebruik van het logo wordt gecontroleerd door een overheidsinstantie of door een

organisatie die door de bevoegde nationale autoriteiten is erkend.

Artikel 16

Plattelandsontwikkeling

  • 1. 
    In afwijking van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 bedraagt voor de ultraperifere
  • 2. 
    In afwijking van artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 bedraagt voor de ultra-

perifere gebieden de totale steun voor investeringen in ondernemingen die landbouw-

producten verwerken en afzetten welke hoofdzakelijk van lokale productie afkomstig zijn en

behoren tot sectoren die nader moeten worden bepaald in de programmacomplementen

bedoeld in artikel 18, lid 3, en artikel 19, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1260/1999, ten

hoogste 65% van het subsidiabele investeringsvolume. Voor kleine en middelgrote onder-

nemingen bedraagt de betrokken totale steun onder dezelfde voorwaarden ten hoogste 75%

van het subsidiabele investeringsvolume.

  • 3. 
    De bij artikel 29, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 vastgestelde beperking geldt niet

voor tropische of subtropische bossen en beboste oppervlakten op het grondgebied van de

DOM, de Azoren en Madeira 1.

  • 4. 
    In afwijking van artikel 24, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 kunnen de in de

bijlage bij die verordening vastgestelde maximumbedragen per jaar die voor communautaire

steun in aanmerking komen, tot het dubbele worden verhoogd voor de maatregel ter

bescherming van de meren op de Azoren en voor de maatregel tot behoud van het landschap

en van de traditionele kenmerken van landbouwgronden, waaronder met name de stenen

steunmuren van de terrassen op Madeira.

  • 5. 
    De op grond van het onderhavige artikel overwogen maatregelen worden in voorkomend

Artikel 17

Staatssteun

  • 1. 
    Met betrekking tot de in bijlage I bij het Verdrag genoemde landbouwproducten waarvoor de

artikelen 87, 88 en 89 van het Verdrag van toepassing zijn, kan de Commissie toestaan dat in

de sectoren productie, verwerking en afzet van die producten bedrijfssteun wordt verleend ter

verlichting van de problemen bij de landbouwproductie die specifiek zijn voor de ultraperifere

gebieden en verband houden met het afgelegen, insulaire en ultraperifere karakter van die

gebieden.

  • 2. 
    De lidstaten kunnen een aanvullende financiering toekennen voor de uitvoering van de in

titel III bedoelde communautaire steunprogramma's. In dat geval moet de staatssteun

overeenkomstig deze verordening door de lidstaten worden gemeld en door de Commissie

worden goedgekeurd als onderdeel van die programma's. De aldus gemelde steun wordt

geacht te zijn gemeld in de zin van artikel 88, lid 3, eerste zin, van het Verdrag.

Artikel 18

Fytosanitaire programma's

  • 1. 
    Frankrijk en Portugal dienen bij de Commissie programma's in om respectievelijk in de
  • 3. 
    Besluiten over de toekenning van de in lid 2 bedoelde financiële bijdrage van de Gemeen-

schap en over het bedrag daarvan worden genomen volgens de in artikel 26, lid 3, bedoelde

procedure. Volgens dezelfde procedure wordt bepaald welke maatregelen voor communau-

taire financiering in aanmerking komen.

Die bijdrage kan tot 60% van de subsidiabele uitgaven in de DOM, en tot 75% van de

subsidiabele uitgaven op de Azoren en Madeira belopen. Zij wordt betaald op basis van de

door Frankrijk en Portugal ingediende documenten. Zo nodig kan de Commissie een onder-

zoek organiseren en voor haar rekening laten uitvoeren door deskundigen in de zin van artikel

21 van Richtlijn 2000/29/EG van de Raad 1.

Artikel 19

Wijn

  • 1. 
    Titel II, hoofdstuk II, en titel III, hoofdstukken I en II, van Verordening (EG) nr. 1493/1999

van de Raad 2 en hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1227/2000 van de Commissie 3 zijn

niet van toepassing op de Azoren en Madeira.

  • 2. 
    In afwijking van artikel 19, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 mogen de op de

Azoren en Madeira geoogste druiven van de op de eigen onderstam groeiende hybride wijn-

stokrassen waarvan de teelt is verboden (Noah, Othello, Isabelle, Jacquez, Clinton en

Elk jaar stelt Portugal de Commissie in kennis van de vorderingen met de omschakeling en

herstructurering van de arealen die zijn beplant met op de eigen onderstam groeiende hybride

wijnstokrassen waarvan de teelt is verboden.

  • 3. 
    Titel II, hoofdstuk II, en titel III van Verordening (EG) nr. 1493/1999 en hoofdstuk III van

Verordening (EG) nr. 1227/2000 zijn niet van toepassing op de Canarische Eilanden, met uit-

zondering van de in artikel 30 van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bedoelde crisisdistillatie

in het geval van een uitzonderlijke marktverstoring als gevolg van kwaliteitsproblemen.

Artikel 20

Melk

  • 1. 
    Met ingang van het melkprijsjaar 1999/2000 worden voor het omslaan van de extra heffing

over de in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1788/2003 bedoelde producenten slechts die op

de Azoren gevestigde en producerende producenten in de zin van artikel 5, onder c), van die

verordening geacht tot de overschrijding te hebben bijgedragen, die grotere hoeveelheden op

de markt brengen dan hun referentiehoeveelheid, verhoogd met het in de derde alinea van het

onderhavige lid bedoelde percentage.

De extra heffing is verschuldigd voor de hoeveelheden die de aldus met het bovenbedoelde

percentage verhoogde referentiehoeveelheid te boven gaan nadat de ongebruikt gebleven

Het in de eerste alinea bedoelde percentage is gelijk aan de verhouding tussen enerzijds de

hoeveelheid van respectievelijk 73 000 ton voor de melkprijsjaren 1999/2000 tot en met

2004/2005 en 23 000 ton vanaf het melkprijsjaar 2005/2006, en anderzijds de som van de op

31 maart 2000 op de onderscheiden bedrijven beschikbare referentiehoeveelheden. Het wordt

slechts toegepast op de op 31 maart 2000 op het bedrijf beschikbare referentiehoeveelheden.

  • 2. 
    De op de markt gebrachte hoeveelheden melk of melkequivalent die de referentie-

hoeveelheden te boven gaan maar binnen de grenzen van het in lid 1 bedoelde percentage

blijven na de in dat lid bedoelde herverdeling, worden niet meegerekend voor de constatering

van een eventuele overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1788/2003 berekende

overschrijding door Portugal.

  • 3. 
    De bij Verordening (EG) nr. 1788/2003 ingestelde regeling inzake een heffing ten laste van de

producenten van koemelk geldt niet in de DOM en geldt, binnen de grenzen van een lokale

productie van 4 000 ton melk, niet op Madeira.

  • 4. 
    In afwijking van de artikelen 2 en 3 van Verordening (EG) nr. 2597/97 1 van de Raad is

binnen de grenzen van de behoeften voor lokale consumptie de productie van uit melkpoeder

van communautaire oorsprong gereconstitueerde UHT-melk op Madeira toegestaan voorzover

deze maatregel garandeert dat de lokaal geproduceerde melk wordt opgehaald en afgezet. Dit

product is uitsluitend bestemd voor plaatselijk verbruik.

De bepalingen ter uitvoering van dit lid worden vastgesteld volgens de in artikel 26, lid 2,

bedoelde procedure. In die bepalingen wordt met name voorgeschreven welke hoeveelheid

lokaal geproduceerde verse melk moet worden verwerkt in de in de eerste alinea bedoelde

gereconstitueerde UHT-melk 2.

Artikel 21

Veehouderij

  • 1. 
    Totdat in de DOM en op Madeira het bestand van lokale jonge mannelijke runderen een

niveau bereikt dat voldoende is voor de instandhouding en de ontwikkeling van de lokale

vleesproductie, bestaat de mogelijkheid om runderen van oorsprong uit derde landen die

bestemd zijn voor verbruik in de DOM en op Madeira, aldaar voor het mesten ter plaatse in te

voeren zonder dat de in artikel 30 van Verordening (EG) nr. 1254/1999 bedoelde douane-

rechten worden toegepast.

  • 2. 
    De aantallen dieren waarvoor de in lid 1 bedoelde vrijstelling geldt, worden bepaald wanneer

in het licht van de ontwikkeling van de lokale productie wordt aangetoond dat invoer nood-

zakelijk is. Die aantallen en de bepalingen ter uitvoering van dit artikel, die met name de

minimumduur van de mestperiode betreffen, worden volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde

procedure vastgesteld. De betrokken dieren zijn bij voorrang bestemd voor de producenten

van wie de mestdieren voor ten minste 50% van lokale oorsprong zijn.

  • 3. 
    Portugal mag in geval van toepassing van artikel 67 en artikel 68, lid 2, onder a), punt i), van

Verordening (EG) nr. 1782/2003 het nationale maximum voor de rechten op de betalingen

voor schapen en geiten en op de zoogkoeienpremie verlagen. In dit geval wordt het

betrokken bedrag volgens de in artikel 26, lid 2, van de onderhavige verordening bedoelde

procedure overgeheveld van de ter uitvoering van [...] de genoemde bepalingen vast-

gestelde maxima naar de bij artikel 24, lid 2, tweede streepje, van de onderhavige verordening

vastgestelde financiële toewijzing.

Artikel 22 1

Staatssteun voor de tabaksproductie

Spanje kan op de Canarische Eilanden steun voor de tabaksproductie verlenen ter aanvulling van de

bij titel I van Verordening (EEG) nr. 2075/92 van de Raad2 ingestelde premie. De toekenning van

deze steun mag niet leiden tot discriminatie tussen telers op de Canarische Eilanden.

Artikel 23

Vrijstelling van douanerechten voor tabak

  • 1. 
    Geen douanerecht wordt toegepast bij rechtstreekse invoer in de Canarische Eilanden van

ruwe tabak en halffabrikaten van tabak van respectievelijk:

  • a) 
    GN-code 2401,
  • b) 
    de volgende posten:
  • 2401 10 ruwe, ongestripte tabak,
  • 2401 20 ruwe, gestripte tabak,
  • ex 2401 20 dekblad voor sigaren, op drager, opgerold, bestemd voor gebruik in

tabaksfabrikaten,

  • 2401 30 afvallen van tabak,
  • ex 24 02 10 onafgewerkte sigaren zonder dekblad, 1
  • ex 2403 10 gesneden tabak (definitieve tabaksmengsels voor de vervaardiging van

sigaretten, cigarillo's en sigaren),

  • ex 2403 91 "gehomogeniseerde" of "gereconstitueerde" tabak, ook in de vorm van

vellen of repen,

  • ex 2403 99 geëxpandeerde tabak.

De in de eerste alinea bedoelde vrijstelling geldt voor producten voor de lokale vervaardiging

van tabaksfabrikaten binnen de grenzen van een jaarlijkse invoer van 20 000 ton equivalent

TITEL V

Financiële bepalingen

Artikel 24 1

Financiële toewijzing

  • 1. 
    De maatregelen op grond van deze verordening, met uitzondering van de in artikel 16 2

bedoelde maatregelen, zijn interventies ter regulering van de landbouwmarkten in de zin van

artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad 3.

  • 2. 
    De in de titels II en III van de onderhavige verordening bedoelde maatregelen worden door de

Gemeenschap gefinancierd ten belope van de volgende jaarbedragen:

  • voor de DOM: 84,7 miljoen euro,
  • voor de Azoren en Madeira: 77,3 miljoen euro,
  • voor de Canarische Eilanden: 127,3 miljoen euro 4.
  • 3. 
    Voor de in titel II bedoelde programma's kunnen jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen 1

worden toegewezen:

  • voor de DOM: 20,7 miljoen euro,
  • voor de Azoren en Madeira: 17,7 miljoen euro,
  • voor de Canarische Eilanden: 72,7 miljoen euro.

2

TITEL VI

ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 24 bis

  • 1. 
    De lidstaten dienen uiterlijk op 31 oktober 2005 bij de Commissie een 3 ontwerp van

voorzieningsprogramma in dat binnen de in artikel 24, leden 2 en 3, bepaalde financiële

toewijzing blijft.

Het ontwerp van voorzieningsprogramma bevat een ontwerp van geraamde voor-

zieningsbalans met opgave van de producten, de producthoeveelheden en de steun-

bedragen voor de voorziening vanuit de Gemeenschap, alsmede een ontwerp-

  • 2. 
    De voorgestelde programma's worden volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure

door de Commissie beoordeeld en uiterlijk binnen vier 1 maanden na de indiening ervan

goedgekeurd.

  • 3. 
    De programma's zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2006.

Artikel 25

Uitvoeringsbepalingen

De maatregelen ter uitvoering van deze verordening worden vastgesteld volgens de in artikel 26,

lid 2, bedoelde procedure. Zij omvatten met name:

  • de voorwaarden waaronder de lidstaten 2 de producthoeveelheden en de omvang van de

voorzieningssteun, alsmede de steunmaatregelen of de bestemming van de voor steun

voor de lokale productie uitgetrokken middelen kunnen wijzigen;

  • de [...] bepalingen betreffende de minimumeisen voor de controles en de sancties die

door de lidstaten moeten worden toegepast.

3

Artikel 26

Comité van beheer

  • 1. 
    De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 144 van Verordening (EG) nr. 1782/2003

ingestelde Comité van beheer voor rechtstreekse betalingen, behalve in het geval van

artikel 16 van de onderhavige verordening, voor de uitvoering waarvan de Commissie wordt

bijgestaan door het bij artikel 50 van Verordening (EG) nr. 1260/1999 ingestelde Comité voor

de landbouwstructuur en de plattelandsontwikkeling en in het geval van artikel 18, voor de

uitvoering waarvan de Commissie wordt bijgestaan door het bij Besluit 76/894/EEG 1

ingestelde Permanent Plantenziektekundig Comité.

  • 2. 
    Wanneer naar het onderhavige lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van

Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op één

maand.

  • 3. 
    Wanneer naar het onderhavige lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van

Besluit 1999/468/EG van toepassing.

Artikel 27

Nationale maatregelen

De lidstaten stellen de maatregelen vast die nodig zijn om de naleving van deze verordening te

waarborgen, waaronder met name de controlemaatregelen en de administratieve sancties, en zij

stellen de Commissie daarvan in kennis.

Artikel 28 1

Mededelingen en verslagen

  • 1. 
    Uiterlijk op 15 februari van elk jaar delen de lidstaten de Commissie mee welke aan hen

beschikbaar gestelde kredieten zij voornemens zijn uit te geven voor de uitvoering in het

volgende jaar van de programma's waarin deze verordening voorziet.

  • 2. 
    Uiterlijk op 30 juni van elk jaar dienen de lidstaten bij de Commissie een verslag in over de

toepassing in het vorige jaar van de maatregelen waarin deze verordening voorziet.

  • 3. 
    Uiterlijk op 31 december 2009 en vervolgens om de vijf jaar dient de Commissie bij het

Europees Parlement en de Raad een algemeen verslag in waarin het effect van de op grond

van deze verordening uitgevoerde acties wordt beschreven en dat indien nodig vergezeld gaat

van passende voorstellen.

Artikel 29

Intrekkingen

De Verordeningen (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001 en (EG) nr. 1454/2001 worden

ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordeningen gelden als verwijzingen naar de onderhavige

verordening en moeten worden gelezen volgens de in bijlage I opgenomen concordantietabel.

Artikel 29 bis

Overgangsmaatregelen

De Commissie kan volgens de procedure van artikel 26, lid 2, de overgangsmaatregelen

vaststellen die nodig zijn om een soepele overgang te waarborgen van de tijdens het jaar 2005

geldende regeling naar de regeling die voortvloeit uit de bij deze verordening vastgestelde

maatregelen.

Artikel 30

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1782/2003

Verordening (EG) nr. 1782/2003 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1) 
    Artikel 70 wordt als volgt gewijzigd:
  • b) 
    Lid 2, eerste alinea, wordt vervangen door:

«2. Onverminderd het bepaalde in artikel 6, lid 2, van Verordening (EEG)

nr. 2019/93, verlenen de lidstaten de in lid 1 van het onderhavige artikel bedoelde

rechtstreekse betalingen binnen de grenzen van de overeenkomstig artikel 64,

lid 2, van de onderhavige verordening vastgestelde maxima onder de voorwaarden

die zijn vastgesteld in titel IV, hoofdstukken 3, 6 en 7 tot en met 13, van de

onderhavige verordening, respectievelijk in artikel 6 van Verordening (EEG)

nr. 2019/93.».

  • 2) 
    In artikel 71, lid 2, wordt de eerste alinea vervangen door:

«Onverminderd het bepaalde in artikel 70, lid 2, van de onderhavige verordening, past de

betrokken lidstaat gedurende de overgangsperiode de in bijlage VI bij de onderhavige

verordening genoemde rechtstreekse betalingen toe onder de voorwaarden die zijn vastgesteld

in titel IV, hoofdstukken 3, 6 en 7 tot en met 13, van de onderhavige verordening,

respectievelijk in artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 2019/93, en binnen de grenzen van het

volgens de in artikel 144, lid 2, van de onderhavige verordening bedoelde procedure voor elk

van die rechtstreekse betalingen vastgestelde begrotingsmaximum dat overeenkomt met het

aandeel van de betrokken rechtstreekse betaling in het in artikel 41 van de onderhavige

verordening bedoelde nationale maximum.».

  • 3) 
    De bijlagen I en VI worden gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij de onderhavige

Artikel 32

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in

het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2006. De artikelen 1 24 bis, 25 en 26 zijn evenwel

van toepassing met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

___________________

BIJLAGE I

[...]

BIJLAGE I

CONCORDANTIETABEL

Verordening (EG) nr. Verordening (EG) nr. Verordening (EG) nr. Verordening (EG) nr.

1452/2001 1453/2001 1454/2001 1785/2003 Deze verordening

Artikel 1 Artikel 1 Artikel 1 Artikel 1

Artikel 2 Artikel 2 Artikel 2 Artikel 2

Artikel 3, leden 1 tot en met 4 Artikel 3, leden 1 tot en met 4 Artikel 3, leden 1 tot en met 4 Artikel 3

Artikel 3, lid 5 Artikel 3, lid 5 Artikel 3, lid 5 Artikel 4

Artikel 5

Artikel 3, lid 6, derde alinea Artikel 6

Artikel 11, lid 3 Artikel 7

Artikel 3, lid 6, eerste en tweede alinea Artikel 3, lid 6, eerste en tweede alinea Artikel 3, lid 6, eerste en tweede alinea Artikel 8

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 25

Artikel 26

Artikel 27

Artikel 28

Artikel 30

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 17

Artikel 31

Artikel 21, leden 1 en 2 Artikel 33, leden 1 en 2 Artikel 19, leden 1 en 2 Artikel 16, leden 1 en 2

Artikel 21, lid 3 Artikel 33, lid 3 Artikel 16, lid 3

Artikel 33, lid 5 Artikel 16, lid 4

Artikel 21, lid 5 Artikel 33, lid 6 Artikel 19, lid 4 Artikel 16, lid 5

Artikel 24 Artikel 36 Artikel 22 Artikel 17, lid 1

Artikel 17, lid 2

Artikel 20 Artikel 32 Artikel 18

Artikel 8 Artikel 19, lid 1

Artikel 10 Artikel 19, lid 2

Artikel 12 Artikel 19, lid 3

Artikel 23 Artikel 20, leden 1 en 2

Artikel 10, lid 2 Artikel 15, lid 3 Artikel 20, lid 3

Artikel 15, lid 4 Artikel 20, lid 4

Artikel 7 Artikel 12 Artikel 21, leden 1 en 2

BIJLAGE II

De bijlagen I en VI bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 worden als volgt gewijzigd:

  • 1) 
    Bijlage I wordt vervangen door:

«BIJLAGE I

LIJST VAN DE STEUNREGELINGEN DIE VOLDOEN AAN DE CRITERIA VAN ARTIKEL 1

Sector Rechtsgrond Opmerkingen

Bedrijfstoeslag Titel III van deze verordening (*) Ontkoppelde betaling (zie bijlage VI)

Een enkele areaal- betaling Titel IV bis, artikel 143 ter, van deze verordening Ontkoppelde betaling ter vervanging van alle in deze bijlage bedoelde rechtstreekse betalingen

Durumtarwe Titel IV, hoofdstuk 1, van deze verordening Areaalsteun (kwaliteitspremie)

Eiwithoudende gewassen Titel IV, hoofdstuk 2, van deze verordening Areaalsteun

Rijst Titel IV, hoofdstuk 3, van deze verordening Areaalsteun

Schaalvruchten Titel IV, hoofdstuk 4, van deze verordening Areaalsteun

Energiegewassen Titel IV, hoofdstuk 5, van deze verordening Areaalsteun

Zetmeelaardappelen Titel IV, hoofdstuk 6, van deze verordening Productiesteun

Melk en zuivel- producten Titel IV, hoofdstuk 7, van deze verordening Melkpremie en extra betalingen

Akkerbouwgewassen in Finland en in bepaalde regio's van ZwedenTitel IV, hoofdstuk 8, van deze verordening

(**)(*****) Specifieke regionale steun voor akkerbouw- gewassen

Rundvlees Titel IV, hoofdstuk 12, van deze verordeningSpeciale premie(***), seizoencorrectiepremie, zoog-

(*****) koeienpremie (ook bij betaling voor vaarzen en inclusief de aanvullende nationale zoogkoeien- premie indien medegefinancierd)

(***

), slacht-

premie(***), extensiveringsbedrag en extra

betalingen

Zaaddragende leguminosen Titel IV, hoofdstuk 13, van deze verordeningAreaalsteun

(*****)

Specifieke soorten landbouw en kwaliteitsproductieArtikel 69 van deze verordening

(****)

Gedroogde voeder- gewassen Artikel 71, lid 2, tweede alinea, van deze verordening

(*****)

Regeling voor kleine landbouwers Artikel 2 bis van Verordening (EG)

nr. 1259/1999Areaalsteun die als overgangsmaatregel wordt verleend aan landbouwers die minder dan 1 250 euro ontvangen

Olijfolie Titel IV, hoofdstuk 10 ter, van deze verordening Areaalsteun

Zijderupsen Artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 845/72 Steun ter bevordering van de zijderupsenteelt

Bananen Artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 404/93 Productiesteun

Rozijnen en krenten Artikel 7, lid 1, van Verordening (EG)

nr. 2201/96Areaalsteun

Tabak Titel IV, hoofdstuk

10 quater, van deze verordeningProductiesteun

Hop Titel IV, hoofdstuk

10 quinquies, van deze verordening Areaalsteun

(***)(*****)

POSEI Titel III van Verordening (EG) nr. .../.... van de Raad Rechtstreekse betalingen in de zin van artikel 2, onder d), die worden uitgekeerd op grond van de in de programma's vastgestelde maatregelen

(******)

Eilanden in de Egeïsche Zee(**)(*****) Artikelen 6, 8, 11 Sectoren: rundvlees; aardappelen; olijven; honing

en 12 van Verordening (EEG) nr. 2019/93

Katoen Titel IV, hoofdstuk 10 bis, van deze verordening Areaalsteun

(*) Met ingang van 1 januari 2005, of later in geval van toepassing van artikel 71. Voor 2004, of later in geval van toepassing van

artikel 71, worden de in bijlage VI genoemde rechtstreekse betalingen, met uitzondering van die voor gedroogde voeder-

gewassen, opgenomen in bijlage I.

(**) In geval van toepassing van artikel 70.

(***) In geval van toepassing van artikel 66, 67, 68 of 68 bis.

(****) In geval van toepassing van artikel 69.

(*****) In geval van toepassing van artikel 71.

(*****) * PB L ... van ..., blz. ...»

  • 2) 
    Bijlage VI wordt vervangen door:

«BIJLAGE VI

LIJST VAN RECHTSTREEKSE BETALINGEN IN VERBAND MET DE BEDRIJFSTOESLAG

ALS BEDOELD IN ARTIKEL 33

Sector Rechtsgrond Opmerkingen

Akkerbouwgewassen Artikelen 2, 4 en 5 van Verordening (EG)

nr. 1251/1999Areaalsteun, met inbegrip van de braakleggings- betalingen, de kuilgrasbetalingen, de aanvullende bedragen

(*) en de toeslag en het specifieke steun-

bedrag voor durumtarwe

Aardappelzetmeel Artikel 8, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1766/92 Betaling aan landbouwers die voor de zetmeel- productie bestemde aardappelen produceren

Zaaddragende leguminosen Artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1577/96 Areaalsteun

Rijst Artikel 6 van Verordening (EG) nr. 3072/95 Areaalsteun

Zaaizaad (*) Artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 2358/71 Productiesteun

Rundvlees Artikelen 4, 5, 6, 10, 11, 13 en 14 van Verordening (EG)

nr. 1254/1999Speciale premie, seizoencorrectiepremie, zoog- koeienpremie (ook bij betaling voor vaarzen en inclusief de aanvullende nationale zoogkoeien- premie indien medegefinancierd), slachtpremie, extensiveringsbedrag en extra betalingen

Melk en zuivel- producten(**) Titel IV, hoofdstuk 7, van deze verordening Melkpremie en extra betalingen

Gedroogde voeder- gewassen Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 603/95 Steun voor verwerkte producten (zoals toegepast overeenkomstig bijlage VII, onder D, bij de onderhavige verordening)

Katoen Punt 3 van Protocol nr. 4 betreffende katoen bij de Akte van toetreding van GriekenlandSteun via de betaling voor niet-geëgreneerde katoen

Olijfolie Artikel 5 van Verordening nr. 136/66/EEG Productiesteun

Tabak Artikel 3 van Verordening (EEG)

nr. 2075/92 Productiesteun

Hop Artikel 12 van Verordening (EEG)

nr. 1696/71 Areaalsteun

Artikel 2 van Verordening (EG)

nr. 1098/98 Steun voor het tijdelijk uit productie nemen van hoppercelen

(*) Behalve in geval van toepassing van artikel 70.

(**) Vanaf 2007 behalve in geval van toepassing van artikel 62.»

_________________

2.

Original view

afbeelding document
 
 

3.

More information

29 nov
'00
COM(2000)791 - Specific measures for certain agricultural products for the French overseas departments


29 nov
'00
COM(2000)791 - Specific measures for certain agricultural products for the Canary Islands


4 okt
'00
COM(2000)604 - Common organisation of the markets in the sugar sector


16 jul
'98
COM(1998)370 - Common organization of the market in wine


24 jun
'98
COM(1998)380 - Procedures for the exercise of implementing powers conferred on the Commission


20 apr
'98
COM(1998)235 - Special temporary measures for hops


18 mrt
'98
COM(1998)158 - Support for Rural Development from the European Agricultural Guidance and Guarantee Fund (EAGGF)


18 mrt
'98
COM(1998)158 - Common organisation of the market in beef and veal


18 mrt
'98
COM(1998)131 - General provisions on the Structural Funds


18 mrt
'98
COM(1998)158 - Financing of the common agricultural policy


 
 
publication date 23-06-2005
reference 10338/05

Contents