Montesquieu Institute: from science to society

Baruch de Spinoza

"Een regering die de geesten probeert te beheersen is daarom geweldadig."

 
Baruch de Spinoza

De filosoof Spinoza (1632-1677) werd in Amsterdam geboren als de middelste zoon in een prominente Joods-Portugese familie. Zijn familie was vanwege de relatieve godsdienstvrijheid naar Amsterdam gevlucht. Spinoza blonk uit op school maar moest op zijn zeventiende stoppen om te helpen bij het familiebedrijf.

Toen Spinoza in de twintig was, deed de Joodse gemeenschap hem in de ban hoewel niet helemaal duidelijk was waarom. Zijn leer werd lange tijd gezien als een radicale, atheïstische stroming. Spinoza zou zich uiteindelijk ontwikkelen tot een van de eerste denkers die op het belang van absolute vrijheid van gedachte, meningsuiting en levenswijze wezen, onderwerpen die onder andere te lezen waren in zijn werk Tractatus theologico-politicus.

Gedachtegoed

In Tractatus theologico-politicus betoogde Spinoza dat religie had geen extra bescherming nodig als er sprake was van absolute uitingsvrijheid. Vroomheid en vrede zouden juist afhankelijk zijn van het bestaan van vrijheid in een samenleving. Spinoza's uiteindelijke doel met Tractatus theologico-politicus was om de waarheid te onthullen over de Bijbel en religie. Spinoza wees erop dat geestelijken al te graag inspeelden op menselijke emoties en zo het bijgeloof stimuleerden. Dit leverde een staatsgodsdienst op die gebaseerd was op respect voor de geestelijken, geen rationele grondslag meer had en geen echte aanbidding van God meer was.

De oplossing die Spinoza voor dit probleem aandroeg, was het onderzoeken van de Bijbel en zo leerstellingen van de 'ware religie' te vormen. Dit zou de mens in staat stellen om te bepalen wat we precies moesten doen om respect voor God te tonen. Daarbij wilde Spinoza aantonen dat de Bijbel niet de bron van waarheid was maar slechts een morele boodschap bevatte, en dat alleen die boodschap de Bijbel heilig maakte. De Bijbel was echter geen bron van kennis, filosofie en de rede hoorden in een ander domein thuis dan het geloof. Deze moest men niet vermengen.

Met deze redenering ondermijnde Spinoza de politieke macht, aangezien deze in de toenmalige samenleving uitgeoefend werd door religieuze autoriteiten. De democratie was de beste staatsvorm aangezien het de meest natuurlijke van regeren was die kon voortkomen uit een sociaal contract. Ook was democratie het minst onderworpen aan misbruik van macht. Daar kwam bij dat het logisch was dat mensen alleen instemden met rationele geboden, waarmee ook de rationaliteit van het handelen van de regering gewaarborgd werd.

De vorst hoorde macht te hebben over alle uiterlijke kenmerken van religie. Dit was nodig omdat het samenhing met de openbare orde, veiligheid en het sociaal welzijn. De innerlijke verering van God was echter het domein van de individu. Aan vrijheid van meningsuiting en onderwijs moesten slechts enkele grenzen gesteld worden. Opruiende taal die het sociaal contract teniet zou doen, moest niet getolereerd worden. Toch zouden de beste overheden vrijheid van meningsuiting en geloof toestaan, ondanks dat het wat ongemak kon opleveren. Spinoza was van mening dat deze vrijheid essentieel was voor de wetenschap en de kunsten.

Bronnen