Montesquieu Institute: from science to society

Europese Unie en opmars IS

Met dank overgenomen van Europa Nu.
Vlag van IS

Vlag van IS

De Islamitische Staat (IS), het voormalige ISIS, is een terroristische organisatie die bestaat uit radicaal soennitisch-islamitische strijders. Zij strijden voor een kalifaat, een grensoverschrijdende islamitische staat die wordt geregeerd door een kalief, oftewel een opvolger van de islamitische profeet Mohammed. IS is opgericht in 2006 in Irak, als een organisatie van verschillende groepen binnen Al Qaida.

De grote onvrede onder radicale soennieten is de voedingsbodem voor de opmars van Islamitische Staat. Zij voelen zich niet verbonden met de sjiitische machthebbers in Syrië en Irak; die beschouwen zij als ongelovigen. In de afgelopen jaren won IS veel terrein, maar inmiddels is een deel weer verloren gegaan.

Verschillende Europese lidstaten hebben zich bij de Verenigde Staten aangesloten in de strijd tegen IS. In deze coalitie zitten onder andere Frankrijk, België, Duitsland en Denemarken. De Europese Commissie biedt vooral humanitaire hulp.

1.

Expansie IS in het Midden-Oosten

In juni 2014 is Islamitische Staat een offensief begonnen tegen het Iraakse leger, waarbij IS grote gebieden van Irak en Syrië heeft veroverd, waaronder de Iraakse provincie Anbar en de belangrijke Iraakse stad Mosul. IS is momenteel actief in Syrië, Irak en Libië maar heeft de ambitie om uit te breiden naar de gehele Levant, een groot gebied in het Midden-Oosten, met als einddoel Jeruzalem, de hoofdstad van Israël.

Op 29 juni 2014 heeft IS het kalifaat uitgeroepen. Daarbij heeft de organisatie haar oorspronkelijke naam Islamitische Staat in Irak en Syrië (ISIS) afgekort naar IS. Abu Bakr al-Baghdadi, voormalig Al Qaida leider in Irak, werd hierbij benoemd tot kalief.

IS wordt gefinancierd door middel van berovingen en uit de opbrengsten van verschillende ingenomen olievelden in het oosten van Syrië. Dit leverde naar schatting een tot twee miljoen euro per dag op.

In 2015 en 2016 heeft Islamitische Staat veel gebied verloren. De inkomsten uit de gebieden die zij wel onder controle hebben zijn teruggelopen. Naar schatting krijgt IS op jaarbasis een paar miljard dollar minder binnen.

In de door IS veroverde gebieden gelden zeer strenge islamitische regels. Lichte overtredingen worden bestraft met lijfstraffen en bij zwaardere overtredingen volgt executie. IS vecht een bloedige strijd tegen de sjiiten. Bovendien worden religieuze minderheden in Irak en Syrië, zoals christenen en jezidi's, bedreigd met de doodstraf als zij zich niet willen bekeren tot de Islam. Zij slaan massaal op de vlucht voor het geweld van IS.

De Islamitische Staat roept alle moslims wereldwijd op om te migreren naar het kalifaat. Moslims zouden wraak moeten nemen voor de misstanden die wereldwijd tegen hen begaan zouden zijn. Er zijn in Europa radicale islamitische gelovigen, voornamelijk jongeren, die zich aansluiten bij IS om mee te strijden voor het kalifaat. Europese lidstaten zijn bang dat deze jongeren, als zij terugkomen in Europa, terroristische aanslagen zullen plegen.

2.

Terroristische aanslagen van IS in Europa

De Islamitische Staat heeft een aantal Europese landen bedreigd met het plegen van aanslagen. Vooral landen die meedoen met de internationale coalitie tegen de terreurgroep, moeten het vergelden. De terreurdreiging is in veel Europese landen hoog. Ook in Nederland is de kans op een aanslag in 2016 substantieel.

Op 24 mei 2014 viel een teruggekeerde Syriëganger het Joods Museum van België binnen en schoot daar meerdere mensen dood. De dader Mehdi Nemmouche had banden met de Islamitische Staat.

Op 7 januari 2015 stormden zwaarbewapende mannen de redactie van het satirische weekblad Charlie Hebdo binnen in Parijs. Twaalf mensen werden doodgeschoten. De daders zeiden de aanslag te plegen omdat Charlie Hebdo de Islam beledigde. De aanslagplegers bij het hoofdkantoor van het weekblad Charlie Hebdo hadden geen banden met IS, maar met de Jemenitische afdeling van Al-Qaeda. In de dagen daarop volgde een reeks aanslagen in Parijs, waarin totaal 17 mensen werden gedood.

Op 22 augustus 2015 wordt een man overmeesterd in de Thalys die onderweg was vanuit Amsterdam naar Parijs. Slechts drie mensen raken gewond.

Op 13 november werd Parijs getroffen door meerdere terroristische aanslagen. Tijdens de aanslagen vielen 130 doden en meer dan 350 gewonden. De aanslagen vonden onder meer plaats in theater Bataclan en Stade le France.

In januari 2016 waarschuwde Europol in een rapport voor een serie grote aanslagen in Europa door Islamitische Staat.

Op 22 maart 2016 vonden er op vliegveld Zaventem en metrostation Molenbeek in Brussel aanslagen plaats die ook door IS zijn opgeëist.

Op 14 juli 2016 vond er op de boulevard in Nice een aanslag plaats. Een vrachtwagen reed in op het feestende publiek. Hierbj vielen 84 doden en 202 gewonden.

Op 19 december 2016 reed een vrachtwagen in op een Kerstmarkt in Berlijn. Hierbij kwamen meerdere mensen om het leven en vielen er veel gewonden. De aanslag werd opgeëist door de Islamitische Staat.

3.

Internationale reacties

De Iraakse regering, die vooral uit sjiitische politici bestaat, probeert IS te bestrijden. Zij heeft om internationale hulp gevraagd. Ook de Koerden, een volk in Noord-Irak zonder eigen staat, vechten tegen IS.

Het Westen werd verrast door het succes en de omvang van de plotselinge opmars van IS. Begin september 2014 hebben de Verenigde Staten luchtaanvallen uitgevoerd op IS-doelen, waardoor de radicale opstandelingen iets zijn teruggedreven. IS heeft meerdere video's online gezet waarin de onthoofding van Amerikaanse en Britse burgers te zien is. Dit vergrootte de roep om actie tegen IS in Westerse landen.

Sinds september 2014 bestaat, onder leiding van de Verenigde Staten, een internationale coalitie tegen IS. Het doel is om de terreurgroep te verzwakken en uiteindelijk te vernietigen. Veel Europese en Arabische landen leveren een bijdrage aan de strijd tegen IS. Er zijn diverse luchtaanvallen uitgevoerd.

Rusland maakt geen onderdeel uit van de internationale coalitie. Het land besloot wel om een jaar later, in september 2015, eigenhandig doelwitten in Syrië aan te vallen. Er worden zowel militaire installaties van Islamitische Staat als van het Vrije Syrische Leger door Rusland gebombardeerd. De internationale coalitie is kritisch. Volgens hen valt Rusland voornamelijk andere rebellen aan die het president Assad lastig maken. IS zou niet de hoogste prioriteit hebben.

4.

Houding Europese Unie tegenover Islamitische Staat

Verschillende Europese lidstaten hebben zich in NAVO-verband aangesloten bij de strijd tegen IS. De Europese Commissie biedt humanitaire hulp, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van onderdak, voedsel, water en andere levensreddende hulp aan mensen die voor IS gevlucht zijn.

Het Europees Parlement wil dat de Europese Unie meer steun verleent aan de strijd tegen IS en moedigt het Europese en internationale initiatieven om de strijd beter te coördineren aan.

In november 2015 maakte de Europese Commissie 62 miljoen euro vrij voor humanitaire hulp in Syrië.

Politiedienst Europol houdt zich sinds 1 juli 2015 voor de EU bezig met de opsporing van IS-sympathisanten via sociale media. De opsporingsdienst wil de accounts van potentiële jihadgangers en ronselaars op Twitter verwijderen, en in kaart brengen welke jongeren in aanraking komen met de IS-propaganda. Op 4 december 2015 werden de bevoegdheden van Europol vergroot. Europol kreeg meer bevoegdheden om websites die haatzaaien of mensen die oproepen tot terroristische organisaties toe te treden, offline te halen.

Sinds 1 januari 2016 is het Europees antiterreurcentrum actief in Den Haag. Dit is een onderdeel van de EU-veiligheidsagenda tot 2020.

5.

Nederlandse Hulp

Nederland liet begin september 2014 weten dat het ook mee wilde helpen in de strijd tegen de terreurbeweging Islamitische Staat. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, Frans Timmermans, stelde dat IS niet alleen een bedreiging in de regio vormde, maar ook een bedreiging was voor de veiligheid in de Nederlandse samenleving. Voorwaarde voor Nederlandse hulp in de regio was dat er een strategie werd ontwikkeld door de internationale coalitie (onder leiding van de Verenigde Staten) die door Nederland kon worden gesteund.

Op 24 september 2014 werd tijdens een extra ministerraad besloten dat Nederland in totaal zes F-16's (waarvan twee als reserve) zou leveren. Hiervoor werden 250 militairen als ondersteunend personeel meegestuurd. Ook gingen er nog 130 militairen mee die hun Iraakse en Koerdische collega's zouden trainen. De missie zou maximaal één jaar duren.

Tijdens een ministerraad op 19 juni 2015 werd besloten dat Nederland nog een jaar mee zou gaan doen met de internationale coalitie die bombardementen uitvoert op IS in Irak, omdat de onrust en instabiliteit in de regio voortduurt. De bijdrage aan de missie wordt wel teruggeschroefd vanaf 1 oktober 2015. Nederland levert dan nog vier F-16's en 330 militairen (200 militairen als ondersteunend personeel en 130 trainers).

De Nederlandse gevechtsvliegtuigen werden in de eerste instantie alleen ingezet boven Irak en niet boven buurland Syrië dat ook te maken heeft met de opmars van IS. De reden hiervoor was dat er geen VN-mandaat is voor acties in Syrië. Nederland verleende wel humanitaire en diplomatieke steun aan het land. In februari 2016 maakte de regering bekend tot 1 juli ook bombardementen op Syrië uit te voeren.

6.

Meer informatie