UITBREIDING - Voorbereiding van de volgende vergadering van de toetredingsconferentie met Polen = Hoofdstuk 21:regionaal beleid en coördinatie van structurele instrumenten - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute from science to society

Contents

enveloppe

Sharing

1.

Text

 

-

RAAD VANBrussel, 20 september 2002 (24.09)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIEPUBLIC

12173/02

LIMITE

-

ELARG 269 -

NOTA I-PUNT

van: de Groep uitbreiding

op: 17 september 2002

aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers

Betreft: UITBREIDING

  • Voorbereiding van de volgende vergadering van de toetredingsconferentie met

Polen

  • Hoofdstuk 21: regionaal beleid en coördinatie van structurele instrumenten

Ter voorbereiding van de volgende vergadering van de toetredingsconferentie met Polen heeft de

Groep uitbreiding overeenstemming bereikt over een ontwerp van het gemeenschappelijk

standpunt van de Europese Unie inzake het regionaal beleid en de coördinatie van structurele

BIJLAGE

CONFERENTIE OVER DE TOETREDING

TOT DE EUROPESE UNIE -

- POLEN -

ONTWERP

GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VAN DE EUROPESE UNIE

(Vervangt doc. 20780/00 CONF-PL 75/00)

Hoofdstuk 21: regionaal beleid en coördinatie van structurele instrumenten

Dit standpunt van de Europese Unie is gebaseerd op haar algemene standpunt ten aanzien van de toetredingsconferentie met Polen (CONF-PL 2/98) en laat de door de conferentie goedgekeurde onderhandelingsbeginselen (CONF-PL 6/98), onverlet, meer bepaald:

"- een standpunt dat een partij ten aanzien van een hoofdstuk van de onderhandelingen

inneemt, loopt geenszins vooruit op het standpunt van die partij ten aanzien van andere hoofdstukken;

  • akkoorden - ook deelakkoorden - die tijdens de onderhandelingen over achtereenvolgens te behandelen hoofdstukken worden bereikt, kunnen pas als definitief worden aangemerkt wanneer een algeheel akkoord is bereikt."

De EU onderstreept dat het van belang is dat Polen zowel de Europa-overeenkomst als het partnerschap voor de toetreding eerbiedigt, omdat deze de hoekstenen van de versterkte pre- toetredingsstrategie vormen. De EU spoort Polen ertoe aan de aanpassing van zijn beleid aan het acquis en de effectieve uitvoering daarvan te voltooien.

 

Territoriale organisatie

De EU neemt er nota van dat de met de Commissie overeengekomen voorlopige NUTS-indeling van Polen een weergave is van de administratieve structuur en de sociaal-economische statistieken die momenteel beschikbaar zijn.

Wetgevend kader

De EU neemt nota van de door Polen verstrekte informatie over zijn wetgevend kader en wijst erop dat alle nodige voorbereidingen moeten worden getroffen om te waarborgen dat de door de structuurfondsen en het Cohesiefonds gefinancierde verrichtingen in overeenstemming zijn met het beleid en de wetgeving van de Gemeenschap, bedoeld in artikel 12 van Verordening (EG)

nr. 1260/1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen, en in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1164/94 tot oprichting van een Cohesiefonds. De EU verzoekt Polen geregeld verslag uit te brengen over de praktische maatregelen die het neemt om volledige naleving van de toepasselijke communautaire voorschriften op alle niveaus te waarborgen, en onderstreept dat zij de voortgang van Polen op dit gebied nauwlettend zal volgen.

Institutioneel kader

De EU neemt nota van de besluiten van Polen houdende aanwijzing van de instanties en autoriteiten die belast zijn met de voorbereiding en uitvoering van de structuurfondsen en het Cohesiefonds. Voorts neemt de EU nota van de door Polen verstrekte informatie over de wijze waarop het een effectieve interministeriële coördinatie wil waarborgen. De EU benadrukt dat Polen de grootst mogelijke aandacht dient te besteden aan interministeriële coördinatie onder leiding van de toekomstige CSF-beheersautoriteit, die daartoe de beschikking moet krijgen over het nodige personeel en over de nodige beslissingsbevoegdheid. De EU benadrukt dat de besluiten die bepalend zijn voor de uiteindelijke uitvoeringsstructuren en de ontwikkeling van de personele middelen daarvoor nauwlettend gevolgd zullen worden.

De EU neemt er tevens nota van dat Polen een besluit heeft genomen over de administratieve verantwoordelijkheden voor de uitvoering van de specifieke bepalingen inzake financiële controle, vervat in Verordening (EG) nr. 438/2001. De EU onderstreept dat zij de uitvoering van deze besluiten nauwlettend zal volgen.

 

Voorts wijst de EU erop dat Polen zijn inspanningen aanzienlijk moet opvoeren om de admini- stratieve capaciteit van de beheersautoriteiten en betalingsautoriteiten, de bemiddelende instanties en andere betrokken lichamen op het vereiste niveau te brengen. In dit verband neemt de EU nota van de resolutie van augustus 2002 van het Europees Integratiecomité betreffende acties ter versterking van Polens administratieve capaciteit voor een doeltreffend beheer van de structuur- fondsen en het Cohesiefonds. De EU onderstreept met name dat zij er in dit verband belang aan hecht dat Polen in staat is om het nodige personeel voor alle betrokken gebieden en instanties aan te trekken, op te leiden, en in stand te houden in het kader van een samenhangend ontwikkelingsplan voor de menselijke hulpbronnen. De EU benadrukt derhalve dat de besluiten die bepalend zijn voor de uiteindelijke uitvoeringsstructuren en de ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen in de komende tijd tot het eind nauwlettend gevolgd zullen worden.

Programmeringscapaciteit

De EU neemt nota van de informatie en het tijdschema die door Polen zijn voorgelegd inzake de voorbereiding van het ontwikkelingsplan, de operationale programma's en programmacomple- menten (die alle in de artikelen 17, 18 en 19 van Verordening (EG) nr. 1260/1999 genoemde elementen bevatten), alsook inzake de voorbereiding van de evaluatie vooraf van deze programme- ringsdocumenten bedoeld in artikel 41 van die verordening. De EU onderstreept dat zij de vorde- ringen van Polen inzake de eerbiediging van deze termijn en eisen nauwlettend zal volgen.

De EU neemt tevens nota van de door Polen verstrekte informatie over de wijze waarop het partnerschapsbeginsel zal worden gewaarborgd bij de voorbereiding, de financiering, het toezicht en de evaluatie van de bijstandsverlening uit de structuurfondsen.

De EU neemt voorts nota van de door Polen verstrekte informatie over de instelling van een toezicht- en evaluatiesysteem in overeenstemming met de specifieke bepalingen die van toepassing zijn voor de structuurfondsen.

 

Voorts attendeert de EU Polen erop dat uitgaven niet in aanmerking kunnen komen voor een bijdrage uit de structuurfondsen indien zij daadwerkelijk door de eindbegunstigde zijn betaald vóór de datum waarop de Commissie de bijstandsaanvraag heeft ontvangen, en in elk geval niet in aan- merking kunnen komen vóór de toetredingsdatum. De EU wijst er tevens op dat uitgaven niet in aanmerking komen voor bijstand uit het Cohesiefonds indien zij door de begunstigde lidstaat zijn verricht vóór de datum waarop de Commissie de desbetreffende aanvraag ontvangen heeft.

De EU neemt nota van de door Polen verstrekte informatie wat betreft de naleving van het additionaliteitsbeginsel. De EU wijst erop dat het referentieniveau van de uitgaven moet worden gebaseerd op definitieve gegevens betreffende daadwerkelijke betalingen voor subsidiabele maatregelen, en dat het betrekking heeft op alle overheidsuitgaven en daarmee vergelijkbare uitgaven.

Subsidiabiliteit

Op basis van het bestaande acquis is de EU van mening dat voor de periode tot eind 2006 als basis voor de berekeningen om te bepalen of de nieuwe lidstaten in aanmerking komen voor doel- stelling 1 moet worden genomen het gemiddelde BBP van de regio's van het niveau NUTS II van de huidige lidstaten van de EU op het tijdstip van de afsluiting van de toetredingsonderhandelingen met de betrokken kandidaat-lidstaten. De EU wijst er derhalve op dat de Commissie, op basis van het gemiddelde BBP per inwoner (gemeten in koopkrachtpariteit (KKP)) van de regio's van het niveau NUTS II van de huidige lidstaten van de EU op het moment van de afsluiting van de toetredingsonderhandelingen met Polen, zal bepalen of Polen voor de periode tot 2006 in aanmer- king komt voor doelstelling 1.

Zonder vooruit te lopen op het uiteindelijke besluit inzake de vraag of Polen in aanmerking komt voor doelstelling 1, is de EU van mening dat alle regio's van Polen momenteel op grond van de laatste beschikbare referentiejaren (1997-1998-1999) in aanmerking zouden komen voor doelstelling 1. De EU wijst er evenwel op dat de Commissie de lijst van de regio's die in aanmerking komen voor bijstandsverlening uit hoofde van doelstelling 1 zal vaststellen op basis van een referentieperiode, bestaande uit de laatste drie jaren waarvoor het BBP per inwoner beschikbaar is op het moment van de afsluiting van de toetredingsonderhandelingen met Polen. Die lijst zal geldig zijn vanaf de toetredingsdatum tot en met 31 december 2006 en in het toetredingsverdrag worden opgenomen.

 

De EU wijst erop dat grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking (Interreg) tot eind 2006 het voornaamste communautaire initiatief voor Polen zal vormen. Ook het communautaire initiatief Equal zal in Polen worden uitgevoerd. Ter vereenvoudiging zullen de communautaire initiatieven Leader+ en Urban in de betrekkelijk korte programmeringsperiode tot 31 december 2006 niet in Polen worden uitgevoerd; de overeenkomstige acties kunnen worden opgenomen in de programmering voor doelstelling 1 en worden medegefinancierd door de verschillende betrokken structuurfondsen. Voorts wijst de EU erop dat de bepalingen van de Structuurfondsenverordening betreffende innovatieve acties om diezelfde reden in de huidige programmeringsperiode niet in Polen zullen worden uitgevoerd. De EU wijst erop dat Polen voor de periode tot eind 2006 zijn deelneming aan de grensoverschrijdende samenwerking in het kader van de operationele programma's voor doelstelling 1 kan versterken door gebruik te maken van de daaraan toegewezen middelen.

Op basis van het bestaande acquis is de EU van mening dat voor de periode tot eind 2006 als basis voor de berekeningen om te bepalen of de nieuwe lidstaten in aanmerking komen voor het Cohesie- fonds moet worden genomen het gemiddelde BNP per hoofd van de bevolking van de huidige lid- staten van de EU op het tijdstip van de afsluiting van de toetredingsonderhandelingen met de betrokken kandidaat-lidstaten. De EU wijst er derhalve op dat op basis van het BNP per hoofd van de bevolking (uitgedrukt in koopkrachtpariteit), en op voorwaarde dat Polen een convergentie- programma heeft ingevoerd, wordt bepaald of Polen voor de periode tot eind 2006 in aanmerking komt voor bijstandverlening uit het Cohesiefonds, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1164/94 als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1264/1999. De berekeningsgrondslag zal het gemiddelde BNP van de huidige EU-lidstaten ten tijde van de afsluiting van de toetredingsonderhandelingen met Polen zijn. Voorts herinnert de EU eraan dat aan de bijstandsverlening uit het Cohesiefonds de voorwaarde is verbonden dat bovengenoemd convergentieprogramma wordt uitgevoerd zodat een buitensporig overheidstekort wordt voorkomen.

Zonder vooruit te lopen op het uiteindelijke besluit inzake de vraag of Polen in aanmerking komt voor bijstandsverlening uit het Cohesiefonds, is de EU van mening dat Polen momenteel op grond van de laatste beschikbare gegevens (1998-1999-2000) in aanmerking zou komen voor bijstands- verlening uit het Cohesiefonds. Of Polen uiteindelijk voor de huidige programmeringsperiode tot eind 2006 in aanmerking komt, zal evenwel worden besloten op basis van de laatste statistische gegevens die beschikbaar zijn op het moment van de afsluiting van de toetredingsonderhandelingen met Polen, en in het toetredingsverdrag worden opgenomen.

 

De EU wijst erop dat de Commissie overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Verordening (EG)

nr. 1260/1999 ten tijde van de afsluiting van de toetredingsonderhandelingen met Polen de vastleggingskredieten zal bepalen die uit hoofde van de structuurfondsen vanaf de toetredingsdatum tot eind 2006 aan Polen zullen worden toegewezen. De aan Polen toegewezen vastleggingskredieten zullen in het toetredingsverdrag worden opgenomen.

Zonder vooruit te lopen op de uiteindelijke vastleggingskredieten die voor bijstandsverlening uit de structuurfondsen aan Polen zullen worden toegewezen, is de EU voorlopig van mening dat Polen voor bijstandsverlening uit hoofde van doelstelling 1 een indicatief aandeel van 57,6% van de totale voor structurele acties aan de nieuwe lidstaten toe te wijzen middelen zou kunnen ontvangen. Deze berekening is gebaseerd op de veronderstelling dat tien nieuwe lidstaten in 2004 tot de EU toetreden.

De EU wijst erop dat voor de huidige programmeringsperiode tot eind 2006 2,5%, respectievelijk 1,46%, van de aan bijstandsverlening uit de structuurfondsen in de nieuwe lidstaten toegewezen vastleggingskredieten zullen worden besteed aan de financiering van de communautaire initiatieven Interreg en Equal in de nieuwe lidstaten. De vastleggingskredieten voor de nieuwe lidstaten die aan de communautaire initiatieven zijn toegewezen en de indicatieve verdeling van de totale middelen voor de communautaire initiatieven over de nieuwe lidstaten zullen worden vastgelegd in het toetredingsverdrag.

Zonder vooruit te lopen op de uiteindelijke vastleggingskredieten die voor communautaire initiatieven aan Polen zullen worden toegewezen, is de EU op basis van de momenteel beschikbare gegevens van mening dat Polen voor het communautaire initiatief Interreg een indicatief aandeel van 48,7% van de totale voor bijstandsverlening uit de structuurfondsen in de nieuwe lidstaten toe te wijzen middelen zou kunnen ontvangen, en voor het communautaire initiatief Equal een indicatief aandeel van 53,1% van de in de nieuwe lidstaten toe te wijzen middelen. Deze berekening is gebaseerd op de veronderstelling dat tien nieuwe lidstaten in 2004 tot de EU toetreden.

De EU wijst erop dat voor de huidige programmeringsperiode tot eind 2006 een derde van het totaalbedrag van de structurele middelen in de nieuwe lidstaten wordt toegewezen aan het Cohesie- fonds. Deze regeling loopt niet vooruit op de verdeling over de verschillende fondsen, noch op het evenwicht tussen het Cohesiefonds en de structuurfondsen voor de periode na 2006. De vast- leggingskredieten voor de nieuwe lidstaten die aan het Cohesiefonds zijn toegewezen en de indica- tieve verdeling van de totale middelen van het Cohesiefonds over de nieuwe lidstaten zullen worden vastgelegd in het toetredingsverdrag.

 

De EU memoreert dat het totale bedrag dat elke lidstaat jaarlijks uit de structuurfondsen kan ontvangen, in combinatie met ontvangsten uit het Cohesiefonds, beperkt is tot ten hoogste 4% van het nationaal BBP.

Indien Polen met het bovenstaande instemt, neemt de EU er nota van dat in dit stadium niet verder over dit hoofdstuk behoeft te worden onderhandeld. De voortgang die met de overname en de uitvoering van het acquis wordt gemaakt, zal tijdens de gehele duur van de onderhandelingen gevolgd worden. De EU neemt er nota van dat de Europese Commissie in het bestaande kader geregeld verslag over die voortgang zal blijven uitbrengen. De EU roept Polen op, in de periode tot de toetreding nauw met de Europese Commissie samen te werken bij de voorbereiding van de uitvoering van de structurele middelen, onder volledige eerbiediging van de door Polen gedane toezeggingen en verstrekte tijdschema's. Voorts wijst de EU erop dat de Commissie, indien de toezeggingen niet worden nagekomen, niet in staat zal zijn communautaire financiering goed te keuren, totdat aan de in de Structuurfondsenverordening en de Cohesiefondsverordening gestelde voorwaarden is voldaan. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan het verband met andere onderhandelingshoofdstukken, met name Vrij verkeer van goederen (met name op het gebied van overheidsopdrachten), Mededingingsbeleid, Landbouw, Vervoersbeleid, Economische en Monetaire Unie, Statistiek, Sociaal beleid en werkgelegenheid, Milieu, Financiële controle en Financiële en budgettaire bepalingen. De uiteindelijke beoordeling van de overeenstemming van de wetgeving en het beleid van Polen met het acquis en de uitvoering daarvan, kan pas in een latere fase van de onderhandelingen plaatsvinden. Afgezien van alle informatie die de EU met het oog op de onderhandelingen over dit hoofdstuk kan vragen en die aan de conferentie moet worden verstrekt, verzoekt de EU Polen om de Associatieraad op gezette tijden gedetailleerde schriftelijke informatie te bezorgen over de vooruitgang die bij de aanneming en de uitvoering van het acquis wordt geboekt.

Gezien het bovenstaande is het mogelijk dat de EU te gelegener tijd op dit hoofdstuk terugkomt.

Voorts herinnert de EU eraan dat er tussen 1 juli 2002 en de afsluiting van de onderhandelingen nieuw acquis kan zijn ontstaan.

2.

Original view

afbeelding document
 
 

3.

More information

18 mrt
'98
COM(1998)131 - General provisions on the Structural Funds


18 mrt
'98
COM(1998)130 - Amendment of Regulation (EC) No 1164/94 establishing a Cohesion Fund


21 dec
'93
COM(1993)699 - Cohesion Fund


21 dec
'93
COM(1993)699 - Detailed rules for implementing Regulation (EC) No … establishing a Cohesion Fund


Detailed rules for the implementation of Council Regulation (EC) No 1260/1999 as regards the management and control systems for assistance granted under the Structural Funds


 
publication date 20-09-2002
reference 12173/02

Contents