Montesquieu Institute: from science to society

Politiek denken door de jaren heen

"Democratie: Een staat(svorm) die aan het hele volk invloed op de regering toekent".

Zo luidt de omschrijving van democratie door het woordenboek Van Dale. Eeuwenlang hebben mensen zich al bezig gehouden met de vraag wat democratie is, hoe het zou moeten zijn en wie daar aan mee mag doen. Eeuwenlang zijn er politieke denkers geweest die grote en minder grote veranderingen in gang hebben gezet. Terugkijkend zijn een aantal periodes te herkennen waarin grote veranderingen in het politieke denken plaatsvonden.

Klassieke oudheid

Enkele van de eerste grote namen die een bijdrage leverden aan het politieke denken waren Plato en Aristoteles. Zij leefden in de tijd van het klassieke Athene, een periode die begon rond 500 v. Chr. Athene stond onder andere bekend vanwege haar bouwkunst, bloeiende cultuur en filosofie, iets waar Plato en Aristoteles een bijdrage aan leverden. In Athene werd het woord democratie voor het eerst gebruikt: demos betekent volk, cratos betekent macht, heersen. Er kon dan ook gezegd worden dat de democratie in Athene werd 'uitgevonden'. De democratie in Athene was een directe democratie, wat betekende dat het volk rechtstreeks zijn stem kon laten horen over belangrijke kwesties. Dit gebeurde door handopsteken tijdens volksvergaderingen.

Republicanisme

Een tweede belangrijke periode voor het politieke denken was de Renaissance rond 1350 tot 1525. De Renaissance begon in Italiaanse stadstaten, waar de welvaart van bankiers en kooplieden behoorlijk toegenomen was. De belangstelling voor de klassieke oudheid bloeide op bij de zelfbewuste burgers, terwijl de macht van de kerk juist verminderde. In deze tijd leefde ook Niccolò Machiavelli, die deel uitmaakte van de republikeinse traditie. Een democratisch element in de Italiaanse stadstaten was terug te zien in het bestuur, dat werd uitgevoerd door gekozen bestuurders die hun functie slechts voor een bepaalde tijd uit mochten oefenen.

Reformatie

In de 16e eeuw vond de Reformatie plaats, wat een grote verandering betekende voor de dagelijkse gebruiken zoals verplicht biechten en het kopen van aflaten. De enorme rijkdom en weelde van de rooms-katholieke kerk stond in groot contrast met de eenvoud van de eerste volgers van Jezus Christus. Nadat er in de vijftiende eeuw al veel kritiek was geweest op de vele vormen van misbruik die plaats vonden in de rooms-katholieke kerk, kwam het nu tot een daadwerkelijke scheuring van de kerk en ontstonden de protestantse gemeenschappen. Maarten Luther, die pleitte voor het recht op verzet door lagere overheden, voerde de Reformatie aan in Zwitserland en Duitsland. Johannes Calvijn leidde de protestantse stroming in Frankrijk. Hij argumenteerde dat verzet door lagere overheden gerechtvaardig was doordat zij gekozen waren door het volk.

Gouden eeuw

In de 17e eeuw was Nederland een economisch welvarende Republiek. De succesvolle handel met overzeese gebieden leidde ertoe dat ook dat de economie ook op veel andere gebieden floreerde, wat zich bijvoorbeeld uitte in de grote aandacht voor kunst. In deze tijd werd de filosoof Baruch de Spinoza bekend, wiens gedachtegoed later een waardevolle bijdrage zou leveren aan de Franse Verlichting.

Engelse revoluties

In Engeland vonden in de 17e eeuw twee revoluties plaats. De eerste revolutie leidde ertoe dat Engeland van een monarchie in een republiek veranderde, met de tweede revolutie kwam er een constitutionele monarchie tot stand. De rechten van het volk en het parlement werden in de constitutionele monarchie erkend door koning Willem III en zijn vrouw, en waren vastgelegd in de 'Bill of Rights' uit 1688. Deze wet vormde de basis voor de Engelse democratie en beschreef de rechten van alle Engelsen. In deze tijd leefden ook de politieke denkers Thomas Hobbes en John Locke. Hobbes vluchtte al voor de revoluties het land uit en leverde vanaf daar zijn bijdrage aan het politieke gedachtegoed. Voorafgaand aan de tweede 'Glorious Revolution' schreef Locke zijn 'Verhandelingen' waarin hij verzet tegen de vorst goedkeurde.

Franse Verlichting

Ook de wetenschap maakte een sprong voorwaarts in de 17e eeuw. De ontwikkelingen gingen verder in de 18e eeuw toen op het gebied van de natuurwetenschappen spectaculaire ontdekkingen werden gedaan, zoals de ontdekking van de zwaartekracht. Hierdoor ontstond een groot vertrouwen in de menselijke rede en kwam het idee op dat een rationeler bestuur van de maatschappij ook mogelijk zou zijn. Dit was de eeuw van de Verlichting waarin veel verschillende denkers actief waren, zoals Adam Smith, Charles de Montesquieu, Jean-Jacques Rousseau en Marquis de Condorcet. Een van de bekendste theorieën uit deze tijd kwam van Montesquieu, over de scheiding van de rechterlijke, uitvoerende en wetgevende macht.

Industriële revolutie en liberalisme in Engeland

Aan het eind van de 18e eeuw kwam de industriële revolutie op gang in Engeland. De uitvinding van onder andere de stoommachine zorgde ervoor dat machinale productie plaats kon vinden, wat een enorme tijdwinst opleverde. Ook het vervoer maakte een snelle ontwikkeling door na de uitvinding van het stoomschip en de stoomtrein. Behalve dat producten binnen het bereik van de gewone burger kwamen, ontstond er door de industriële revolutie ook een arbeidersklasse en een ondernemersklasse. Door de lage lonen van arbeiders kwam er een grote kloof tussen de rijke ondernemers en arme arbeiders. In deze periode waren er veel anti-democratische reacties op de Verlichting. In Engeland bleef echter een stroming die de democratische principes nastreefde actief, aangevoerd door onder andere de radicale liberaal James Mill, wiens zoon John Stuart Mill vervolgens in zijn voetstappen zou treden.

De opkomst van het communisme

Naast de opkomst van het liberalisme in Engeland, waarbij het voornamelijk ging om het vrijheidsbeginsel, kwam het socialisme en het gelijkheidsbeginsel op in Rusland. De industriële revolutie had voor de arbeidersklasse niet bepaald tot enorme welvaart geleid en zij hadden te maken met slechte arbeidsomstandigheden en gebrekkige huisvesting. De Duitse filosoof Karl Marx leverde midden 19e eeuw een grote bijdrage aan de opkomst van het socialisme in Rusland, in samenwerking met Friedrich Engels. Navolgers van de Russische revolutieleider Vladimir Lenin, die pleitte voor een partij van beroepsrevolutionaren, zouden zich later communisten noemen.

Huidige gedachten over democratie

De 20e was een roerige eeuw voor de democratie. De eerste helf stond grotendeels in het teken van de twee wereldoorlogen, die direct opgevolgd werden door de Koude Oorlog. Nadat met de val van de muur er een einde leek te komen aan het communisme rees de vraag hoe de wereld zich nu verder zou gaan ontwikkelen. Het terrorisme zoals wij dat sinds 11 september 2001 kennen had immers nog niet plaatsgevonden, en even leek er alle ruimte voor de democratie. Over de toekomst van de wereldorde schreven onder andere Francis Fukuyama en Samuel Huntington, waarbij zij een tegenovergesteld standpunt innamen. Op het economisch vlak leverde Milton Friedman een belangrijke bijdrage met zijn beschrijving over de verhouding tussen de overheid en de markt. Hoe hun theorie zich zal verhouding tot de realiteit zal de toekomst uit moeten wijzen..

Bronnen

  • Tjitske Akkerman (2003). Democratie: de grondslagen van het moderne idee. Amsterdam: Spinhuis.
  • Meindert Fennema (2001). De moderne democratie: geschiedenis van een politieke theorie. Amsterdam: Spinhuis.
  • Jan Oudheusen (2002). De wereldgeschiedenis in een notendop. Amsterdam: Prometheus.

1.

Meer over

Plato

Aristoteles

Niccolò Machiavelli

Maarten Luther

Johannes Calvijn

Thomas Hobbes

Baruch de Spinoza

John Locke

Charles de Montesquieu

Jean-Jacques Rousseau

Adam Smith

Edmund Burke

Marquis de Condorcet

James Mill

John Stuart Mill

Karl Marx en Friedrich Engels

Vladimir Iljits Lenin

Milton Friedman

Samuel Phillips Huntington

Francis Fukuyama