-
RAAD VANBrussel, 17 juni 2002 (25.06)
(OR. pt)
DE EUROPESE UNIE
10051/02
-
AGRI 140 -
NOTA
van: de Portugese delegatie
d.d.: 13 juni 2002
aan: de Raad
Betreft: Portugal: Een lidstaat die sterk wordt benadeeld door de onevenwichtige steunverlening uit het EOGFL-Garantie, en waar de productie moet worden vergroot
-
-Portugese bijdrage ten behoeve van de tussentijdse evaluatie van het
gemeenschappelijk landbouwbeleid
Ter attentie van de delegaties gaat hierbij een document van de Portugese delegatie over het
BIJLAGE
PORTUGAL: EEN LIDSTAAT DIE STERK BENADEELD WORDT DOOR DE
ONEVENWICHTIGE STEUNVERLENING UIT HET EOGFL-GARANTIE EN WAAR DE
PRODUCTIE MOET WORDEN VERGROOT
PORTUGESE BIJDRAGE TEN BEHOEVE VAN DE TUSSENTIJDSE EVALUATIE VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID
Volgens het Verdrag betreffende de Europese Unie dragen het beleid en de maatregelen van de Gemeenschap bij tot de verwezenlijking van economische en sociale samenhang
1. Er is geen reden
waarom het gemeenschappelijk landbouwbeleid hierop een uitzondering zou moeten zijn. Ook de Europese Commissie erkent in haar meest recente verslag over de economische en sociale samen- hang in dit verband dat Portugal het enige land is waarop de samenhang-regelingen van toepassing zijn, maar in het kader van het GLB een negatieve netto-middelenoverdracht plaatsvindt.
Portugal beschikt over weinig hulpbronnen, heeft de laagst ontwikkelde landbouw van de Europese Unie en kampt met een enorm handelstekort op landbouwgebied (het op drie na grootste van de 15, na Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Italië). Portugal behoort echter ook tot de lidstaten die de minste steun ontvangen uit het EOGFL-Garantie (1e pijler), zowel absoluut als relatief.
1.
DE ONEVENWICHTIGHEID VAN DE STEUN
De zeer onevenwichtige steun aan de Portugese landbouw wordt veroorzaakt door het niveau van de steun van de eerste pijler.
Het niveau van de steun die Portugal ontvangt uit het EOGFL-Garantie (1e pijler) - 1,4% van het totaal - ligt duidelijk beneden de relatieve omvang van het arbeidsvolume in de landbouw (8% van het totaal in de Unie), beneden de relatieve omvang van het nuttige landbouwareaal (3%) en ligt zelfs nog onder de zeer geringe bijdrage van Portugal aan de landbouwproductie van de Unie (2,3%).
De totale steun in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid per arbeidseenheid in de landbouw (AEL) is zelfs de laagste van de gehele Unie. De rechtstreekse steun die betaald wordt uit het EOGFL-Garantie ligt op een vijfde van het gemiddelde van de EU-15 en bedraagt ongeveer een elfde van dat van de landen die de hoogste steun per arbeidseenheid ontvangen.
Figuur 1 - Totale steun aan landbouwers per AEL
Rechtstreekse steun + andere netto belastingvoordelen + steun marktprijzen
(euro/AEL) - 2000
30.000
20.000
10.000
eng
di j
ke
a r k ene l g iëgdr i j k
nkedbur
BFin l a n d
it s l a n dkrijk- 1 5
d e r l ane r l a n
dU Sp anj
Itali ëa n d
o r t u gal
e n e mV e r e niK oni Zw
Lu x e m
DuNeF r an I EO o s t enr
r i e k enl P
D G
Steun marktprijzenRechtstreekse steunAndere netto belastingvoordelen
Voorts worden de bovengenoemde distorsies nog versterkt doordat de Portugese landbouwers het laagste inkomen per arbeidseenheid van de gehele Unie hebben, hoewel zij niet de minst produc- tieve in de vijftien zijn (indien hun productie beoordeeld wordt aan de hand van de wereldprijzen)
en hoewel zij behoren tot degenen die het minst afhankelijk zijn van de steun van het GLB.
Figuur 2 Landbouwinkomens (bruto toegevoegde waarde tegen factorkosten) per arbeidseenheid
(euro/AEL) - 2000
Figuur 3 Landbouwproductiviteit tegen prijzen op de wereldmarkt (Bruto toegevoegde waarde tegen paritaire prijzen
per AEL)
(euro/AEL) - 2000
13.500
8.500
3.500
-1.500
15dal
end
l a n da r k enI t á liëej kEUlgië
rijk
n krib u r gt s l ana n d
eni gdr i j k
nkedn l â n d
e derem Be
o stren Po r t ug
Ie r l an
Fi
e n e
m Sp anj
FraDui
r i e k
enl OVeK
oni Zw
N D Lux
G
Figuur 4 Structuur van de landbouwinkomens (in % van de bruto toegevoegde waarde tegen factorkosten) - 2000
Netto subsidie (%) + Steun marktprijzen (%) = Coëfficiënt totale steun (%)
100%
80%
Ten gevolge van de hierboven geschetste situatie is er een kloof ontstaan tussen de inkomens van de Portugese landbouwers en die van de andere Europese landbouwers. Zij bedragen momenteel slechts ongeveer een kwart van het gemiddelde in de Unie, minder dan de helft van de waarde van de lidstaat met de meest ongunstige situatie na Portugal en minder dan een zevende van de waarde van de lidstaat met de gunstigste sitiuatie
2. FACTOREN DIE EEN ONEVENWICHTIGE SITUATIE IN DE HAND WERKEN
Voor Portugal zijn niet de verschillende soorten quota en steun in het kader van het GLB in het geding, maar vooral de hoogte ervan.
De onevenwichtige verdeling van de middelen van het EOGFL-Garantie, die sterk in het nadeel van de Portugese landbouwers werkt, vloeit voort uit een samenspel van factoren, met name de
volgende:
-
de algemene toepassing van een stelsel van quota en productiebeperkingen op basis van historische gegevens waarbij geen rekening gehouden is met het ontwikkelingsniveau van de landbouw in de verschillende lidstaten, noch met de zelfvoorzieningsgraad, noch met de relatieve omvang van de productie, noch met de ontwikkelingsbehoeften;
-
de geringe landbouwproductiviteit in het verleden, die als basis wordt gehanteerd bij de vaststelling van een groot deel van de inkomenssteun;
-
het lage steunniveau in het kader van het GLB voor landbouwproducten die een groot aandeel hebben in Portugese productiestructuur.
De relatief onrechtvaardigheid die het gevolg is van elk van de drie bovengenoemde factoren, maar vooral van deze factoren gezamenlijk, is volstrekt onaanvaardbaar.
Portugal produceert maar weinig producten die in het kader van het GLB de hoogste steun ontvangen en heeft een lage referentieproductie zodat het weinig steun ontvangt, en het kan de productie niet vergroten omdat het land geringe quota toebedeeld heeft gekregen!
Daar komt nog bij dat de quota zo klein zijn (in veel gevallen uiterst klein, waardoor agro- industriële ontwikkeling geen haalbare kaart is) dat zij al snel met aanzienlijke percentages worden overschreden, wat tot eveneens hoge sancties leidt en onbillijkheden veroorzaakt tussen de landbouwers van verschillende lidstaten.
Het niveau van de quota, in combinatie met steunverlening op basis van een geringe productiviteit,
leidt ertoe dat de landbouwontwikkeling in Portugal op een laag niveau stagneert, en dat de
Portugese landbouwers gemiddeld onaanvaardbaar lage steun en inkomsten ontvangen.
De distorsies die veroorzaakt worden door de voor Portugal vastgestelde quota kunnen worden
beoordeeld aan de hand van de onderstaande figuren, die aantonen dat er op vrijwel alle fronten
sprake is van een negatieve disproportionaliteit:
-
-tussen de quota en het arbeidsvolume in AEL (schema 5);
-
-tussen de quota en het bebouwde areaal (schema 6);
-
-tussen de quota en de bruto toegevoegde waarde tegen marktprijzen (schema 7);
Figuur 5 - Portugese quota en aandeel in de AEL van de producerende landen (%)
30.0
AELQuota
Figuur 6 - Portugese quota en aandeel in het totale areaal van de producerende landen (%)
14.0
AreaalQuota
12.0
10.0
8.0
6.0
4.0
2.0
et
s e nda
o taalrwijs
Rfolieten
zaag inir l ey
emieemie
mtag ewaso maw erking
aaiu i k e r
S Bua t o e n
e l k v e t )
o taal
bouw T (p r oductie)u rud appelmeel Olij T Za bak totaal Vir Ka nanen
D ver T B
sl achtpr
Aarvlas en hennep
e l k
(m zoogkoeien
e
n -s peciale pr
bouw Te
n -
Akker Schapen en geiten
r oogde voeder
Me n
-
under
Akker Vezelunder
R
GedV r uchten voor
R under R
Figuur 7 - Portugese quota en de bruto toegevoegde waarde tegen marktprijzen van de producerende
landen (%)
14.0
bruto
toegevoegde
waarde tegenQuota
12.0marktprijzen
3. DE PORTUGESE STANDPUNTEN
Tegen hernationalisering van het GLB en/of de afschaffing van het beschermende karakter ervan
Voor versterking van de eerste pijler met betrekking tot Portugal, en voor herziening van de quota en de unitaire steun die tot op zekere hoogte moeten worden aangepast op een ver- plichte en in de gehele Unie uniforme wijze
Portugal is tegen elke herziening van het GLB die beoogt het beschermende karakter af te schaffen dan wel gericht is op een volledige of gedeeltelijke hernationalisering van het GLB.
Hoewel de steun die Portugal ontvangt ten behoeve van de plattelandsontwikkeling (2e pijler) ontoereikend is in het licht van de nog zeer grote structurele behoeften, doen de belangrijkste tekortkomingen zich voor in het kader van de steun van de eerste pijler, waarvan de verhoging van essentieel belang is voor de toekomst van de Portugese landbouw.
Portugal acht het daarom onontbeerlijk dat in de eerste pijler correctiemechanismen worden opge- nomen ten behoeve van een grotere economische en sociale samenhang en met name ten behoeve van de herziening van de omvang van de quota en de versoepeling van de criteria voor de unitaire steun op basis van het gemiddelde van de Europese Unie.
De eventuele overbrenging uit de eerste naar de tweede pijler door middel van één enkel module- ringssysteem is alleen aanvaardbaar indien dit systeem gematigd en verplicht is, met uniforme communautaire criteria, indien aanvullende nationale middelen niet noodzakelijk zijn en vooral indien het wordt toegepast aan de hand van herziene en gecorrigeerde toewijzingscriteria binnen de eerste pijler, die in bepaalde gevallen beter dan de tweede pijler kan worden gebruikt ten behoeve van de bescherming van het milieu en om de kwaliteit van landbouwproducten te verhogen.
BIJLAGE
1. METHODIEK
GEHANTEERDE VARIABELEN
-
-Bruto toegevoegde waarde tegen factorkosten (BTWfk): door de landbouwers gegenereerde
waarde, met inbegrip van de netto belastingvoordelen
-
-BTWfk=BTWmp + netto belastingvoordelen
-
-Bruto toegevoegde waarde tegen marktprijzen (BTWmp): door de landbouwers gegenereerde
waarde, berekend aan de hand van de prijzen op de nationale markt
-
-BTWmp=BTWpp + markprijssteun
-
-Bruto toegevoegde waarde tegen paritaire prijzen (BTWpp): door de landbouwers gegeneerde
waarde, berekend op basis van paritaire prijzen van de wereldmarkt
-
-Netto belastingvoordeel: rechtstreeks door de landbouwers ontvangen voordelen uit het
EOGFL-Garantie (met inbegrip van rechtstreekse productsteun en andere aan de landbouwers
betaalde steun, met name in het kader van milieumaatregelen in de landbouw en compen-
serende vergoedingen) of van de nationale autoriteiten van de lidstaten, welke worden afge-
trokken van de betaalde belastingen
-
-Marktprijssteun (=BTWmp-BTWpp): door de landbouwers ontvangen steun die verwerkt is in
de marktprijzen, en die bestaat uit het verschil tussen de marktprijzen en de prijzen op de
wereldmarkt
-
-Marktprijssteun: Op basis van de producentensubsidie-equivalent (PSE)-indicatoren van de
OESO en de waarde van de respectieve componenten van intermediaire productie en verbruik
(Economic Accounts for agriculture and forestry 2001, base NewCronos, EUROSTAT)
-
-Rechtstreekse
steun: Verslag EOGFL-Garantie 2000, Commissie
INDICATOREN
- Productiviteit
BTWpp per AEL: per arbeidseenheid gegenereerde waarde, berekend aan de hand van de paritaire prijzen op de wereldmarkt
- Inkomen
BTWfk per AEL: per arbeidseenheid ontvangen, uit de landbouwactiviteit voortvloeiende waarde, bestaande uit productiviteit, marktprijssteun en nettovoordelen
- Steun in het kader van het GLB Totale steun per AEL: bedrag van de steun op basis van de marktprijzen en de nettovoordelen per arbeidseenheid
Marktprijssteun per AEL: waarde van de via de marktprijzen ontvangen steun per arbeids- eenheid
Netto belastingvoordeel per AEL: de waarde van de overdrachten uit het EOFGL-Garantie en de nationale steun, die rechtstreeks per arbeidseenheid is ontvangen
Rechtstreekse steun per AEL: waarde van de rechtstreekse steun uit het EOGFL-Garantie per arbeidseenheid
2. Tabellen
Tabel 1 - Aandeel van de zeer kleine * en kleine ondernemingen *
in het totale aantal ondernemingen en in het totale areaal - 1997
Rangorde, waarde en index (EU=100)
Ondernemingen Areaal
Rangorde % Index Rangorde% Index
Griekenland 1 93 120 1 72 268
Portugal 2 93 120 4 43 159
Italië 3 90 116 3 47 173
Spanje 4 84 109 6 39 143
EU-15 5 77 100 9 27 100
Oostenrijk 6 77 99 2 55 206
Luxemburg 7 67 86 12 11 41
Zweden 8 66 85 8 27 101
Ierland 9 66 85 5 39 145
Duitsland 10 56 73 11 12 46
Verenigd Koninkrijk 11 53 68 10 19 69
Finland 12 52 67 7 30 111
Frankrijk 13 45 59 14 10 38
Denemarken 14 40 51 13 11 41
België 15 39 50 15 9 33
Nederland 16 22 29 16 6 22
*Ondernemingen met een brutomarge tot 4 Europese grootte-eenheden (4800 euro) *Ondernemingen met een brutomarge van tussen de 4 en de 16 Europese grootte-eenheden (19.200 euro)
Bron: Europese Commissie
Tabel 2 - Handelsbalans op landbouwgebied van de Europese Unie - 2000
Tabel 3 Aandeel van de afzonderlijke lidstaten van de Europese Unie - 2000
(%)
EOGFL-EOGFL-Garantie AEL Areaal BTWmp
Garantie
(Rechtstreekse steun) in de landbouw
(1e pijler)
België 2.6 1.0 1.2 1.1 2.1
Denemarken 3.5 2.8 1.2 2.0 2.4
Duitsland 13.7 14.5 10.6 13.1 12.5
Griekenland 6.8 6.8 9.0 3.0 4.8
Spanje 14.0 14.7 15.6 19.5 15.9
Frankrijk 23.4 23.9 16.7 22.9 21.0
Ierland 3.7 3.0 3.1 3.4 1.6 -
11.8 13.3 19.5 11.8 21.2
Luxemburg 0.0 0.1 0.1 0.1 0.1
Nederland 3.7 0.9 3.6 1.5 7.0
Oostenrijk 1.5 1.7 2.8 2.6 1.7
Portugal 1.4 1.6 8.0 3.0 2.3
Finland 1.1 1.1 1.9 1.7 0.5
Zweden 1.7 2.0 1.2 2.3 1.0
Verenigd Koninkrijk 10.8 12.6 5.6 12.1 5.8
EU-15 100.0 100.0 100.0 100.0 100.0
Bron: EUROSTAT en Europese Commissie
Tabel 4 - Productiviteitsindicatoren 2000
Rangorde, waarde per AEL en index (EU=100)
BTWmp BTWpp
Rangorde euro/AEL Ind Rangorde euro/AELInd
Tabel 5 - Steunindicatoren - 2000
Rangorde, waarde per AEL en index (EU=100)
Rechtstreekse steun
EOGFL-Garantie Netto belastingvoordeel Marktprijssteun Totale steun
Rangorde euro/AELInd Rangorde euro/AELInd Rangorde euro/AELInd Rangorde euro/AEL Ind
Denemarken 1 9.612 229 59.313 1722 23.599 2381 32.913 215
België 10 3.599 86 142.921 541 26.430 2672 29.351 191
Verenigd Koninkrijk 2 9.496 226 2 12.045 2225 16.984 1723 29.029 189
Zweden 3 7.044 168 3 11.993 2216 16.396 1664 28.390 185
Luxemburg 9 3.705 88 4 10.514 1944 17.792 1805 28.306 185
Finland 14 2.377 57 1 16.724 308136.977 706 23.702 155
Duitsland 5 5.736 137 67.965 1477 15.227 1547 23.193 151
Nederland 15 1.075 26 16-98 -23 21.028 2128 20.930 137
Frankrijk 4 6.023 144 96.384 1188 13.642 1389 20.026 131
Ierland 7 4.170 99 86.847 1269 10.448 10610 17.295 113
EU-15 6 4.196 100 105.426 100109.900 10011 15.327 100
Oostenrijk 13 2.521 60 77.588 140117.214 7312 14.802 97
Spanje 8 3.966 95 124.476 82146.424 6513 10.900 71
Italië 12 2.850 68 133.142 58127.104 7214 10.246 67
Griekenland 11 3.172 76 114.636 85152.710 2715 7.346 48
Portugal 16 819 20 151.045 19162.539 2616 3.584 23
Tabel 6 - Inkomensindicator - 2000
Rangorde, waarde per AEL en index (EU=100)
BTWfk
Rangorde euro/AEL Index
Tabel 7 - Beperkingen van de nationale productie
op basis van voorgeschreven quota
Aandeel van Portugal in het geheel van MZV*** (%)
de producerende lidstaten ** (%) Portugal
Eenheid * Quotum AEL Areaal BTWmp
Akkerbouw totaal (oppervlakte) ha 1,9 8,0 3,0 2,3 33,2
Akkerbouw totaal (productie) ton 1,1 8,0 3,0 2,3 33,2
Durumtarwe ha 3,7 11,2 4,7 3,4 54,6
Rijst ton 7,7 11,6 4,9 3,5 73,3
Gedroogde voedergewassen ton 0,4 8,0 3,0 2,3 -
Aardappelmeel ton 0,0 17,4 6,1 4,7 -
Olijfolie ton 2,9 11,6 4,9 3,5 61,0
Tomaten ton 12,7 11,6 4,9 3,5 113,1
Vruchten voor verwerking ton 0,7 11,6 4,9 3,5 71,4
Zaaizaad ton 0,7 8,0 3,0 2,3 -
Suiker ton 0,6 8,0 3,0 2,3 19,1
Tabak totaal ton 1,8 9,6 3,9 2,8 -
Virginia ton 3,7 9,6 3,9 2,8 -
Burley ton 1,3 9,6 3,9 2,8 -
Katoen ton 0,1 24,6 11,7 9,9 -
Bananen ton 5,9 16,3 6,2 5,2 -
Vezelvlas en hennep ton 0,9 11,9 3,7 3,3 -
Tabel 8 - Gereglementeerde quota en producerende lidstaten
Quota Producerende
lidstaten
Eenheid * Portugal EU
Akkerbouw totaal (oppervlakte) ha 997500 53594000 Alle
Akkerbouw totaal (productie) ton 2892750 259394960 Alle
Durumtarwe ha 118000 3190000 GR, E, F, I, A, P
Rijst ton 205700 2678554 GR, E, F, I, P
In de zon gedroogde voedergewassen ton 25000 444000 Alle
Kunstmatig gedroogde voedergwassen ton 5000 4412000 Alle
Aardappelmeel ton 1762148 DK, D, F, NL, A, FIN, S
Olijfolie ton 51244 1777261 GR, E, F, I, P
Tomaten ton 1050000 8251455 GR, E, F, I, P
Perziken ton 218 539006 GR, E, F, I, P
Peren ton 600 104617 GR, E, F, I, NL, A, P
Sinaasappelen ton 20000 1500236 GR, E, F, I, P
Citroenen ton 510600 GR, E, F, I, P
Grapefruit ton 6000 GR, E, F, I, P
Kleine citrusvruchten ton 1724 384000 GR, E, F, I, P
Zaaizaad - Rijst ton 2252 86625 Alle
Zaaizaad - Andere ton 300 305754 Alle
Suiker ton 79671 14482142 Alle
Tabak- Virginia ton 4981 134716 B, D, GR, E, F, I, A, P
Tabak - Burley ton 1066 81407 B, D, GR, E, F, I, A, P
Tabak - Andere soorten ton 124615 B, D, GR, E, F, I, A, P
Katoen ton 1500 1031000 GR, E, P
Bananen ton 50000 854000 GR, E, F, P
Langvezelig vlas ton 50 75250 B, D, E, F, NL, A, P, FIN, S, UK
Kortvezelig vlas en hennep ton 1750 135900 B, D, E, F, NL, A, P, FIN, S, UK
| 18 mrt '98 |
COM(1998)158 - Common rules for direct support schemes under the common agricultural policy |
| publication date | 17-06-2002 |
|---|---|
| reference | 10051/02 |
